Op 27 oktober jl. kondigde het stadsbestuur aan 7,5 miljoen euro vrij te maken voor de restauratie en renovatie van het Groot Vleeshuis. Tegelijk werd de toekomstige invulling van de majestueuze, begin 15de-eeuwse markthal bekend gemaakt: de komende 15 jaar zou het monument een ‘tijdelijke’ fietsenstalling worden. Daarnaast wordt onderzocht of er ook nog ‘een kleine economische invulling’ mogelijk is. Voor de restauratie wordt gerekend op 900.000 euro Vlaamse middelen, zo meldde het persbericht ter zake.
In een eerste reactie liet de Vlaamse minister van Onroerend erfgoed het volgende optekenen: “Ik ben geschrokken. Onze prioriteit ligt op het in stand houden van erfgoed. Maar we willen de eigenaars, de stad Gent in deze, ook aanzetten om na te denken over de bestemming. Het liefst zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke. Het valt te betwijfelen of een fietsenstalling de beste keuze is in een van de oudste, mooiste en meest waardevolle gebouwen van de stad.” De minister zegt in overleg te willen gaan met het Gentse stadsbestuur.
De Vlaamse bouwmeester – hoewel zelf geen tegenstander van de door het stadsbestuur aangekondigde invulling – is van mening dat er ruimte moet zijn voor debat en discussie wat betreft de toekomstige invulling van het gebouw. Dat Gentenaars hierover inderdaad een mening hebben, bleek de afgelopen dagen zowel op straat als op sociale media, en veelal is die mening wat dit dossier betreft moeilijk te verzoenen met wat het stadsbestuur voor ogen heeft.
Dat er geld wordt vrijgemaakt voor een restauratie is op zich vanzelfsprekend een goede zaak. Het Groot Vleeshuis is vandaag immers in bijzonder slechte staat. Dat is het gevolg van de jarenlange verwaarlozing van het gebouw door het stadsbestuur. De voorbije legislaturen werden alleen hoogdringende noodherstellingen gedaan, van een structurele aanpak was weinig sprake.
Deze non-aanpak is tekenend voor dit stadsbestuur. In februari 2021 nog schreven een groep academici verbonden aan het Henri Pirenne Instituut voor Middeleeuwse Studies van de Universiteit Gent bij wijze van uitgestoken hand een open brief aan het stadsbestuur, waarover ook in de gemeenteraad gedebatteerd werd. In de brief werd o.a. het volgende gesteld: “Dat het de politieke wereld aan langetermijnvisie ontbreekt, werd de laatste periode heel duidelijk.” Of ook: “Er is volgens ons eerst en vooral nood aan een globaal actieplan over hoe de stad precies met haar middeleeuws en ander historisch erfgoed wil omgaan.”
Dit ontbreken van een uitgewerkte, lange-termijn toekomstvisie voor ons nochtans ook op wereldvlak ronduit unieke middeleeuwse en ook (vroeg-)moderne patrimonium is moeilijk te begrijpen. Een masterplan wordt al jaren aangekondigd, maar is er tot op vandaag niet. De timing voor belangrijke erfgoeddossiers als de Opera, het Gravensteen of de Citadelsite is onduidelijk. Ook ons Gentse stadhuis is geen toonbeeld van zorgzaam erfgoedbeleid. De afbouw van de stedelijke dienst archeologie past binnen dit plaatje.
Ons Groot Vleeshuis verdient beter dan een ad hoc-ideetje. Voor een extra fietsstalling komen andere, recentere bouwsels in het stadscentrum misschien meer in aanmerking. Zoals andere belangrijke en unieke monumenten verdient het Groot Vleeshuis een eigen traject waarbij een open oproep, met publiek voorgestelde criteria, wordt gelanceerd om een onderbouwd plan voor te stellen voor de toekomstige invulling van het gerestaureerde Vleeshuis. Daarbij kan gemikt worden op zowel de cultuur- en erfgoedsector, als op ondernemers en handelaars of op andere geïnteresseerde burgers, organisaties of partijen. De ingediende projecten worden nadien ook publiek voorgesteld.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om een traject op te starten voor de toekomstige invulling van het Groot Vleeshuis. Daarbij wordt een open oproep gelanceerd waarbij geïnteresseerde partijen hun plan voor de toekomstige invulling van het gebouw kunnen voorstellen. Over de ingediende voorstellen en de verdere beoordelingsprocedure wordt ook publiek gecommuniceerd.