Het Decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, artikel 19, §1
Het Decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, artikel 19, §1
De Gemeentelijke Mobiliteitsplannen hebben in Vlaanderen een maximale “houdbaarheidsdatum” van 5 jaar. Het laatste officiële mobiliteitsplan voor Gent dateert van 2003. In 2008 werd, zoals voorgeschreven, het bestaande plan geëvalueerd via een zogenaamde “sneltoets”. Gent had toen de keuze om ofwel een totaal nieuw mobiliteitsplan te gaan schrijven of het bestaande te actualiseren. Een tussenoplossing was ook mogelijk door te gaan “verbreden en verdiepen”, waarbij het bestaande mobiliteitsplan wordt verbreed met enkele nieuwe thema’s en daarnaast ook bestaande thema’s dieper worden uitgewerkt.
De Stad Gent koos voor dit spoor. Na de sneltoets begon een periode van 24 maanden waarbinnen de volledige procedure moest doorlopen worden. Op Vlaams niveau werd hiertoe een stappenplan opgemaakt die de gemeenten richtlijnen geeft hoe in dit spoor te werk moet gegaan worden. Vanuit de toenmalige Dienst Mobiliteit en het beleid werd ingeschat dat dit een veel te stringente aanpak betrof die niet meteen op maat was van de uitdagingen die binnen deze stad bestaan. Toch was het noodzakelijk om een conform verklaard mobiliteitsplan te hebben om verdere samenwerking rond mobiliteitsprojecten te kunnen waarborgen. Er werd vervolgens op zoek gegaan naar een aanpak die enerzijds tegemoet kon komen aan de decretale verplichtingen en anderzijds een plan kon voortbrengen dat bruikbaar is voor iedereen die rond mobiliteit in Gent wil werken.
Begin 2013 ging de nieuwe bestuursploeg aan de slag, het bestuursakkoord bevat een uitgebreid mobiliteitsluik. Omwille van dit nieuwe ambitieniveau was het nodig om extra tijd te nemen om de teksten te gaan herschrijven en verder uit te diepen. Als gevolg daarvan werd de conformiteit van het oude mobiliteitsplan opnieuw verlengd tot maart 2015.
Dit plan blijft dus formeel nog het resultaat van het in 2009 opgestarte proces van het verbreden en verdiepen, maar is sterk doorspekt met nieuwe ambities ten aanzien van duurzame mobiliteit.
Op 17 oktober 2014 werd het ontwerp Mobiliteitsplan voorgesteld, waarna het op 22 oktober 2014 aan de themacommissie openbare werken, mobiliteit en stedenbouw werd voorgelegd.
Tot op heden heeft de consultatiefase plaatsgevonden. Het ontwerpplan werd met verschillende actoren, stakeholders en bewoners besproken:
Er kwamen vele reacties per brief, per mail en per telefoon zowel bij Gentinfo, het Mobiliteitsbedrijf als bij schepen Watteeuw zelf.
Een eerste belangrijke vaststelling is dat over het algemeen de krachtlijnen van het mobiliteitsplan aanvaard worden. De voornaamste bezorgdheden gaan over de circulatie binnenstad, de rol van de R40 bij het invoeren van de nieuwe circulatie binnenstad, de aandacht voor de deelgemeenten in het mobiliteitsplan en de afhankelijkheid van andere overheden. Aan deze bezorgdheden werd op voorhand al veel aandacht besteed, en ook in de aanpassingen worden deze elementen opgenomen.
De nota van 17 oktober werd dus zoveel mogelijk aangepast aan de opmerkingen die via het hierboven geschetste traject werden verzameld. Niet alle opmerkingen hebben echter geleid tot een aanpassing, omdat het vaak bezorgdheden betrof of vragen ter verduidelijking. Over sommige zaken verschillen de partners nog onderling van mening, in deze gevallen werd dit duidelijk aangegeven in de tekst.
Op 18 december 2014 werd een ontwerp van het mobiliteitsplan voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Het Mobiliteitsplan moet volgens het mobiliteitsdecreet d.d. 20/04/2009 en volgens de richtlijnen voor opstellen van een mobiliteitsplan voldoen aan een aantal vereisten. Voor de definitieve goedkeuring van het mobiliteitsplan moet het plan voorgelegd worden op de Regionale mobiliteitscommissie (RMC). Ter voorbereiding van het voorleggen van dit ontwerp mobiliteitsplan aan de RMC worden een aantal wijzigingen voorgesteld:
Tijdens het college van 18 december 2014 en de commissie Mobiliteit, Openbare Werken en Stedenbouw van 15 januari 2015 werd een lijst van aanpassingen bezorgd. Twee wijzigingen die in deze lijst werden vermeld waren evenwel niet of niet volledig opgenomen in de voorgestelde tekst. Het gaat om:
Na de goedkeuring in het college op 18 december 2014 ontvingen de schepenen en gemeenteraadsleden een aantal concrete voorstellen tot amenderen. Een aantal van deze voorstellen tot amendering verbeteren de kwaliteit van het mobiliteitsplan en maken het vollediger.
De volgende wijzigingen worden aangebracht:
Op vraag van de Vlaamse overheid werden volgende hoofdstukken verplaatst maar inhoudelijk niet gewijzigd: Hoofdstuk 9 milieu en gezondheid (p.196), hoofdstuk 6.1 toegankelijkheid (p81), hoofdstuk 8 verkeersveiligheid. (pagina 193). Daarnaast werd ook een verwijzing naar het planproces, meer bepaald de deelrapporten toegevoegd (pagina 15 en 16).
Artikel 19, §3 van het Decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid bepaalt dat de gemeenteraad het mobiliteitsplan voorlopig moet vaststellen alvorens het aan de Regionale Mobiliteitscommissie (RMC) voor advies kan voorgelegd worden. Het advies van de RMC is noodzakelijk voor een definitieve vaststelling van het mobiliteitsplan. Enkel met een gunstig geadviseerd definitief vastgesteld mobiliteitsplan kunnen subsidies voor mobiliteitsmaatregelen aangevraagd worden.
Na de voorlopige vaststelling van het ontwerp Mobilteitsplan zal een openbaar onderzoek georganiseerd worden volgens de modaliteiten te bepalen door het college van burgemeester en schepenen.
Stelt het ontwerp Mobiliteitsplan Gent - strategische mobiliteitsvisie, zoals gevoegd in bijlage, voorlopig vast en gelast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering, in het bijzonder het openbaar onderzoek.