District09 werd, in samenwerking met de Stad Gent, geselecteerd als laureaat van de ‘Mayors Challenge’ van Bloomberg Philanthropies en ontvangt één miljoen dollar voor de verdere uitwerking van een project rond proactieve dienstverlening.
Het project beoogt een digitaal platform te ontwikkelen dat inwoners automatisch informeert over rechten en ondersteuningsmaatregelen waarop zij aanspraak kunnen maken, met als doel administratieve drempels te verlagen en de toegankelijkheid van de dienstverlening te versterken.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Beste collega Bensafia,
Bedankt voor jouw vragen.
Gentenaars die sociale rechten mislopen, omdat ze door het bos de bomen niet meer zien of gewoonweg niet weten waar ze recht op hebben. Het gebeurt nog te vaak en al zeker bij inwoners waar de nood aan deze ondersteuning het hoogst is. Daarin kadert dit project rond proactieve dienstverlening.
Concreet heeft proactieve dienstverlening als doel om inwoners automatisch én tijdig te informeren en ondersteunen, zonder dat zij daar zelf om moeten vragen. Deze dienstverlening is ‘proactief’, omdat ze vertrekt vanuit gekende overheidsgegevens om rechten, premies en hulp toegankelijker te maken en drempels te verlagen. Kortom, automatische rechten-toekenning. Dit zal een zichtbaar verschil maken voor de gebruiker. Het platform zal hierbij geen nieuw of losstaand systeem zijn, maar een logische uitbreiding van de bestaande Gentse stadsapp die vandaag al door veel inwoners wordt gebruikt. De gebruikers krijgen een persoonlijk en overzichtelijk dashboard en ontvangen zo duidelijke en begrijpelijke informatie op maat. Ze zullen ook op het juiste moment meldingen of suggesties ontvangen, bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind. Daarnaast vereenvoudigen we ook aanvragen door slimme koppelingen te maken tussen databronnen en zal de gebruiker gegevens niet telkens opnieuw moeten invullen. Soms is er ook een proactieve toekenning zonder interactie met de burger, uiteraard steeds met respect voor bestaande regelgeving en rechten van de inwoner.
In een eerste fase focust het project op doelgroepen waar het risico op het niet opnemen van rechten het grootst is, zoals sociaal kwetsbare inwoners. Bij hen is de maatschappelijke impact ook het grootst. De levensgebeurtenissen waar eerst op zal gefocust worden is ‘het krijgen van een kind’, maar ook andere levensgebeurtenissen zoals ‘ik verhuis’ kunnen mee in de scope genomen worden. De definitieve reikwijdte van functionaliteiten van het te ontwikkelen platform worden vastgelegd tijdens de ontwerpfase in samenwerking met alle betrokken digitale partners. Deze fase is deze week van start gegaan (op 9 maart). De te onderzoeken mogelijkheden voor de Gentenaar zijn bijvoorbeeld: het beheren van een persoonlijk profiel, een geïnformeerde toestemming om datagebruik te personaliseren, een digitale kluis voor officiële documenten en simulaties van toekomstige levenssituaties met betrekking tot rechten en premies. Daarnaast moet het platform, zoals eerder vermeld, aanvragen vereenvoudigen en volledige transparantie bieden over welke gegevens worden gebruikt en met welk doel.
Digitale veiligheid vormt een afzonderlijk werkpakket en wordt vanaf de ontwerpfase met de grootste zorg en aandacht behandeld. De veiligheidsstandaarden waarmee we persoonsgegevens zullen verwerken, zijn hoog. In kader hiervan worden uiteenlopende maatregelen genomen, zoals privacy by design en privacy by default en beveiligde gegevensverwerking om de persoonsgegevens maximaal te beschermen. Daarnaast beschermen we ons tegen datalekken en cyberaanvallen door in te zetten op netwerkbeveiliging, regelmatige beveiligingsupdates, penetratietesten en incidentresponsprocedures. Bijkomend voeren we ook risicoanalyses en gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) uit.
Naast veiligheid vormt digitale inclusie ook een essentieel aandachtspunt in dit project. We hanteren een Multichannel benadering waarin digitale toegang nooit een voorwaarde wordt om rechten te kunnen uitoefenen. Fysieke loketten, telefonische ondersteuning en begeleide hulp blijven uiteraard beschikbaar en via dit platform zullen we deze kanalen versterken. Medewerkers van stedelijke diensten, sociale organisaties en eerstelijnspartners spelen een belangrijke rol in het begeleiden van inwoners bij het gebruik van het platform. Zij kunnen signalen opvangen, toelichting geven en helpen bij het ontsluiten van rechten en ondersteuningsmaatregelen. Ook ontwerpen we het platform zo gebruiksvriendelijk als mogelijk. Daarvoor werken we met methodieken zoals persona’s, customer journeys, co-creatie en gebruikerstesten.
De samenwerking tussen District09 en de Stad Gent is georganiseerd via een duidelijke taak- en rolverdeling en gezamenlijke verantwoordelijkheid. De Stad Gent treedt op als beleidsmatige opdrachtgever en bewaakt de strategische doelstellingen in lijn met het stedelijk sociaal en digitaal beleid. De stedelijke diensten leveren inhoudelijke expertise, bepalen de relevante levensgebeurtenissen en doelgroepen en zorgen voor de afstemming met de dienstverlening aan inwoners. District09 fungeert als digitaal strategisch partner en staat in voor technische analyse, ontwikkeling, integratie en naleving van veiligheids- en architectuurstandaarden, en onderhoudt de link met het Vlaamse digitale ecosysteem. Strategische beslissingen worden genomen in een gezamenlijke stuurgroep, die rapporteert aan het Management Team en betrokken schepenen, waarbij ook transparantie naar het college en de gemeenteraad wordt verzekerd.
do 12/03/2026 - 19:16Hoewel de verbetering van de goederenspoorverbinding tussen Terneuzen en Gent geen rechtstreekse stedelijke bevoegdheid is, is Gent wel degelijk een betrokken partner. De stad is aandeelhouder van North Sea Port en ondervindt rechtstreeks de economische, mobiliteits- en milieu-impact van de verdere ontwikkeling van de haven en de bijhorende infrastructuur. Een versterkte spoorverbinding kan dus belangrijke gevolgen hebben voor de goederenstromen en vrachtverkeer in en rond Gent. In dit opzicht heb ik volgende vragen:
Hoe volgt het Gentse stadsbestuur de recente beslissingen en het geplande overleg tussen Nederland en Vlaanderen over de spoorverbinding Terneuzen-Gent op?
Op welke manier wordt Gent, rechtstreeks of via North Sea Port, betrokken bij de verdere uitwerking van dit project?
Welke impact verwacht de schepen van deze verbeterde spoorverbinding op de mobiliteit, economie en leefomgeving in Gent?
Dankjewel voor uw vraag.
Het goederenvervoer per spoor tussen Gent en Terneuzen zal naar verwachting verder groeien, maar het huidige spoornetwerk botst op limieten. Een voorstudie uit 2018 heeft aangetoond dat er een aantal missing links zijn en dat er meer capaciteit op het goederenspoor nodig is om het netwerk sterker en betrouwbaarder te maken.
Het project Rail Gent–Terneuzen, of RGT, richt zich in hoofdzaak op drie ingrepen: de boog bij de Sluiskilbrug, de aanleg van een spoorverbinding over de Axelse Vlakte en de aansluiting van de spoorbundel Zandeken. Wie meer details wil, kan een heel duidelijk overzicht van de projecten vinden op de projectwebsite (railghentterneuzen.eu).
Geen van deze werken bevindt zich op Gents grondgebied. Maar door de impact van spoorprojecten op de ruime omgeving volgen wij dit dossier uiteraard al geruime tijd op, onder meer samen met North Sea Port.
Een optimale spoorverbinding tussen Gent en Terneuzen staat bovendien in het nieuw strategisch plan van NSP met als doel om het aandeel van het spoor in de modal split te verhogen van 10% naar 15% en zo meer goederen van de weg naar het spoor te verschuiven. Hoe meer vrachtwagens we van de weg kunnen halen, hoe minder files, hoe minder CO₂-uitstoot en hoe minder fijn stof voor de omwonenden. Daarnaast heeft dit ook een positieve impact op de concurrentiepositie als logistiek knooppunt en op de groeimogelijkheden van de haven. Meer spoorcapaciteit zorgt voor extra verbindingen tussen bedrijven en voor minder vertragingen voor bedrijven die het spoor gebruiken.
North Sea Port neemt de regie op van dit grensoverschrijdende project. ProRail in Nederland en Infrabel in Vlaanderen staan in voor de technische realisatie. En er is een projectgroep met alle verschillende partners.
In het structureel Bestuurlijk Overleg tussen North Sea Port en het College volgen we dit dossier nauwgezet op. En ook ambtelijk wordt dit opgevolgd.
Binnen het North Sea Port District, waar de burgemeester, schepen Van Braeckevelt, ikzelf, samen met de Vlaamse, federale en Nederlandse overheid, en de provincies zetelen, is Rail Gent–Terneuzen vorig jaar ook aangeduid als één van de sleutelprojecten. Er is al een langere tijd een breed draagvlak voor het project. De financiering is zowel aan Nederlandse als aan Vlaamse kant rond, maar het is wachten op verdere (politieke) stappen.
De recente beslissing van Nederland en Vlaanderen waar u naar verwijst, heeft waarschijnlijk betrekking op de recente verklaring van de federale minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke, en de Nederlandse staatssecretaris Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat om de samenwerking rond grensoverschrijdende verbindingen tussen België en Nederland te versterken. Het project Rail Gent–Terneuzen is daarbij één van de belangrijke dossiers. Afgesproken is dat beide landen voor de zomer bijkomend bestuurlijk overleg zullen voeren om de voortgang te bespreken.
Wij onthalen deze recente verklaring dan ook positief, omdat ze opnieuw een belangrijk signaal geeft en we kijken met belangstelling uit welke concrete impact dit zal hebben op de voortgang van RGT. Vanuit de betrokken partners blijven wij alvast vragen aan de hogere overheden om nu finaal het startschot te geven.
do 12/03/2026 - 21:04De aangekondigde renovatie van de Oostakkerse Kiosk is fantastisch nieuws voor iedereen die Oostakker een warm hart toedraagt. Wat nu al een tijdje een doorn in het oog is door verloedering, kan dan eindelijk terug het kloppend hart worden van ons mooi dorpsplein.
Alle inwoners van Oostakker kijken met veel enthousiasme uit naar deze opknapbeurt. In het kader van de Kioskfeesten die plaats vinden op 9 mei stel ik graag volgende vragen:
1. Wat is de huidige stand van zaken in het dossier? Welke timing wordt er vooropgesteld voor de renovatie?
2. Is er al duidelijk over de eventuele samenwerking met Edugo-school Glorieux?
3. Welke stappen kunnen de inwoners van Oostakker verwachten tegen de kioskfeesten op 9 mei?
Geachte raadslid,
Vandaag loopt er nog overleg tussen betrokken stadsdiensten. We stemmen het programma van eisen af op het beschikbare budget van 500.000 euro. Dat doen we zorgvuldig, want elke euro moet zo goed mogelijk worden ingezet om de kiosk terug in ere te herstellen.
Zodra dat programma van eisen rond is, stellen we een studiebureau aan via de poule studieopdrachten erfgoed van de Stadsbouwmeester.
Wat timing betreft: als alles vlot loopt én de omgevingsvergunning beschikbaar is, mikken we op een start van de restauratiewerken eind 2027 of begin 2028.
Ik kan bevestigen dat de rol van de Edugo-school mee opgenomen wordt in het overleg over het programma van eisen. We willen duidelijkheid voor iedereen en streven naar een goede, gedragen oplossing.
Tegen 9 mei 2026 zitten we nog volop in de voorbereidende fase. Ik wil er zeker voor zorgen dat de communicatie helder is en dat mensen weten wat er wanneer komt. De kioskfeesten verdienen duidelijkheid en respect, ook tijdens de voorbereidingsperiode.
Collega’s, we werken aan een zorgvuldige, kwalitatieve restauratie met respect voor erfgoed, voor de buurt en voor de vele mensen die zich met hart en ziel inzetten om deze plek levend te houden.
Dat vraagt tijd, maar het resultaat moet staan: een kiosk die opnieuw een warm baken wordt voor Oostakker.
Gezien het nog te doorlopen traject (studie, vergunning…) en de koppeling met het project Dienstverleningsknoop Oostakker i.f.v. beheer richten we ons eerder op mei 2029.
Nu ik in de media las dat grote webwinkels zoals bol.com en Mediamarkt verschillende populaire hoofdtelefoons en headsets uit de verkoop hebben gehaald, stel ik graag enkele vragen. Deze webwinkels hebben dit beslist door de aanwezigheid van potentieel schadelijke stoffen, zoals bijvoorbeeld bisfenol A (BPA) en andere chemicaliën die via huidcontact in het lichaam kunnen worden opgenomen.
Dit rapport van de Europese unie samen met consumentenorganisaties is toch duidelijk. Binnen onze stad zijn er heel wat stadsmedewerkers die voorzien worden van koptelefoons of headset door District09. Daarom heb ik volgende vragen:
Beste collega Donkor,
Bedankt voor jouw vragen.
We vroegen dit na bij de diensten en ik kan u geruststellen.
District09 beschikt over een lijst van de standaardmodellen die we binnen de stad aanbieden. Dit zijn allen Jabra‑modellen. Er is geen gecentraliseerd, actueel overzicht van wie welke headset heeft. De Jabra headsets die in gebruik zijn maakten geen deel uit van deze studie. Het rapport spreekt van contact met het harde plastiek. Dit is vooral van toepassing voor de in ear oplossingen maar deze worden niet door District09 voorzien.
Naast de aankopen van District09 voor hoofdtelefoons, worden ook hoofdtelefoons en gehoorbescherming aangeboden via enkele raamovereenkomsten van de Diensten van FM van de Stad Gent. De dienst heeft na de eerste berichtgevingen in de media meteen contact opgenomen met de Dienst Preventie van de Stad Gent, die op hun beurt het advies van de arbeidsarts (Mensura) inschakelden. De arbeidsarts van Mensura stelt dat Europese wetgeving hierrond erg streng is. Dit betreft zowel de REACH wetgeving als de wetgeving rond Algemene Productveiligheid. De terugroepacties die sommige fabrikanten moeten doen, geven ook aan dat deze wetgeving heel nauwlettend opgevolgd wordt. Belangrijk is dat als de aankoop binnen Europa gebeurde, want de arbeidsarts geeft dat bij deze aankopen geen extra maatregelen hoeven genomen worden. De Dienst Aankoop en Logistiek bevestigt dat de artikelen binnen de betreffende raamovereenkomsten enkel rechtstreeks aangekocht worden via Europese leveranciers. Bijkomend heeft de dienst voor de zekerheid de leveranciers gevraagd naar fiches en testresultaten van de betreffende producten. De ontvangen fiches worden steeds ter nazicht bezorgd aan de Dienst Preventie van de Stad Gent.
do 12/03/2026 - 19:30Vorige maand werd op de gemeenteraad de inzet van camera's - als bijkomende maatregel - goedgekeurd om overlast aan de Zuid aan te pakken. De jeugdraad schreef hierover een spontaan advies waarbij ze kritisch zijn over de inzet van camera's en geven verschillende alternatieve, positieve maatregelen om de overlast en onveiligheid bij de Zuid aan te pakken.
Zo vragen ze om bvb betere verlichting en het voldoende snoeien van groen om de zichtbaarheid te verbeteren. Verder vragen ze om te onderzoeken of de oude bibliotheek kan worden gebruikt als overdekte ontmoetingsplek voor jongeren waarbij Habbekrats en/of Overkop als uitbaters kunnen fungeren. Ook kan nieuwe (sport)infrastructuur volgens de jeugdraad helpen om nieuwe communities aan te trekken. Ze denken bvb aan calisthenics, pingpongtafel, pannakooi, ... Tot slot vraagt men extra investering in ondersteuning van het jeugdwerk (1 VTE voor dit knooppunt is volgende de jeugdraad onvoldoende), inzet van Jeugdstraathoekwerk aan de Zuid en het betrekken van Drughulpverlening in het overleg rond de Zuid.
Wat is de reactie van de schepen op het spontaan advies van de jeugdraad?
Beste raadslid, dank u wel voor de vraag,
Het college is al even op de hoogte van de problematiek aan de Zuid. Daar ging het al over in oa de commissie van 5 februari en de vorige Gemeenteraad. Het advies van de Jeugdraad is een bijkomend argument om het ingeslagen pad verder te bewandelen. Leden van de Jeugdraad spraken met jongeren zelf en met onze partners die elke dag met hen werken. Dat maakt het advies bijzonder relevant. Er zijn hierover contacten geweest met de Jeugdraad en zoals afgesproken krijgt de Jeugdraad binnenkort een officieel, gecoördineerd antwoord van het College. Ik geef hier vandaag de grote lijnen mee binnen mijn bevoegdheid, het jeugdbeleid.
Eerst en vooral: wij geloven sterk in flankerend jeugdbeleid. Dat vervangt geen politie, geen hulpverlening en geen handhaving. Maar het werkt wel aanvullend. Nabijheid, vertrouwen, iemand die jongeren kent en aanspreekbaar is op de momenten dat het nodig is: dat maakt een verschil.
Daarom geef ik graag mee dat we de vraag van de jongeren naar een ontmoetingsplek op de Zuid heel ernstig nemen.
We onderzoeken momenteel -samen met het team van de Stadsbouwmeester- of we een proefproject kunnen opzetten om hen die plek te geven. De bedoeling zou zijn om tijdens alle of bepaalde schooldagen de Vitrine open te stellen voor jongeren. Denk aan de middagpauze of meteen na school. Verschillende jongerenpartners die actief zijn rond de Zuid hebben aangegeven dat ze bereid zijn om in zo’n project een roulatie van vertrouwenspersonen op te zetten, zodat er een aanwezigheid is van een persoon bij wie jongeren zich goed voelen.
En natuurlijk blijven we inzetten op de publieke ruimte. De speeltuin wordt opgefrist en de skateplek wordt onder handen genomen. Dat zijn voor hen belangrijke plekken om vrij en veilig te kunnen samenkomen.
Daarnaast is de samenwerking tussen de partners in de buurt de voorbije weken nog versterkt. Scholen, brugfiguren, Schoolspotters, Habbekrats, jeugdstraathoekwerk en het straathoekwerk: zij hebben elkaar nog beter gevonden en spreken af om hun aanwezigheid nog beter op elkaar af te stemmen.
Ik geef enkele concrete voorbeelden:
- de sporthal van de Hotelschool wordt opengesteld voor de werking van Habbekrats
- Schoolspotters zijn aanwezig in de ontmoetingsruimte van Habbekrats
- verschillende partners bekijken hoe ze activiteiten en netwerken kunnen laten overlappen.
We maken dat engagement ook structureel. De Jeugddienst sluit een convenant af met Habbekrats, zodat ze de komende jaren jongeren in het park en plein kunnen blijven ondersteunen. Habbekrats bekijkt bovendien in welke mate ze hun Gentse medewerkers in de verschillende zones flexibel kunnen inzetten om bepaalde momenten de inzet aan de Zuid te verhogen
Alle actoren rond de Zuid zitten samen in het leefbaarheidsoverleg van de Preventiedienst.
De meeste heb ik daarnet al benoemd maar er zijn ook nog andere diensten betrokken , zoals de groendienst of de wijkwerking van de politie en de jeugdinspecteurs. Elk van uit hun rol en verantwoordelijkheid natuurlijk.
De goesting om samen te werken en de leefbaarheid te vergroten is groot.
Eind maart volgt er opnieuw overleg waar we een eerste stand van zaken opmaken en bekijken er nog mogelijk is.
Kort gezegd: we nemen de voorstellen van de Jeugdraad ernstig, we bouwen voort op en connecteren nog meer de samenwerking op het terrein en we betrekken jongeren zelf op een volwaardige manier bij de oplossingen.
do 12/03/2026 - 21:27In antwoord op de mondelinge vraag 2025_MV_00334 stelde u dat u aan het nadenken was om de Taskforce Wonen en Opvang nieuw leven in te blazen, maar onder een andere vorm.
Ik heb daarbij de volgende vraag voor u:
- Hoever staat u met deze oefening?
De Taskforce Wonen en Opvang (TFWO) is opgericht in 2018, samen met stadsdiensten, middenveld, private partners en sociale woonactoren met als doel om gezamenlijk oplossingen uit te werken voor mensen die een gewone huurwoning niet (meer) kunnen betalen.
Tijden veranderen, de Stad Gent evolueert. Doorheen de jaren is het bestrijden van de wooncrisis een absolute prioriteit geworden van het stadsbestuur en vandaag kan ik toch met trots concluderen dat er tal van structurele overleggen en stuurgroepen zijn ontstaan, waar we samen met de relevante stakeholders bouwen aan een betaalbare woonstad.
De Dienst Wonen maakte een stakeholdersanalyse van de TFWO. We kunnen concluderen dat alle leden van de voormalige taskforce ondertussen een structurele plek hebben gekregen in een overlegstructuur met de Stad Gent.
Ik som even de overlegstructuren op waar ik naar verwijs, dienst Wonen is telkens trekker:
Ik vind dus dat de rol Taskforce Wonen en Opvang wordt ondervangen door de uitgebreide overlegstructuur die ik net heb toegelicht.
ma 16/03/2026 - 11:08Tijdens de presentatie vorig jaar van dienst Toezicht Wonen, bouwen en milieu gaf de dienst aan dat het extra personeel zou kunnen gebruiken. Toen gaf u aan dat u hiermee bezig was. In het MJP lezen we het volgende op pagina 56: ‘Het team Toezicht wordt versterkt om hier extra op in te zetten.’. We zien echter in de MJP dat bij Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu er 63,2 VTE aan de slag is in 2026, maar dat dit terugvalt naar 63,0 VTE in 2030.
Ik heb daarbij de volgende vragen voor de schepen:
- Kunt u meer duiding geven over het aantal VTE bij Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu? Komt de beloofde versterking er?
-Hoe rijmt de schepen deze versterking met het gegeven dat het aantal VTE hetzelfde blijft en zelfs een kleine terugval kent in 2030?
De groei van het personeelsplan van dienst Toezicht is niet zichtbaar in de meerjarenplanning 2026-2031. Maar wel in het personeels-behoefteplan van 2025. Vandaar de verwarring.
Het personeelsbehoefteplan van de dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu werd vanaf 1/1/2026 verhoogd met 14,3 VTE.
2,5 VTE daarvan zijn of worden aangeworven naar aanleiding van onze ambities rond het verplicht conformiteitsattest.
0,3 VTE werden voorzien voor ‘Gent knapt op’: een verhoging voor een controleur en administratieve ondersteuning.
De andere bijkomende 11,5 VTE gaan naar bouwtoezicht, inventarisbeheer, openbare veiligheid en gezondheid.
De kleine delta in 2030 van 0,2 waarover u spreekt is een gevolg van het feit dat niet al het personeel structureel zal worden aangeworven.
Ik sprak over onze ambities rond het conformiteitsattest. Wel, die renderen. U weet dat we hiermee in oktober 2023 gestart zijn. Het CA is verplicht bij de start van een nieuw huurcontract voor woningen die 30 jaar of ouder zijn. Die aanvragen waren direct een groot succes, wat ongelofelijk goed nieuws is voor de kwaliteit van de huurwoningen in Gent. In het eerste jaar al meteen 2.373 CA’s.
In 2024 werden er 4.627 CA’s uitgereikt, in 2025 waren dat er opnieuw 4.318. Dit is het tweede jaar op rij dat we meer dan 4000 conformiteitsattesten mogen uitreiken. Dat zijn nu al 19.018 van de 57.000 huurwoningen in Gent die voldoen aan de juiste kwaliteitsvereisten. Dat is goed voor 33% van de huurwoningen. Als mijn opvolgers aan dit tempo verder werken zullen alle huurwoningen in onze stad binnen 10 jaar voorzien zijn van een conformiteitsattest.
ma 16/03/2026 - 11:15Gent blijft een bijzonder populaire toeristische bestemming. Tegelijk geeft de stad zelf aan dat het belangrijk is om bezoekers beter te spreiden over de stad, zodat de druk op het historische centrum niet te groot wordt en ook andere wijken kunnen profiteren van toerisme.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
Geacht raadslid,
Eerst en vooral moeten we niet naïef zijn: als iemand naar Gent komt willen ze sowieso ook eens wandelen in de kuip van Gent om onze historische straten en erfgoed te bewonderen. Maar onze ideale toerist is iemand die blijft slapen en dus meerdere dagen en nachten in onze stad doorbrengt (en zo ook het meest spendeert en bijdraagt tot onze lokale economie).
Daarom voeren we een strategie die inzet op spreiding van bezoekers, zowel in tijd als in ruimte. Centraal daarin staat het versterken van het Kunstenkwartier als tweede toeristische kernzone buiten de historische kuip, aangevuld met gerichte acties naar andere stadsdelen.
De spreidingsstrategie gebeurt via verschillende beleidslijnen:
Ook op het gebied van communicatie en marketing probeert Visit Gent om bezoekers naar minder bekende plekken te leiden.
Onthaal & informatie
Digitale kanalen
Productontwikkeling
Toeristische bewegwijzering is ingericht vanuit spreidingslogica:
Internationale marketing & perswerking
Regionale samenwerking
Via PuurGent werkt de stad intensief samen met lokale ondernemers over de hele stad, inclusief wijken en deelgemeenten.
Daar ligt de focus op lokale verbondenheid en samenwerking tussen handelaars; in het centrum eerder op verblijfstoerisme en funshopping.
Grote winkels en ketens horen volgens de stedelijke visie vooral thuis in het centrum en de commerciële kernen.
Steeds meer horeca kiest bewust voor locaties buiten het centrum, vaak met bovenlokale aantrekkingskracht, zoals:
Deze ondernemingen dragen actief bij aan bezoekersspreiding.
En tenslotte: hoe evalueren we die spreiding?
De stad monitort de ontwikkeling van het Kunstenkwartier (en de spreiding in het algemeen) aan de hand van objectieve indicatoren:
De combinatie van deze indicatoren toont een groeiende spreiding van bezoekersstromen naar buiten de historische kuip.
do 12/03/2026 - 21:06De laatste jaren zien we steeds meer jonge ondernemers die starten met pop-ups, tijdelijke conceptstores of kleine, al dan niet tijdelijke, horeca-initiatieven. Dat soort initiatieven kan zorgen voor nieuwe dynamiek in buurten en vormt vaak een opstap naar duurzame ondernemingen.
Tegelijk horen we dat het voor jonge starters nog steeds moeilijk is om geschikte locaties te vinden of om tijdelijk gebruik van panden te organiseren. In verschillende steden wordt daarom actief ingezet op het faciliteren van tijdelijke invullingen en het verlagen van drempels voor jonge ondernemers.
Ook in Gent is er redelijk wat leegstand van handelspanden. Deze handelspanden een tijdelijke invulling laten geven door jonge ondernemers is een win-win.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
- Welk beleid voert de stad om tijdelijke invullingen of pop-ups van jonge ondernemers actief te stimuleren?
- Wordt er bijvoorbeeld gewerkt met tijdelijke vergunningen, begeleiding of andere instrumenten om jonge starters te ondersteunen?
- Ziet de stad kansen om leegstaande handelspanden gemakkelijker tijdelijk te laten invullen door jonge ondernemers?
Geacht raadslid,
Bedankt voor uw vraag.
Eerst en vooral een kleine kanttekening over leegstand. Momenteel is onze leegstand bij de laagste van de centrumsteden en relatief onder controle. Ondanks de kleine stijging in 2025, zitten we een stuk onder het 5-jaarlijks gemiddelde. Bovendien hebben we frictieleegstand nodig om voldoende ruimte te bieden voor nieuwe spelers en verhuisbewegingen. Ik bezorg u in de schriftelijke neerslag van mijn antwoord enkele cijfers en grafieken:
In 2024 waren er 513 leegstaande panden (= 9.6 % leegstaande handelspanden t.o.v alle handelspanden)
In 2025 stijgt dit cijfer naar 571 panden, dit resulteert in 10,6 % leegstaande handelspanden t.o.v alle handelspanden.
We merken in 2025 ook een lichte stijging (0.8 %) in het aantal handelspanden. (43 panden)
| 2024 | 2025 |
Totaal aantalhandelspanden | 5318 | 5361 |
Gevulde handelspanden | 4805 | 4790 |
Leegstande handelspanden | 513 | 571 |
% leegstaande panden tov alle handelspanden | 9,6 | 10,60 |
In de cijfers van Antwerpen stellen we een lichte stijging in het aantal leegstaande panden vast. (2024: 12.2 %, 2025: 13 %).
Vanuit Stad Gent doen we verschillende zaken om ondernemers en starters te ondersteunen, maar we focussen niet specifiek op leeftijd.
Binnen de Dienst Economie-Toerisme hebben we een actieve werking rond matchmaking waarbij we ondernemers toeleiden naar leegstaande panden. Op dit moment staan er 5 handelspanden in onze immodatabank die actief als pop-up pand kunnen worden aangeboden. We behandelen jaarlijks zo’n 500 ruimtevragen. En uiteraard is er ook het OOG: het eerstelijnsloket van de dienst waar alle ondernemers terecht kunnen met alle vragen rond ondernemen.
Verder experimenteert Stad Gent zelf op diverse locaties met vormen van tijdelijke invulling van braakliggende terreinen en leegstaande gebouwen, weliswaar voor alle bestemmingen – niet enkel handel. Subsidies in dit kader staan gebundeld online. Ik bezorg u ook die link: Tijdelijke invulling van terreinen en gebouwen | Stad Gent
Wat betreft tijdelijke vergunningen is er uiteraard het Vlaams vrijstellingsbesluit waardoor, wanneer er geen locatiespecifiek verbod is, men 4x30 dagen in pop-up kan ondernemen, bv Kompass op Vynckier.
Wat betreft de invulling van leegstaande handelspanden:
Door bijkomende personeelsinzet bij de Dienst Toezicht, zal deze legislatuur actiever worden ingezet op de registratie en belastingen van langdurig leegstaande handelspanden. We gaan actief met de eigenaars van deze leegstaande panden op het leegstandsregister in gesprek rond de heractivering van deze panden. Eén van de zaken die steeds wordt meegegeven zijn geslaagde pop-up concepten bij andere straten of panden als potentiële oplossing.
En tenslotte is er wel één doelgerichte ondersteuning specifiek voor jonge ondernemers en studentondernemers via onze samenwerking met Gentrepreneur.
do 12/03/2026 - 21:08Recent verschenen in de pers berichten over de lancering van de Bouwboost door minister Brouns. Volgens die berichtgeving werden ongeveer 800 potentiële sites geselecteerd om te activeren voor bijkomende woningbouw, waarvan 22 in Gent. In de artikels wordt gesproken over verlaten bedrijfsgebouwen die zouden kunnen worden omgevormd tot woongelegenheden, en over een versnelde procedure en fiscale stimuli voor projectontwikkelaars.
Ik stelde al een schriftelijke vraag om wat meer duiding te krijgen over welke percelen het gaat, in welke mate de stad betrokken is, en wat het potentieel is van deze sites. Uit het antwoord van schepen Peeters bleek dat de stad op geen enkele manier betrokken is geweest bij het selecteren van de sites, en dat het dus ook niet duidelijk is over welke sites het precies gaat.
Ondertussen verscheen er nog bijkomende informatie in de pers met een detaillering van deze 22 percelen per deelgemeente.
Gezien de nood aan bijkomende woningen in het algemeen en sociaal en betaalbaar wonen in het bijzonder en de mogelijkheden die minister Brouns hiervoor voorziet, is het toch wenselijk om hier als stad bij betrokken te zijn.
Daarom volgende vragen.
- Hoe kan de Bouwboost van minister Brouns een opportuniteit worden voor de stad Gent voor meer betaalbaar wonen?
- Hoe gaat de stad trachten om daar betrokken te worden bij het proces?
- Zal de schepen contact opnemen met kabinet van de minister?
Zoals u weet is betaalbaar wonen dé topprioriteit van dit college. Als we dan horen dat Vlaanderen een boost wil geven aan bijkomende betaalbare woningen zijn wij natuurlijk geïnteresseerd. Dat prikkelt ons.
Het onderwerp kwam dinsdag ook aan bod in de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement, waar minister Brouns antwoordde op vragen.
Dat was teleurstellend. Wij stellen vast dat deze ‘bouwboost’ weinig meer is dan een persbericht. De toets met de lokale praktijk is nog niet gemaakt en eigenlijk ligt de focus ook verkeerd. Ik kom daar straks op terug.
Het voorstel kadert in het traject van de Vlaamse Taskforce Wonen-Ruimte, die ruim een jaar geleden werd opgericht. In die taskforce zijn steden of gemeenten niet rechtstreeks betrokken, maar wel via de VVSG vertegenwoordigd. In het kader van die Taskforce is het bouwpotentieel in Vlaanderen in kaart gebracht. Dat zijn (vinger)oefeningen op basis van data- en GIS- analyse, dus die moeten met de nodige voorzichtigheid worden behandeld.
Over welke sites het nu juist gaat - de 22 in Gent maar ook die in de rest van Vlaanderen - is nog altijd totaal onduidelijk. Het gaat over leegstaande bedrijfsruimten gelegen in ‘goedgelegen woongebied’. Hoewel de lijst met sites volgens de minister vrij toegankelijk is, hebben noch wij, noch de leden van de commissie de lijst gezien. Het monster van Loch Ness: de ene beweert er foto’s van te hebben, maar de meesten blijven zoeken. Maar gelukkig volharden we in de boosheid. Aangezien we weten hoe hij de lijst is samengesteld, kunnen we zelf grofweg de potentie inschatten. De Vlaamse oefening is gebaseerd op de inventaris leegstaande bedrijfsruimten. Maar het is niet bij alle sites mogelijk of zelfs verstandig om die in te zetten voor wonen. Hoe dan ook gaat het voor Gent eerder een beperkt bouwpotentieel, als je kijkt naar het aantal sites. Dit zal dus geen boost geven aan bouwen, laat staan aan betaalbaar wonen.
In Gent zijn er 22 gronden geselecteerd, in heel Vlaanderen zijn dat 766 bedrijfsgronden. Ook daarvoor is de vaststelling dat ‘de potenties eerder beperkt zijn’. Dat zeggen wij niet, voor alle duidelijkheid, dat zegt de Taskforce zélf. Dat geldt dus niet alleen in Gent, maar in heel Vlaanderen.
Daarnaast haalt minister Brouns ook 30.000 leegstaande woningen in Vlaanderen aan. Ook daar zullen we door het relatief lage aantal en de versnipperde ligging, niet de grote sprong voorwaarts maken.
Wat je wel kan doen, en wat dit stadsbestuur ook doet, is leegstand effectiever belasten. Gezien het hoog aantal woningen zonder domicilie zijn er wel wat leegstaande woningen die onder de radar blijven. Dat pakken we in Gent aan.
Dit wil niet zeggen dat we leegstaande bedrijfssites en leegstaande woningen niet moeten activeren, dat doen we ook. Maar de noodzakelijke boost zal dit niet geven.
Ik vind het wel bijzonder dat minister Brouns hier groot mee uitpakt. Het lijkt voorlopig niet veel meer dan een persbericht met een blitse titel, de BouwBoost bekt wel goed, dat moet ik toegeven. Maar met een storm in een glas water raak je niet ver.
In de taskforce wonen-ruimte is het bouwpotentieel in Vlaanderen in zijn totaliteit verkend en zijn er verschillende strategieën onderzocht om via transformaties van het bestaand bebouwd weefsel bijkomende woningen te realiseren.
Wat minister Brouns dus eigenlijk gedaan heeft, is de strategie met het minste potentieel eruit gepikt om te lanceren. Natuurlijk, het kan ook de makkelijkste weg zijn, de strategie met het minste weerstand.
Er zijn nog andere paden verkend. Zo is gekeken naar verdichtingsmogelijkheden in stedelijke gordels en dorpen. In heel Vlaanderen wordt daar een potentie ingeschat van ca 570.000 woningen. Vooral in de stedelijke gebieden is daar nog grote winst te boeken. Voor Gent alleen al betekent dat meer dan 50.000 woningen extra. Dat is al een pak meer dan die 30.000 voor heel Vlaanderen.
Opnieuw: dat is een theoretische oefening. Maar ze geeft wel aan waar het grootste potentieel ligt. Maar de stedelijk rand transformeren, dat doe je niet zomaar op 1,2,3. Een lokaal bestuur heeft instrumenten nodig om dat potentieel te kunnen aanboren. En daar ligt de grootste uitdaging. Instrumenten om ervoor te zorgen dat in dat bijkomend aanbod het aandeel betaalbaar wonen kan gegarandeerd worden.
Ik heb dus eerder nood aan dat soort bouwboost. Een bouwboost die ons instrumenten geeft om dat potentieel te faciliteren. Ik zal dat ook zeggen aan de betrokken minister Brouns en minister Bonte.
Kortom, mevrouw De Smet: als we echt meer betaalbare woningen willen, moeten we inzetten waar het grootste potentieel zit én lokale besturen de instrumenten geven om te realiseren.
Vandaag zie ik een voluntaristische minister met een persbericht, maar zonder hefbomen. Wij blijven vragende partij voor een echte bouwboost: één die steden en gemeenten in staat stelt om verdichting te realiseren, betaalbaar wonen te garanderen en de juiste projecten vooruit te trekken.
Zonder die instrumenten is de grote sprong die Brouns belooft maar een klein huppeltje en blijft het bij een blitse titel Bouwboost.
De stad Gent beschikt over een omvangrijk patrimonium aan gebouwen dat gebruikt wordt voor allerlei functies. Een deel van dit patrimonium wordt afgestoten, daar hebben we het hier al vaker over gehad. Vandaag wil ik het echter hebben over de gebouwen die in handen blijven van de stad.
Het degelijk beheer van dit vaak oud en uitdagend patrimonium wordt steeds belangrijker. Enerzijds zijn er gebouwen jammer genoeg in echt slechte staat, dit hebben we recent nog gemerkt in onze eigen fractiesecretariaten.
Anderzijds tonen recente geopolitieke spanningen nogmaals hoe kwetsbaar onze energiemarkten kunnen zijn. Gas- en energieprijzen reageren snel op internationale conflicten en kunnen sterk schommelen, wat de energiefactuur van publieke gebouwen opnieuw nog meer onder druk kan zetten.
Tegen die achtergrond lijkt het des te belangrijker dat onze stad inzet op een energie-efficiënt patrimonium.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
- Welke strategie hanteert de stad deze legislatuur om haar gebouwen energie-efficiënter te maken?
- Worden er prioriteiten gelegd bij bepaalde types gebouwen of sites binnen het stedelijk patrimonium?
- Hoe wordt ervoor gezorgd dat noodzakelijke renovaties ook effectief worden uitgevoerd en niet blijven aanslepen door budgettaire of organisatorische drempels?
Dank u wel, meneer Vlaeminck,
U haalt iets heel belangrijks aan.
De actuele geopolitieke spanningen tonen nogmaals aan hoe kwetsbaar energiemarkten kunnen zijn. De prijzen van gas en elektriciteit hangen in de eerste plaats af van vraag en aanbod op de internationale markten en van factoren waarop wij als stad weinig vat hebben.
Conflicten, kunnen die marktprijs ook plots sterk beïnvloeden.
Wat wij als stad wel in de hand hebben, is ons eigen energieverbruik en dus de mate waarin zulke schokken doorwegen op onze factuur. Net daarom is het zo belangrijk dat Gent maximaal inzet op energie-efficiëntie in het stedelijk patrimonium. En net daarom is investeren in hernieuwbare energie zo cruciaal: wind- en zonne-energie zijn veel minder rechtstreeks afhankelijk van geopolitieke spanningen dan fossiele brandstoffen.
Hoe beter we ons patrimonium isoleren, slimmer aansturen en verduurzamen, hoe minder hard externe prijsschokken ons raken. Dat is precies het huiswerk dat wij als stad moeten maken — en ook maken!
Voor ons is het dan ook belangrijk om energie-efficiëntie in het stedelijk patrimonium niet los te bekijken, maar als een wezenlijk onderdeel van een toekomstgerichte aanpak van onze gebouwen.
Wanneer een stadsgebouw deel uitmaakt van een beslist project in portefeuille en het gevraagde budget volledig is toegekend, wordt dat gebouw 2050-proof aangepakt.
Dat betekent dat we inzetten op een zo hoog mogelijk aandeel hernieuwbare energie. Om dat mogelijk te maken, moet uiteraard ook de totale energievraag naar beneden.
Daarom worden in die projecten ook telkens maatregelen rond energie-efficiëntie meegenomen.
Daarnaast heeft het bestuur deze legislatuur ook een MAKET-fonds opgericht.
MAKET staat voor Meervoudig ruimtegebruik, Asbest, Klimaat, Erfgoed en Toegankelijkheid. Het gaat om een apart budget, specifiek bedoeld om te voldoen aan (wettelijke verplichtingen en) strategische noden op die vijf domeinen. In het meerjarenplan is daarvoor 58 miljoen euro voorzien, met de mogelijkheid om dat uit te breiden tot 80 miljoen euro.
Dat dit geen louter theoretisch kader is, blijkt ook uit de concrete planning voor 2026. Voor dat jaar zijn ongeveer 48 klimaatprojecten gelabeld.
Daarnaast gaat het om ook meervoudig gebruik, toegankelijkheidsprojecten, asbestprojecten en erfgoedprojecten. Dat toont dat we net die uitdagingen vandaag bewust extra aanpakken binnen het stedelijk patrimonium.
Via dat MAKET-fonds oriënteren we dus ook middelen naar de realisatie van de verplichtingen op het vlak van energie en klimaat. maar ook rechtstreeks bij aan meer energie-efficiëntie. Betere monitoring laat toe om gerichter energiebesparende maatregelen te identificeren. Gebouwbeheersystemen helpen om technieken slimmer aan te sturen en onnodig energieverbruik te verminderen. Maatregelen aan de gebouwschil zorgen voor een beter geïsoleerd gebouw. En ook relightings verlagen het elektriciteitsverbruik.
De maatregelen die inspelen op het verbruik dragen dus ook bij aan de energie-efficiëntie