Op 28 mei 2024 stuurde de Stad Gent een persbericht uit met als titel “Tweede ronde praktijktesten: 18 procent van geteste werkgevers discrimineert” (zie https://stad.gent/nl/over-gent-stadsbestuur/nieuws-evenementen/tweede-ronde-praktijktesten-18-procent-van-geteste-werkgevers-discrimineert). Deze praktijktesten werden uitgevoerd in opdracht van de Stad Gent, dat hiervoor het eigen stedelijke integratie- en inburgeringsagentschap Amal engageerde. Het agentschap werkte hiervoor vervolgens samen met prof. Verhaeghe van de VUB. De praktijktesten gebeurden in opvolging van een eerdere ronde, waarbij “men discriminatie vaststelde op basis van leeftijd, herkomst, genderidentiteit en fysieke beperking.”
De methodologie die bij de praktijktestonderzoeken gebruikt wordt (de zogeheten ‘correspondentietesten’), is van in het begin bekritiseerd geweest. Toch koos de Stad Gent er systematisch voor om zonder enig voorbehoud over de resultaten te communiceren: “werkgevers discrimineren”, “discriminatie werd vastgesteld”, enz. Daarbij beperkt het stadsbestuur zicht niet tot overleg en sensibilisering, maar is het expliciet de bedoeling om ook “juridische gevolgen” te koppelen aan de resultaten van de onderzoeken.
In opvolging van de voornoemde praktijktesten bezorgde het agentschap Amal – zoals afgesproken met het toenmalige college – de gegevens van 136 (bron: persbericht Stad Gent) of 118 (bron: persbericht Unia) “discriminerende” werkgevers aan Unia, met de bedoeling de werkgevers te confronteren met hun resultaten. In dat verband geraakte eind juni jl. bekend dat Unia naar 90 Gentse werkgevers een ingebrekestelling wegens discriminatie had gestuurd. Een voorafgaandelijk overleg met de bedrijven was er nooit geweest en – nadat er ophef was ontstaan over de aanpak – werden de ingebrekestellingen verkocht als “een uitgestoken hand”.
Schepen Van Braeckevelt erkende dat Unia’s manier van werken allesbehalve correct was en verklaarde in de pers: “Ik begrijp dat werkgevers boos zijn. Ook als stad vinden we een juridische ingebrekestelling geen goede basis voor een dialoog.” Tegelijk wees de schepen elke verantwoordelijkheid voor de aanpak door Unia van de hand. Nochtans is het gevoerde praktijktestbeleid heel duidelijk een initiatief van dit stadsbestuur. Het antwoord op de vragen ter zake tijdens de voorbije commissie WWOPP, o.a. van collega Rysermans, voegde hier weinig aan toe: erkenning dat Unia in de fout was gegaan, maar geen erkenning van enige verantwoordelijkheid vanwege het initiatief-nemende stadsbestuur.
De dag na de commissie reageerde werkgeversorganisatie VOKA scherp: de Gentse praktijktestaanpak met ingebrekestelling en gericht op juridische vervolging wordt zowel onwettig als onzorgvuldig genoemd. Discriminatie op basis van geslacht, handicap, leeftijd, afkomst, enz. valt uiteraard af te keuren en moet aangepakt worden, maar mensen – werkgevers of anderen – op wankele gronden gratuit beschuldigen van discriminatie is evenzeer af te keuren.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om bij Unia te bepleiten om geen verdere stappen te zetten wat betreft de in gebreke gestelde Gentse werkgevers.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om te erkennen dat de tot nog toe gebruikte praktijktesten geen valabel instrument zijn en hun doel voorbijschieten.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om zijn discriminatiebeleid om te vormen van juridiserend/bestraffend naar sensibiliserend, en om hierbij de verschillende sectoren (wonen, arbeidsmarkt, …) te betrekken op basis van een evenwichtig dialoogmodel.