Terug
Gepubliceerd op 27/01/2023

2023_CBS_00734 - Afspraken over werkwijze omgevingsvergunningsaanvragen met MER-screeningsnota na Wasserijsite-arrest 6/10/2022 - Bijgestuurde werkwijze - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 26/01/2023 - 08:30 Collegezaal
Datum beslissing: do 26/01/2023 - 09:33
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Filip Watteeuw, schepen
2023_CBS_00734 - Afspraken over werkwijze omgevingsvergunningsaanvragen met MER-screeningsnota na Wasserijsite-arrest 6/10/2022 - Bijgestuurde werkwijze - Goedkeuring 2023_CBS_00734 - Afspraken over werkwijze omgevingsvergunningsaanvragen met MER-screeningsnota na Wasserijsite-arrest 6/10/2022 - Bijgestuurde werkwijze - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, § 2.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014, artikel 15, § 1.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Eerder vernietigde de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RVVB) de vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen én de deputatie over de Wasserijsite in Sint-Amandsberg (OMV_2020061637).

Jaarlijks worden door stadsdiensten en door met de Stad Gent verbonden rechtspersonen een groot aantal omgevingsvergunningsaanvragen ingediend die mer-screeningsplichtig zijn omdat zij in het MER-besluit van 2014 op de lijst van bijlage III (de categorieën van projecten waarvoor overeenkomstig artikel 4.3.2, § 2bis en § 3bis, van het decreet een project-MER of een project-m.e.r.-screeningsnota moet worden opgesteld) voorkomen. Het gaat om stads(ontwikkelings-)projecten, wegen, e.d. maar ook alle wijzigingen aan bestaande projecten.
 Volgens de interpretatie van de RVVB zouden al deze aanvragen ingediend moeten worden bij de provincie, en niet langer bij de Stad Gent.

Na overleg met de Provinciale Omgevingsambtenaar (POA) werd – in afwachting van een uitspraak door de Raad van State over dit betwistbaar arrest – een voorstel uitgewerkt met een pragmatische werkwijze zodat een minimale bijkomende werklast wordt gecreëerd.

1° Alle aanvragen van stadsdiensten en van met de stad Gent verbonden rechtspersonen, die mer-screeningsplichtig zijn, worden bij de provincie ingediend in eerste aanleg. De aanvrager dient zelf na te gaan of het project mer-screeningsplichtig is, en – in bepaalde gevallen – of de aanvraag te kwalificeren is als een aanvraag die uitgaat van het stadsbestuur dan wel of de aanvraag geen uitvoering geeft aan het stedelijk beleid. In dit laatste geval blijft de gemeente bevoegde overheid.

2° De provincie onderzoekt voor al deze “stedelijke aanvragen” - in het kader van de ontvankelijkheid en volledigheid - de inhoud van de mer-screeningsnota.

3° De mer-screeningsnota (d.i. de vragen hierover in het omgevingsloket) moet door de aanvrager zorgvuldig ingevuld worden:

  • Dit houdt in dat eerst aangeduid wordt welke milieueffecten (zelfs kleine) er kunnen optreden in de aanlegfase en in de exploitatiefase.
    • Vervolgens geeft de aanvrager effect per effect aan waarom een effect al dan niet aanzienlijk is in de zin dat het effect geen MER-plicht met zich mee brengt.

4° De POA beslist dan

  • ofwel dat er geen MER-plicht is: in dit geval wordt de aanvraag doorgestuurd naar de gemeente, die bevoegde overheid is.
    • ofwel dat er wel een MER-plicht is : in dit geval wordt de procedure stop gezet omdat de aanvraag onvolledig is.

 

In de brief van 8 december 2022 geeft de deputatie aan niet langer de hierboven afgesproken werkwijze te zullen volgen.

Het komt er op neer dat de lokale besturen de keuze hebben tussen:

1/ de gemeentelijke omgevingsvergunningsdossiers die door het arrest worden geviseerd in te dienen bij de provincie. In dat geval zal ook de deputatie de beslissing in 1e aanleg nemen over dit dossier. Het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar zal in deze dossiers om advies gevraagd worden.

2/ de geviseerde gemeentelijke omgevingsvergunningsdossiers kunnen verder bij het eigen college van burgemeester en schepenen ingediend worden.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het gewijzigde standpunt van de provincie noodzaakt de Stad om ook haar werkwijze aan te passen.


VOORKEURSSCENARIO

De aanvrager maakt zelf een afweging of dossier wel of niet gevat wordt door dit arrest.

-> voor eigen stadsdossiers: duidelijk ‘ja’ -> indienen bij provincie
-> voor bepaalde organisaties: duidelijk nee -> de Stad blijft bevoegd
 -> twijfelgevallen -> eigen verantwoordelijkheid van aanvrager, toetsing aan 2 vragen (zie brief)


OVERWOGEN, MAAR NIET WEERHOUDEN ALTERNATIEVEN

1/ Behoud huidige werkwijze
-> we behouden huidige afspraken zoals overeengekomen met de POA
-> provincie stuurt weliswaar geen dossiers terug en beslist over alle ingediende aanvragen

 -> gevolg: nieuw risico dat dossiers worden aangevochten omdat ze door foute vergunningverlenende overheid zijn verleend


2/ We behandelen alle dossiers zelf en geven niet langer gevolg aan het arrest

-> rekenen daarbij op een interventie vanuit Vlaanderen (omzendbrief of dergelijke…)

 -> gevolg: zolang er geen interventie vanuit Vlaanderen volgt, blijft er risico op procedureslag.

Activiteit

AC34300 Behandelen van omgevingsvergunningen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Gaat akkoord met de voorgestelde – bijgestuurde – werkwijze als gevolg van het gewijzigde standpunt van de provincie i.v.m. het Wasserijsite-arrest.

Artikel 2

Gaat akkoord met de inhoud van de brief die deze aangepaste werkwijze toelicht en deze te versturen naar de stedelijke diensten en rechtspersonen verbonden aan de Stad Gent.


Bijlagen

  • Brief 8 december 2022 aan college
  • Collegebrief
  • Aan te schrijven diensten