De Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties
Het Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 1.
De Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties trad in werking op 1 januari 2014.
De nieuwe wet legt onder meer de nadruk op de alternatieve sanctionering, dit naast de geldboete, door het voorzien van een aantal nieuwe mogelijkheden waaronder ouderlijk betrokkenheid en gemeenschapsdienst. Niettegenstaande de nieuwe wet enkele nieuwe mogelijkheden regelt, blijft de reeds bestaande bemiddelingsprocedure behouden en voorziet de nieuwe wet nog steeds in een verplicht bemiddelingsaanbod voor minderjarige overtreders. De bemiddeling is voornamelijk gericht op mogelijk herstel of vergoeding van de aangerichte schade.
Specifiek wat betreft bemiddeling werd ter uitvoering van deze wet het Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties genomen, waarin de regels, de werkwijze en de bemiddelingsprocedure verder worden gespecificeerd.
De federale minister van Ambtenarenzaken biedt wat betreft de bemiddeling, in het kader van het federaal grootstedenbeleid, de Stad Gent de mogelijkheid aan een overeenkomst te sluiten waarbij aan de Stad een subsidie toegekend wordt ten behoeve van de aanwerving van een bemiddelaar (jurist en/of criminoloog met relevante bemiddelingservaring of houder van een bemiddelingsopleidingsdiploma of bereidheid dergelijke opleiding te volgen).
De (in dienst van de Stad Gent zijnde) bemiddelaar dient zijn opdracht te vervullen op het niveau van het gerechtelijke arrondissement Gent; d.w.z. Stad Gent dient “partnerships”/samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met belangstellende steden en gemeenten uit het gerechtelijke arrondissement zodat de bemiddelaar ook in bemiddelingsdossiers van die steden en gemeenten als bemiddelaar kan optreden.
Op de gemeenteraad van 25 november 2013 werd de samenwerkingsovereenkomst tussen de Stad Gent en de samenwerkende steden en gemeenten binnen het gerechtelijk arrondissement Gent, in het kader van het veiligheidsbeleid en de aanpak van de federale regering m.b.t. de jeugdcriminaliteit, goedgekeurd.
Tengevolge van de nieuwe reglementering is het dan ook aangewezen om de goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst aan te passen aan de nieuwe wet, het Koninklijk Besluit van 28 januari 2014 en de daaruit voortvloeiende richtlijnen vanuit het Grootstedenbeleid.
De samenwerkingsovereenkomst werd door de gemeenteraad goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet en het K.B. waarin de nadere regels van bemiddeling worden bepaald.
De overeenkomst dient dan ook te worden aangepast aan de nieuwe reglementering en de daaruit voortvloeiende richtlijnen vanuit het Grootstedenbeleid. Deze richtlijnen houden onder meer een aangepaste ontwerpovereenkomst in dat als sjabloon dient te worden gebruikt door de bemiddelaars van de verschillende gerechtelijke arrondissementen in België, waardoor op vormelijk gebied een zekere uniformiteit wordt gegarandeerd. Dit sjabloon vormt dan ook de basis van deze gewijzigde overeenkomst.
De aanpassingen die worden doorgevoerd in de samenwerkingsovereenkomst houden geenszins grondige wijzigingen van de reeds goedgekeurde principes in. De gewijzigde samenwerkingsovereenkomst is zelfs qua inhoud identiek aan de samenwerkingsovereenkomst die door de gemeenteraad op 25 november 2013 werd goedgekeurd, en verschilt enkel omwille van het feit dat in de gewijzigde overeenkomst expliciet wordt verwezen naar de nieuwe reglementering.
Keurt goed de gewijzigde samenwerkingsovereenkomst tussen de Stad Gent en andere steden of gemeenten inzake de bemiddelingsprocedure in het kader van de Gemeentelijke Administratieve Sancties, voortvloeiend uit het veiligheidsbeleid en de aanpak van de federale regering met betrekking tot de jeugdcriminaliteit, zoals vervat in bijlage en integraal deel uitmakend van deze beslissing.