De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg van 20 april 2001, artikel 36 en 49;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41, 9° en 14°.
De belasting op taxi’s en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, tot en met aanslagjaar 2019, werd in zitting van de gemeenteraad van 23 juni 2014 goedgekeurd.
Het Decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer zal ingaan vanaf 1 januari 2020, maar voorziet in een overgangsbepaling:
"De houders van vergunningen voor een taxidienst of voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, die afgegeven zijn krachtens het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet, worden ertoe gemachtigd hun diensten te blijven exploiteren conform de voorwaarden en gedurende de resterende duurtijd van de lopende vergunning."
Blijkens advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur houdt deze overgangsbepaling ook in dat de uitbaters, zolang ze de uitbating met hun oude vergunning verderzetten, ook moeten worden gevat door de belasting zoals in het decreet van 2001 voorzien. Gezien de vergunningen maximaal 5 jaar geldig zijn, is dit dus nog maximaal 5 aanslagjaren. Het nieuw decreet legt een vergelijkbare retributie op (die dus beperkt is tot de nieuwe/vernieuwde vergunningen).
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor de vergunningen voor taxi’s en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder. Het decreet van 2001 voorziet in een verplichte heffing en legt voor de taxi's een maximumtarief op, voor de VVB's een vast tarief.
Het bestuur wenst het verschil tussen de belasting (oude vergunningen) en de retributie (nieuwe vergunningen) zo klein mogelijk te maken en stemt daarom, binnen de grenzen haar door het decreet van 2001 toegestaan, de tarieven zo goed mogelijk af op deze van de nieuwe retributie.
Voor de taxi’s en VVB's wordt dus telkens een tarief van 250 euro bepaald, dit betekent in 2019 een werkelijk tarief van 347,44 euro.
In het licht van de bepalingen van het nieuwe decreet en de klimaatdoelstellingen van de Stad Gent, kan voor zero-emissievoertuigen een verminderd tarief van 177 euro worden ingesteld, wat voor 2019 zou neerkomen op een geïndexeerd tarief van 251,30 euro. Dit komt ook overeen met de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot het nieuwe decreet. Gezien de decretale beperkingen kan alleen voor zero-emissie taxi's dit verminderd tarief worden toegepast.
De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats | 7341400 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | 147.294 |
| 2021 | 117.294 |
| 2022 | 87.294 |
| 2023 | 57.294 |
| 2024 | 27.294 |
| 2025 | 0 |
| Totaal | 436.470 |