Terug
Gepubliceerd op 10/07/2026

2026_MV_00563 - Mondelinge vraag van raadsleden Tom De Meester, Julie Steendam: Toepassing rechtspositieregeling binnen het stedelijk onderwijs

gemeenteraad
do 09/07/2026 - 19:00 gemeenteraadszaal
Datum beslissing: do 09/07/2026 - 21:04
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Zeneb Bensafia, ondervoorzitter; Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Johan Deckmyn; Sami Souguir; Stephanie D'Hose; Sven Taeldeman; Gert Robert; Veli Yüksel; Bruno Matthys; Karlijn Deene; Anneleen Van Bossuyt; Bert Misplon; Fourat Ben Chikha; Stijn De Roo; Tom De Meester; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx; Els Roegiers; Frederik Sioen; Laura Schuyesmans; Gaëlle De Smet; Sophie Vanonckelen; Sarah Van Acker; Jenna Boeve; Mathieu Cockhuyt; Dilek Arici; Stefaan De Winter; Julie Steendam; Yilmaz Cetinkaya; Simon Smagghe; Jonas Naeyaert; Pascal Vlaeminck; Ywein Joris; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Rudy Coddens, voorzitter

Afwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Freya Van den Bossche; Filip Van Laecke; Yüksel Kalaz; Liesbet De Weder; Lies Vanpeperstraete; Bob Cammaert; Charlotte Coucke; Veerle Baert; Sabena Donkor; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Rudy Coddens, voorzitter
2026_MV_00563 - Mondelinge vraag van raadsleden Tom De Meester, Julie Steendam: Toepassing rechtspositieregeling binnen het stedelijk onderwijs 2026_MV_00563 - Mondelinge vraag van raadsleden Tom De Meester, Julie Steendam: Toepassing rechtspositieregeling binnen het stedelijk onderwijs

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

De commotie rond het ontslag van de directeur van de Wispelberg roept bredere vragen op
over de manier waarop de Welzijnswet en het decreet rechtspositie worden toegepast
binnen IVA SOG.

Indiener(s)

Julie Steendam, Tom De Meester

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

di 30/06/2026 - 17:16

Toelichting

Vragen:
1. Als er in het kader van de welzijnswet een individuele preventiemaatregel met
betrekking tot één persoon genomen wordt, dan moet er op voorhand een afschrift
van dat advies aan die persoon bezorgd worden, moeten de voorgestelde
maatregelen op voorhand schriftelijk bezorgd worden, en moet de persoon gehoord
worden over deze kwestie, alvorens de maatregelen ingaan. Wordt dit binnen het
IVA SOG consequent toegepast?
2. Hoe beoordeelt en onderzoekt het college als inrichtende macht in dergelijke
gevallen de proportionaliteit van dergelijke beslissingen? Op welke basis, en volgens
welke procedure?
3. Preventie-maatregelen tegen personen kunnen uiteraard enkel gebeuren in de mate
waarin de wettelijke regels voorzien in de rechtspositieregeling gevolgd worden, op
vlak van tucht- en ordemaatregelen, ook met betrekking tot tijdelijk aangestelde
personen in een al of niet bevorderingsambt. Formeel spreekt het collegebesluit in de
zaak Wispelberg echter niet van een tucht- of ordemaatregel. Bijgevolg mist de
verwijdering van de directeur van de school elke rechtsgrond. Hoe beoordeelt het
college deze vaststelling, ook in de context van andere gelijkaardige maatregelen die
eventueel eerder al zijn genomen in andere situaties?
4. De rechtspositieregeling in het onderwijs voorziet in twee soorten maatregelen: de
tuchtstraffen (een limitatieve opsomming, van blaam tot ontslag) en de preventieve
schorsing als enige bewarende ordemaatregel (art. 4-7 BVR). Er is geen derde
categorie. In het dossier Wispelberg duikt echter de juridische figuur op van de “re-
integratie” na een de facto gedwongen verwijdering van de school “voor zijn eigen
welzijn” en om “polarisatie te vermijden”. De directeur krijgt een alternatief
takenpakket en thuiswerk. Is dit verplicht van de school verwijderen met een
alternatief takenpakket een juridische figuur die al eerder is toegepast binnen het
stedelijk onderwijs? Wat is de juridische onderbouw van een dergelijke maatregel?
Hoe past een dergelijke maatregel in de wettelijke bepalingen inzake
rechtspositieregeling binnen het stedelijk onderwijs? Is dit een orde- of
tuchtmaatregel?
5. Een verplichte verwijdering van de werkvloer, als bewarende maatregel, kan binnen
het onderwijs enkel in afwachting van een beslissing in een tuchtonderzoek (of
strafrechtelijk onderzoek). In het dossier Wispelberg is dat niet het geval, vermits het
tuchtrechtelijk onderzoek met de beslissing van het college van 19 juni is afgerond.
Toch loopt de verwijdering van de werkvloer verder. Is dit een courante praktijkbinnen het stedelijk onderwijs? In welke andere gevallen is een dergelijke maatregel,
namelijk het laten verder lopen van een verwijdering van de werkvloer na afloop van
het tuchtrechtelijk onderzoek, al toegepast, en op basis van welke rechtsgrond? en in
toepassing van welke wettelijke en procedurele regels?
6. Worden bij dergelijke verwijderingen van de werkvloer de regels en procedures
gevolgd inzake op voorhand schriftelijk communiceren van preventie-adviezen,
hoorrecht van de betrokkene, en verplichte einddatum van de maatregel?
7. Als een dergelijke maatregel genomen wordt tegen een directeur, betekent dit dan
dat de directeur in kwestie ook niet meer mag deelnemen aan directievergaderingen
van de regio, de ADV (algemene directeursvergadering) en andere bijeenkomsten
van directeurs die plaatsvinden buiten de schoolomgeving? In welke gevallen waarbij
een directeur verwijderd werd van de school als noodzakelijke preventiemaatregel is
dit al toegepast, en in welke zin?