De Grondwet, artikel 170;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op het takelen en het bewaren van voertuigen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2019.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het takelen en bewaren van voertuigen op het grondgebied van de Stad Gent in opdracht van de lokale politie.
Doelstelling blijft om de verkeersveiligheid op het grondgebied van de Stad Gent te blijven garanderen en de voertuigen te takelen die dit in het gedrang brengen. Een gedeelte van de kosten die daarmee gepaard gaan kunnen verhaald worden op de bestuurder van het betrokken voertuig of op de houder van de nummerplaat. Op die manier wordt het financieel evenwicht van de stad mee bewaard.
Ook een oproep tot takelen wordt aan de belasting onderworpen. Zodra de politie het takelbedrijf oproept, is in het kader van het raamcontract een vergoeding verschuldigd. Het is logisch, gezien de takeling zelf in dit geval enkel niet doorgaat omdat de bestuurder het voertuig tijdig zelf verplaatst, dat van deze bestuurder wel nog altijd een tussenkomt gevraagd wordt in de veroorzaakte kosten.
Er is sprake van een takeling (en dus niet langer van een oproep tot takelen) zodra het voertuig met minstens één wiel van de begane grond wordt getild.
De bewaring – de berging van het getakelde voertuig bij het takelbedrijf of in een loods of op een terrein van de stad – veroorzaakt eveneens kosten die verheeld kunnen worden.
De belastingplichtige is de bestuurder van het voertuig, of bij afwezigheid daarvan de kentekenhouder. Deze laatste kan in het kader van de GAS-procedure de identiteit van de werkelijke bestuurder nog bewijzen; in dat geval is toch de bestuurder de belasting verschuldigd.
Het is mogelijk dat een reglementair geparkeerd voertuig toch getakeld wordt. Het betreft dan tijdelijke parkeerverbodsborden, waarbij een voertuig al was geparkeerd voor het plaatsen van de borden. Op het moment van het parkeren, beging de bestuurder geen verkeersinbreuk. Het is dan ook ongepast deze – of de kentekenhouder – te belasten. Er wordt voor gekozen in dat geval de vergunninghouder – van de vergunning tot plaatsen van de tijdelijke parkeerverbodsborden – als belastingplichtige aan te duiden. Deze heeft immers een onmiddellijk belang bij het takelen van het voertuig. Indien de plaatser van de tijdelijke parkeerverbodsborden nalaat een lijst op te stellen van de nummerplaten van de voertuigen die voor het plaatsen van de borden geparkeerd waren in de zone die door een tijdelijk parkeerverbod wordt getroffen, stelt zich een bewijsproblematiek: er kan niet bewezen worden dat het voertuig een parkeerinbreuk beging (wanneer de kentekenhouder aanvoert dat het voertuig al voordien was geparkeerd), maar evenmin kan worden bewezen dat het voertuig reglementair geparkeerd werd. Gezien de vergunninghouder die de tussenkomst van de politie vraagt, hier een rechtstreeks voordeel uit haalt, wordt het risico ook in dat geval bij de vergunninghouder gelegd.
Er wordt een apart tarief voorzien voor 5 categorieën van takelingen: voertuigen met een MTM (maximaal toegelaten massa) van 3.500 kg, voertuigen met een MTM van 3.500kg tot 19.000 kg (rol- en bestuurbaar of niet) en voertuigen met een MTM vanaf 19.000kg (opnieuw rol-en bestuurbaar of niet). Deze tarieven worden gebaseerd op de tarieven die aan de politie worden aangerekend op basis van het raamcontract met de takelfirma. De tarieven liggen hoger dan in het reglement dat tot en met 2019 van toepassing was, gezien de tarieven in het nieuwe raamcontract ook gestegen zijn.
De Politie is belast met toezicht op en uitvoering op de openbare weg.
De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het heffingsgedeelte.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats | 7314000 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | 1.010.920 |
| 2021 | 1.028.105 |
| 2022 | 1.045.583 |
| 2023 | 1.063.358 |
| 2024 | 1.081.435 |
| 2025 | 1.099.819 |
| Totaal | 6.329.220 |