De Grondwet, artikel 170;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op de pompen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2019.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verstrekken van toeristische logies zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet houdende het toeristische logies van 5 februari 2016.
Het gaat om alle logiesvormen uit het logiesdecreet, behoudens de uitzonderingen verder vermeld.De toepassing van deze belasting verhindert op zich niet de toepassing van de belasting op woningen zonder inschrijving in het bevolkingsregister ('tweede verblijven').
Het is gerechtvaardigd om een financiële bijdrage te vragen aan de logiesverstrekkende sector, die specifiek voordeel haalt uit de financiële inspanningen van het stadsbestuur om de Stad toeristisch te promoten en aantrekkelijk te maken voor o.a. verblijfstoerisme.
Gezien de Stad Gent het jeugdtoerisme bijkomend wenst te promoten, is het gerechtvaardigd alleen die overnachtingen van volwassenen – vanaf 18 jaar – te laten meetellen voor het berekenen van de belasting.
De belastingplichtige is de uitbater van de logies. Het is hij die het voordeel haalt uit de investeringen van de Stad Gent in het toerisme, gezien dit een vraag naar overnachtingen creëert waar de uitbater op inspeelt met zijn activiteit.
Het tarief wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 2,83 euro per overnachting. Op die manier wordt de financiële last van deze bijkomende belasting, gespreid over alle aanbieders van toeristische logies naargelang het aantal toeristen dat zij ontvangen. Er wordt uitdrukkelijk geen rekening gehouden met het tarief van de bedden die worden aangeboden, om enige discussie rond de toepassing van artikel 464 WIB92 te vermijden (verbod op belastingen bepaald op de omzet). Daardoor wordt de belasting slechts bij benadering verdeeld overeenkomstig de financiële draagkracht van de logiesuitbaters. Het Hof van Cassatie heeft in het verleden echter bevestigd dat de verschillende vermogenstoestanden van de belastingplichtigen slechts op vereenvoudigde en benaderende wijze kunnen opgevangen worden in een belastingreglement (Cass. 1 oktober 1999, AR F.98.0111.N, Provincie Limburg / Mijnen NV, Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2000/5, 80)
Het is voor de toepassing van dit belastingreglement niet relevant of de concrete overnachting al dan niet betalend is. Hoewel het Logiesdecreet van 5 februari 2016 de toeristische logies aanduid als de inrichting die aan een of meer toeristen tegen betaling wordt aangeboden op de toeristische markt, verhindert dit niet om de occasionele niet-betalende overnachtingen gelijk te belasten met de betalende overnachtingen, zo lang het logies maar doorgaans tegen betaling wordt aangeboden op de markt en dus principieel onder de toepassing van het decreet (en het belastingreglement) valt.
Het aantal overnachtingen moet per semester in een aangifte worden gerapporteerd. Voor de startende uitbatingen, gebeurt dit aan de hand van een register dat de administratie ter beschikking stelt. Uit dit register kan op elk moment de precieze bezetting van de uitbating worden nagegaan. Per maand wordt voorzien in een totaal, wat meteen de basis is voor de berekening van de belasting voor die maand. Het register moet steeds ter inzage liggen in de uitbating, of voor vakantiewoningen (inc AirBNB) op een vooraf afgesproken locatie.
Het reglement voorziet eveneens in een afwijkend register in de vorm voorgesteld door de uitbater, voor zover deze vorm aan een aantal minimumvereisten voldoet en door het college van burgemeester en schepenen uitdrukkelijk wordt goedgekeurd. Zo vermindert de administratieve last voor die uitbaters die over een geautomatiseerd systeem voor in- en uitchecken beschikken, en waaruit op elk moment een bezettings- en overzichtsrapport kan worden getrokken.
Onder bepaalde omstandigheden wordt de uitbater van de registerplicht ontheven. Dit is het geval wanneer de uitbater het register minimaal de 4 voorgaande semesters correct werd gebruikt, er geen boetes of ambtshalve belastingverhoging werden toegepast en er geen fiscale betwisting lopende is. Er is dan een zekere vertrouwensband opgebouwd met de uitbater, die verantwoord dat het bijhouden van een register niet meer noodzakelijk is. Uiteraard blijft controle aan de hand van andere documenten – bvb boekhouding – steeds mogelijk. Voor die uitbatingen die niet meer aan de registerplicht zijn onderworpen, wordt in een aangifteformulier voorzien waarin de totalen per maand ook per semester moeten worden aangegeven.
De registerplicht kan terug van kracht worden, indien niet meer aan de voorwaarden is voldaan – de vertrouwensband is dan verbroken – of indien de aangegeven overnachtingen dalen met minstens 30% ten opzichte van het corresponderende semester van het vorig aanslagjaar, of met minstens 20% op jaarbasis. Deze percentages zijn het resultaat van een studie van de gemiddelde afwijkingen in de sector voorafgaand aan het voorwaardelijk vrijstellen van registerplicht in 2018.
Voor de uitbatingen die slechts 1 entiteit aanbieden (1 kamer, een volledig vakantiehuis, ...) wordt met een forfait per bed gewerkt. Op die manier wordt toch een benadering gemaakt van de draagkracht van de uitbater, terwijl de administratie vereenvoudigt voor zowel de uitbater (geen dagelijks bijwerken van een register, register ter plaatse houden, ...) als de Stad. Op basis van de gemiddelde bezetting in de voorbije in dit segment, wordt gekozen voor een forfait dat overeenkomt met ca. 30% bezetting.
Bepaalde logies of overnachtingen worden aangemoedigd in het kader van het beleid van de Stad Gent. Het is dan gepast een vrijstelling voor die overnachtingen te voorzien, gezien de belasting in de praktijk wordt doorgerekend en de belasting deze doelgroepen dus zou ontraden om in Gent verblijfstoerisme te beleven.
Ter ondersteuning van het jeugdtoerisme in brede zin (ruimer dan minderjarigen), is een vrijstelling voorzien voor de logiesverstrekkende bedrijven erkend als hostel met label jeugdtoerisme zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en de financiële ondersteuning van verblijven in het kader van “Toerisme voor Allen” van 28 mei 2004. Het begrip ‘jeugdherberg’ wordt in de Vlaamse regelgeving niet gedefinieerd, maar sluit nog het best aan bij deze omschrijving.
Er wordt uitdrukkelijk gekozen voor een erkenning, zodat geen discrepantie kan ontstaan tussen de beoordeling van Toerisme Vlaanderen en de eigen stedelijke diensten. Er wordt specifiek voor deze erkenning gekozen, omdat zij inhoudt dat een hostel voor minimaal 50% van haar overnachtingen per kalenderjaar door jongeren onder de 26 jaar wordt bezet.
Verder zijn in artikel 3 van het decreet een aantal verblijfsvormen opgenomen die typisch het jeugd- en jongerentoerisme betreffen, en om diezelfde reden zijn vrijgesteld. Gezien zij buiten de toepassing van het decreet vallen, en het reglement uitdrukkelijk naar het decreet verwijst, is dit in feite slechts een verduidelijking. Het betreft de kampeerterreinen voor maximaal 75 kalenderdagen voor georganiseerde kampen, de jeugdverblijfcentra, bivakzones, en de lokalen van jeugdverenigingen waar maximaal 60 kalenderdagen per jaar gekampeerd/verbleven kan worden.
Tot slot wordt het budgetvriendelijk toerisme ondersteund door specifiek die boekingen geplaatst via het Steunpunt Vakantieparticipatie vrij te stellen van de berekening van de belasting. Het steunpunt Vakantieparticipatie is een krachtig netwerk en uniek in de wereld. De Vlaamse overheid brengt vraag en aanbod samen en speelt de rol van facilitator: Steunpunt Vakantieparticipatie onderhandelt met attracties, logiesuitbaters en vakantie-aanbieders over sociale tarieven voor kansarme vakantiegangers. Via sociale organisaties komt dit aanbod terecht bij de mensen die het echt nodig hebben. In Gent gaat het onder meer over de stadsmusea en enkele hostels.
Deze vrijstelling versterkt dat effect, en wordt in de praktijk verrekend met de belasting verschuldigd voor het 2e semester, wanneer de cijfers voor het hele voorbije jaar via het Steunpunt verkregen worden. In de praktijk is slechts een miniem aantal overnachtingen niet al vrijgesteld omdat zij in een ‘jeugdherberg’ plaatsvinden. Toch is de vrijstelling een signaal van het beleid van de Stad Gent.
De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats | 7341900 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | 3.545.000 |
| 2021 | 3.745.200 |
| 2022 | 3.957.807 |
| 2023 | 4.171.040 |
| 2024 | 4.428.122 |
| 2025 | 4.626.287 |
| Totaal | 24.473.456 |