In september heeft het stadsbestuur besloten tot een verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV) met 19%, van 913 opcentiemen naar 1088 opcentiemen. Het stadsbestuur gaf aan hiertoe genoopt te zijn door de energiecrisis, de hoge inflatie en de impact daarvan op de personeels- en werkingskosten.
Ondertussen is de internationale financiële context sterk gewijzigd: de energieprijzen en ook de inflatie zijn fors gedaald, waardoor het stadsbestuur een hele reeks uitgaven terug naar beneden toe kan bijstellen. De gunstige impact op de stadskas is dermate dat men er zelfs voor kiest om een voorziene afname van de personeelsinzet tegen 2025 terug ongedaan te maken.
Door deze evolutie is het niet gerechtvaardigd om van de verhoging van de opcentiemen op de OV een permanente maatregel te maken. De overgrote meerderheid van de Vlaamse lokale besturen trotseerde de crisis overigens succesvol zonder verhoging van de OOV. Via diverse structurele ingrepen (beheersing schuldgraad, beheersing personeelsuitgaven, beheersing subsidiebeleid, enz.) kan de financiële gezondheid van Gentse stadskas gerealiseerd worden.
Op p. 301 van de Financiële Nota bij de Budgetwijziging 2023 van het MJP 2020-2025 wordt aan de paragraaf onder de hoofding ‘Aanslagvoeten’ het volgende toegevoegd: “Vanaf 2024 wordt de verhoging van de geheven opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV) terug ongedaan gemaakt. De geheven opcentiemen worden vanaf 2024 verlaagd naar het eerdere niveau van 913 opcentiemen. De uitwerking hiervan wordt verder opgenomen bij de budgetopmaak 2024.”