Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, ยง1.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Decreet 23 december 2016 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van een Vlaams Fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen.
Besluit 12 mei 2017 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Decreet van 23 december 2016 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van een Vlaams Fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen.
Op 12 mei 2017 keurde de Vlaamse Regering het besluit goed dat uitvoering geeft aan het Decreet van 23 december 2016 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van een Vlaams Fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen. Dit investeringsfonds vormt de decretale basis van de subsidies i.h.k.v. stadsvernieuwing waarbij de Vlaams overheid bijzonder of strategische stadsvernieuwingsprojecten ondersteunt.
Bijzondere stadsvernieuwingsprojecten zijn hefboomprojecten voor een geïntegreerde stadsontwikkeling, en dit zowel in functie van economische, ecologische als sociale meerwaarde. Ze hebben tot doel de aantrekkelijkheid, de duurzaamheid en de leefbaarheid van steden te verhogen. Ze investeren in stedelijkheid, waarbij het zowel gaat om de fysieke realisaties, zoals publieke ruimte, infrastructuur, nutsvoorzieningen, publieke voorzieningen, groen-blauwe dooradering, enz. maar ook om de institutionele kaders, de sociale en culturele verbanden waarin stedelingen gesocialiseerd zijn en waarin ze participeren.
Op 25 maart 2022 lanceerde Vlaams minister Bart Somers de oproep 2022 voor de aanvraag van project en conceptsubsidies voor stadsvernieuwingsprojecten. Tot 30 juni 2022 kunnen steden zowel een aanvraag voor het bekomen van een concept- (maximaal 90.000 euro subsidie) als een projectsubsidie (maximale subsidie van 5 miljoen euro; max 1 project) indienen in het kader van het Vlaams Investeringsfonds. Sinds 2002 kent de Vlaamse overheid subsidies toe aan stadsvernieuwingsprojecten. Het gaat onder meer om conceptsubsidies voor studies rond mogelijke stadsvernieuwing. De projectsubsidies zijn bedoeld voor de realisatie van concrete projecten.
Gezien de stadsbrede gedragenheid en het multidimensionele karakter in stadsvernieuwingsprojecten centraal staan, werd de oproep door de dienst Strategische Subsidies (SUB) bij het Management Team (31/03) gelanceerd, zodat vanuit alle departementen ideeën naar voor konden worden geschoven in het hiervoor door SUB voorziene sjabloon die een screening op basis van door Vlaanderen en de Stad gehanteerde criteria faciliteert. De ingediende voorstellen werden door een tijdelijke werkgroep SVF gescreend, bestaande uit experten met een goed overzicht op de bestaande portfolio’s investeringsprojecten in het meerjarenplan (MJP) die passen binnen de vooropgestelde criteria. Cofinanciering van investeringskosten is namelijk een voorwaarde om een projectsubsidie te verkrijgen. De tijdelijke werkgroep bestaat uit de dienst Stedelijke Vernieuwing (Liesbeth Bultinck), dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning (Philippe Van Wesenbeeck), Projectbureau Ruimte (Ilse Verschoore), de stadsbouwmeester (Peter Vanden Abeele) en dienst Strategische Subsidies (An Huybrechts). Ideeën geëvalueerd en gescoord door de werkgroep SVF werden in de week van 10/05 voorgelegd aan het Management Team en politiek besproken: er werd beslist om 1 projectvoorstel en 2 conceptvoorstellen verder uit te werken voor indiening: Subsidiëring voor 2 conceptstudies, 'Transitie Omgeving B401' en 'Herintroductie historische waterloop in Kolveniersgang en Blaisantvest', die op het college van 23/06 werden beoordeeld; en projectsubsidiëring voor het voorstel 'Filature Nouvelle Orléans', dat onderwerp is van het huidige e-besluit. Meer in detail beoogt het projectvoorstel het volgende:
- projectsubsidiëring voor het voorstel ‘Filature Nouvelle Orléans’
De FNO-site is een historische industriële site van 2,4 ha die uitstekend gelegen is nabij het centrum van Gent: ontsloten op de R40 (binnenring), verbonden met het centrum via de Gaardeniersbrug (fiets- en trambrug) en goed bediend door het openbaar vervoer. Desondanks ligt de site sterk verscholen tussen het Bloemekenspark en de Bloemekenswijk.
Het karakter van de omgeving wordt sterk bepaald door de vroegere industriële activiteiten, enerzijds door de aanwezigheid van nog in gebruik zijnde en verlaten industrieterreinen en anderzijds door de typische opbouw van de 19de eeuwse gordelwijk Bloemekenswijk.
De buurt rondom de FNO-site is een dynamische zone waar braakliggende terreinen en fabrieken met herontwikkelingsprojecten werden/worden omgevormd: Filature Du Rabot (Tribeca) met wonen, detailhandel en kantoren, U-Connect als sociale economie-cluster, Jan Yoens als sociaal woonproject, Tondelier als gemengd woonproject met historisch karakter, bedrijvenzone Wondelgemse Meersen, …
De benaming van het projectgebied is afkomstig van ‘Filature Nouvelle Orléans’, de voormalige katoenspinnerij die op het terrein was gevestigd. De katoenspinnerij bestond uit verschillende gebouwen, gebouwd tussen 1896 en 1956, die vandaag voor een deel zijn behouden. De meest waardevolle industriegebouwen werden in 1995 opgenomen op de lijst van beschermde monumenten. De FNO-site staat sinds 1996 leeg.
De site is in het bezit van Stad Gent gekomen in 2002 en 2006. Na enkele jaren werd een deel van de grond toegewezen aan de brandweer (erfpacht) en werd het eerste deel van het Bloemekenspark aangelegd.
Er werden plannen uitgewerkt voor het ‘resterende’ deel als tentoonstellingsplaats voor autoverzamelaar Mahy, erfgoeddepot, garage voor Stad Gent, Syntra, volledige woonontwikkeling, uitbreiding van de brandweer, VDAB. Steeds schoot de site tekort. Te moeilijk bereikbaar voor de auto, te dure of historisch ongewenste renovaties, te veel lawaai van de sirenes, te groot, te klein, te duur.
Na 15 jaar werd het duidelijk dat er geen makkelijke, snelle oplossing voorhanden is. Het streven naar een verkoop, een quick-win waarbij het potentieel van de site door een private ontwikkelaar wordt gerealiseerd, loopt vast op de zeer hoge risico’s en de vele randvoorwaarden die aan de ontwikkeling verbonden zijn.
Het sinds 2008 geldende RUP duidt de site aan als ‘stedelijk wonen’ wat een veelheid aan programma toelaat. Onder leiding van sogent werd medio 2021 gestart met een programmastudie die de ontwikkelingspotentie van de site uitwerkt als nauw samenspel van ruimtelijke en financiële aspecten.
Deze programmastudie toont dat Filature Nouvelle Orléans de mogelijkheid heeft om vele stedelijke doelstellingen op te nemen en op een uitgebalanceerde manier plaats kan bieden aan een combinatie van wonen, werken, studeren, ontspannen en verpozen voor de aangrenzende wijk en voor de stad aan de hand van 4 ambities. De keuzes van het programma worden in het verdere traject van dit dossier nog meer in detail besproken en indien nodig bijgestuurd zonder de hoofdambities te wijzigen. O.a. voor het projectonderdeel 1 ‘Noordelijke droogloodsen’ worden 2 opties verder onderzocht en in detail uitgewerkt. Deze cluster van loodsen zou kunnen dienen als ‘open’ plek, een buurtschuur, waar ruimte is voor kleinere en grotere functies en activiteiten. Voor het niet-beschermde deel van deze cluster wordt ook een sloop onderzocht, met nieuwbouw woningen (sociale huur en/of budgethuur) ter afwerking van de rand van het Bloemekenspark.
Op korte termijn willen we de gebouwen op de site aanpakken met aansluitend de open ruimte die openbaar wordt na afwerking. We mikken daarbij op een procesmatige aanpak waarbij het definitieve programma van eisen van elk projectonderdeel vorm krijgt op basis van voortschrijdende inzichten uit het project, de wijk en de stad. We zetten in op sociale, ecologische en economische duurzaamheid op inhoudelijk en organisatorisch vlak en op samenwerking met publieke partners en wijkbewoners om de site mee vorm en inhoud te geven.
Er wordt actief gezocht naar subsidies en samenwerking met publieke partners. Enkel op die manier kan de stad afzien van een zuiver commerciële verkoop (met verlies) en kan er ingezet worden op stedelijk eigenaarschap op lange termijn met partiële uitgiftes in functie van maatschappelijke meerwaarde.
Stad Gent neemt samen met sogent zowel de regie als de projectleiding op.
Via het stadsvernieuwingsfonds willen we deze plannen haalbaar maken en zetten we in op:
Zie in bijlage het voorstel voor meer details.
De indiening van dit dossier betekent geen voorafname van verdere beleidskeuzes, zowel financieel als inhoudelijk, die nog moeten gemaakt worden in het kader van de realisatie van dit dossier.
Het voorstel voor projectsubsidies moeten uiterlijk op donderdag 30 juni 2022 elektronisch worden ingediend bij het Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Team Stedenbeleid.
Keurt goed het indienen van het voorstel 'Filature Nouvelle Orléans' bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, Team Stedenbeleid voor het bekomen van een projectsubsidie i.h.k.v. de oproep stadsvernieuwing 2022 van het Vlaams Investeringsfonds.