Terug
Gepubliceerd op 16/01/2026

2026_CBS_00160 - OMV_2025123009 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van verbouwingswerken - zonder openbaar onderzoek - Morekstraat, 9032 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 15/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 15/01/2026 - 08:59
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00160 - OMV_2025123009 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van verbouwingswerken - zonder openbaar onderzoek - Morekstraat, 9032 Gent - Weigering 2026_CBS_00160 - OMV_2025123009 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van verbouwingswerken - zonder openbaar onderzoek - Morekstraat, 9032 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Maryam Tawfiq Marwan - Ali Abu-Shab met als contactadres Morekstraat 294, 9032 Gent hebben een aanvraag (OMV_2025123009) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 13 oktober 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van verbouwingswerken

• Adres: Morekstraat 294, 9032 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 30 sectie B nr. 221Z

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 24 november 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 januari 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De te verbouwen woning bevindt zich langs de Morekstraat in de deelgemeente Wondelgem. De omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen. Het pand in kwestie betreft een eengezinswoning (2,5 bouwlagen en een dak).

 

Voorliggende aanvraag strekt tot het verbouwen van de eengezinswoning. Een aantal van de aangevraagde werken werden reeds wederrechtelijk uitgevoerd. Concreet worden volgende werken aangevraagd:

-      De garagepoort in de voorgevel wordt vervangen en ongeveer 1 meter inpandig geplaatst. De resterende garage wordt zodoende verkleind tot een diepte van ca. 4 meter bij een breedte van 2,95 meter.

-      Er wordt een gelijkvloerse aanbouw opgericht langs de rechter perceelsgrens die even diep komt als de bestaande aanbouw links., nl. tot een diepte van 13,55 meter.

-      Op de eerste verdieping wordt het platte dak van deze nieuwe aanbouw ingericht als overdekt terras, tot een diepte van 12 meter. Het overige gedeelte wordt ingericht als plat dak. De rechter scheidingsmuur wordt opgehoogd door middel van een zichtscherm tot een hoogte van 1,80 meter ten opzichte van het niveau van het overdekte terras. Uit de plannen blijkt dat dit wordt voor in houten panelen.

-      Aan de achtergevel wordt een ‘aco drain’ voorzien om het water dat op het achterliggende terras valt, op te vangen en af te voeren naar de openbare riolering. Verder wordt zowel de afvoeren van nieuwe keuken en badkamer aangesloten op de bestaande ‘beerput’. Er wordt geen hemelwaterput en/of infiltratievoorziening voorzien.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen bekend.

 

Voor het perceel zijn wel volgende stedenbouwkundige misdrijven gekend:

* Op 19 augustus 2025 werden volgende stedenbouwkundige misdrijven vastgesteld:

-      De garagepoort in de voorgevel werd vervangen en ongeveer 1 meter inpandig in de

woning geplaatst.

-      Het oprichten van een gelijkvloerse aanbouw (2021-2022) langs de rechterscheidingsmuur, even diep als de bestaande tweelagige aanbouw links.

-      Op het platte dak van deze nieuwe aanbouw is een overdekte houten constructie in lichtdoorlatend materiaal geplaatst (2025), hetgeen is ingericht is als gesloten dakterras.

-      Vanuit de tuin werd een metalen trap geplaatst die toegang verschaft tot het gesloten dakterras, gesitueerd ter hoogte van de scheidingsmuur met de rechterbuur (meldingsplichtig).

 

Er werd aangemaand om een omgevingsvergunningsaanvraag in te dienen overeenkomstig de voorbespreking met de dienst Stedenbouw, gezien het niet zeker is of de uitgevoerde toestand volledig vatbaar is voor regularisatie

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

 

Artikel 2.5 Contact met de straat stelt (o.a.) dat bij een gebouw dat deel uitmaakt van een gesloten gevelrij een autogarage, onderdoorgang, open of halfopen autostaanplaats slechts toegestaan is als het perceel op de rooilijn minstens 7 meter breed is.

Toetsing: Het perceel heeft ter hoogte van de rooilijn een breedte van 4,65 meter. De woning beschikt in de bestaande toestand over een inpandige garage, vermits deze aanwezig voor de inwerkingtreding van het betreffende artikel. Evenwel moet vastgesteld worden dat door het naar binnen verplaatsen van de garagepoort de garage zodanig verkleind wordt dat deze niet meer kan dienen voor het stallen van een wagen: een diepte van 4 meter is te klein om (comfortabel) een wagen te kunnen stallen. Deze ruimte kan bijgevolg niet meer aangewend en bestemd worden als garage en dus is het niet meer toegestaan een (nieuwe) garagepoort te voorzien. Tegelijkertijd kan aangenomen dat deze ingreep uitgevoerd werd om (comfortabeler) in de voortuin te kunnen parkeren. Ook dit is strijdig met het betreffende artikel.

Deze ingreep komt bijgevolg niet aanmerking voor vergunning.

 

Artikel 3.2 Beperken van verhardingen stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum moet beperkt worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

Toetsing: Het voorzien van een versnelde afvoer (‘aco drain’) aan de achtergevel waarbij het opgevangen hemelwater rechtstreeks wordt afgevoerd naar het openbare riolering druist in tegen bovenvermeld artikel, alsook tegen de bepalingen opgenomen in de ‘Hemelwaterverordening van 2023’: zie ook verder onder rubriek ‘WATERPARAGRAAF’.

Deze ingreep komt bijgevolg niet aanmerking voor vergunning.

 

Artikel 3.4 Gescheiden afvoerstelsel voor afval- en hemelwater stelt dat bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, de bouwheer verplicht is een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien.

Toetsing: Ondanks de wijzigingen aan het rioleringsstelsel (plaatsen bijkomende badkamer en toilet, nieuwe regenwaterafvoeren) wordt geen gescheiden afvoerstelsel voorzien. 

 

Artikel 3.8 Groendak stelt dat elk nieuw dakoppervlak (groter dan 6 m² en met helling van minder dan 15 graden) aangelegd moet worden als groendak. Deze verplichting geldt niet voor dakoppervlaktes die aangesloten zijn op een hemelwaterput.

Toetsing: Het dak van de nieuwe gelijkvloerse uitbreiding met overdekt terras bovenop hebben een oppervlakte van meer dan 6 m², een helling van minder dan 15 graden en zijn niet aangesloten op een hemelwaterput en moeten conform dit artikel aangelegd worden als groendak. Uit de rubriek ‘OMGEVINGSTOETS’ blijkt evenwel dat niet de volledige constructie in aanmerking komt voor vergunning.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1.  Ligging project

Het project situeert zich in het afstroomgebied met als beheerder Stad Gent.  Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

HEMELWATERPUT

De bestaande woning wordt uitgebreid door het voorzien van een gelijkvloerse uitbreiding en er gebeuren werken aan de afwatering in het bestaande hoofdvolume waardoor de plaatsing van een hemelwaterput verplicht is. De volledige horizontale dakoppervlakte van de woning moet in rekening gebracht worden, deze bedraagt 58 m². Er is geen bestaande hemelwaterput aanwezig. Hierdoor moet een hemelwaterput geplaatst worden met een minimale inhoud van 5000 liter. Dit wordt niet voorzien.

 

De hemelwaterput moet uitgerust worden met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.

 

INFILTRATIEVOORZIENING

De overloop van de hemelwaterput moet worden aangesloten op een correct gedimensioneerde bovengrondse infiltratievoorziening. Ook niet wordt niet voorzien.

 

GROENDAK

Het nieuw plat dak staat niet in voor opvang en nuttig gebruik van hemelwater en moet conform artikel 3.8 van het Algemeen Bouwreglement aangelegd worden als groendak. Ook dit wordt niet voorzien.

 

VERHARDINGEN

Er wordt een versnelde afvoer (‘aco drain’) aan de achtergevel voorzien waarbij het opgevangen hemelwater rechtstreeks, samen met de hemelwaterafvoeren aan de achterzijde, wordt afgevoerd naar het openbare riolering. Dit is niet in overeenstemming met artikel 3.2 van het Algemeen Bouwreglement maar ook niet met de bepalingen van de hemelwaterverordening.

 

Verhardingen moeten waterdoorlatend aangelegd worden (met een helling kleiner dan 2%) en/of de niet-waterdoorlatende verhardingen moeten afwateren naar een voldoende grote onverharde groenzone (die minstens ¼ van de afwaterende oppervlakte is).

 

ONDERGRONDSE CONSTRUCTIES

De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.

 

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat. Een grondige herwerking van de aanvraag is noodzakelijk.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Ingreep aan de voorgevel:
De ingreep aan de voorgevel, het naar binnen plaatsen van de garagepoort, werd reeds wederrechtelijk uitgevoerd. Er wordt verondersteld dat deze ingreep werd uitgevoerd om (comfortabeler) te kunnen parkeren in de voortuin. Tegelijkertijd wordt de ruimte achter de nieuwe garagepoort te klein om nog een auto te plaatsen.

Deze ingreep komt niet in aanmerking voor vergunning vermits zij een strijdigheid met het Algemeen Bouwreglement impliceert. Het voorzien van een open staanplaats bij een woning die deel uitmaakt van een gesloten gevelrij is principieel niet mogelijk en vermits de huidige garagepoort niet meer leidt tot een bruikbare garage, is het plaatsen van een nieuwe garagepoort evenmin mogelijk. De aanpassing aan de voorgevel komt dan ook niet in aanmerking voor vergunning.

Aanbouw gelijkvloers:
Vanuit ruimtelijk oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorziene (en reeds uitgevoerde) gelijkvloerse aanbouw tot een diepte van 13,55 meter. Wel is het van belang hierbij rekening te houden met de bepalingen van de hemelwaterverordening en het algemeen bouwreglement. Het ontwerp voldoet hier nu niet aan en komt daarom binnen huidige aanvraag niet in aanmerking voor vergunning.

Overdekt terras eerste verdieping:
Het voorzien van een dakterras, met een diepte van 3,03 meter, vereist het plaatsen van zichtschermen aan de rechter perceelsgrens. De hoogte van de totale (‘open’) constructie reikt echter nog veel hoger en creëert een impact op de aanpalende buur vermits hier geen scheidingsmuur meer aanwezig is. De ontworpen (en ook reeds uitgevoerde) constructies lijkt hoofdzakelijk afgestemd te zijn op de bestaande uitbreiding op de eerste verdieping (zowel qua diepte als qua hoogte) bij de woning, maar er moet vastgesteld worden dat deze uitbreiding toch eerder atypisch is binnen het woonlint waarbinnen de woning zich bevindt (vooral qua diepte). Het zou dus correcter zijn een uitbreiding op de eerste verdieping af te stemmen op de aanpalende woningen. Dit zal leiden tot een constructie die bescheidener is in hoogte én diepte waardoor in eerste instantie de impact voor de aanpalende buur minder frappant zal zijn. Ook voor de constructie moet, ondergeschikt, opgemerkt worden dat ze niet in overeenstemming is met de bepalingen uit de hemelwaterverordening.

Rioleringsstelsel:
Zoals in meerdere rubrieken reeds toegelicht voldoet het ontwerp niet aan de bepaling van de hemelwaterverordening en het algemeen bouwreglement (o.a.) inzake riolering. Een grondige herwerking is noodzakelijk.


CONCLUSIE

Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen, noch verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van verbouwingswerken aan Maryam Tawfiq Marwan - Ali Abu-Shab gelegen te Morekstraat 294, 9032 Gent.