Terug
Gepubliceerd op 30/01/2026

2026_CBS_00677 - OMV_2025121316 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een zwembad - met openbaar onderzoek - Karel De Bondtlaan, 9031 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 29/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 29/01/2026 - 09:24
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Burak Nalli, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00677 - OMV_2025121316 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een zwembad - met openbaar onderzoek - Karel De Bondtlaan, 9031 Gent - Weigering 2026_CBS_00677 - OMV_2025121316 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een zwembad - met openbaar onderzoek - Karel De Bondtlaan, 9031 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stéphane Vermeulen met als contactadres Karel De Bondtlaan 22, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025121316) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 8 oktober 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het aanleggen van een zwembad

• Adres: Karel De Bondtlaan 22, 9031 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nr. 1330Z

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 oktober 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 20 januari 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag situeert zich op een perceel van ca. 1565 m² langs de Karel de Bondtlaan in Drongen. De omgeving wordt overwegend gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen. Ook op het betrokken perceel staat een vrijstaande woning met twee bouwlagen en een plat dak. Op dit moment is ongeveer 545 m² van het perceel ingenomen door verhardingen en bovengrondse constructies, wat neerkomt op een bezettingsgraad van 35%.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat de aanleg van een zwembad in de achtertuin, op een afstand van 5 m achter de woning. Het zwembad wordt vrijstaand in de tuin ingeplant en heeft een lengte van 10 m en een breedte van 3,5 m. De diepte bedraagt 1,5 m. Rond het zwembad wordt een verharde boord voorzien met een breedte van 40 cm. De totale horizontale oppervlakte van het zwembad met boord komt hiermee op ca. 46,5 m².

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 27/02/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een eengezinswoning met bureau en carport (2002/10098).

 

Verkavelingsvergunningen

  • Op 07/08/1996 werd een vergunning afgeleverd voor een nieuwe verkaveling (1996 DR 373/00).
  • Op 13/11/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de wijziging van een bestaande verkaveling (2002 DR 373/01).

 

Bouwmisdrijf

Controlebezoek Dienst Toezicht op 8/01/2026:

De uitgevoerde toestand van de carport, fietsenstalling en tuinmuur is stedenbouwkundig niet vergund is. Daarnaast werd vastgesteld dat de voortuin overmatig werd verhard en werd ingericht met bijkomende parkeerplaatsen. Deze verhardingen werden noch opgenomen in de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunning, noch aangevraagd in het kader van de verkavelingswijziging, en beschikken derhalve ook niet vergund. 

 

Noot van de omgevingsambtenaar: Voor deze elementen wordt geen regularisatie aangevraagd. De voorgelegde plannen van de vergunde toestand zijn ook niet correct, waardoor het ingediende dossier onvolledig en onjuist is.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 2002 DR 373/01 van 13 november 2003). De aanvraag heeft betrekking op lot 1. De zonering volgens deze verkaveling is ‘zone voor open bebouwing’.


De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling. Het wijkt af op het volgende punt:

De maximale terreinbezetting binnen deze zone bedraagt 300 m². De huidige terreinbezetting bedraagt echter al ca. 378 m². Een bijkomende uitbreiding met 46,5 m² voor de aanleg van een zwembad is hierdoor strijdig met de voorschriften van de verkaveling.

 

Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar – zoals deze waarin de aanvraag is gelegen – vormen volgens artikel 4.3.1, §1 en 4.4.1, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening geen automatische weigeringsgrond meer voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Hierdoor moeten aanvragen binnen de contour van dergelijke verkavelingen steeds worden getoetst aan de principes van goede ruimtelijke ordening, en niet uitsluitend aan de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften (zie Omgevingstoets).

 

Deze omgevingstoets leidt tot een negatieve evaluatie van de voorgestelde afwijking met betrekking tot een verhoging van de maximale terreinbezetting. De huidige terreinbezetting bedraagt op heden al 35%. De voortuin werd overmatig verhard en onrechtmatig ingericht met bijkomende parkeerplaatsen. Een bijkomende verharde of verzegelde oppervlakte van 46,5 m² voor de aanleg van een zwembad is, gelet op de reeds hoge bezettingsgraad en de ligging in fluviaal overstromingsgevoelig gebied, niet wenselijk vanuit goede ruimtelijke ordening. Een afwijking van de maximale terreinbezetting zoals bepaald in de verkavelingsvoorschriften kan dan ook niet worden toegestaan.

De aanleg van het zwembad kan bijgevolg niet worden vergund.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het voorwerp van de aanvraag is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement. De nieuwe situatie als geheel is echter in strijd met artikel 3.2.  van dit Algemeen Bouwreglement. Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden en dat verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

Zowel in de bestaande als in de aangevraagde toestand is er sprake van een overmaat aan verharding, waarvan bovendien een aanzienlijk deel niet vergund is. In de voortuin kan enkel een oprit met een maximale breedte van 3 m worden aanvaard. Alle overige verhardingen in de voortuinstrook zijn strijdig met artikel 3.2 van het Algemeen Bouwreglement.

Voor een begeleiding voor het indienen van een aangepast voorstel dat wel voldoet aan artikel 3.2. kan u contact opnemen met Balie Bouwen. Dit kan door een e-mail te sturen naar bouwen@stad.gent.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Er vindt een nieuwe verzegeling van de bodem plaats, waarbij er ook werken gebeuren aan de afwatering. Er is een al bestaande hemelwaterput aanwezig, maar het zwembad wordt hier niet op aangesloten. De overloop van het zwembad wordt aangesloten op een glasfilterinstallatie en een bovengrondse infiltratievoorziening met een oppervlakte van 3 m² en een buffervolume van 1250 liter. Deze dimensies voldoen aan de bepalingen uit de hemelwaterverordening.

 

De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het perceel is gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 30 oktober 2025 tot en met 28 november 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag voor de aanleg van het zwembad wordt ongunstig beoordeeld vanuit de principes van de goede ruimtelijke ordening omdat hierdoor de draagkracht van het perceel verder wordt overschreden.

 

Binnen de verkaveling geldt een maximale terreinbezetting van 300 m². Hoewel de verkaveling ouder is dan 15 jaar en de voorschriften op zich geen automatische weigeringsgrond meer vormen, blijft deze maximale terreinbezetting de beoogde draagkracht van het perceel treffend weerspiegelen.

 

De huidige terreinbezetting bedraagt ongeveer 378 m², wat neerkomt op ca. 35% op perceelsniveau en als hoog wordt beschouwd in deze context.

 

Daarnaast is er ca. 253 m² aan verharding aanwezig, waaronder terrassen en een sterk verharde voortuin. De voortuin werd onrechtmatig ingericht met bijkomende parkeerplaatsen, waarvoor geen geldige stedenbouwkundige vergunning bestaat. Ook de carport, fietsenstalling en tuinmuur zijn niet vergund.  Voor deze elementen werd geen regularisatie aangevraagd. De aangeleverde plannen van de vergunde toestand zijn niet correct, waardoor het dossier onvolledig en onjuist is. Omdat de beoordeling van het zwembad onlosmakelijk samenhangt met deze nietvergunde handelingen die de bezettingsgraad verder verhogen kan de aanvraag niet worden vergund.

 

De aangevraagde bijkomende uitbreiding met 46,5 m² is ruimtelijk onwenselijk. Ze verhoogt de druk op de resterende open ruimte, leidt tot verdere versnippering van de groene tuinzone en beperkt de mogelijkheden voor infiltratie, biodiversiteit en het behoud van een samenhangende groenzone. Dit is des te problematischer gelet op de ligging in fluviaal overstromingsgevoelig gebied, waar bijkomende verharding en verzegeling niet wenselijk zijn.


Het zwembad kan enkel worden vergund wanneer in een nieuwe (aangepaste) aanvraag aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

1. Substantiële ontharding / afstemming bezettingsgraad op de draagkracht van het perceel: De bestaande overmatige verharding moet aanzienlijk worden verminderd zodat de totale inrichting opnieuw in overeenstemming wordt gebracht met de draagkracht van het perceel. In het bijzonder moet de verharding in de voortuin worden teruggebracht tot wat strikt noodzakelijk is (cf. artikel 3.2 van het Algemeen Bouwreglement). In de voortuinstrook is uitsluitend een oprit van maximaal 3 meter breed aanvaardbaar; alle bijkomende verhardingen moeten worden verwijderd.

2. Correct en volledig dossier: De aanvrager moet een volledige en correcte plannenset van de vergunde toestand aanleveren en de aanvraag moet duidelijk alle bestaande, vergunde en te regulariseren elementen weergeven. Voor de regulariseerbaarheid van de niet-vergunde carport, fietsenberging en tuinmuur wordt aanbevolen om in overleg te gaan met Dienst Stedenbouw. Voor verdere begeleiding kan de aanvrager contact opnemen met Balie Bouwen via bouwen@stad.gent. 
 

CONCLUSIE 

Ongunstig. Het ingediende dossier is niet volledig en niet correct. Bovendien wordt met deze aanvraag de draagkracht van het perceel overschreden. De verdere toename van de bezettingsgraad is ruimtelijk niet verantwoord. De aanleg van het zwembad kan met deze aanvraag niet worden vergund.

             

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een zwembad aan Stéphane Vermeulen gelegen te Karel De Bondtlaan 22, 9031 Gent.