Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, art. 60§7.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77
Op 26/4/2021 keurde de Raad voor Maatschappelijk Welzijn een aantal maatregelen goed die erop gericht waren om de activering van leefloongerechtigden via de tewerkstellingsmaatregel art. 60§7 te stimuleren na de coronacrisis van 2020. Eén van deze maatregelen is de vrijstelling van de bijdrage voor de ter beschikking gestelde artikel 60§7-medewerkers. De vrijstelling gold zowel voor de lopende art. 60§7-medewerkers als voor de nieuwe starters vanaf 1/5/2021 tot 31/12/2021. Voor werknemers die in deze periode ter beschikking gesteld worden van een niet-commerciële partner blijft de vrijstelling behouden tot het einde van de terbeschikkingstelling van de betrokken werknemer.
Aangezien de maatregelen nog maar een korte periode van toepassing zijn kunnen we nog maar beperkte resultaten geven. Enkele nieuwe organisaties contacteerden het OCMW om samen te werken in het kader van art. 60§7. We verwijzen naar de nota in bijlage.
De corona-crisis ging gepaard met een economische terugval, maar toch is er op vandaag nog steeds een krapte op de arbeidsmarkt. Dit speelt in het voordeel van werkzoekenden die op het vlak van capaciteiten niet veraf van de reguliere arbeidsmarkt staan. Voor de zwakkere doelgroep blijven bepaalde drempels voor doorstroom naar het reguliere circuit hardnekkig aanwezig. Voor hen kan een artikel 60-tewerkstelling wel die doorgroei betekenen. Om de niet-commerciële partners hierin maximaal te betrekken, en dit binnen een context van veel onzekerheden ingevolge corona, stelt de Dienst Werk en Activering voor om de vrijstelling van de bijdrage voor de ter beschikking gestelde artikel 60§7-medewerkers met één jaar te verlengen, dus van 1/1/2022 tot en met 31/12/2022. Deze vrijstelling wordt niet toegepast bij niet-commerciële partners voor artikel 60§7-medewerkers in horecafuncties of in de functie van chauffeur. De vraag naar invulling van deze functies bij het DBSE is immers nu reeds zeer hoog. Een vrijstelling van bijdrage voor deze functies voor de niet-commerciële partners zou deze nood bij het DBSE nog hoger maken.
In de budgetopmaak 2022 werd al rekening gehouden met een deel minder inkomsten uit de non-profit art. 60§7. Het wegvallen van de opbrengst in 2022 (gebudgetteerd op 15.000 EUR) door de verlenging van de maatregel kan volledig gecompenseerd worden in het voorziene uitgaande budget voor artikel 60§7. Deze compensatie zal geen significante impact hebben op de groeiambitie van artikel 60.
De maatregelen die werden ingevoerd voor de commerciële partners worden niet verlengd. De cliënten die aan de slag kunnen bij deze commerciële partners zijn doorgaans iets sterkere profielen, waardoor de algemene krapte op de arbeidsmarkt al een voldoende stimulans is voor privébedrijven om in te stappen in de maatregel art. 60§7 privé en voor aanwerving van de opgeleide medewerker nadien. In de nota in bijlage wordt dit verder toegelicht.
| Dienst* | Dienst Werk en Activering |
| Budgetplaats | D3811 |
| Categorie* | 62* |
| Subsidiecode | NVT |
| 2022 | -15.000 |
| Totaal | 0 |
| Dienst* | Dienst Werk en Activering |
| Budgetplaats | D3811 |
| Categorie* | 701 50 10/7015011 |
| Subsidiecode | NVT |
| 2022 | -15.000 |
| Totaal | 0 |
Keurt goed een verlenging van de vrijstelling van bijdrage voor de ter beschikking gestelde artikel 60§7-medewerkers bij de niet-commerciële partners van 1/1/2022 tot en met 31/12/2022.
Keurt goed het hernemen van de bijdrage voor de nieuwe ter beschikking gestelde artikel 60§7-medewerkers bij de niet-commerciële partners in horecafuncties en functie chauffeur vanaf 1/1/2022.
Keurt goed de aangepaste modelovereenkomst in het kader van de terbeschikkingstelling van werknemers met artikel 60§7, zoals gevoegd in bijlage.