Terug

2014_GR_01020 - DIVASS- dienst Belastingen - Belastingreglement op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 - Goedkeuring

Gemeenteraad
di 16/12/2014 - 19:00 Stadhuis, gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Christophe Peeters
2014_GR_01020 - DIVASS- dienst Belastingen - Belastingreglement op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 - Goedkeuring 2014_GR_01020 - DIVASS- dienst Belastingen - Belastingreglement op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 2

Decreet van 30 mei 2008 inzake de vestiging en de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Gemeentedecreet van 15 juli 2005, de artikelen 42§3 en 43§2 15°

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het belastingreglement op de tweede verblijven werd laatst door de gemeenteraad goedgekeurd op 18 december 2013 voor het aanslagjaar 2014.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het voorliggende belastingreglement op de tweede verblijven met ingang van het aanslagjaar 2015 verschilt van het thans nog geldende reglement met dezelfde naam.

In het huidige reglement ligt de nadruk nog op het werkelijk gebruik dat gemaakt wordt van een tweede verblijf en wordt de belasting gevestigd lastens de persoon die over het tweede verblijf beschikt, wat niet noodzakelijk de eigenaar is maar ook de huurder of gebruiker kan zijn.

In het nieuwe belastingreglement met betrekking tot de aanslagjaren 2015 en volgende jaren, wordt in de definitie vertrokken van het begrip ‘woning’ gedefinieerd in artikel 2 §1 31° van het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, waarbij de nadruk gelegd wordt op de bestemming van het onroerend goed of gedeelte ervan voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

In het nieuwe belastingreglement zal de belasting vanaf aanslagjaar 2015 verschuldigd zijn door de eigenaar van het tweede verblijf.

Met de thans voorgestelde belasting op tweede bedrijven vraagt de Stad een financiële bijdrage in de algemene kosten van de Stad aan de eigenaars van (gedeelten van) onroerende goederen die bestemd zijn voor huisvesting en die daarvan gebruik maken op een manier waarbij niemand er een hoofdverblijf of woonplaats heeft in de zin van de artikelen 102 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Immers geniet de Stad op verschillende manieren inkomsten op basis van het aantal wettelijke hoofdverblijven of woonplaatsen in de gemeente, onder meer in de vorm van dotaties en op basis van de gemeentelijke aanvullende personenbelasting.

Het wettelijk onderzoek en het bijhouden van de bevolkingsregisters is namelijk een wettelijk opgedragen taak van de gemeente overeenkomstig de Wet van 19 juli 1991.

Het tarief bepaald in artikel 2 bedraagt 1.000 euro per tweede verblijf en 300 euro voor tweede verblijven met een vloeroppervlakte kleiner dan 80 m² én die verhuurd en/of ter beschikking gesteld worden aan studenten. Dit laatste tarief wordt gemotiveerd door de noodzaak om een verantwoord evenwicht te vinden in het gebruik van deze kleine woningen hetzij door studenten, eenoudergezinnen of alleenstaanden. Het goedgekeurd studentenhuisvestingsplan Gent geeft een aanzet tot waakzaamheid hieromtrent en baseert zich op onderzoek terzake. (zie bijlage)

Eigenaars van andere woningen dan kamers en woongelegenheden die collectief verhuurd worden aan of gebruikt worden door studenten ingeschreven in het hoger onderwijs zijn belastingplichtig omdat zij die woongelegenheden die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de gezinnen bestemde woningmarkt, op een ongewenste manier laten innemen.

Vanzelfsprekend moeten op dit principe ook uitzonderingen gemaakt worden in de vorm van vrijstellingen, onder meer voor de eigenaars van woningen die al voorkomen (en daarom belast worden) in de gemeentelijke registers van leegstaande, of ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woningen, voor eigenaars van woningen die pas zeer recent verworven zijn, of die uitsluitend gebruikt worden voor een beroepsactiviteit.

Er is een vrijstelling opgenomen ten voordele van de eigenaars van grootschalige collectieve verblijfsaccommodaties opgericht voor studenten, en eigenaars van kamers verhuurd of ter beschikkinggesteld aan studenten in het hoger onderwijs. Behoudens uitzonderlijke gevallen kunnen studenten zich immers in de regel niet op hun tijdelijke verblijfplaats laten inschrijven in het bevolkingsregister.

Verder zijn er nog vrijstellingen ten voordele van de externe verzelfstandige agentschappen van de Stad, en van het OCMW, aangezien het niet mogelijk is om belasting te heffen op het openbaar domein van andere overheden, laat staan op publieke rechtspersonen die met de Stad Gent kunnen gelijkgesteld worden.

Ook de sociale Woonorganisaties kunnen vrijgesteld worden nu hun bezit van onroerend goed uitsluitend mogelijk is in het kader van een decretaal verankerd maatschappelijk doel, en hun werkwijze en financiering kadert binnen de beleidsopties van de Vlaamse overheid, die gelijklopend zijn met die van de Stad.

Activiteit

AC34523 Opmaak en administratieve behandeling van belasting- en retributiereglementen en verwerking van alle kohierbelastingen

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Keurt het "belastingreglement op de tweede verblijven" goed en dit voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019, zoals in bijlage gevoegd en integraal deel uitmakend van dit besluit.


Bijlagen

  • 2015_RE_tweedeverblijf_1_ONTWERP.pdf
  • 2015_RE_tweedeverblijf_1_ONTWERP.docx
  • 2014_RE_tweedeverblijf_1.docx
  • 20140905_NO_Studentenhuisvestingsplan 2014-2019 finaal.pdf
  • 20140101_algemeen_bouwreglement_co?rdinatietekst2012 met markering wijz nav gewestelijke hemelwaterverordening.pdf
  • 2015_RE_tweedeverblijf_2.pdf