Terug

2020_GRMW_01159 - Tijdelijke politieverordening burgemeester houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen van 1 oktober 2020 - Bekrachtiging

commissie algemene zaken, financiën en burgerzaken (AFB)
ma 12/10/2020 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Mathias De Clercq
2020_GRMW_01159 - Tijdelijke politieverordening burgemeester houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen van 1 oktober 2020 - Bekrachtiging 2020_GRMW_01159 - Tijdelijke politieverordening burgemeester houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen van 1 oktober 2020 - Bekrachtiging

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.

Ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, in het bijzonder artikel 21bis, tweede lid, 10°, zoals laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 september 2020.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40, § 3.

Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het dragen van een mondmasker (of van elk ander alternatief in stof) speelt reeds geruime tijd een belangrijke rol in de strategie om de COVID-19 maatregelen geleidelijk aan af te bouwen, en dit in aanvulling op de geldende regels inzake social distancing.

Met het ministerieel besluit van 24 juli 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, werd een mondmaskerverplichting ingevoerd in alle openbare gebouwen, voor de publiek toegankelijke delen.

Met de meest recente wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 op 25 september 2020 is die algemene verplichting echter komen te vervallen en wordt aan de bevoegde lokale overheid overgelaten om elke private of publieke druk bezochte plaats te gaan bepalen waar een mondmaskerverplichting geldt.

De epidemiologische situatie, met een steeds verder uitbreidende verspreiding van het virus, noodzaakte een continuering van de reeds geldende (en gekende) mondmaskerverplichting voor de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen.

Aangezien de algemene verplichting opgenomen in de federale maatregelen kwam te vervallen op 1 oktober 2020, met de inwerkingtreding van de wijzigingen aan het ministerieel besluit van 30 juni 2020 door het ministerieel besluit van 25 september 2020, drong een uitdrukkelijke beslissing houdende dergelijke verplichting zich op en kon er niet gewacht worden tot de eerstvolgende gemeenteraad van 19 oktober 2020 zonder dat daarbij de gezondheid van bezoekers en medewerkers van openbare gebouwen in het gedrang kwam.

Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd. Het bestrijden van de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 dient te worden beschouwd als een onvoorziene gebeurtenis in de zin van voormeld artikel.

Daarom werd door de burgemeester met een politieverordening van 1 oktober 2020 een mondmaskerverplichting voor de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen uitgevaardigd, op grond van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet en in uitoefening van de bevoegdheid die uitdrukkelijk is voorzien in artikel 21bis, tweede lid, 10°, van het ministerieel besluit van 30 juni 2020, zoals laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 september 2020:

"Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof in de volgende inrichtingen :

10° de winkelstraten, de markten, met inbegrip van de brocante- en rommelmarkten, de kermissen, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;".

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Op grond van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester, in uitzonderlijke omstandigheden, tijdelijk optreden in de plaats van de gemeenteraad.

Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet schrijft voor dat dergelijke politieverordening van de burgemeester op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad moet worden bekrachtigd. 

Activiteit

AC34561 Ondersteuning, advisering en handhaving met betrekking tot juridische en gerechtelijke dossiers

Besluit

De commissie algemene zaken, financiën en burgerzaken (afb) legt het volgende voor aan de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn:

Artikel 1

Bekrachtigt de tijdelijke politieverordening van de burgemeester houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen van 1 oktober 2020.