In november jl. bracht de Stedelijke Adviesraad Ondernemen een advies uit over het voorontwerp van de beleidsverklaring in het nieuwe Meerjarenplan 2026-31. Dit advies bevat tal van nuttige insteken en voorstellen, waaronder ook de volgende passage met betrekking tot kinder- en buitenschoolse opvang (p. 13): “[De raad] benadrukt dat kinderopvang en buitenschoolse opvang essentieel zijn voor arbeidsdeelname. De stad moet opvang prioritair garanderen voor wie werkt, studeert of solliciteert. Nu kunnen sommige (groot)ouders onvoldoende deelnemen aan de arbeidsmarkt door het gebrek aan opvang.”
De Memorie van Toelichting bij het nieuwe BOA-decreet stelt in de toelichting bij artikel 10 van het wijzigingsdecreet dat lokale besturen in hun erkenningskader voorrang kunnen geven aan werkende ouders: “Lokale besturen kunnen in hun erkenningskader een voorrangsregel voor werkende ouders opnemen, binnen de grenzen van de juridische principes van gelijke behandeling. Zij communiceren transparant over hun voorrangsbeleid naar de gezinnen.”
In de kinderopvang geldt al een voorrang voor werkende ouders, ook na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 30 april 2025. Het Agentschap Opgroeien communiceerde hierover het volgende: “De absolute voorrang voor werk die reeds van kracht was in de oude regels. blijft behouden. Maar vanaf nu mag je geen voorrang meer geven aan ouders op basis van het criterium 'minstens 4/Sde werken' of 'intensief traject naar werk'. Dit wordt opnieuw gelijkgesteld met ouders die opvang nodig hebben voor werk, het zoeken naar werk, het volgen van een inburgeringstraject, een opleiding of trajectbegeleiding naar werk.”
Tot op vandaag volstaat het huidige BOA-aanbod niet om aan alle vragen van ouders te kunnen voldoen, hoewel de Vlaamse regering met bevoegd minister Gennez hier 80 miljoen euro per jaar extra in investeert. Een 100% vraagdekkend aanbod is niet voor morgen en dit op termijn realiseren blijft hoe dan ook een grote uitdaging, met name ook gezien de vele andere maatschappelijke noden en het niet oneindige karakter van de publieke middelen: de belastingdruk voor burgers en bedrijven moet redelijk blijven.
In die context is het nodig om keuzes te maken. Conform het BOA-decreet bevat het Gentse BOA-erkenningsreglement sowieso al een passage over de toegankelijkheid van het BOA-aanbod voor kwetsbare gezinnen (o.a. over het bereiken ervan en over het wegwerken van drempels), zodat de noden van deze groep alvast afgedekt zijn.
Voor de groep van werkende ouders is toegang tot het BOA-aanbod echter in bijzondere mate belangrijk. Opvang (buiten de schooluren, tijdens schoolvakanties) is vaak essentieel om zijn of haar job te kunnen (blijven) uitoefenen. De N-VA-fractie pleit er dan ook voor om gebruik te maken van de door de hogere BOA-regelgeving geboden mogelijkheid om een voorrang voor werkende ouders (en aanverwanten: werkzoekenden en mensen in opleiding) op te nemen in het Gentse BOA-reglement. Het spreekt vanzelf dat die rekening dient te houden met de principes van gelijke behandeling en met het recente arrest van het Grondwettelijk Hof.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om in het reglement voor de erkenning van het lokaal BOA-aanbod een voorrang voor werkende ouders (en eventueel ook aanverwanten: werkzoekenden, mensen in opleiding) op te nemen.