Terug
Gepubliceerd op 20/03/2026

2026_CBS_02185 - OMV_2025154804 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het heraanleggen van de speelplaats - zonder openbaar onderzoek - Brandweerstraat en Molenaarsstraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 19/03/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 19/03/2026 - 08:38
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_02185 - OMV_2025154804 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het heraanleggen van de speelplaats - zonder openbaar onderzoek - Brandweerstraat en Molenaarsstraat, 9000 Gent - Vergunning 2026_CBS_02185 - OMV_2025154804 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het heraanleggen van de speelplaats - zonder openbaar onderzoek - Brandweerstraat en Molenaarsstraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Instituut voor Verpleegkunde Sint-Vincentius te Gent VZW met als contactadres Molenaarsstraat 30, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025154804) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 december 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het heraanleggen van de speelplaats

• Adres: Brandweerstraat 6 en Molenaarsstraat 30, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 1 sectie A nr. 218Y

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 27 januari 2026.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 6 maart 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het schoolgebouw is gelegen in de wijk Sluizeken – Tolhuis – Ham, langsheen de Molenaarsstraat. Het pand in kwestie betreft op heden een schoolfunctie. Het gebouw beschikt over 3 bouwlagen en is afgewerkt met een hellend dak. De schoolsite bevindt zich in een historische kloostersite die nog actief is.

 

Binnen het project bevindt zich het beschermd monument 'Klooster zusters van Liefde en restanten abdij van Terhaegen'.

Het gebouw op het bouwperceel is opgenomen als 'Abdij van Terhaegen' in de inventaris van het bouwkundig erfgoed (relictID: 132755) (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/132755), op basis van zijn volkskundige, architecturale en historische waarde.

 

De aanvraag betreft de aanleg van de bestaande speelplaats. Deze zone is onderdeel van de Kloostertuin en reeds geruime tijd in gebruik als speelruimte. De tuin vertoont kenmerken die typerend zijn voor historische kloostertuinen, waaronder:

     Symmetrische padenstructuren die de tuin in geometrische compartimenten verdelen;

     Beplanting met symbolische waarde, zoals hulst (eeuwigheid), taxus (onsterfelijkheid), linde (beschutting) en geneeskrachtige kruiden;

     Tuinornamenten zoals heiligenbeelden, kruisen, … ;

     Functionele zones, waaronder een meditatieve ruimte;

     Ommuring of afbakening die de beslotenheid van de tuin benadrukt.

 

Deze elementen dragen bij aan de erfgoedwaarde van de site.

Voorwerp van de aanvraag

De zone maakt deel uit van de historische Kloostertuin en wordt al geruime tijd gebruikt als speelruimte voor de leerlingen van het aangrenzende C-blok. De school heeft behoefte aan verharde speeloppervlakken die uitnodigen tot spel en sport, ook op momenten dat de rest van de ruime Kloostertuin modderige schoenen veroorzaakt. Om die reden werd de groenruimte binnen de projectzone eerder al bedekt met kiezels. Deze aanleg, inclusief onderliggend doek, blijkt echter niet duurzaam en voldoende kwalitatief, waardoor nu gekozen wordt voor een heraanleg met waterpasserende tegels.

Een centrale ingang van het C-blok geeft rechtstreeks toegang tot de projectzone. Ten westen van deze zone worden momenteel fietsen gestald op de kiezelzone; op termijn kan deze plek worden vervangen door een kwalitatieve fietsenstalling. Deze fietszone maakt geen onderdeel uit van de huidige aanvraag.

 

De hele speelplaats wordt aangelegd met waterpasserende tegels, met een gradiënt tussen meer gesloten voegen voor het sportveld en brede groene voegen richting de bestaande groenzones.

Op de nieuwe speelplaats worden verschillende elementen toegevoegd:

     Een sportveld uitgerust met twee voetbaldoelen en vormt zo een dynamische speelzone.

     Een lichte staalstructuur dient als multifunctioneel element voor de school. Het kan ingericht worden als buitenklas en de structuur biedt tegelijk de mogelijkheid om speelelementen aan op te hangen.

     Onder de bomen wordt een rustige zitzone gecreëerd, die uitnodigt tot ontspanning.

     Rondom de speelzone aan de zuid- en oostzijde wordt een kastanjeafsluiting geplaatst, die naadloos aansluit op de bestaande afsluiting van de noordelijke Kloostertuin.

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

  • Op 10/06/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de 1ste en 2de verdieping en nieuwbouwuitbreiding aan het bestaande blok c van het scholencomplex en het veranderen van de inrichting door uitbreiding en wijziging. (OMV_2021014609)
  • Op 08/09/2022 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het vergroenen van de huidige speelplaats en het inrichten van de uitbreiding aan de kleuterspeelplaats als groene speelzone. (OMV_2022083233)
  • Op 23/02/2023 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van een luifelconstructie met groendak aan de kleuterspeelplaats als overdekte speelzone. (OMV_2022166179)
  • Op 01/06/2023 werd een vergunning afgeleverd voor het versterken van de bestaande funderingen van het hoekgebouw in functie van het stabiliseren van het pand. (OMV_2022169471)
  • Op 11/09/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van 4 tijdelijke klascontainers in de tuinzone ter hoogte van de schoolsite. (OMV_2025080067)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 24/06/2010 werd een vergunning afgeleverd voor geschiktmakingswerken aan de bestaande school. (2010/351)
  • Op 14/09/2011 werd een vergunning afgeleverd voor de heraanleg van de huidige speelplaats voor de scholen instituut voor verpleegkunde
    Sint-Vincentius en de Mozaïek. (2011/564)
  • Op 13/10/2011 werd een vergunning afgeleverd voor de herconditionering lokalen van de zustergemeenschap naar twee klaslokalen. (2011/648)
  • Op 12/09/2013 werd een vergunning afgeleverd voor de nieuwbouw en geschiktmakingswerken fase 2. (2013/574)
  • Op 19/05/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van klaslokalen, sanitair en fietsenberging voor vrije basisschool de Mozaïek. (2016/08045)
  • Op 22/03/2018 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van verbouwingswerken aan blok c. (2017/08286 Dig)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 2 februari 2026 onder ref.
045188-004/EHA/2026:
De brandweer heeft geen bezwaar tegen het heraanleggen en herinrichten van de speelplaats. Besluit: GUNSTIG.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'ZIEKENHUISCAMPUS SINT-LUCAS EN OMGEVING' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 19 augustus 2010). De locatie is volgens dit RUP gelegen in max. toegestane kroonlijsthoogte en zone voor gemeenschapsvoorzieningen.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv – Afdeling Regio West en in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel onbebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

De bestaande waterdoorlatende verharding wordt vervangen door nieuwe waterdoorlatende verharding. Daarbij wordt de groenzone uitgebreid, deze is groter dan ¼ van de afwaterende oppervlakte. Het invallend hemelwater infiltreert op eigen terrein.

 

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

 

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
INRICHTINGSPLAN

De site maakt deel uit van het Inrichtingsplan woon-, zorg- en leercampus Gent. Dit inrichtingsplan is opgemaakt voor de site AZ Sint-Lucas, WZC Avida Sint-Jozef en
IVV Sint-Vincentius te Gent. Het college heeft kennis genomen van dit inrichtingsplan op 5/03/2026. Dit kader kan worden gehanteerd als basis voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening voor dit gebied.

 

De sitepartners wensen het gebied verder te ontwikkelen in samenwerking met externe partners op de site om het projectgebied optimaal te benutten. Met het inrichtingsplan wensen ze de hoofdlijnen en ambities voor de site uit te werken op basis van eigen ruimte- en programmavragen en diverse ambities van de stad. Dit plan vormt de basis voor afzonderlijke architecturale opdrachten van de verschillende opdrachtgevers die tot afzonderlijke omgevingsaanvragen kunnen leiden.

 

De Kloostertuin is in het inrichtingsplan aangeduid als waardevolle groenstructuren op siteniveau die dient behouden te blijven en waar mogelijk versterkt.

Voorliggend project maakt deel uit van de focuszone school- en Kloostersite.

 

In het kader van de tijdelijke klascontainers en de heraanleg van de speelplaats van de C-blok van IVV, werd een deelonderzoek aan de inrichtingsstudie toegevoegd. Op termijn is er de wens om de fietsenstalling in noordelijke richting uit te breiden. Dit is een eerste inrichtingsschets die in latere fases verder uitgewerkt dient te worden, rekening houdend met het behoud van de bomen en beperken van verharding op de site.

Deze visie is informatief en dient verder uitgewerkt te worden. Op dit moment is onvoldoende duidelijk in hoeverre de voorgestelde ingrepen voor de fietsenstalling verenigbaar zijn met het behoud van waardevolle beplanting en erfgoedelementen.

De volgende fasen op (middel)lange termijn zullen concreet uitgewerkt moeten worden na nauwkeurige opmeting. De plannen uit het inrichtingsplan worden bijgevolg beschouwd als principeschetsen.

 

Verdere uitwerking van de langetermijnvisie is noodzakelijk om een gefundeerd en gedragen advies te kunnen formuleren over de toekomstige inrichting van de tuin en de rest van de site.

 

Voor de huidige aanvraag waarbij een deel van de speelplaats wordt ingericht kan wel besloten worden dat deze voldoet aan het globale opzet van het inrichtingsplan om de Kloostertuin te behouden en versterken.

 

WAARDEVOL ERFGOED EN GROEN

Deze zone betreft een voormalig grasveld, in huidige toestand aangelegd met kiezels (na de werfzone van 2022). De heraanleg met waterpasserende tegels, waarbij de groene voegen verbreden in de zones aansluitend bij de bestaande groenzones, zorgt voor een ontwerp dat integreert in de rest van de te behouden tuin. Bij aanleg zoals voorzien is de impact op de aanwezige bomen en struiken normaal minimaal.

 

De bestaande groenzones blijven volledig behouden. De nieuwe verharding wordt uitsluitend aangelegd op zones die vandaag reeds bedekt zijn met kiezels. Hemelwater kan via de voegen van de tegels infiltreren, overtollig water vindt zijn weg in de aangrenzende groenzones.

Door het compacte ontwerp van de speelplaats wordt in totaal ± 17m² van de huidige grindzone wordt opnieuw aangelegd als groenzone om de zuidelijke dens begroeide groenstrook te versterken.

 

Alle bestaande bomen blijven behouden. De lichte, slanke constructies en de beperkte funderingen zorgen ervoor dat de bodemstructuur en het wortelgestel minimaal worden verstoord. Bovendien laat de open structuur voldoende licht, lucht en ruimte toe voor een gezonde verdere groei van de bomen.

 

Gezien deze locatie momenteel niet kwalitatief is en indien er rekening wordt gehouden met de omliggende waardevolle bomen en hun wortelgestel, hebben deze werken geen negatieve impact op de erfgoedwaarde van de Kloostertuin. Onder voorwaarden kan deze aanvraag gunstig geadviseerd worden.

 

CONCLUSIE

Er kan akkoord gegaan worden met de inrichting van een deel van de historische Kloostertuin als speelruimte met verharding.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

        

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het heraanleggen van de speelplaats aan Instituut voor Verpleegkunde Sint-Vincentius te Gent vzw (O.N.:0414054891) gelegen te Brandweerstraat 6 en Molenaarsstraat 30, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

    

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Vermijden schade aan bomen
De nieuwe verharding en onderfundering mag geen negatieve impact hebben op de groei en het wortelgestel van de bestaande bomen. Alle maatregelen moeten genomen worden om schade aan het wortelgestel te voorkomen. 

Tijdens de uitvoering van de werken moeten alle maatregelen genomen worden om de bomen te beschermen van schade.
      

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


Openbaar domein
De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.