De voorbije jaren hebben we het in de commissies, de themacommissie ombudsdienst en op deze gemeenteraad al vaker gehad over burgers die te maken krijgen met meerdere opeenvolgende GAS-boetes voor 1 fout. Het gaat bijvoorbeeld om iemand die voor zijn zaak een vergunning heeft om het autovrijgebied binnen te rijden. De vergunning vervalt en door een vergetelheid heeft men deze niet op tijd hernieuwd. Tegen dat men de eerste GAS-boete ontvangt en de fout kan rechtzetten heeft men vaak al meer dan 10 boetes opgestapeld die de dagen nadien dan in de bus vallen.
Dit fenomeen voelt heel wrang aan. Burgers die te goeder trouw vanaf men op de hoogte is gebracht hun vergunning in orde brengen, krijgen alsnog voor honderden euro’s boete.
Zowel de ombudsdienst als onze fractie hebben al meerdere malen gevraagd om deze situatie recht te zetten en een recht op vergissen in te voeren.
Bij mijn vorig voorstel tot raadsbesluit hierover op de gemeenteraad van juni 2024 haalde ik ook een recente rechtszaak aan over een reeks van dertien GAS-boetes voor overtredingen aan de knips bij Sint-Jacobs (één in elke richting, Ottogracht en Beverhoutplein) gedeeltelijk uit in het nadeel van de stad. De politierechtbank herleidde namelijk het aantal uitgeschreven GAS-boetes van dertien naar vier: één boete voor elke oorspronkelijke overtreding (één in elke richting) en dan nog twee boetes voor overtredingen begaan nadat de eerste kennisgeving al gegeven was.
De politierechter aanvaardde in deze het principe van ‘éénheid van opzet’ (Strafwetboek, art. 65, lid 1): omdat het telkens om dezelfde bestuurder ging die op dezelfde locatie met dezelfde wagen dezelfde inbreuk beging (vooraleer hierover in kennis te zijn gesteld), konden de inbreuken samen gezien worden als “een geheel van gedragingen” dat slechts één misdrijf uitmaakt (of twee – één in elke knip-richting). Ook het door de verdediging aangevoerde artikel 7 in de GAS-wet – dat verwijst naar meerdere samenlopende inbreuken die via één enkele administratieve sanctie te bestraffen zijn – gaat in diezelfde zin.
Voor onze fractie is dit recht op vergissen een belangrijk principe. Het spreekt voor zich dat dit niet kan dienen om overlastfenomenen, zoals sluikstorten of lawaaioverlast, minder te bestraffen. Het is dus belangrijk dat de oefening rond het recht op vergissen uitgebreid en doordacht gevoerd wordt.
In het antwoord op het rapport van de ombudsdienst stelde het College over het recht op vergissen: “Vergissen is menselijk. De Ombudsvrouw benadrukt het belang van de invoering van het ‘recht op vergissing’. Dit principe biedt burgers de kans om een fout recht te zetten zonder onterechte gevolgen, mits de fout eenmalig en onopzettelijk is en geen nadelige impact op anderen heeft. Het bestuursakkoord van de Stad Gent voor 2025-2030 benadrukt het belang van een bestuursstijl gebaseerd op vertrouwen en gezond verstand. Gent wil het recht op vergissen invoeren en verankeren binnen haar werking. Het principe werd daarom opgenomen in het bestuursakkoord. Burgers zullen de mogelijkheid krijgen om onopzettelijke fouten en vergissingen recht te zetten, zonder daarvoor meteen bestraft te worden. Het principe ‘recht op vergissen’ wordt de komende maanden verder verfijnd tot een werkbare definitie, met toepassingsvoorwaarden en -gebieden. Het recht op vergissen kan nadien op dienstniveau en in de verschillende reglementen van de Stad vertaald worden. Het stadsbestuur zal in nauw overleg met de Ombudsdienst het recht op vergissen invoeren binnen de stadswerking.”
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om een juridisch sluitende en stadsbrede definitie van het concept ‘recht op vergissen’ te ontwikkelen waarbij onder andere administratieve overtredingen na handelingen te goeder trouw gevat worden.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om bij de opmaak van de juridisch sluitende definitie van het concept ‘recht op vergissing’ maximaal aan te sluiten bij het lopende initiatief vanuit de Vlaamse Regering waarbij het concept ‘recht op vergissen’ wettelijk verankerd wordt binnen het Vlaamse bestuursdecreet.