Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, § 3, 3° en 7°.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, hoofdstuk 8 - artikel 116 e.v.
De laatste beslissingen van de uitvoerende organen van Stad Gent en OCMW Gent over de boekhoudkundige waarderingsregels zijn genomen in mei 2024 en dit met toepassing vanaf het boekjaar 2023.
Er dienen drie aanpassingen te worden goedgekeurd aan de bestaande waarderingsregels met toepassing vanaf het boekjaar 2025.
De eerste aanpassing heeft betrekking op de afschaffing van het ijzeren voorraad-principe voor meubilair bij Stad Gent en voor meubilair, andere kantooruitrusting en informaticamaterieel bij OCMW Gent.
Ter info: Het ijzeren voorraad-principe voor andere kantooruitrusting en informaticamaterieel is nooit van toepassing geweest bij Stad Gent.
Het ijzeren voorraad-principe houdt in dat het meubilair, de kantooruitrusting alsook het klein materieel die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag als de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderd zijn in een boekjaar. In dat geval wordt de prijs voor de hernieuwing van de bestanddelen opgenomen onder de operationele kosten. Zie art. 131 van het besluit van de Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30 maart 2018.
Vanuit een eerder praktisch oogpunt kan er worden gesteld dat het ijzeren voorraad-principe erop neerkomt dat een eerste aanschaffing of uitbreidingsinvestering van bv. meubilair voor een bepaalde locatie wordt verwerkt op investeringsbudget en wordt opgenomen op de balans als vast actief waarop niet wordt afgeschreven. De vervanging van het betrokken meubilair (vervangingsinvestering) gebeurt vervolgens op exploitatiebudget.
De redenen waarom het ijzeren voorraad-principe wordt afgeschaft zijn divers:
Ter info: Om onder andere bovenstaande discussie te vermijden werd er onder het ijzeren voorraad-principe bijvoorbeeld gesteld (via de syllabus van het rekeningstelsel) dat enkel meubilair dat werd aangeschaft voor een nieuw gebouw met nieuw personeel diende verwerkt te worden via investeringsbudget.
Het ijzeren voorraad-principe voor meubilair bij Stad Gent en OCMW Gent wordt als volgt vervangen:
Het ijzeren voorraad-principe voor andere kantooruitrusting bij OCMW Gent wordt als volgt vervangen naar analogie bij Stad Gent:
Het ijzeren voorraad-principe voor informaticamaterieel bij OCMW Gent wordt als volgt vervangen naar analogie als bij Stad Gent:
Informaticamaterieel zoals bv. een laptop (in principe aangekocht via AGB District09) dient steeds vanaf één stuk te worden geactiveerd/verwerkt op investeringsbudget.
De tweede aanpassing heeft betrekking op de uitgaven voor (straat)bomen bij Stad Gent.
Er heerste bij de Groendienst onduidelijkheid over de boekhoudkundige en budgettaire verwerking van uitgaven voor beheermaatregelen aan bomen (bv. snoeien, kandelaren, etc.) en onderzoek m.b.t. bomen (trekproeven, metingen, …).
Beheermaatregelen aan bomen en het onderzoek m.b.t. bomen worden volgens de Groendienst - ruw beschouwd - gemiddeld genomen uitgevoerd om de 8 jaar, en kunnen vanuit een bepaald oogpunt worden beschouwd als buitengewoon onderhoud aan bomen.
Om de onduidelijkheid over de boekhoudkundige en budgettaire verwerking weg te nemen wordt bevestigd dat uitgaven voor beheermaatregelen en onderzoek aan bomen dienen te worden verwerkt op investeringsbudget, en dit ongeacht het bedrag per project/locatie (vanuit praktisch oogpunt - zoals ook bij wegenwerken - is het formuleren van een grensbedrag per project/locatie niet aangewezen).
In de algemene boekhouding wordt verder een nieuwe vaste-activaklasse (22503) aangemaakt, zijnde ‘beheermaatregelen en onderzoek bomen’ met een afschrijvingstermijn van 8 jaar.
Er wordt benadrukt dat beheermaatregelen aan bermen en hagen (maaien, scheren, …), die eerder frequent gebeuren, nog steeds dienen verwerkt te worden op exploitatiebudget.
Voor (de aanschaf van) straatbomen bestaat er verder een vaste-activaklasse 22502. Hierop wordt er echter niet afgeschreven hetgeen echter niet logisch is gegeven de beperkte levensduur van straatbomen. Na overleg met de Groendienst werd er dan ook beslist om de vaste-activaklasse 22502 af te schrijven op 30 jaar.
Ter volledigheid wordt ook vermeld dat er een vaste-activaklassa bestaat voor afschrijfbare wegbeplanting, zijnde 22501, maar in die context verandert er niks. Na overleg met de Groendienst wordt de afschrijvingstermijn over 15 jaar behouden.
De derde aanpassing gaat over de toevoeging van extra informatie/duiding (zoals bv. grensbedragen voor verwerking op investeringsbudget) bij de bespreking van de diverse vaste-activaklasses. Bij Stad Gent zit deze vervat in de Waarderingsregels onder 1.3.7. en 1.3.. Bij OCMW Gent werd er - naar analogie met Stad Gent - een overzicht van alle vaste-activaklasses toegevoegd onder 2.2.6.
De toevoeging van de informatie per vaste-activaklasse is gebaseerd op reeds bestaande afspraken die bovendien veelal reeds waren opgenomen in de door DEP Financiën opgestelde syllabus van het rekeningstelsel.
De toevoeging van de extra informatie per vaste-activaklasse dient de transparantie over de diverse waarderingsregels per type van vast actief te verhogen.
Ter info: Enkele ontbrekende, maar reeds bestaande/gebruikte (of volgens de BBC-regels in de toekomst eventueel benodigde) vaste-activaklasses, werden tevens toegevoegd aan de betrokken overzichten van vaste-activaklasses. Zo werd bv. de vaste-activaklasse 22707 Riolering en afvalwaterzuivering in aanbouw ook toegevoegd aan het overzicht van de vaste-activaklasses van Stad Gent (aangezien dit reeds volgde uit de BBC 2.0.-regels).
Deze nieuwe waarderingsregels worden reeds toegepast tijdens het boekjaar 2025.
Keurt de aangepaste waarderingsregels in de Beleids- en BeheersCyclus (BBC) goed, zoals vermeld in de bijlage, die bij dit besluit wordt gevoegd.
Deze waarderingsregels zijn van toepassing vanaf het boekjaar 2025.