Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikelen 119 en 135, § 2.
Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en haar latere wijzigingen.
Wet op het politieambt, artikelen 5/6, 14 en 30.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1.
Naar aanleiding van een zeer uitvoerige klacht betreffende geluidshinder in de omgeving van de Krook, vond er een overleg plaats tussen verschillende betrokken diensten (dienst preventie voor veiligheid, dienst beleidsparticipatie, dienst toezicht, juridische dienst en lokale politie).
Conclusie van dit overleg was dat de aanwezigheid van draagbare geluidsboxen op verschillende locaties in de stad meer en meer voor zeer ernstige overlast zorgt, zeker in de nachtelijke uren. Het probleem stelde zich niet enkel aan de Krook, maar ook uit de buurt van het Muinkpark, Citadelpark, Coyendanspark, Gras- en Korenlei, etc... komen soortgelijke meldingen. De corona-crisis heeft de buitencultuur overduidelijk een grote boost gegeven.
Een overzicht van dergelijke meldingen en klachten gaat als bijlage.
Met het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 januari 1998, is er reeds een verbod op het niet-vergunde gebruik van geluidsversterking op openbare plaatsen (artikel 5) én een verbod op nachtgerucht (artikel 7) in voege maar de handhaving middels een gemeentelijke administratieve sanctie blijkt niet adequaat voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust. Gelet op de zware administratieve procedure die de GAS wet voorziet kan de effectieve administratieve geldboete immers pas ten vroegste weken na de inbreuk worden opgelegd, waardoor GAS geen structurele oplossing vormt voor het overlastprobleem ter plaatse. Bovendien is het volgens politie bijzonder moeilijk om overtreders te identificeren wanneer de eigenaar of bezitter van de draagbare speaker zich niet als dusdanig bekend maakt.
Een preventieve politiemaatregel waarbij de bron van de overlast per direct wordt weggenomen, werd door alle partijen betrokken bij voormeld overleg als noodzakelijk gezien.
In het kader van de bestrijding van een verdere verspreiding van het corona-virus COVID-19 is de mogelijkheid om dergelijke geluidsboxen onmiddellijk bestuurlijk in beslag te nemen reeds een zeer adequaat instrument gebleken. Middels een politieverordening van 25 februari 2021 werd die mogelijkheid tot bestuurlijk beslag ingevoerd ter vrijwaring van de openbare gezondheid: de aanwezigheid van geluidsboxen zorgde immers voor uitbundige samenscholingen, in strijd met de toen geldende corona-maatregelen.
De aanwezigheid van elektronisch versterkte muziek in de latere uren leidt tot een onaanvaardbare aantasting van die rust en brengt ook de leefbaarheid van de stad in het gedrang. Daarom werd met een politieverordening van de burgemeester van 30 juni 2021, genomen in toepassing van artikel 134, § 1, van de nieuwe gemeentewet aan politie de mogelijkheid geboden om tussen 22 u. ’s avonds en 06 u. ’s morgens bronnen van geluidsversterking die de nachtrust verstoren in beslag te nemen als preventieve politiemaatregel. Het bestuurlijk beslag beoogt de onmiddellijke vrijwaring en het herstel van de openbare rust.
De inbeslagname is een dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare rust. Het is dus geen straf maar een preventieve handeling, zonder eigendomsoverdracht, die een verstoring van de openbare rust moet doen ophouden.
Artikel 30 van de wet op het politieambt voorziet in een bestuurlijke inbeslagneming van voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven en de lichamelijke integriteit van personen. Maar in geval van overlast en verstoring van de openbare rust kan hier geen beroep op gedaan worden. Daarom dat middels voorliggende politieverordening voorzien wordt in een bestuurlijk beslag in geval van overlast en ter vrijwaring van de openbare rust.
Krachtens artikels 41 en 162 van de Grondwet en de artikelen 2 juncto 40 van het decreet over het lokaal bestuur regelt de gemeenteraad alles wat van gemeentelijk belang is en kunnen de gemeenten daartoe "alle handelingen stellen die niet door een wet zijn verboden" (Cass. 6 april 1922, Pas. 1922, I, 235; R.v.St. BERGHMANS en cons. nr. 20840, 6 januari 1981; artikel 40, §1 decreet over het lokaal bestuur; artikel 162 grondwet). De gemeente is op grond van artikel 135 nieuwe gemeentewet bevoegd om geluidshinder met preventieve politiemaatregelen tegen te gaan. Onder meer preventieve politiemaatregelen aangepast aan de concrete ordehandhavingsbehoefte (zoals een (tijdelijke) inbeslagname van een geluidstoestel (bv. muziekinstallatie)) om rustverstoring te voorkomen of verdere rustverstoring tegen te gaan, worden in principe toegestaan door de Raad van State.
Voormelde politieverordening eindigt op 1 september 2021. De maatregel van het bestuurlijk beslag van geluidstoestellen wordt door politie echter uitermate positief geëvalueerd, getuige volgende passage uit een e-mail van het diensthoofd van de stafdienst van de lokale politie van 19 augustus 2021:
"We kunnen concluderen dat de bevoegdheid om tussen 22 u. ’s avonds en 06 u. ’s morgens bronnen van geluidsversterking in beslag te kunnen nemen als preventieve politiemaatregel zeer effectief gebleken is in de aanpak van nachtlawaai door gebruik van elektronisch versterkte muziek. Enerzijds voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust bij klachten. Anderzijds is het aantal 101-meldingen en klachten sterk gedaald door het preventieve effect dat uitgaat van het bestaan van de mogelijkheid dat men zijn luidspreker tijdelijk kan kwijtspelen.
[...]
Gelet op het aangetoonde preventieve effect van de maatregel ingevoerd met de politieverordening van 30 juni 2021 is een verlenging van die maatregel wenselijk en noodzakelijk.
Aangezien de politieverordening van 30 juni 2021 eindigt op 1 september 2021, de eerstvolgende zitting van de gemeenteraad plaatsvindt op 7 september 2021 en de handhaving op het terrein alle baat heeft bij een zekere continuïteit, wordt bij deze, met toepassing van artikel 134, § 1, van de nieuwe gemeentewet, de mogelijkheid tot het bestuurlijk in beslag nemen van bronnen van elektronische geluidsversterking die aanleiding geven tot een verstoring van de nachtrust verlengd tot en met 31 december 2021.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Bekrachtigt de "Politieverordening burgemeester tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidshinder door elektronische geluidsversterking" genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet van 27 augustus 2021.