De Stad Gent rolt in verschillende wijken en deelgemeenten nieuwe fietsenstallingen uit, onder meer in het kader van de uitbreiding van het deelfietssysteem buiten het centrum. Uit antwoorden op eerdere schriftelijke vragen blijkt dat deze uitrol niet vertrekt vanuit een vastgestelde lokale fietsparkeernood, maar vanuit een geografische spreidingslogica (tussenafstand van 300–400 meter) om de werking van deelfietsen mogelijk te maken.
Tegelijkertijd blijkt uit dezelfde antwoorden dat:
Bewoners signaleren dat zij, wanneer zij zelf concrete en haalbare alternatieve locaties voorstellen (bijvoorbeeld een verplaatsing binnen dezelfde straat of naar een minder parkeerbelaste plek), het gevoel hebben dat deze voorstellen onvoldoende inhoudelijk worden onderzocht of gemotiveerd weerhouden.
Dit roept vragen op over:
Het uitbreiden van fiets- en deelfietsinfrastructuur is een legitieme beleidsdoelstelling. Tegelijk is ook het behoud van voldoende parkeerdrukbalans in woonwijken een expliciete doelstelling van het stedelijk mobiliteitsbeleid.
Wanneer:
dan is het redelijk dat het stadsbestuur duidelijk motiveert waarom net die parkeerplaatsen worden opgeofferd, en waarom voorgestelde alternatieven al dan niet worden weerhouden.
Een duidelijker kader kan helpen om:
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad vraagt het college van burgemeester en schepenen om bij het plaatsen van fietsenstallingen op het openbaar domein, zowel voor deelfietsen als voor reguliere fietsenstallingen, een nieuw kader uit te werken waarin meer rekening gehouden wordt met de lokale situatie en mogelijkheid biedt tot input/feedback van omwonenden.
De gemeenteraad vraagt het college van burgemeester en schepenen om bij de plaatsing van nieuwe fietsenstallingen op het openbaar domein expliciet te motiveren aan omwonenden wanneer en waarom bestaande autoparkeerplaatsen worden geschrapt.
De gemeenteraad vraagt het college om, wanneer bewoners concrete en haalbare alternatieve locaties voor een geplande of bestaande fietsenstalling voorstellen, schriftelijk te motiveren of deze alternatieven werden onderzocht en waarom zij al dan niet werden weerhouden, zodat duidelijk is dat deze voorstellen inhoudelijk zijn afgewogen.