De Stad Gent voert in toepassing van de Vlaamse regelgeving betreffende lage-emissiezones op 1 januari 2020 een lage-emissiezone in op haar grondgebied.
Aan de gemeenteraad van april 2019 zal in dit verband het nieuw reglement voor een lage-emissiezone ter goedkeuring voorliggen.
De mogelijkheid voor de Stad Gent om aan bepaalde niet-toegelaten voertuigen een toelating te verlenen mits betaling van een retributie is vervat in artikel 6, 1° van het LEZ-decreet.
De diensten bestaan uit het verlenen van de toegang tot de lage-emissiezone, inclusief het faciliteren en organiseren van die toegang en het waarborgen van een efficiënte en veilige ontsluiting van de lage-emissiezone waarin milieuhinder wordt beperkt en een verbeterde luchtkwaliteit wordt beoogd. Met de toegang tot de lage-emissiezone verwerft de retributieplichtige als dienst vanwege de stad het recht om met een vervuilend voertuig de lage-emissiezone te betreden.
Op grond van artikel 3 van het LEZ-besluit wordt door de Vlaamse Regering een differentiatie van de toegangsvoorwaarden opgelegd in functie van de emissie van de voertuigen, waarbij voertuigen met hogere emissies aan strengere voorwaarden worden onderworpen. Op grond van ditzelfde artikel kunnen ook uitzonderingen worden voorzien.
Een verschillend tarief ter vergoeding van de verstrekte dienst is gelet op de finaliteit van de retributie aangewezen. Bepaalde voertuigen zijn namelijk minder milieuvriendelijk dan andere. In dit kader wordt dan, rekening houdend met de voertuigcategorie en euronorm van het voertuig, een gradatie toegepast in de tarieven. Deze elementen zijn de parameters voor de bepaling van de retributietarieven. De retributie vormt derhalve de vergoeding van de hiervoor omschreven dienst die de stad presteert ten voordele van de individuele gebruiker van de lage-emissiezone.
Bij het bepalen van het retributiestelsel is rekening gehouden met een afbakening van het aantal tariefklassen en afgeronde cijfers om complexiteit te vermijden.
De samenstellende elementen van de tarieven zijn als volgt:
Voor het bekomen van de eindbedragen zijn afrondingen naar vijftal toegepast.
De bronnen die gebruikt zijn voor het uitwerken van de tarieftabellen zijn onder meer VITO, FOD Mobiliteit, de Antwerpse LEZ haalbaarheidsstudie, TML Leuven, de Vlaamse LEZ-regelgeving en juridische adviezen.
Gezien de verplichtingen en mogelijkheden die het LEZ-besluit daartoe biedt (artikel 3), worden drie tariefsoorten onderscheiden: een gewoon tarief, een verlaagd tarief en een verhoogd tarief.
Ondanks uitgebreide communicatie en laagdrempelige aanvraagprocedures, zullen er steeds gevallen zijn waarbij bestuurders niet weten of er te laat aan denken dat er een lage-emissiezone van kracht is, of niet beschikken over een voertuig dat voor een LEZ-toelating in aanmerking komt. Zij beschikken dan niet over een voorafgaande individuele toelating, maar kunnen ook niet te allen tijde terecht bij een fysiek loket om zich in regel te stellen. In deze gevallen geldt een mate van urgentie en/of billijkheid die een aangepaste werkwijze noodzakelijk maakt. Een betaalde dagpas is dan de finale mogelijkheid, waarbij voor de voertuigen niet vermeld in artikel 3 van het LEZ-besluit, maar waarvoor de stad Gent oordeelt dat om economische redenen een ouder voertuig alsnog toegelaten is een groter aantal dapassen verantwoord is (i.e. motorvoertuigen voor foren). Voor de LEZ-dagpas wordt een forfaitaire retributie vastgesteld. Omdat er geen bewijsstukken worden opgevraagd, kan immers niet nagegaan worden voor welk voertuig de LEZ dagpas aangevraagd wordt.
In een beperkt aantal gevallen wordt de mogelijkheid voorzien om een LEZ-toelating gedeeltelijk, namelijk voor de helft, te laten terugbetalen. Dit geldt met name voor een tijdelijke toelating van een jaar waarvan nog niet de helft van de looptijd voorbij is en in geval ofwel de nummerplaat geschrapt is ofwel het voertuig totaal verlies is ofwel de nummerplaat op het moment van aanvraag tot terugbetaling verbonden is aan een nieuw(er) voertuig dat voldoet aan de gewestelijke toegangsvoorwaarden die gelden vanaf 1 januari 2025.
Er worden verschillende betaalmogelijkheden aangeboden, waarbij de beschikbare betaalmogelijkheden kunnen verschillen al naargelang de aanvraag gebeurt via een web-loket of het fysiek loket: via het online-betaalplatform op de website, met betaalkaarten, in contanten (enkel bij een fysiek loket). Er kunnen te allen tijde bijkomende betaalmogelijkheden worden voorzien.
De Dienst Milieu en Klimaat is belast met de uitvoering van dit reglement.
Geen bijkomende uitgaven
| Dienst* | Milieu en Klimaat |
| Categorie* | E |
| 2019 | 300.000 |
| 2020 | 350.000 |
| 2021 | 260.000 |
| 2022 | 160.000 |
| Totaal | 1.070.000 |
Bovenvermelde inkomsten zijn reeds in de huidige meerjarenplannen voorzien.