Het dossier rond de directeur van het Atheneum Wispelberg heeft een diepe crisis
blootgelegd in het Gentse stedelijk onderwijs. De directeur werd op 11 mei 2026 de facto uit
zijn functie verwijderd, zonder correcte procedure en zonder recht op verdediging. Op 22
mei 2026 trok het college deze beslissing zelf in, nadat was gebleken dat de procedure
ernstige gebreken vertoonde.
Een grote groep schooldirecteurs stuurde drie opeenvolgende anonieme open brieven,
waarvan de laatste op 23 juni 2026 gericht was aan Vlaams minister van Onderwijs Zuhal
Demir met een verzoek tot onmiddellijk ingrijpen.
Waarnemend schepen Watteeuw erkende op de gemeenteraad van 23 juni 2026 dat er
verbeterpunten zijn in de werking van het IVA Stedelijk Onderwijs Gent en het departement
onderwijs, en stelde een interne doorlichting in het vooruitzicht. Op de gemeenteraad van 23
juni sprak ook de Voor Gent-fractie zich uitdrukkelijk uit voor een externe audit.
Een interne doorlichting biedt onvoldoende waarborgen voor onafhankelijkheid. Een extern,
onafhankelijk auditproces biedt de nodige legitimiteit om de bevindingen geloofwaardig te
maken en het vertrouwen bij het directiekorps, het personeel, de leerlingen, de ouders en de
bevolking te herstellen.
Het schepencollege draagt als inrichtende macht van het Stedelijk Onderwijs Gent de
eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de rechtsbescherming binnen dat onderwijs.
De gemeenteraad heeft als democratisch controleorgaan de taak erop toe te zien dat de
structurele problemen die aan de oppervlakte zijn gekomen grondig en onafhankelijk worden
onderzocht , en dat op basis van objectieve bevindingen maatregelen worden genomen.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om een externe,
onafhankelijke audit te laten uitvoeren van de betrokken, gevolgde procedure door het
departement Onderwijs van de Stad Gent en het IVA Stedelijk Onderwijs Gent (SOG).
De gemeenteraad vraagt dat de audit minstens het volgende omvat: de rollen, procedures
en verantwoordelijkheden in de kwestie Wispelberg, en de bredere werking van IVA SOG,
de besluitvormings- en communicatiestructuren binnen het departement onderwijs en het
IVA SOG; de rol en bevoegdheden van de algemeen directeur van het IVA SOG en het
departementshoofd in relatie tot het schepencollege; de wijze waarop het college als
inrichtende macht zijn rol en bevoegdheid uitoefent.
Op basis van de auditbevindingen maakt het college een actieplan op met concrete
maatregelen om herhaling te vermijden, de rechtszekerheid te versterken en het vertrouwen
te herstellen. Het college rapporteert maandelijks over de uitvoering van dit actieplan aan de
bevoegde gemeenteraadscommissie.