In de vorige Commissie Onderwijs werd het probleem besproken over het lerarentekort. Onze partij heeft heel veel respect voor deze mensen want het zijn net deze mensen die meehelpen aan het opbouwen van een mooie toekomst voor onze kinderen.
Dit zette mij aan het denken. Het is duidelijk dat de job aantrekkelijker moet gemaakt worden. Maar als je sommige verhalen hoort, dan vraag ik mij af: “Wie wil er in godsnaam de dag van vandaag nog voor een klas gaan staan?”
De dag van vandaag is het respect bij sommige jongeren soms ver te zoeken. Zo ken ik persoonlijk het verhaal van een leraar godsdienst die elke dag door bepaalde jongeren geplaagd, uitgescholden, en getiranniseerd werd. Enkel vanwege het feit dat hij homo is. Hij is uiteindelijk, ten einde raad en moe getergd, opgestapt.
Of het verhaal van een leerling die door de directie van school werd gegooid omwille van zwaarwichtige feiten. Een paar maanden nadien kwam hij nog eens terug naar de school om amok te maken tegen de leraar waar hij boos op was.
Dit zijn zaken die echt gebeuren. We kunnen en mogen dit niet negeren. Ook over deze problematieken moet gepraat kunnen worden. Ik stel mij dan hierbij de vraag: “Als je als mens zoiets meemaakt, dan moet dit toch zijn sporen nalaten? Dat kan toch niet anders?”
Hoe worden deze mensen opgevangen?
Waar kunnen zij terecht?
Vangt de school dit probleem alleen op?
Of speelt de Stad Gent hier een rol in? Of kan de Stad Gent hier een rol in spelen?
Het gebeurt inderdaad dat leerkrachten door leerlingen uitgedaagd en zelfs gepest worden. Soms ook letterlijk fysiek bedreigd worden. In zo’n situaties gebeurt de eerste, meest directe ondersteuning van leerkrachten op de scholen zelf door de collega’s in het team en door de directie. Ik denk dat dat heel belangrijk is, dat er niet lang gewacht wordt om te reageren. Dat leerkrachten het gevoel hebben dat ze van heel nabij gevolgd worden en terecht kunnen en persoonlijk opgevolgd worden. Zij kennen de context en de betrokken leerlingen goed. Bovendien kunnen zij in dergelijke gevallen ook het meest concreet ingrijpen, met concrete interventies in de schoolorganisatie.
Wanneer medewerkers voelen dat dat niet voldoende is, kan er uitgereikt worden naar school-externe hulpverlening (al dan niet in samenspraak met de arbeidsgeneesheer).
In situaties van psychosociale belasting – agressie op het werk door derden is het wettelijk voorgeschreven dat de leerkrachten dit melden in een register voor geweld door derden én dit register dienen ze terug op te sturen naar de vertrouwenspersonen op het werk.
Als schoolbestuur: In het stedelijk onderwijs zijn er zo twee arbeidspsychologen die voor leerkrachten in de verschillende scholen werken.
Zij nemen dan zelf contact op met het personeelslid om een gesprek aan te bieden. In dat gesprek wordt er ook nagegaan of er maatregelen genomen moeten worden op school wat ze nodig hebben naar de toekomst en wat de school kan doen inzake preventieve collectieve maatregelen.
Hiernaast hebben we ook een dienstverlening met IDPBW (Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk)/ IDEWE (Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk) bij traumatische ervaringen en situaties waarin de directeur contact kan opnemen met een soort van ‘noodlijn’ (die 24u/24u – 7/7) van IDEWE om heel snel een preventieadviseur psychosociaal welzijn te laten langskomen voor individuele en/of groepsgesprekken inzake de gebeurtenis.
Samenvattend
Maatregelen waar we nog meer kunnen op inzetten