Terug
Gepubliceerd op 18/11/2022

2022_CBS_11340 - Afspraken over werkwijze omgevingsvergunningsaanvragen met MER-screeningsnota na Wasserijsite-arrest 6/10/2022 - collegebrief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 17/11/2022 - 08:31 Stadhuis - collegezaal
Datum beslissing: do 17/11/2022 - 09:25
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2022_CBS_11340 - Afspraken over werkwijze omgevingsvergunningsaanvragen met MER-screeningsnota na Wasserijsite-arrest 6/10/2022 - collegebrief - Goedkeuring 2022_CBS_11340 - Afspraken over werkwijze omgevingsvergunningsaanvragen met MER-screeningsnota na Wasserijsite-arrest 6/10/2022 - collegebrief - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Omgevingsdecreet

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

artikel 15/1, lid 1 van het Omgevingsdecreet 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

De deputatie heeft op 10 juni 2021 aan o.a. SOGENT een vergunning onder voorwaarden verleend voor de reconversie van een wasserijsite te 9040 Sint-Amandsberg (Beeldhouwersstraat 35, Kunstenaarstraat en Toekomststraat 36-38). Dit vergunningsdossier is gekend als OMV_ 2020061637.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvvB) heeft in het Wasserijsite-arrest RvVb-A-2223-0108 van 6 oktober 2022 de deputatiebeslissing vernietigd en de vergunning via indeplaatsstelling ook geweigerd.

 Kort samengevat komt het erop neer dat de RvvB geoordeeld heeft dat op basis van artikel 15/1, lid 1 van het Omgevingsdecreet een stad of gemeente in eerste aanleg niet zelf mag oordelen over de MER-screening voor haar eigen dossiers of dossier van rechtspersonen verbonden aan de stad of gemeente. 

Volgens de RvvB kan de gemeentelijke Omgevingsambtenaar niet ‘op objectieve wijze’ oordelen over het al dan niet MER-plichtig karakter van het project dat (feitelijk) door de gemeente wordt aangevraagd, te meer deze ambtenaar zijn ambt volgens de ‘deontologische rechten en plichten’ als personeelslid ‘op een loyale en correcte wijze’ moet uitoefenen en zich daarbij ‘op een actieve en constructieve wijze’ moet inzetten voor de realisatie van de opdracht en de doelstellingen van de gemeente (artikel 188 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur)”.  

 Uit artikel 15/1, lid 1 OVD vloeit voort dat dossiers waarvoor eigenlijk het CBS bevoegd is, maar waarin het CBS (of een autonoom gemeentebedrijf) initiatiefnemer en aanvrager is, en er een MER nodig is (en geen ontheffing verkregen werd), niet door het CBS mogen beoordeeld worden, maar door de deputatie als bevoegde overheid behandeld moeten worden.   

De RvVb heeft de interpretatie van deze bepaling met dit nieuwe arrest enigszins uitgebreid en oordeelde dat deze bepaling ook geldt voor screeningsplichtige projecten waarvoor er op het ogenblik van de aanvraag geen kennelijke zekerheid bestaat dat er daarvoor geen project-MER moet worden opgemaakt (bijlage III Project-MER-besluit).

Deze interpretatie van artikel 15/1, lid 1 OVD betreft alleenstaande rechtspraak en lijkt onwettig.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Jaarlijks worden door stadsdiensten en door met de Stad Gent verbonden rechtspersonen een groot aantal omgevingsvergunningaanvragen ingediend, die mer-screeningsplichtig zijn omdat zij in het MER besluit van 2014 op de lijst van bijlage III (de categorieën van projecten waarvoor overeenkomstig artikel 4.3.2, § 2bis en § 3bis, van het decreet een project-MER of een project-m.e.r.-screeningsnota moet worden opgesteld) voorkomen. Het gaat om stads(ontwikkelings-)projecten, wegen, e.d. maar ook alle wijzigingen aan bestaande projecten. Volgens de nieuwe interpretatie van de RVVB zouden al deze aanvragen ingediend moeten worden bij de provincie, en niet meer bij de stad Gent.

Na overleg met de Provinciale Omgevingsambtenaar (POA) werd een voorstel uitgewerkt met een pragmatische werkwijze zodat een minimale bijkomende werklast wordt gecreëerd.  

1° Alle aanvragen van stadsdiensten en van met de stad Gent verbonden rechtspersonen, die mer-screeningsplichtig zijn, worden bij de provincie ingediend in eerste aanleg. De aanvrager dient zelf na te gaan of het project mer-screeningsplichtig is, en – in bepaalde gevallen – of de aanvraag te kwalificeren is als een aanvraag die uitgaat van het stadsbestuur dan wel of de aanvraag geen uitvoering geeft aan het stedelijk beleid. In dit laatste geval blijft de gemeente bevoegde overheid.

2° De provincie onderzoekt voor al deze “stedelijke aanvragen” - in het kader van de ontvankelijkheid en volledigheid - de inhoud van de mer-screeningsnota.

3° De mer-screeningsnota (d.i. de vragen hierover in het omgevingsloket) moet door de aanvrager zorgvuldig ingevuld worden:

  • Dit houdt in dat eerst aangeduid wordt welke milieueffecten (zelfs kleine) er kunnen optreden in de aanlegfase en in de exploitatiefase.
  • Vervolgens geeft de aanvrager effect per effect aan waarom een effect al dan niet aanzienlijk is in de zin dat het effect geen MER-plicht met zich mee brengt.

4° De POA beslist dan

  • ofwel dat er geen MER-plicht is: in dit geval wordt de aanvraag doorgestuurd naar de gemeente, die bevoegde overheid is.
  • ofwel dat er wel een MER-plicht is : in dit geval wordt de procedure stop gezet omdat de aanvraag onvolledig is.

Tot het moment dat het Wasserijsite-arrest mogelijks bij cassatieberoep zal vernietigd worden, zullen we al de omgevingsvergunningsaanvragen met een MER-screeningsnota ingediend door stedelijke diensten en de met de Stad Gent verbonden rechtspersonen indienen bij de provincie.

Alle stedelijke diensten alsook de rechtspersonen verbonden aan de Stad Gent brengen we van deze voorlopige werkwijze op de hoogte. De collegebrieven hiervoor worden aan dit besluit toegevoegd. 

Eens er een uitspraak in cassatieberoep gedaan is, leggen we de definitieve werkwijze opnieuw aan het College voor.

Activiteit

AC34300 Behandelen van omgevingsvergunningen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het College van Burgemeester en Schepenen gaat akkoord met de voorgestelde werkwijze als gevolg van het Wasserijsite arrest

Artikel 2

Het College van Burgemeester en Schepenen ondertekent de bijgevoegde brieven om te versturen naar de stedelijke diensten en rechtspersonen verbonden aan de Stad Gent