Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op het verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening- ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten.
Deze belasting verhaalt een deel van de kosten van ophaling en verwerking van papierafval op de vervuiler. Door de ophaling van oud papier ontstaat milieuschade doordat er extra vrachtwagens moeten ingezet worden om het oud papier, los van de restfractie huisvuil, op te halen.
Er wordt uitdrukkelijk niet gesproken over ‘reclamedrukwerk’, maar alle niet-geadresseerde drukwerken. Onafhankelijk van de inhoud, belandt zo niet alle, dan toch het merendeel van het niet-geadresseerd drukwerk snel in de afvalstroom. Reclameboodschappen worden niet anders verwerkt dan ander drukwerk. De belasting vormt zo (een deel van) de uitvoering van art. 26 van het Decreet van 23 december betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De Stad Gent vertrouwt haar afvalbeheer toe aan IVAGO en voorziet in haar jaarlijks budget een bijdrage aan Ivago van meer dan 52 mio. in 2024 werd dit verhoogd naar 55 mio, wegens overname van activiteiten DBSE. Het totaal ontvangstenbudget van deze afvalintercommunale bedroeg in 2023 81 mio. Zo werd in 2023 ongeveer 13.425 ton aan papier en karton ingezameld naast het volume rondslingerend papier bij het straatvegen.
Niet-geadresseerde drukwerken worden gezien als verspreidingen die niet gericht zijn aan een specifiek adres. Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als niet-geadresseerd.
De gelijkgestelde producten betreffen allerlei stalen en reclamedragers die tot verbruik of aankoop aanzetten, maar ook vaak ongebruikt in de afvalstroom terechtkomen.
Nominatief geadresseerd drukwerk valt niet onder de toepassing van het belastingreglement. Hier gaan we immers uit van gerichte communicatie zoals facturen, die voor de geadresseerde een bijzonder en individueel nut hebben, of gepersonaliseerd drukwerk waar de ontvanger via een (al dan niet betalend) abonnement zelf om vraagt. Het bestuur wil vermijden dat de verspreiders van geadresseerd drukwerk dit zouden doorrekenen aan de ontvangers, zijnde de gewone Gentenaars.
2. Belastingplichtige en tarief
Het belastingreglement voorziet in een getrapte aanduiding van de belastingplichtige. De belastingplichtige is in eerste instantie de (natuurlijke of rechts-)persoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid. Dit is immers de entiteit die voordeel doet bij de verspreiding. Het is gepast de belasting ten laste van die initiële opdrachtgever te leggen. Enkel wanneer die niet gekend is of geen aangifte heeft gedaan, wordt de verantwoordelijke uitgever vermeld op het drukwerk als belastingplichtige aangeduid.
Deze (subsidiaire) aanduiding van de verantwoordelijke uitgever is correct. Het gaat om een weerlegbaar vermoeden dat de VU de belastingplichtige is. Gezien de taak van de uitgever eveneens het publiek maken (lees: verspreiden) van het geschrift betreft, en hij/zij dus (al dan niet fysiek) deel uitmaakt van de belastbare handeling, is dit geen onverantwoord vermoeden. De belasting wordt hem/haar niet ten laste gelegd omwille van enige contractuele of niet contractuele fout, maar omwille van de rol in het verspreiden van het drukwerk waaraan de verantwoordelijke uitgever zijn of haar naam geeft. Het is belangrijk te benadrukken dat de verantwoordelijke uitgever de belasting in zijn/haar hoofde kan vermijden door de werkelijke opdrachtgever kenbaar te maken.
Verder wordt er een hoofdelijke aansprakelijkheid ingesteld ten aanzien van de drukker of producent, samen met de hierboven vermelde mogelijke belastingplichtigen. Ook zij zijn immers in zekere mate bij het belastbaar feit betrokken.
Er wordt voorzien in vier tariefschijven naargelang het gewicht van het verspreid drukwerk. Hoe hoger het gewicht, hoe hoger het tarief. Er is dan immers per verspreiding meer papier te verwerken. Het tarief van de zogenaamde gelijkgestelde producten, ligt gelijk met dat van de zwaarste drukwerken (>100g). Deze gelijkgestelde producten zijn immers moeilijker te verwerken dan papier en karton. Een minimumbelasting van 50 euro verhindert dat de verwerking van de belasting meer kost dan zij opbrengt. Deze tarieven zijn niet van die aard dat zij de handel (zie Raad van State arrest nr 50.241 dd. 16 november 1994) of de vrije meningsuiting (zie rechtbank van eerste aanleg Gent, 17 september 2018, rolnummer 17/904/A, onuitg.) belemmeren.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
In principe wordt de belasting bepaald rekening houdend met het aantal verspreide exemplaren. Wanneer geen aangifte wordt gedaan, kan door detectie toch worden vastgesteld dat een verspreiding heeft plaatsgevonden. Het juiste aantal van de verspreidingen kan echter niet worden vastgesteld. Wanneer de belasting ambtshalve – dus zonder aangifte en op basis van detectie – wordt gevestigd, wordt voor de berekening dan ook een weerlegbaar vermoeden gehanteerd waarbij uitgegaan wordt van een fictief aantal verspreidingen. Voor de gewone bus-aan-bus bedelingen, is dit aantal afhankelijk van de deelgemeente. Via bpost werden het aantal postbussen dat niet is uitgerust met een ‘geen drukwerk’-sticker verkregen (gegevens 2024). Voor elke deelgemeente waarin een verspreiding wordt vastgesteld, wordt dat aantal brievenbussen als aantal verspreidingen genomen. Deze gegevens werden verkregen per postcode en wijken lichtjes af van de gegevens die gebruikt werden voor het belastingreglement gedurende de legislatuur 2020-2025.
In het Lokaal Materialenplan 2023-2030 van OVAM wordt verwezen naar een ‘ja sticker’ voor reclamedrukwerk waarbij dan van de omgekeerde redenering uitgegaan wordt als vandaag. De grote groep ‘passieve’ burgers die geen uitdrukkelijke keuze maakt, zullen dan in de ‘neen’ groep vallen ipv de ‘ja’ groep. Hoewel de belasting ruimer is dan reclame (en de sticker niet zou gelden voor ongeadresseerde pers bvb) betekent dit toch dat in de toekomst mogelijk een extra herijking van deze aantallen aangewezen kan zijn, ipv te wachten tot de nieuwe legislatuur.
Voor displays zonder aangifte wordt uitgegaan van 350 exemplaren per standaard. Voor andere verspreidingen (voornamelijk via persoonlijke afgifte) wordt een forfaitaire aanslag gevestigd van 3.500 exemplaren.
De tarieven kunnen gecombineerd worden, indien eenzelfde drukwerk op verschillende wijzen wordt bedeeld.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging voorzien. Hierbij wordt de belasting enerzijds verhoogd naargelang de frequentie van de inbreuken op de aangifteverplichting en anderzijds naargelang de inbreuken te goeder of te kwader trouw plaatsvonden. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaalde belasting wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. De maximale belastingverhoging van 200% is slechts van toepassing op de belastingplichtige die herhaaldelijk of te kwader trouw inbreuken pleegt op de aangifteverplichting.
3.Vrijstellingen
Bepaalde boodschappen hebben een bijzondere functie, waardoor de verspreiding ervan via niet-geadresseerd drukwerk kan worden vrijgesteld.
Zo wordt het drukwerk, uitgaande van partijen of kandidaten op een verkiezingslijst voor één van de verschillende officiële verkiezingen, vrijgesteld. De vrijstelling is beperkt tot de sperperiode en tot twee weken na de verkiezingsdag. Tijdens deze periode, waarin de burger zijn mening dient te vormen om deze op georganiseerde manier te uiten in het stemhokje, is het verantwoord de noodzaak aan ideologische berichtgeving een tijdelijke voorrang te laten nemen op het ‘vervuiler betaalt’ principe van de belasting.
Om gelijkaardige redenen wordt drukwerk dat verband houdt met het aanvragen of organiseren van burgerinitiatieven in de gemeenteraad (zoals bedoeld in art. 309, 1e lid DLB, art. 304, §1 DLB en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad) niet belast. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn. Gezien deze initiatieven op om het even welk ogenblik kunnen worden opgestart, is deze vrijstelling niet in tijd beperkt. Deze laatste vrijstelling wordt ruim verwoord, zodat er geen twijfel kan zijn over het feit dat alle verspreidingen in het kader van burgerinitiatieven vrijgesteld zijn van de belasting.
In diezelfde visie is drukwerk, uitgaande van een Gentse bewonersgroep, dat informatie of opinievorming beoogt aangaande enkele concrete thema's, kan worden vrijgesteld om de participatie van de burger op vlak van milieubescherming, natuurbehoud, stedenbouw, ruimtelijke ordening en wijkontwikkeling te vereenvoudigen. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn.
De vrijheid van vergaderen, van vereniging en vrije meningsuiting zoals veruitwendigd in betogingen en protestacties is een andere vorm van participatie die het bestuur wil ondersteunen. Het bestuur is van oordeel dat dit belang in de huidige maatschappij dusdanig belangrijk is geworden dat de milieudoelstelling moet wijken voor een mogelijkheid tot betogen die zo vrij en onbelemmerd mogelijk is, binnen de perken uiteraard van de grondwettelijke grenzen zoals de onderwerping aan de politiewetten. Er wordt daarom een vrijstelling voorzien voor drukwerk tijdens betogingen en ter voorbereiding ervan, voor zover zij een verband houden met het thema van de betogingen.
De term 'betoging' wordt uitdrukkelijk gedefinieerd in het belastingreglement, als een vreedzame en ongewapende samenkomst van twee of meer personen op openbare wegen en pleinen, of op daarbij aansluitende niet-afgesloten terreinen, om een collectieve mening te uiten.
Drukwerk, uitgaande van een erkende vereniging, mag geacht worden een boodschap te verspreiden met een zeker maatschappelijk belang - reden ook waarom de vereniging erkend is. Ook in dat geval kiest het bestuur ervoor om de boodschappen van die verenigingen te laten opwegen tegen de verwerkingskost van de verspreiding.
Verder is het drukwerk dat uitsluitend de jaarlijkse dekenijfeesten of een werking van ‘samen aan zet’ ter kennis brengt, vrijgesteld gezien de Stad deze activiteiten zelf actief ondersteunt.
Bus-aan-bus verspreidingen en verspreidingen via display zijn vrijgesteld onder de cumulatieve voorwaarden dat het drukwerk een totaal gewicht van 8gram heeft én de totale oppervlakte van het drukwerk kleiner is dan 1 A4 formaat. Dit moet kleine lokale handelaars en initiatieven, zoals een bakker of toneelvereniging, de mogelijkheid bieden kleine verspreidingen te doen zonder door deze belasting te worden gevat. De impact van deze kleine verspreidingen op de papierafvalstroom is immers beperkt. De verwerkingskost aan de zijde van de administratie weegt ook niet op tegen deze potentiële inkomsten.
Voor verspreidingen via persoonlijke afgifte, is het minimaal gewicht of de minimale oppervlakte niet van toepassing. Deze bedelingen worden vaak even verder op straat of in een restfractie-vuilnisbak achtergelaten, wat de ophaling en verwerking niet ten goede komt.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats | |
| Categorie* | 7342400 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 927.123 |
| 2027 | 979.088 |
| 2028 | 1.001.516 |
| 2029 | 1.024.337 |
| 2030 | 1.044.824 |
| 2031 | 1.065.720 |
| Totaal | 6.042.607 |