Terug
Gepubliceerd op 16/01/2026

2026_CBS_00159 - OMV_2025083947 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een kade - zonder openbaar onderzoek - Kuhlmannkaai, 9040 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 15/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 15/01/2026 - 08:59
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00159 - OMV_2025083947 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een kade - zonder openbaar onderzoek - Kuhlmannkaai, 9040 Gent - Vergunning 2026_CBS_00159 - OMV_2025083947 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een kade - zonder openbaar onderzoek - Kuhlmannkaai, 9040 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

DEME Environmental NV met als contactadres Scheldedijk 30, 2070 Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht heeft een aanvraag (OMV_2025083947) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 3 november 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het aanleggen van een kade

• Adres: Kuhlmannkaai , 9040 Gent

Kadastrale gegevens:  openbaar domein

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 21 november 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 januari 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het aanleggen van een kade.
In het kader van duurzame mobiliteit en efficiënt projectbeheer wenst DEME Environmental een kade aan te leggen in de Gentse Kanaalzone. Deze investering zal het mogelijk maken om projecten in de regio —zoals saneringswerven, bouwtechnische werken, stortplaatsen en verwerkingscentra—op een vlottere en milieuvriendelijkere manier te bedienen. Door transport via het water te stimuleren, wordt de druk op het wegverkeer aanzienlijk verminderd, wat leidt tot minder uitstoot en minder files.

 

De geplande stedenbouwkundige handelingen situeren zich op de oever van het kanaal Gent-Terneuzen.

De site ligt naast de Gewestweg Kulhmannkaai die een breedte heeft van circa 8,50m. De N474 is een gewestweg tussen Langerbrugge (België) en de grens bij het Nederlandse Sas van Gent. Het hele traject van deze weg ligt parallel langs het kanaal en bestaat uit twee rijstroken in beide richtingen. Aan de buitenste zijden van de bestaande rijweg zijn fietspaden van 1,50m breed voorzien. De weg, inclusief fietsstroken is verhard in asfalt. Aan het begin, ten zuiden van het projectgebied zijn de bestaande vangrails onderbroken over een lengte van ongeveer 10m. De zone is in de bestaande toestand onverhard, afgewisseld met breuksteen. Aan de bestaande oevermuur zijn er reeds 4 dukdalven aanwezig. De omgeving van het project wordt gekenmerkt door zeehaven en watergebonden industriële bedrijvigheid.

Op 26 mei 2025 werd de aanvraag (OMV_2024122417) voor de realisatie van de nieuwe ontsluitingsweg voor de Kuhlmannsite onder voorwaarden goedgekeurd. Deze weg vervangt de bestaande gewestweg langs het kanaal Gent-Terneuzen. Ter hoogte van het bedrijventerrein wordt een 8 m brede rijweg aangelegd, samen met een dubbelrichtingsfietspad van 3 m breed, beide voorzien in asfaltverharding.

 

De aanvraag heeft betrekking op het inrichten van een kade voor het laden en lossen van afvalstoffen en grondstoffen. Op de locatie bevindt zich reeds een kaaimuur, maar deze wordt al geruime tijd niet meer gebruikt wegens de slechte staat waarin ze verkeert.

Het versterken van de kaaimuur omvat infrastructuurwerken.

De huidige kaai bestaat uit een betonnen kaaimuur gebouwd op een stalen damwand. Deze stalen damwand is verankerd aan een parallelle stalen ankerwand in de oever. Een nieuwe combiwand komt voor de bestaande kaai. De combiwand bestaat uit buispalen gecombineerd met stalen damplanken. Door middel van grondankers wordt de combiwand verankerd. Naast de renovatie van de damwand wordt ook de kaaimuur uitgebreid. Over de volledige lengte van de combiwand komt een nieuwe kaaimuur van 1,5m verbreed. De nieuwe kade krijgt hetzelfde uitzicht als de huidige oever: stalen keerwand met betonnen kaaimuur. De nieuwe constructie wordt op dezelfde locatie gebouwd als de originele kaaimuur.

De groenzone tussen de bestaande kaaimuur en de Kuhlmannkaai wordt verhard met 2.634 m² betonverharding, geprofileerd in een vlindervlak om het water in de slibbakken op te vangen. De bodembedekking bevat op 20m afstand van de kaaimuur enkel een kleiachtige zachte bodem, ongeveer 1,50m. Op 15m afstand wordt de bodem harder maar blijft kleiachtig (1,5m dikte). Vanaf 10 meter afstand van de kaaimuur zijn breukstenen aanwezig in de kleiachtige bodem. Tussen 5 meter afstand en de kaaimuur bestaat de bodem uit zowel breukstenen en kleiachtige grond.

Voor de aansluiting met de bestaande wegenis (Kuhlmannkaai) en kaaimuur, en om de kade te voorzien van een vlinderprofiel en infiltratiegracht, moet ongeveer 2.500m³ grond worden uitgegraven en afgevoerd. Het reliëf ter hoogte van de Kuhlmannkaai bedraagt tussen 7,13mTAW en 7,03mTAW waarbij de noordelijk gedeelte 10cm lager ligt dan de zuidelijke kant. De hoogte van de bestaande kaaimuur blijft ongewijzigd en ligt op 7,00m TAW.

Om lozing van gezuiverd water, afkomstig van RC Gent doorheen de nieuwe kaai mogelijk te maken worden 3 waterleidingen omgelegd.

Aan de westelijke zijde van het project, langs de Kuhlmannkaai, wordt een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd met een maximale diepte van 50cm. Deze gracht dient om het regenwater van de nieuwe maximaal te laten infiltreren. De breedte varieert van 2,50m aan de zuidzijde tot 3,50m aan de noordzijde. De infiltratievoorziening is uitgerust met een overloop naar het zeekanaal Gent-Terneuzen.

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 07/11/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van oude infrastructuur op openbaar domein en het bouwrijp maken van het terrein. (OMV_2019046899)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

3.1.   NORT SEA PORT

Voorwaardelijk gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 11 december 2025 onder ref. 2025-241:

De aanvraag heeft betrekking op terrein in eigendom van afdeling Maritieme Toegang. Het deel van Kanaal Gent Terneuzen is in beheer van North Sea Port Flanders.

De werken kunnen gunstig worden geadviseerd, mits rekening te houden met volgende voorwaarden: 

*    Minstens 10 werkdagen voor de aanvang van de werken verwittigt de aanvrager de afdeling Port Infra van North Sea Port schriftelijk of per mail (adviezen@northseaport.com).

*    Voor het verwijderen van de dukdalven moet een plan van aanpak ter goedkeuring voorgelegd worden aan Afdeling Maritieme Toegang en North Sea Port en moet een uitdrukkelijke toestemming bekomen worden. 

*    Afdeling Maritieme Toegang is de bevoegde waterloopbeheerder voor het kanaal Gent-Terneuzen en moeten de toestemming geven voor deze werken.  

*    De N474 valt onder beheer van AWV, over de aansluiting van de nieuw te bouwen kade op deze weg kan North Sea Port geen uitspraken doen. 

*    De kosten en het onderhoud van de aansluiting op het rioleringssysteem is ten laste van de aanvrager.

*    Een voorstel van de aansluiting op het rioleringssysteem dient voorafgaand de start der werken ter goedkeuring te worden voorgelegd aan North Sea Port. 

*   Voor de bestaande nutsleidingen in de buurt van de werken, verwijzen wij naar https://overheid.vlaanderen.be/informatie-vlaanderen/producten-diensten/kabel-en-leidinginformatieportaal-klip . North Sea Port neemt hierin geen enkele verantwoordelijkheid.

3.2.   WEGEN EN VERKEER

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 9 december 2025 onder ref. AV/411/2025/01868:
Het agentschap Wegen en Verkeer adviseert gunstig betreffende voorliggende aanvraag.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. (zie integraal advies op het omgevingsloket)

3.3.   MARITIEME TOEGANG.

Voorwaardelijk gunstig advies van Departement Mobiliteit en Openbare Werken - Maritieme Toegang afgeleverd op 18 december 2025 onder ref. HP0126 - 1M2B6M-2-106382:
De afdeling Maritieme Toegang verleent gunstig advies, onder de volgende voorwaarden:

-     De zone van de aanvraag (oever + watergedeelte) is eigendom van het Vlaamse Gewest, waarvoor Maritieme Toegang de beheerder is. De overdracht in beheer naar North Sea Port/DEME dient geregeld te zijn voor de start van de werken. Voor het beheer dient de ganse zone ter hoogte van de percelen van DEME te worden meegenomen (loodrechte verbinding te trekken vanaf de perceelsgrenzen tot aan het kanaal Gent-Terneuzen – zie rode aanduiding op het uittreksel.
Afbeelding met kaart, diagram, Plan

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist. 

-     De aanvrager wordt ook verantwoordelijk voor de stabiliteit van de damwanden/oeververdediging opwaarts tot aan de perceelsgrens (loodrechte verbinding) en afwaarts tot 50m voorbij de nieuwe kaaimuur: de bestaande damwanden zijn in slechte staat en bevinden zich binnen de invloedssfeer van de toekomstige schepen die aan de nieuwe kaaimuur zouden komen te liggen. Enkel eventuele bodembescherming zal niet volstaan om die stabiliteit op lange termijn te verzekeren. Daarom dient de aanvrager te allen tijde alle nodige werkzaamheden uit te voeren om de oeververdediging in stand te houden.

-     De lozing van bedrijfsafvalwater dient te voldoen aan de geldende VLAREM-bepalingen én mag geen achteruitgang veroorzaken van de toestand van het ontvangende waterlichaam, noch het behalen van de milieukwaliteitsdoelstellingen in het gedrang brengen, conform de Europese Kaderrichtlijn Water en de Vlaamse impactbeoordeling.

-     De aanvrager dient een vergunning te bekomen voor de inname van het openbaar domein voor de lozing in het kanaal Gent-Terneuzen. Ook dient het technisch voorstel van de uitlaatconstructie vóór uitvoering voorgelegd worden aan en goedgekeurd worden door de afdeling Maritieme Toegang (amt.haven.gent@mow.vlaanderen.be). Dit kan eventueel ook meegenomen bij het in beheer nemen van de volledige zone.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven en bestaande waterwegen volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.

4.5.   Archeologienota

Voor deze aanvraag is geen archeologienota verplicht.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van North Sea Port. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van MOW - Afdeling Maritiem Toegang.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein aan de oever is momenteel deels braakliggend en een ander deel van de handelingen situeren zich in de waterweg.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Toetsing aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (GSVH 2023)

Het project omvat in totaal 2.899m² afwaterende verharding. De infiltratiegracht heeft een nuttig volume van 112m³, wat voldoende is tegenover de vereiste min. 96 m³ volgens de GSV. De voorziening is bovengronds, heeft een correcte voorbehandeling via slibvangputten en is uitgerust met een noodoverloop naar het kanaal Gent-Terneuzen.

 

Het voorgestelde voldoet aan de GSV, op voorwaarde dat:

-          De slibvangputten, inspectieputten en gracht regelmatig worden onderhouden.

-          De noodoverloop correct wordt uitgevoerd en vrij kan afwateren

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Inplanting
Het beoogde doel van het project is de bestaande kaaimuur te verstevigen en een kade te creëren om het transport per schip te stimuleren. Aangezien het project aansluit op bestaande infrastructuur zijn de stedenbouwkundige handelingen functioneel inpasbaar in de ruimtelijke context. Het projectgebied wordt reeds gekenmerkt door de infrastructuur van de bestaande kaaimuur.

De inrichting van de laad- en loskade kadert binnen de modal-shift, waarbij meer goederenvervoer over water plaatsvindt om zo de wegen te ontlasten van verkeersdrukte.

Groen
waardevolle vegetatie type ku+: 2634m² - vegetatie oppervlakte totaal: 2634m²

Vanuit groenoogpunt is er geen bezwaren tegen het project, namelijk de aanleg van een nieuwe kade langs het kanaal Gent-Terneuzen. De verharding die inherent noodzakelijk is bij de kade situeert zich in een braakliggende zone (soortenrijke ruigte). Het betreft effectief een biologisch zeer waardevol terrein (zoals aangegeven in het document B6 - Effect biodiversiteit), dat echter wordt gekenmerkt door verschillende verstoring. Gezien gelegen in industriegebied en niet gelegen langsheen het Groen Raamwerk binnen de Gentse Kanaalzone, kan de aanvraag gunstig beoordelen. De kade zorgt ervoor dat transport van goederen voor het naastgelegen bedrijf meer zal gebeuren vanaf het water (kanaal) wat op zich minder wegvervoer impliceert.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een kade aan DEME Environmental nv (O.N.:0435376382) gelegen te Kuhlmannkaai , 9040 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

   

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

-     De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 9 december 2025, met kenmerk AV/411/2025/01868) moeten strikt nageleefd worden.

-     De voorwaarden opgenomen in het advies van North Sea Port Flanders (advies van 11 december 2025, met kenmerk 2025-241) moeten strikt nageleefd worden.

-     De voorwaarden opgenomen in het advies van Departement Mobiliteit en Openbare Werken - Maritieme Toegang (advies van 18 december 2025 met kenmerk HP0126 - 1M2B6M-2-106382) moeten strikt nageleefd worden.

-     De slibvangputten, inspectieputten en gracht dienen periodiek te worden onderhouden, zodat een goede werking wordt gegarandeerd.

-     De noodoverloop moet conform de specificaties worden uitgevoerd en te allen tijde vrij kunnen afwateren.