Terug
Gepubliceerd op 08/11/2019

2019_GRMW_01211 - Belasting op de motoren voor het aanslagjaar 2020 - Goedkeuring

Themacommissie
do 14/11/2019 - 19:30 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Rudy Coddens
2019_GRMW_01211 - Belasting op de motoren voor het aanslagjaar 2020 - Goedkeuring 2019_GRMW_01211 - Belasting op de motoren voor het aanslagjaar 2020 - Goedkeuring

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • De Grondwet, artikel 170;

     

  • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
 

Niet digitale bijlagen

 

 

Voorgestelde uitgaven

€ 0,00

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

De belasting op de motoren werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2019.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.

Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor de motoren gebruikt voor een economische exploitatie. Het is verantwoord van de economische actoren op het grondgebied een bijdrage te vragen aan de algemene financiering van de stad. Deze bedrijven en ondernemers genieten immers mee van de dienstverlening van de stad, zoals aangelegde wegen, ondersteuning voor ondernemingen, straatverlichting, …

De economische actoren kunnen, in tegenstelling tot de inwoners via de Aanvullende Gemeentelijke Personenbelasting, niet worden belast gebaseerd op hun inkomsten. Opcentiemen op de vennootschapsbelasting zijn verboden (art 464 WIB92). Om de fiscale druk van dit belastingreglement toch te spreiden op basis van hun financiële draagkracht, wordt in eerste instantie de oppervlakte van de vestiging genomen als maatstaf voor de omvang van de activiteiten. Dit criterium wordt reeds geruime tijd door de rechtspraak aanvaard (zie o.m. Gent 23 januari 2007, Reidanus / Stad Gent).

De belastbare grondslag  is het vermogen van alle motoren (verbrandingsmotoren, elektrische) gebruikt voor de exploitatie van een bedrijf hetgeen een indicator is voor het belang en de kapitaalkracht van die activiteit. De belasting wordt niet geheven voor de eerste 15 KW.

Het reglement voorziet twee methodieken van berekening :

Algemene berekeningswijze belastbaar vermogen- geïnstalleerd vermogen:
Als belastbaar vermogen geldt het totaal opgesteld vermogen van alle motoren die beschikbaar waren in het bedrijf gedurende het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Er wordt een momentopname (inventaris) gevraagd per 1 januari van het belastingjaar. Motoren voor het eerst geplaatst gedurende het voorgaande werkjaar of die stilliggen voor tenminste 30 kalenderdagen worden naar rato van het aantal maanden van werkelijke ingebruikname belast.

In werkelijkheid werken nooit alle motoren terzelfdertijd op een maximum vermogen en dit gedurende het gehele jaar. Om dit te regulariseren werden in het reglement een aantal correctiefactoren ingebouwd die ervoor moeten zorgen dat de werkelijkheid zo goed als mogelijk wordt benaderd (voornamelijk stilstanden van minstens een maand, vrijstelling voor reservemotoren en wisselmotoren, en 1% vermindering per extra motor, beperkt tot 30%).

Alternatieve berekeningswijze (expliciet aan te vragen)- gemiddeld kwartiervermogen

Aangezien hoger vermelde werkmethode vrij arbeidsintensief is voor de belastingplichtige met een aanzienlijk motorenpark (jaarlijkse inventarisatie motoren) werd in het reglement een alternatieve berekeningswijze voorzien op basis van het maandelijks kwartiervermogen.

Voor die methode moet het bedrijf expliciet kiezen en dit schriftelijk aan het stadsbestuur te kennen geven én beschikken over de nodige meetapparatuur. Bij aanvang van het gebruik van aangifte op basis van kwartiervermogen, wordt een aangifte volgens de normale methode + vermelding van de kwartiervermogens ingediend.

Het maandelijks kwartiervermogen is het maximum vermogen dat tijdens eender welk kwartier (=eender welk tijdspanne van 15 minuten) van die maand door de meetapparatuur werd geregistreerd. Maw registreert de meetapparatuur de ganse maand tijdens elk kwartier 100KW en slechts één kwartier 150KW (door plots inschakelen van alle motoren) dan bedraagt het maandelijks kwartiervermogen 150KW. Deze metingen worden geverifieerd op basis van de facturen van de energieleverancier.

In het eerste jaar wordt een verhoudingsfactor bepaald tussen het ‘geïnstalleerd vermogen’ en het ‘kwartiervermogen’: Vf=A/B

A: belastbaar vermogen van het jaar A (referentiejaar) waarin op basis van het geïnstalleerd vermogen laatst op basis van het geïnstalleerd vermogen werd belast. (enkel elektrische motoren)

B: rekenkundig gemiddelde van de twaalf maandelijkse kwartiervermogens van het jaar A

De belastbare (elektrische) drijfkracht wordt in de volgende jaren dan berekend als Vf*B’, waarbij B’ het rekenkundig gemiddelde van de maandelijkse kwartiervermogens van het betreffend aanslagjaar is. Verbrandingsmotoren worden bovenop afzonderlijk berekend.

De coëfficiënt van het referentiejaar (A) wordt aangehouden. Wanneer door mogelijke wijzigingen in het opgesteld vermogen, het rekenkundig gemiddelde van de kwartiervermogens van het aanslagjaar 20% in plus of min verschilt van het wordt een nieuwe inventarisatie van de motoren gevraagd en wordt een  nieuwe verhoudingsfactor berekend.

Beide berekeningen (geïnstalleerd vermogen en gemiddeld kwartiervermogen) leiden ongeveer tot eenzelfde resultaat. Elk bedrijf moet zelf uitmaken welke berekeningswijze het beste uitkomt afhankelijk van de tijd die men moet steken in de administratieve verwerking.

 

 

Verder worden tal van vrijstellingen voorzien, die soms vrij technisch van aard zijn.

We vermijden uitdrukkelijk vermenging met de verkeersbelasting op autovoertuigen.

Toestellen die gedragen gebruikt worden, en die dus eerder klein van vermogen zijn en bovendien moeilijk te inventariseren omdat zij geen vaste plaats hebben, worden ook uitgesloten.

Om te vermijden dat hezelfde vermogen tweemaal belast wordt (bij opwekken en bij gebruiken), is een vrijstelling voorzien van de motor die een elektrogenerator drijft en die perslucht aanmaakt. 

Het regelen van druk in aardgasleidingen betreft een bijzodner veiligheidsrisico, waarvan niet een incentive mag gegeven worden om hierop te besparen. Deze motoren zijn daarom uitgesloten.

De Stad Gent stimuleert starters op verschillende manieren, onder meer met het startersloket. Het bestuur wil zo Gent aantrekkelijk maken voor nieuwe ondernemers. Starters die zich ontwikkelen tot sterke lokale ondernemingen, maar ook gevestigde waarden die een vestiging in Gent starten, brengen heel wat voordelen mee op vlak van werkgelegenheid, dienstverlening naar de burger, … Het is daarom verantwoord deze starters te ondersteunen in het kader van dit belastingreglement, door een tijdelijke vrijstelling van 3 jaar te verlenen aan nieuwe bedrijven. Die periode kan dan door de nieuwe vestiging gebruikt worden om de leefbaarheid van de vestiging in Gent te analyseren en verderzetting te beoordelen. Het verleden heeft aangetoond dat dit begrip ‘nieuwe bedrijven’ grondig moet worden gedefinieerd om misbruiken te vermijden.

Het gaat in eerste instantie om die ondernemingen die voorheen nog geen vestiging exploiteerden op het grondgebied van Gent. Een tweede Gentse vestiging van een bestaande onderneming is geen nieuwe vestiging, waarvan de leefbaarheid in Gent nog moet worden onderzocht. Evenmin kan een zelfstandige, die zijn activiteiten in een vennootschap onderbrengt, gezien worden als een nieuwe onderneming. Het gaat om het verderzetten van bestaande activiteiten, en zelfs over het verderzetten van dezelfde vestiging. Ook het verhuizen van een vestiging binnen Gent, kan niet als een nieuwe vestiging gezien worden, ook al was er op de nieuwe locatie voorheen geen vestiging is en is er geen andere vestiging (meer) op het grondgebied. Kortom moet het gaat om een vestiging van een belastingplichtige die voorheen geen vestiging exploiteerde op het grondgebied van Gent, en mag die belastingplichtige ook niet ontstaan zijn door wijziging, samenvoeging of splitsing, juridisch of op andere wijze, van een dergelijke natuurlijke of rechtspersoon of erdoor zijn opgericht.

Daarnaast is er een gedeeltelijke vrijstelling bij aanzienlijke uitbreidingen: wanneer het motorenpark in 1 jaar tijd mt minstens 20% uitbreidt, kan ervan uitgegaan worden dat nog niet onmiddellijk de volledige rendabiliteit wordt gehaald.Op die uitbreiding wordt dan ook een vrijstelling gegeven zoals op een nieuwe vestiging. 

In 2014 werd een vrijstelling toegevoegd voor de motoren in windmolens, gezien de positieve invloed van deze motoren op de klimaatdoelstellingen van de Stad.

 

 

De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.

 

Overzicht van de uitgaven

 

 

Overzicht van de inkomsten

Dienst* Belastingen
Budgetplaats 7340200
Categorie*  
Subsidiecode  
2020 14.034.600
2021  
2022  
2023  
2024  
2025  
Totaal 14.034.600 
 

Verwachte ontvangsten

€ 14.034.600,00

Besluit

De themacommissie legt het volgende voor aan de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn:

Artikel 1

Keurt goed het reglement 'Belasting op de motoren' zoals gevoegd in bijlage en met ingang van 1 januari 2020.
 

Bijlagen