Terug
Gepubliceerd op 16/01/2026

2026_CBS_00190 - OMV_2025126416 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het rooien van bomen - zonder openbaar onderzoek - Brusselsepoortstraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 15/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 15/01/2026 - 09:16
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00190 - OMV_2025126416 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het rooien van bomen - zonder openbaar onderzoek - Brusselsepoortstraat, 9000 Gent - Vergunning 2026_CBS_00190 - OMV_2025126416 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het rooien van bomen - zonder openbaar onderzoek - Brusselsepoortstraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

David Claes met als contactadres Weversstraat 39, 1840 Londerzeel heeft een aanvraag (OMV_2025126416) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 20 oktober 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het rooien van bomen

• Adres: Brusselsepoortstraat 93, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nrs. 2297A, 2302D, 2393C2, 3469N, 3490T2, 3490X2, 3494A, 3497D, 3516F, 3519H, 3520G, 3525B, 3535/2 _ en 3701A

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 17 november 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 9 januari 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de omgeving, de plaats en de bestaande toestand

OMGEVING

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op de kadewand van verschillende percelen gelegen langs de waterloop de Visserijvaart (Vertakking De Pauw) in de historische binnenstad.

 

GROEN

Langs de kadewand bevinden zich 29 hoogstammige bomen:

  • De eerste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op 2,10m afstand van de achterperceelsgrens van het perceel 3497D (Brusselsepoortstraat 97). De boom bevindt zich op 0,10m afstand van de kadewand. Het betreft een vierstammige boom met een stamomtrek van 0,68m.
  • De tweede boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op 1,05m afstand van de achterperceelsgrens van het perceel 3497D (Brusselsepoortstraat 97). De boom bevindt zich op 0,05m afstand van de kadewand. Het betreft een vierstammige boom met een stamomtrek van 0,74m.
  • De derde boom (Quercus robus) bevindt zich op het jaagpad (3469N). De boom bevindt zich op 0,06m afstand van de kadewand. De boom beschikt over een stamomtrek van 0,91m.
  • De vierde boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het jaagpad (3469N). De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. De boom beschikt over een stamomtrek van 0,59m.
  • De vijfde boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het jaagpad (3469N). De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. De boom beschikt over een stamomtrek van 0,72m.
  • De zesde boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het jaagpad (3469N). De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. De boom beschikt over een stamomtrek van 0,71m.
  • De zevende boom (Alnus glutinosa) bevindt zich op het jaagpad (3469N). De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. Het betreft een driestammige boom met een stamomtrek van 0,78m.
  • De achtste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het jaagpad (3469N). De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een vierstammige boom met een stamomtrek van 1,64m.
  • De negende boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2393C2. De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 1,40m.
  • De tiende boom (Ailanthus altissima) bevindt zich op het perceel 2393C2. De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 1,10m.
  • De elfde boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2297A. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een boom met een stamomtrek van 0,52m.
  • De twaalfde boom (Ailanthus altissima) bevindt zich op het perceel 2296E. De boom bevindt zich op 0,01m van de kadewand. Het betreft een vierstammige boom met een stamomtrek van 0,77m.
  • De dertiende boom (Ailanthus altissima) bevindt zich op het perceel 2296E. De boom bevindt zich op 0,01m van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,81m.
  • De veertiende boom (Ailanthus altissima) bevindt zich op het perceel 2296D. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een boom met een stamomtrek van 0,92m.
  • De vijftiende boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2296D. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,70m.
  • De zestiende boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2296D. De boom bevindt zich op 0,05m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 1,25m.
  • De zeventiende boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2258F. De boom bevindt zich op 0,05m afstand van de kadewand. Het betreft een boom met een stamomtrek van 1,06m.
  • De achttiende boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2258F. De boom bevindt zich op 0,05m afstand van de kadewand. Het betreft een vijfstammige boom met een stamomtrek van 1,40m.
  • De negentiende boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2258F. De boom bevindt zich op 0,05m afstand van de kadewand. Het betreft een vierstammige boom met een stamomtrek van 0,77m.
  • De twintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2258F. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,71m.
  • De eenentwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2258F. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,88m.
  • De tweeëntwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2258F. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een boom met een stamomtrek van 0,85m.
  • De drieëntwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,60m.
  • De vierentwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een boom met een stamomtrek van 0,73m.
  • De vijfentwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. Het betreft een vierstammige boom met een stamomtrek van 0,56m.
  • De zesentwintigste boom (Fraxinus excelsior) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een driestammige boom met een stamomtrek van 0,52m.
  • De zevenentwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,68m.
  • De achtentwintigste boom (Acer pseudoplatanus) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,02m afstand van de kadewand. Het betreft een tweestammige boom met een stamomtrek van 0,65m.
  • De negentwintigste boom (Ailanthus altissima) bevindt zich op het perceel 2121L. De boom bevindt zich op 0,01m afstand van de kadewand. Het betreft een boom met een stamomtrek van 0,98m.

 

ERFGOED

Het projectgebied grenst aan verschillende sites met beschermd erfgoed:

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op het rooien van alle bomen.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante vergunningen bekend voor de kadewand van de betrokken percelen.

Wel zijn er enkele relevante vergunningen afgeleverd op de betrokken percelen inzake het rooien van groen:

  • Op 06/11/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van wildgroei op en langs het jaagpad van de Nederschelde (regularisatieaanvraag). (2009/861)
  • Op 27/02/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van bomen. (2013/1045)
  • Op 04/05/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van bomen wegens hoogdringendheid. (2016/09033)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 7 januari 2026 onder ref. 4.002/44021/32.190. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.

Samenvatting:

De kademuur flankeert de bescherming van het Klein Begijnhof met de omheiningsmuur. Door het uitvoeren van de werken komt de muur opnieuw vrij te staan, wat positief is. Anderzijds houden de werken aan de kademuur ook risico’s in naar behoud van de beschermde omheiningsmuur, waardoor wij voorwaarden meegeven naar uitvoering toe. Ons advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden:

  • De aanvrager neemt beschermings- en veiligheidsmaatregelen om de Scheldemuur van de abdij Nieuwenbosch en de ommuring rond het Klein Begijnhof en de Vijfwindgatentuin te vrijwaren van (bijkomende) schade.
  • Wanneer tijdens de werken intacte stenen afkomstig van de omheiningsmuur in de berm tussen kademuur en omheiningsmuur worden aangetroffen, stapelt u deze in de berm voor herbruik bij restauratie.
  • De houtige beplanting heeft de kademuur beschadigd. Wij geven vrijblijvend mee dat herstellingswerken aan de kademuur best worden uitgevoerd in dezelfde baksteen als de omliggende bakstenen (hetzelfde type, formaat, structuur en kleurschakering) en in hetzelfde metselverband. Ook het voegwerk wordt naar samenstelling, kleur en uitvoering best overeenkomstig met het bestaande, historische voegwerk uitgevoerd. Bij vervanging van de deksteen wordt best gewerkt naar bestaand of historisch model (in hetzelfde type natuursteen, formaat en oppervlakteafwerking).

Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 15 december 2025 onder ref. omv-2025126416 Behandeling in eerste aanleg-001. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.

Samenvatting:

  • De nodige maatregelen moeten genomen worden zodat materiaal, takken en/of (snoei)afval niet in de waterweg terecht kan komen. Als dit toch wordt vastgesteld zullen de ruimingskosten worden verhaald op de vergunninghouder.
  • De vergunninghouder is verantwoordelijk zowel tegenover derden als tegenover de domeinbeheerder voor alle verliezen, schade, ongevallen of nadelen die kunnen volgen uit het uitvoeren van deze vergunning.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde en bestaande waterweg volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.  Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud. 


Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1.  Ligging project

Het projectgebied is gelegen langs en stroomt af naar het/de Vertakking De Pauw (Portus Ganda) (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv). Het projectgebied ligt langsheen de Vertakking De Pauw (Portus Ganda).

Het projectgebied is niet gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

  • Niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
  • Niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
  • Niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
  • Niet gelegen in een signaalgebied.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Watertoetsadvies 

Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De GSV-hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag en het project is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied uit de waterweg. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’. Er wordt door de aangevraagde werken evenmin een impact op het beheer en/of de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv verwacht.

 

Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv

Als de werken zorgvuldig worden uitgevoerd is er geen interferentie met het beheer en exploitatie van de waterweg:

  • De nodige maatregelen moeten genomen worden zodat materiaal, takken en/of (snoei)afval niet in de waterweg terecht kan komen. Als dit toch wordt vastgesteld zullen de ruimingskosten worden verhaald op de vergunninghouder.
  • De vergunninghouder is verantwoordelijk zowel tegenover derden als tegenover de domeinbeheerder voor alle verliezen, schade, ongevallen of nadelen die kunnen volgen uit het uitvoeren van deze vergunning.

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

6.1.   Ligging en biologische waarderingskaart:

De aanvraag is niet gelegen in een Habitat-gebied noch VEN-gebied. De aanvraag heeft tevens geen betrekking op een erkend park. De volledige waterloop is opgenomen op de Vlaamse Biologische waarderingskaart als een biologisch waardevolle zone. De waterloop is tevens opgenomen op de Gentse Biologische waarderingskaart als zone met een zorgplicht. Ook enkele private percelen zijn daarin opgenomen waaronder de beschermde groenzone van het Begijnhof. 

6.2.   Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden:

Groen

De aanvraag betreft het rooien van de negentwintig bomen door de Vlaamse waterweg. Het betreft een spontaan ontstane vegetatie, waarvan enkele exoten die in de kaaimuur/ deksteen groeien. Omdat de bomen in de kademuur gegroeid zijn ontstaat een veiligheidsrisico als gevolg van de instabiliteit van de muur. Bijgevolg kan akkoord gegaan worden met het rooien van de bomen op voorwaarde dat de werken begeleid worden door een boomdeskundige ETW/ETT. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

Ten gevolge van het stenen karakter van de muur is heraanplanting niet mogelijk. De Vlaamse Waterweg is wel bereid om compensatiebeplanting op andere percelen te voorzien.

Stikstof

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.  

Lozing

Er wordt niet geloosd op oppervlaktewater.

6.3.   Conclusie:

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft het rooien van de negentwintig bomen door de Vlaamse waterweg. Het betreft een spontaan ontstane vegetatie, waarvan enkele exoten die in de kaaimuur/ deksteen groeien. Omdat de bomen in de kademuur gegroeid zijn ontstaat een veiligheidsrisico als gevolg van de instabiliteit van de muur. Bijgevolg kan akkoord gegaan worden met het rooien van de bomen op voorwaarde dat de werken begeleid worden door een boomdeskundige ETW/ETT. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Afgaand op de bijgeleverde plannen staan de te rooien bomen allemaal op de kademuren en niet op naastgelegen beschermde sites. Het rooien van de bomen zou echter impact kunnen hebben op het beschermd erfgoed, zoals de tuinmuren van het Begijnhof ter Hoye of de tuinmuren van Nieuwenbosch. Als dit het geval zou zijn, moet de juiste procedure gevolgd worden. Als blijkt dat het rooien van de bomen impact heeft op het aanpalend beschermd erfgoed, zoals de tuinmuren van het Begijnhof ter Hoye of de tuinmuren van Nieuwenbosch, moet hiervoor een toelating worden aangevraagd. Meer informatie over de procedure: https://www.onroerenderfgoed.be/ik-wil-werken-uitvoeren-aan-erfgoed. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Voorliggende aanvraag komt mits toepassing van de bijzondere voorwaarden in aanmerking voor vergunning.

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het rooien van bomen aan David Claes gelegen te Brusselsepoortstraat 93, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Externe adviezen:

  • De bijzondere voorwaarden uit het advies van Onroerend Erfgoed, afgeleverd op 7 januari 2026 onder ref. 4.002/44021/32.190, moeten integraal worden nageleefd.
  • De bijzondere voorwaarden uit het advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West, afgeleverd op 15 december 2025 onder ref. omv-2025126416, moeten integraal worden nageleefd.

 

Boomdeskundige:

De werken moeten begeleid worden door een boomdeskundige ETW/ETT.

 

Procedure:

Als blijkt dat het rooien van de bomen impact heeft op het aanpalend beschermd erfgoed, zoals de tuinmuren van het Begijnhof ter Hoye of de tuinmuren van Nieuwenbosch, moet hiervoor een toelating worden aangevraagd. Meer informatie over de procedure: https://www.onroerenderfgoed.be/ik-wil-werken-uitvoeren-aan-erfgoed.