Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
HALF VIER BV met als contactadres Vlasmarkt 6, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025106066) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 30 september 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen en hernieuwen van een bestaande inrichting voor de exploitatie van een danscafé
• Adres: Vlasmarkt 6, 7 en 8, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 2 sectie B nrs. 710M, 712_ en 713B
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 oktober 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 februari 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen en hernieuwen van een bestaande inrichting voor de exploitatie van een danscafé. Er gaan ook liveoptredens door.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.2.2°a) |
lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Sinds het basisvergunning van 2006 zijn de sanitaire installaties vernieuwd waardoor er 40 % minder water wordt verbruikt. | klasse 3 | Verandering |
-800 m³ |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Sinds de basisvergunning zijn de koelinstallaties aangepast. De exploitant heeft intussen ook twee warmtepompen geplaatst met een gezamenlijk elektrisch vermogen van 30,8 kW (2 x 15,4 kW). Daardoor is het vermogen in deze rubriek fors toegenomen. | klasse 3 | Verandering |
+40,089 kW |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Het betreft de opslag van onderhoudsproducten gebruikt in de inrichting. De opslag gebeurt in recipiënten van maximum 30 liter/kg. De opslag gebeurt binnen op een ondoordringbare vloer in of op opvangbakken met een voldoende opvangcapaciteit. | klasse 3 | Nieuw |
300 liter |
|
32.1.1° |
muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in Bar Jos een maximum geluidsniveau van 90 dB(A) kan worden gespeeld. | klasse 3 | Nieuw |
90 DB(A)_LAEQ_15 |
|
32.1.2° |
muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Er zijn aanpassingswerken uitgevoerd waardoor een hoger geluidsniveau kan worden gespeeld. mei Voor de opsplitsing volgens het collegebesluit van 7 mei 2009 zie bijlage onder "Projectinformatie". | klasse 2 | Verandering |
+9 DB(A)_LAEQ_15 |
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd: Artikel 5.32.2.2.§ 2. VLAREM II
Omschrijving
Artikel 5.32.2.2.§ 2.
"De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur. In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden."
Motivatie
Uit het akoestisch onderzoek, uitgevoerd door een erkend deskundige, blijkt dat de geluidsnorm voor de nachtperiode goed kan worden nageleefd. Door de aangebrachte akoestische isolatie is er geen hinder voor de buurt, ook niet tussen 3u00 en 7u00 uur.De gewone openingsuren van café Charlatan zijn:
* dagelijks open van 20u00 tot 08u00.
* Op zondag en maandag gesloten.
* De zaak is dagelijks minimum 2 uren gesloten. Zie openingsuren.
De exploitant wenst de zaak open te houden en muziek te spelen:
* dagelijks van 20u00 tot 08u00. Dat impliceert tot zondagmorgen 08u00.
* Op de ochtend van wettelijke feestdagen wenst de exploitant open te zijn tot 14u00.
* De openingsuren gedurende de Gentse Feesten zijn:
* Alle dagen van de Gentse Feesten van 18u00 tot 8u00. Dus ook op zondag en maandag.
* Op de ochtend van wettelijke feestdagen tot 14u00.
Ook gedurende de Gentse Feesten wordt het café gedurende minimum 2 uren gesloten wat blijkt uit de bovenstaande openingsuren.
Aangezien van 7u00 tot 8u00 de norm voor de dagperiode geldt zal er zeker aan die norm worden voldaan.
Café Charlatan heeft een inkomsas dat ook als dusdanig wordt gebruikt. Er is altijd een portier aanwezig die toezicht uitoefent.
Voorstel
In afwijking van artikel 5.32.2.2.§ 2. is de exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) toegelaten tussen 3 uur en 7 uur op woensdagmorgen tot en met zondagmorgen met uitzondering van de Gentse Feesten, dan geldt de afwijking gedurende alle dagen van de Gentse Feesten.
De exploitant mag de inrichting openhouden van 20u00 tot 8u00 met uitzondering van de Gentse Feesten dan zijn de openingsuren van 18u00 tot 8u00.
Op de ochtend van wettelijke feestdagen is het de exploitant toegelaten de zaak open te houden tot 14u00.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 14/04/1962 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de tweede bovenverdieping. (Litt. V-7-62)
* Op 29/01/1973 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen en uitbreiden van tweede verdieping, gedeeltelijk die delen van de voorgevels inbegrepen. (KW V-29-72)
* Op 26/02/1973 werd een weigering afgeleverd voor steken van een inrijpoort in de benedenvoorgevel. (KW V-28-72)
* Op 17/09/1973 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van een gedeelte van de benedenvoorgevel en het steken van een inrijpoort (herneming van kw v-28-1972 dd° 26 februari 1973). (KW V-18-73)
* Op 08/06/1976 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van het gelijkvloers van 2 winkelhuizen tot één winkelruimte en het uitbreiden van de annexen op het gelijkvloers. (KW V-35-75)
* Op 04/12/1978 werd een vergunning afgeleverd voor restaureren van een kapel. (KW N-21-78)
* Op 22/03/1984 werd een vergunning afgeleverd voor restaureren van kelderruimte. (1983/766)
* Op 14/06/1984 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van 2 woningen met winkel tot eet- en drankgelegenheid. (1983/1525)
* Op 07/03/1996 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van een magazijnruimte tot 4 lofts en parkeerruimte. (1995/430)
* Op 19/02/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een horecazaak (wijzigen van de binnenindeling). (1997/98)
* Op 19/11/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van binnenmuren en het plaatsen van stalen liggers, het overbouwen van een koerruimte voor het inrichten van een sanitair blok en maken van een doorgang in de scheidingsmuur tussen de woningen nrs. 6 en 8. (1997/2194)
* Op 04/04/2000 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van een pand tot 4 stockages en ateliers met garage. (1997/2353)
* Op 02/06/2005 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning opgedeeld in 3 woongelegenheden tot een meergezinswoning met 4 woningen. (2005/22)
* Op 29/01/2009 werd een vergunning afgeleverd voor de vervanging van een bijgebouw café (regularisatie). (2008/1169)
Milieuvergunningen
* Op 07/07/2005 werd door het college van burgemeester en schepenen de vergunning geweigerd voor het exploiteren van een lokaal met dansgelegenheid. (10925/E/1)
* Op 06/04/2006 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een polyvalente zaal met dansgelegenheid. (10925/E/2)
* Op 05/03/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor overname van een polyvalente zaal met dansgelegenheid. (10925/E/4)
* Op 07/05/2009 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een polyvalente zaal met dansgelegenheid. (10925/E/5)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 4 december 2025 (ref. 031408-031/LT/2025).
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (toiletten, schoonmaak, …). Bij de eerstvolgende verbouwing van het gelijkvloerse, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval-en hemelwater kan aangepast worden, moet voor de laagwaardige huishoudelijke toepassingen overgeschakeld worden op hergebruik van hemelwater (plaatsen van een hemelwaterput met pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt). Zie ook aspect hemelwater.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 30 oktober 2025 tot en met 28 november 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
Een tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigingslus van 21 januari 2026 tot en met 19 februari 2026. Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd.
De afvalstoffen van de exploitatie worden selectief ingezameld en opgehaald door een geregistreerde IHM:
* Wekelijks 5 containers van 120 liter restafval;
* Wekelijks 6 containers van 120 liter afvalglas;
* Wekelijks 5 zakken van 60 liter PMD;
* Wekelijks 1 container van 240 liter papier en karton.
Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
Er moet voldoende ruimte binnen de uitbating voorzien zijn zodat het afval inpandig kan worden opgeslagen. Afval mag enkel buiten staan op dag van de ophaling.
Deze elementen worden opgenomen als opmerking.
Aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.
Het huishoudelijk afvalwater wordt, via 2 lozingspunten, geloosd in riolering van Vlasmarkt. Per lozingspunt zijn volgende debieten voorzien: max. 0,6 m³/u – max. 4 m³/dag – max. 600 m³/jaar.
Sinds het basisvergunning van 2006 zijn de sanitaire installaties vernieuwd waardoor er 40 % minder water wordt verbruikt. Het gevraagde lozingsdebiet daalt bijgevolg van 2000 m³/jaar tot 1200 m³/jaar.
Uit studies in opdracht van de Stad Gent en Farys blijkt dat door de minimale hellingen van het gemeentelijke rioleringsnet van de Stad Gent er een hoge sedimentbezinking optreedt. Door aanslibbing vermindert de afvoercapaciteit van de leidingen waardoor sneller wateroverlast kan optreden. De aanslibbing geeft ook aanleiding tot zwavelzuuraantasting waardoor geurhinder ontstaat en betonnen rioolbuizen worden aangetast. Hierdoor daalt de levensduur van de rioolbuis significant. Om die reden legt de Stad Gent, conform artikel 4.2.8.2.1.§2. van Vlarem II, op dat de lozing van het huishoudelijk afvalwater dient te gebeuren via een septische put. De bestaande septisch putten dienen behouden te blijven.
Aspect hemelwater
Er wordt drinkwater gebruikt voor laagwaardige huishoudelijke toepassingen (toiletten, schoonmaak, …). Bij de eerstvolgende verbouwing van het gelijkvloerse, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval-en hemelwater kan aangepast worden, moet voor de laagwaardige huishoudelijke toepassingen overgeschakeld worden op hergebruik van hemelwater (plaatsen van een hemelwaterput met pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Aspect bodem en grondwater
Er wordt een opslag van 300 liter onderhoudsproducten aangevraagd. De opslag gebeurt binnen op een ondoordringbare vloer in of op opvangbakken met een voldoende opvangcapaciteit.
Aspect lucht
Sinds de basisvergunning zijn de koelinstallaties aangepast. De exploitant heeft intussen ook twee warmtepompen geplaatst met een gezamenlijk elektrisch vermogen van 30,8 kW (2x 15,4 kW).
De geïnstalleerde totale drijfkracht neemt met 40,089 kW toe, tot een totaal van 47,289 kW.
Koelinstallaties/warmtepompen
In de aanwezige toestellen wordt een variatie aan koelmiddelen gebruikt.
De koelinstallaties/warmtepompen dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.
De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.
Deze elementen worden opgenomen als opmerking.
Aspect geluid
Koelinstallaties/warmtepompen
Er wordt geen geluidshinder verwacht. Er zijn geen klachten gekend en tijdens het openbaar onderzoek werden geen bezwaren inzake geluidshinder uitgebracht.
Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:
- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden
- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien
- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.
Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen). Dit wordt opgenomen als opmerking.
Rubriek 32
Er zijn in de exploitatie 4 zalen:
* Rubriek 32.1.1: Bar Jos;
* Rubriek 32.1.2: Café (Vlasmarkt 6), Zaal (Vlasmarkt 8) en Belgica (vroeger ‘Barbaar’).
Bij de exploitatie van een lokaal met elektronisch versterkte muziek zijn de omgevingsnormen van de VLAREM-regelgeving van toepassing. Deze regelgeving voorziet dat het specifieke geluid (Lsp) van de onderzochte inrichting (i.c. een lokaal met elektronisch versterkte muziek) moet getoetst worden aan één of meerdere beoordelingspunten (BP).
Voor de BP hangt de toe te passen normering af van volgende factoren:
1. Binnen- of buitenshuis. Indien er bewoning is palend aan de exploitatie (gemene vloer en/of muur) dan moet er getoetst worden aan binnennormen. De richtwaarden voor respectievelijk binnenshuis en buitenshuis worden weergegeven in bijlage 2.2.2 en bijlage 4.5.4 van Vlarem II.
2. De beoordelingsperiode. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de dagperiode (van 7-19u); de avondperiode (van 19-22u) en de nachtperiode (22-7u). In dit geval wordt, gezien de aard van de activiteiten, uitgegaan van de (strengste) nachtperiode.
3. De ligging op het gewestplan. Zie ook punt 1. In dit geval liggen alle BP’s in zuiver woongebied.
4. Bestaande of nieuwe inrichtingen. De geluidsnormen voor een bestaande inrichting zijn soepeler dan voor een nieuwe inrichting. Rekening houdend met artikel 5.32.2.3§2 van Vlarem II gaat het om een nieuwe inrichting.
Samenvattend kan gesteld worden (cfr. beslissingsschema’s in bijlage 4.5.6 van Vlarem II) dat het Lsp getoetst moet worden aan een norm van 30 dB(A) tijdens de nachtperiode.
Bij het aanvraagdossier is een akoestisch onderzoek (AO) opgenomen, uitgevoerd door een erkende deskundige in de discipline geluid. Het doel van een AO bestaat erin om het maximaal geluidsniveau te bepalen dat in het lokaal mag gespeeld worden zodat in de BP aan de normen voldaan is.
In opdracht van de exploitant voerde EVA-International BV een akoestisch onderzoek uit (rapport FV250704). In het verleden werden de volgende geluidsstudies uitgevoerd: JV030704, FV050620, FV051031, FV100226 en FV1007066. De deskundige paste dezelfde methodiek toe als in studie ref. FV071203, rekening houdend met de wijzigingen in de regelgeving.
Op 29 december 2025 vroegen we bijkomende informatie op om een aantal onduidelijkheden in rapport FV250704 te laten duiden. Op 30 december 2025 werd de aanvullende nota van EVA-International BV aangeleverd.
Bij het beoordelen van geluidshinder afkomstig lokalen waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld wordt uitgegaan van muziek met voldoende energie in de lage frequenties (veel basgeluid). Op die manier wordt een situatie met een ongunstige situatie (worst-case) aan de zendzijde van de muziek beoordeeld.
In het AO wordt gesteld dat bij een aangelegd geluidsniveau van:
* 90 dB(A) LAeq in Jos;
* 100 dB(A) LAeq in Café;
* 100 dB(A) LAeq in Zaal;
* 100 dB(A) LAeq in Belgica;
voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode.
Het geluidsniveau moet dus in eerste instantie beperkt worden tot:
* 90 dB(A) in Jos;
* 100 dB(A) in Café;
* 100 dB(A) in Zaal;
* 100 dB(A) in Belgica.
Als het geluid tonaliteit vertoont (~ een 'zuivere toon' bevat) dan voorziet de Vlarem-regelgeving dat dit geluid als meer storend voor de omgeving moet beschouwd worden. Indien tonaliteit vastgesteld wordt, dan moet het geluid van de inrichting met een extra 5 dB(A) (en in sommige gevallen met 2 dB(A)) bestraft worden. De conclusies in het akoestisch onderzoek houden rekening met tonaliteiten.
Concluderend kan gesteld worden dat het geluid in de zaal verder beperkt worden tot
* 90 dB(A) in Jos;
* 100 dB(A) in Café;
* 100 dB(A) in Zaal;
* 100 dB(A) in Belgica;
tijdens de nachtperiode.
Lokalen met elektronisch versterkte muziek die ondergebracht worden in rubriek 32 van de indelingslijst (bijlage 1 van Vlarem II) leiden in de regel tot een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. In deze beslissingen hanteert de stad Gent een beleid waarbij een maximaal geluidsniveau wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden van de exploitatie, zodat voldaan is aan de omgevingsnormen.
In het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 29 november 2012 werd als algemene richtlijn opgenomen om dit maximale toegestane geluidsniveau doorgaans uit te drukken met behulp van de parameter LAeq,30 seconden. Dit is een energetisch gemiddelde van een geluidsniveau over 30 seconden. De keuze voor deze parameter is ingegeven omwille van volgende redenen:
- de maximale geluidsniveaus in milieuvergunningen bij de Stad Gent werden sedert ca. 2002 doorgaans opgenomen met deze parameter (gelijkheidsbeginsel);
- de geluidsniveaus op een kortere tijdsmiddeling dan bijvoorbeeld een kwartier laten efficiënt toezicht toe;
- een middeling over een korte tijd concordeert met een gevoelsmatige beleving van geluidshinder;
Naast deze effectieve geluidsnorm (gemiddelde over een bepaalde tijd) voorziet de wetgeving eveneens in een toetsingsnorm om op een relatief eenvoudige manier zelfcontrole mogelijk te maken.
Het maximaal toegestane geluidsniveau (gemeten als LAeq,30 seconden) bedraagt:
* 90 dB(A) in Jos;
* 100 dB(A) in Café;
* 100 dB(A) in Zaal;
* 100 dB(A) in Belgica.
De toetsingsnorm (gemeten als LA,slow,max) bedraagt:
* 92 dB(A) in Jos;
* 102 dB(A) in Café;
* 102 dB(A) in Zaal;
* 102 dB(A) in Belgica.
Als er voldaan is aan de toetsingsnorm, dan wordt geacht voldaan te zijn aan de opgelegde norm van LAeq, 30 seconden.
Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De exploitant is voor ingedeelde inrichtingen rubriek 32.1.1 verplicht om het geluidsniveau te meten tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §1 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst.
De exploitant is voor ingedeelde inrichtingen 32.1.2 verplicht om het geluidsniveau te meten en te registreren tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst.
Er is een begrenzer geplaatst in de verschillende zones, enkel voor zaal Jos moet die nog geplaatst worden.
Er dient een bijkomende geluidsbegrenzer geplaatst te worden in zaal Jos. Een bewijs van afstelling van de geluidsbegrenzers volgens het akoestisch onderzoek moet bezorgd worden aan Dienst Toezicht van Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer). De afstelling moet gebeuren door een erkende deskundige. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Om gehoorbeschadiging te voorkomen moet de exploitant voldoende maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan komen.
Op algemene vraag en advies van de politie moet de exploitant de geldende bijzondere voorwaarden van dit besluit uithangen ter hoogte van de bar, zodat bij eventuele politiecontroles de vergunningstoestand direct zichtbaar is.
Tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek moeten ramen en deuren gesloten blijven.
Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De exploitant moet kosteloos gehoorbescherming voor eenmalig gebruik ter beschikking stellen aan alle bezoekers en een geluidsplan opmaken (cfr. artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 4 van Vlarem II). Dit wordt opgenomen als opmerking.
Einduur
Om de geluidshinder afkomstig van lokalen met elektronisch versterkte muziek te beperken voert de stad Gent een beleid waarbij een periode van verbod op elektronisch versterkte muziek opgenomen wordt in het milieuvergunningsbesluit in plaats van een einduur. Artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II stelt: De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur.
In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden.
De exploitant heeft in de aanvraag een specifiek exploitatieregime aangevraagd. Met name: “De exploitant mag de inrichting openhouden van 20u00 tot 8u00 met uitzondering van de Gentse Feesten dan zijn de openingsuren van 18u00 tot 8u00.”
Er zijn geen klachten of vermoedens van hinder bekend. Hierdoor wordt volgende regeling van toepassing gesteld, geïnspireerd op artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II. Er wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 8.00 uur en 20.00 uur. Met uitzondering van de Gentse Feesten, dan wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 8.00 uur en 18.00 uur. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Aspect veiligheid
Algemeen
Uit het advies van PZ Gent Commissariaat Gent Centrum d.d. 27.01.2026 blijkt dat er de afgelopen 2 jaar geen vaststellingen inzake nachtlawaai gebeurd zijn door de politie maar er wel kans bestaat op klachten in de toekomst. Dit vermoeden is gebaseerd op de plaatsgesteldheid en de passage van bezoekers en feestvierders waardoor er overlast gecreëerd kan worden m.b.t. geluidshinder door klanten op straat, wildplassen, zwerfvuil,…. Daarenboven zijn er al vaak gerechtelijke feiten vastgesteld. Volgende maatregelen worden voorgesteld om mogelijke hinder te voorkomen en/of te beperken:
* Het behoud van het voorziene personeel (portier/ host) op drukke avonden dient gehandhaafd te blijven.
Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Tevens kan de portier/ host er (op drukke momenten) op toezien dat het aanwezige cliënteel zoveel als mogelijk binnen in de zaak blijft en niet op het openbaar domein voor de zaak rondhangt en voor overlast en/of gerechtelijke feiten zorgt. En dan kan er op een gepaste en adequate manier worden tussengekomen of worden ingebeld naar de hulpdiensten. Dit wordt opgenomen als opmerking.
De exploitant moet, in navolging van artikel 4.1.3.2 en 4.5.1.1 van VLAREM II, de nodige maatregelen nemen om hinder naar de omgeving te beperken.
Personeel en bezoekers
Voorzie voldoende sensibilisering (o.m. door middel van harm reduction) voor bezoekers en personeel rond alcohol, ander middelengebruik en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Vraag hiervoor indien nodig ondersteuning van de stadsdiensten. Tijdens nachten met een groter risico op middelengebruik vragen we extra aandacht vanuit de organisatie, bv. het gratis aanbieden van water waar nodig.
Zorg voor opgeleid personeel dat aan de slag kan met personen onder invloed van middelen of die dader en/of slachtoffer zijn van grensoverschrijdend gedrag. Voorstel: maak een intern draaiboek op wat betreft het reageren op de twee bovenvermelde fenomenen.
Deze elementen worden opgenomen als opmerking.
Brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 031408-031/LT/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.2.2°a) |
lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Sinds het basisvergunning van 2006 zijn de sanitaire installaties vernieuwd waardoor er 40 % minder water wordt verbruikt. | Verandering |
-800 m³ |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Sinds de basisvergunning zijn de koelinstallaties aangepast. De exploitant heeft intussen ook twee warmtepompen geplaatst met een gezamenlijk elektrisch vermogen van 30,8 kW (2 x 15,4 kW). Daardoor is het vermogen in deze rubriek fors toegenomen. | Verandering |
40,089 kW |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Het betreft de opslag van onderhoudsproducten gebruikt in de inrichting. De opslag gebeurt in recipiënten van maximum 30 liter/kg. De opslag gebeurt binnen op een ondoordringbare vloer in of op opvangbakken met een voldoende opvangcapaciteit. | Nieuw |
300 liter |
|
32.1.1° |
muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in Bar Jos een maximum geluidsniveau van 90 dB(A) kan worden gespeeld. | Nieuw |
90 DB(A)_LAEQ_15 |
|
32.1.2° |
muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Er zijn aanpassingswerken uitgevoerd waardoor een hoger geluidsniveau kan worden gespeeld. mei Voor de opsplitsing volgens het collegebesluit van 7 mei 2009 zie bijlage onder "Projectinformatie". | Verandering |
9 DB(A)_LAEQ_15 |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20250716-0044) is:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.2.2°a) |
lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Sinds het basisvergunning van 2006 zijn de sanitaire installaties vernieuwd waardoor er 40 % minder water wordt verbruikt. De genomen maatregelen worden bij "effecten op water" vermeld. | klasse 3 |
1200 m³ |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Sinds de basisvergunning zijn de koelinstallaties aangepast. De exploitant heeft intussen ook twee warmtepompen geplaatst met een gezamenlijk elektrisch vermogen van 30,8 kW (2 x 15,4 kW). Daardoor is het vermogen in deze rubriek fors toegenomen. Alle toestellen hebben een tCO2 < 5. Er moeten geen lektesten worden uitgevoerd. De gedetaileerde gegevens van de toestellen staan in de bijlage "info koelinstallaties" en op het uitvoeringsplan. | klasse 3 |
47,289 kW |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Het betreft de opslag van onderhoudsproducten gebruikt in de inrichting. De opslag gebeurt in recipiënten van maximum 30 liter/kg. De opslag gebeurt binnen op een ondoordringbare vloer in of op opvangbakken met een voldoende opvangcapaciteit. | klasse 3 |
300 liter |
|
32.1.1° |
muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in Bar Jos een maximum geluidsniveau van 90 dB(A) kan worden gespeeld. | klasse 3 |
90 DB(A)_LAEQ_15 |
|
32.1.2° |
muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in de inrichting een maximum geluidsniveau van 100 dB(A) kan worden gespeeld. | klasse 2 |
100 DB(A)_LAEQ_15 |
TERMIJN
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor onbepaalde duur.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen en hernieuwen van een bestaande inrichting voor de exploitatie van een danscafé aan HALF VIER bv (O.N.:0885990575) gelegen te Vlasmarkt 6, 7 en 8, 9000 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Café Charlatan - 2025-08 met inrichtingsnummer 20250716-0044 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.2.2°a) |
lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Sinds het basisvergunning van 2006 zijn de sanitaire installaties vernieuwd waardoor er 40 % minder water wordt verbruikt. | Verandering |
-800 m³ |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Sinds de basisvergunning zijn de koelinstallaties aangepast. De exploitant heeft intussen ook twee warmtepompen geplaatst met een gezamenlijk elektrisch vermogen van 30,8 kW (2 x 15,4 kW). Daardoor is het vermogen in deze rubriek fors toegenomen. | Verandering |
40,089 kW |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Het betreft de opslag van onderhoudsproducten gebruikt in de inrichting. De opslag gebeurt in recipiënten van maximum 30 liter/kg. De opslag gebeurt binnen op een ondoordringbare vloer in of op opvangbakken met een voldoende opvangcapaciteit. | Nieuw |
300 liter |
|
32.1.1° |
muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in Bar Jos een maximum geluidsniveau van 90 dB(A) kan worden gespeeld. | Nieuw |
90 DB(A)_LAEQ_15 |
|
32.1.2° |
muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Er zijn aanpassingswerken uitgevoerd waardoor een hoger geluidsniveau kan worden gespeeld. mei Voor de opsplitsing volgens het collegebesluit van 7 mei 2009 zie bijlage onder "Projectinformatie". | Verandering |
9 DB(A)_LAEQ_15 |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20250716-0044) is:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.2.2°a) |
lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Sinds het basisvergunning van 2006 zijn de sanitaire installaties vernieuwd waardoor er 40 % minder water wordt verbruikt. De genomen maatregelen worden bij "effecten op water" vermeld. | klasse 3 |
1200 m³ |
|
16.3.2°a) |
koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Sinds de basisvergunning zijn de koelinstallaties aangepast. De exploitant heeft intussen ook twee warmtepompen geplaatst met een gezamenlijk elektrisch vermogen van 30,8 kW (2 x 15,4 kW). Daardoor is het vermogen in deze rubriek fors toegenomen. Alle toestellen hebben een tCO2 < 5. Er moeten geen lektesten worden uitgevoerd. De gedetaileerde gegevens van de toestellen staan in de bijlage "info koelinstallaties" en op het uitvoeringsplan. | klasse 3 |
47,289 kW |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Het betreft de opslag van onderhoudsproducten gebruikt in de inrichting. De opslag gebeurt in recipiënten van maximum 30 liter/kg. De opslag gebeurt binnen op een ondoordringbare vloer in of op opvangbakken met een voldoende opvangcapaciteit. | klasse 3 |
300 liter |
|
32.1.1° |
muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in Bar Jos een maximum geluidsniveau van 90 dB(A) kan worden gespeeld. | klasse 3 |
90 DB(A)_LAEQ_15 |
|
32.1.2° |
muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Uit het rapport van de erkend geluidsdeskundige blijkt dat in de inrichting een maximum geluidsniveau van 100 dB(A) kan worden gespeeld. | klasse 2 |
100 DB(A)_LAEQ_15 |
Verleent de vergunning voor onbepaalde duur.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. Bij de eerstvolgende verbouwing van het gelijkvloerse, waarbij die verbouwing tot gevolg heeft dat het afvoerstelsel van afval-en hemelwater kan aangepast worden, moet voor de laagwaardige huishoudelijke toepassingen overgeschakeld worden op hergebruik van hemelwater (plaatsen van een hemelwaterput met pompsysteem dat hergebruik mogelijk maakt).
2. Het maximum toegestane geluidsniveau (gemeten als LAeq,30 seconden) wordt vastgelegd in een effectieve geluidsnorm van:
* 90 dB(A) in Jos;
* 100 dB(A) in Café;
* 100 dB(A) in Zaal;
* 100 dB(A) in Belgica.
De toetsingsnorm (gemeten als LA,slow,max) bedraagt:
* 92 dB(A) in Jos;
* 102 dB(A) in Café;
* 102 dB(A) in Zaal;
* 102 dB(A) in Belgica.
Er wordt geacht voldaan te zijn aan de effectieve geluidsnorm, als voldaan is aan de toetsingsnorm.
De toegestane geluidsniveaus gelden in het midden van de respectievelijke zaal.
3.
a. Er dient een bijkomende geluidsbegrenzer geplaatst te worden in zaal Jos.
b. Een bewijs van afstelling van de geluidsbegrenzers volgens het akoestisch onderzoek moet bezorgd worden aan Dienst Toezicht van Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer). De afstelling moet gebeuren door een erkende deskundige.
4. De exploitant moet voldoende organisatorische maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan staan.
5. De bijzondere voorwaarden moeten opgehangen worden ter hoogte van de bars.
6. Tijdens het gebruik van de exploitatie moeten ramen en deuren gesloten zijn.
7. Verwijzend naar artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek:
- dagelijks tussen 8.00 uur en 20.00 uur.
- dagelijks tussen 8.00 uur en 18.00 uur tijdens de Gentse Feesten.
8. Op drukke avonden dient een portier/host voorzien te worden.
9. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 031408-031/LT/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: 5.32.2.2.§ 2.: Zie bijzondere voorwaarde 7.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Afval
* Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
* Er moet voldoende ruimte binnen de uitbating voorzien zijn zodat het afval inpandig kan worden opgeslagen. Afval mag enkel buiten staan op dag van de ophaling.
Lucht
* De koelinstallaties/warmtepompen dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.
* De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.
Geluid
* Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
* Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:
- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden
- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien
- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.
Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).
* De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel.
* De exploitant moet kosteloos gehoorbescherming voor eenmalig gebruik ter beschikking stellen aan alle bezoekers en een geluidsplan opmaken (cfr. artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 4 van Vlarem II).
Veiligheid
* Tevens kan de portier/ host er (op drukke momenten) op toezien dat het aanwezige cliënteel zoveel als mogelijk binnen in de zaak blijft en niet op het openbaar domein voor de zaak rondhangt en voor overlast en/of gerechtelijke feiten zorgt. En dan kan er op een gepaste en adequate manier worden tussengekomen of worden ingebeld naar de hulpdiensten.
* Voorzie voldoende sensibilisering (o.m. door middel van harm reduction) voor bezoekers en personeel rond alcohol, ander middelengebruik en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Vraag hiervoor indien nodig ondersteuning van de stadsdiensten. Tijdens nachten met een groter risico op middelengebruik vragen we extra aandacht vanuit de organisatie, bv. het gratis aanbieden van water waar nodig.
Zorg voor opgeleid personeel dat aan de slag kan met personen onder invloed van middelen of die dader en/of slachtoffer zijn van grensoverschrijdend gedrag. Voorstel: maak een intern draaiboek op wat betreft het reageren op de twee bovenvermelde fenomenen.