De stad Gent beschikt over een omvangrijk patrimonium aan gebouwen dat gebruikt wordt voor allerlei functies. Een deel van dit patrimonium wordt afgestoten, daar hebben we het hier al vaker over gehad. Vandaag wil ik het echter hebben over de gebouwen die in handen blijven van de stad.
Het degelijk beheer van dit vaak oud en uitdagend patrimonium wordt steeds belangrijker. Enerzijds zijn er gebouwen jammer genoeg in echt slechte staat, dit hebben we recent nog gemerkt in onze eigen fractiesecretariaten.
Anderzijds tonen recente geopolitieke spanningen nogmaals hoe kwetsbaar onze energiemarkten kunnen zijn. Gas- en energieprijzen reageren snel op internationale conflicten en kunnen sterk schommelen, wat de energiefactuur van publieke gebouwen opnieuw nog meer onder druk kan zetten.
Tegen die achtergrond lijkt het des te belangrijker dat onze stad inzet op een energie-efficiënt patrimonium.
Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:
- Welke strategie hanteert de stad deze legislatuur om haar gebouwen energie-efficiënter te maken?
- Worden er prioriteiten gelegd bij bepaalde types gebouwen of sites binnen het stedelijk patrimonium?
- Hoe wordt ervoor gezorgd dat noodzakelijke renovaties ook effectief worden uitgevoerd en niet blijven aanslepen door budgettaire of organisatorische drempels?
Dank u wel, meneer Vlaeminck,
U haalt iets heel belangrijks aan.
De actuele geopolitieke spanningen tonen nogmaals aan hoe kwetsbaar energiemarkten kunnen zijn. De prijzen van gas en elektriciteit hangen in de eerste plaats af van vraag en aanbod op de internationale markten en van factoren waarop wij als stad weinig vat hebben.
Conflicten, kunnen die marktprijs ook plots sterk beïnvloeden.
Wat wij als stad wel in de hand hebben, is ons eigen energieverbruik en dus de mate waarin zulke schokken doorwegen op onze factuur. Net daarom is het zo belangrijk dat Gent maximaal inzet op energie-efficiëntie in het stedelijk patrimonium. En net daarom is investeren in hernieuwbare energie zo cruciaal: wind- en zonne-energie zijn veel minder rechtstreeks afhankelijk van geopolitieke spanningen dan fossiele brandstoffen.
Hoe beter we ons patrimonium isoleren, slimmer aansturen en verduurzamen, hoe minder hard externe prijsschokken ons raken. Dat is precies het huiswerk dat wij als stad moeten maken — en ook maken!
Voor ons is het dan ook belangrijk om energie-efficiëntie in het stedelijk patrimonium niet los te bekijken, maar als een wezenlijk onderdeel van een toekomstgerichte aanpak van onze gebouwen.
Wanneer een stadsgebouw deel uitmaakt van een beslist project in portefeuille en het gevraagde budget volledig is toegekend, wordt dat gebouw 2050-proof aangepakt.
Dat betekent dat we inzetten op een zo hoog mogelijk aandeel hernieuwbare energie. Om dat mogelijk te maken, moet uiteraard ook de totale energievraag naar beneden.
Daarom worden in die projecten ook telkens maatregelen rond energie-efficiëntie meegenomen.
Daarnaast heeft het bestuur deze legislatuur ook een MAKET-fonds opgericht.
MAKET staat voor Meervoudig ruimtegebruik, Asbest, Klimaat, Erfgoed en Toegankelijkheid. Het gaat om een apart budget, specifiek bedoeld om te voldoen aan (wettelijke verplichtingen en) strategische noden op die vijf domeinen. In het meerjarenplan is daarvoor 58 miljoen euro voorzien, met de mogelijkheid om dat uit te breiden tot 80 miljoen euro.
Dat dit geen louter theoretisch kader is, blijkt ook uit de concrete planning voor 2026. Voor dat jaar zijn ongeveer 48 klimaatprojecten gelabeld.
Daarnaast gaat het om ook meervoudig gebruik, toegankelijkheidsprojecten, asbestprojecten en erfgoedprojecten. Dat toont dat we net die uitdagingen vandaag bewust extra aanpakken binnen het stedelijk patrimonium.
Via dat MAKET-fonds oriënteren we dus ook middelen naar de realisatie van de verplichtingen op het vlak van energie en klimaat. maar ook rechtstreeks bij aan meer energie-efficiëntie. Betere monitoring laat toe om gerichter energiebesparende maatregelen te identificeren. Gebouwbeheersystemen helpen om technieken slimmer aan te sturen en onnodig energieverbruik te verminderen. Maatregelen aan de gebouwschil zorgen voor een beter geïsoleerd gebouw. En ook relightings verlagen het elektriciteitsverbruik.
De maatregelen die inspelen op het verbruik dragen dus ook bij aan de energie-efficiëntie