Het burgerlijk wetboek III, titel III 'Contracten of verbintenissen uit overeenkomsten in het algemeen', artikel 1234.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40,§1
Omwille van de impact van de coronacrisis op de ondernemingen heeft Vlaanderen een oproep gedaan aan alle verhuurders om maatregelen te treffen op het vlak van te betalen huurgelden. Een deel van het patrimonium van de Groep Gent wordt verhuurd /in concessie, … gegeven aan ondernemingen met een commercieel karakter, hierna genoemd als 'economische mede-contractanten'.
Als antwoord op de oproep van Vlaanderen heeft de Stad volgende maatregelen ten opzichte van deze categorie mede-contractanten genomen.
Elke contractant van de groep Gent, behorend tot de economische categorie kan rekenen op een kwijtschelding van huur/concessie ( hierna kortweg 'huurgelden' ) wanneer de onderneming een omzetdaling ten gevolge van de corona-maatregelen kan aantonen van minstens 60 % ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar ( de referentieperiodes).
Deze beslissing werd genomen in openbare vergadering van de gemeenteraad van 26 mei 2020 en voorzag een kwijtschelding voor een periode van 3 maanden ( maart april mei )
In het Gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2020 werden de frituren op de openbare weg die in concessie worden gegeven niet opgenomen in de lijst met de economische medecontractanten die onder de gestelde voorwaarden beroep konden doen op de kwijtscheldingen.
Het is ontegensprekelijk dat deze categorie van mede-contractanten zowel tijdens de lockdown als de periode nadien ook een grote impact van de corona-maatregelen op hun activiteit ondervonden.
Vandaar dat het aangewezen is deze categorie van dezelfde kwijtschelding te laten genieten als de categorieën opgesomd in het Gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2020, onder dezelfde voorwaarden. Aangezien voor de categorieën opgesomd in bovenvernoemd gemeenteraadsbesluit er thans een bijkomende kwijtschelding wordt voorgesteld voor nogmaals een periode van juni tot en met augustus en van september tot en met december 2020 lijkt dit voor de frituren ook wenselijk, uiteraard onder dezelfde voorwaarden.
De referentieperiode is respectievelijk de periode van 1 maart tot en met 31 mei, 1 juni tot en met 30 september 2019 en 1 oktober tot en met 31 december 2019.
De kwijtschelding dient te worden aangevraagd op basis van een verklaring op eer, die dient te worden ingediend bij de Stad/OCMW voor de periodes van 1 maart tot en met 31 mei 2020 en van 1 juni tem 30 september 2020 uiterlijk op 10 december 2020 en voor de periode 1 oktober tot en met 31 december 2020 uiterlijk op 20 januari 2021.
De omzetdaling van 60 % zal door de Stad achteraf worden gecontroleerd, en dit op basis van een aantal stavingsstukken ( bv. dagontvangsten, geleverde prestaties, tijdsregistratie, btwaangifte, ….), die de aanvrager gedurende 4 jaar moet bijhouden met het oog op deze controle. Als na de controle blijkt dat de kwijtschelding onterecht werd bekomen zullen deze dienen terugbetaald te worden.
Dienst* |
|
Budgetplaats | 343880000 |
Categorie* | 7010000 |
Subsidiecode |
|
2020 | -180917 |
2021 |
|
Totaal |
|
Keurt goed de kwijtschelding van de verschuldigde concessievergoedingen voor de maanden maart tot en met december 2020 aan de ondernemingen, opgesomd in de lijst in bijlage, onder volgende voorwaarden :
- de betrokken onderneming lijdt een omzetdaling ten gevolge van de corona-maatregelen van minstens 60 % ten opzicht van dezelfde periode van vorig jaar ( referentieperiodes). De referentieperiode is respectievelijk de periode van 1 maart tot en met 31 mei, 1 juni tot en met 30 september 2019 en 1 oktober tot en met 31 december 2019.
- de betrokken onderneming dient voor de periodes van 1 maart tot en met 31 mei 2020 en van 1 juni tem 30 september 2020 uiterlijk op 10 december 2020 en voor de periode 1 oktober tot en met 31 december 2020 uiterlijk op 20 januari 2021 een aanvraag tot kwijtschelding in via een verklaring op eer, toegevoegd als formulier in bijlage.
- de aanvrager bewaart alle bewijsstukken ( zowel voor de referentieperiode als voor de periode waarop de kwijtschelding slaat) gedurende 4 jaar met het oog op controle. Als na controle blijkt dat de kwijtschelding onterecht werd bekomen, zullen deze dienen terugbetaald te worden.
Het gaat om een potentiële kwijtschelding van maximaal 180.917 EUR.