Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Danny Heirbrant met als contactadres Krekelstraat 9, 9052 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026024629) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 2 maart 2026.
De melding handelt over:
• Onderwerp: melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen
• Adres: Krekelstraat 9, 9052 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie C nrs. 367_, 370E en 370F
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 06/03/2026.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding heeft betrekking op melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.
De inrichting (internnummer: 1823/ inrichtingsnummer: 20260223-0081) is vergund tot 4/03/2030.
Volgende rubriek wordt gemeld:
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 18/04/1985 werd een vergunning afgeleverd voor rooien van 1 beuk en 1 populier. (1985/377)
* Op 03/09/1987 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een legkippenhok voor moederdieren. (1987/928)
* Op 18/02/1988 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van 44 canadapopulieren. (1988/53)
* Op 08/09/1988 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een melkveestal. (1988/961)
* Op 05/02/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het gedeeltelijk slopen van een stal. (1990/90059)
* Op 23/04/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van sleufsilo's. (1990/90083)
* Op 22/09/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een jongveestal na het slopen van een stal. (1992/70105)
* Op 02/05/1996 werd een weigering afgeleverd voor het rooien van 10 knotwilgen. (1996/70037)
* Op 30/03/2000 werd een vergunning afgeleverd voor slopen van een woning en stallingen, het oprichten van een eengezinswoning. (1999/70186)
* Op 30/04/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het vellen van bomen. (2015/04028)
Milieuvergunningen
* Op 27/06/1996 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor uitbreiden van een bestaand landbouwbedrijf met een dieseltank van 4.200 l (rubriek 17.3.6.1.b), twee dieseltanks van elk 1.000 l (rubriek 17.3.6.1.b.)en het lozen van normaal huishoudelijk afvalwater in de riolering (rubriek 3.4.). (1823/E/1)
* Op 30/12/1999 werd door het college van burgemeester en schepenen de vergunning geweigerd voor de mededeling van een kleine verandering van een bestaande inrichting klasse 2. (1823/E/2)
* Op 23/03/2000 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor de mededeling van een kleine verandering van een bestaande inrichting klasse 2: het veranderen van een vergund melkveebedrijf door het uitbreiden en verplaatsen binnen de vergunde percelen. (1823/E/3)
* Op 04/03/2010 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor de hernieuwing en het veranderen (door wijziging, uitbreiding, toevoeging) van de vergunde rundveehouderij. (1823/E/4)
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
TOEPASSINGSGROND
Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.
De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 5,02 %.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in agrarische gebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent - deelproject 6C Parkbos' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 9 juli 2010). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Groenpool Parkbos en Zone voor landbouw.De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
De melding is in overeenstemming met de voorschriften.
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.
De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:
*een ammoniakemissiereducerende maatregel;
*een vermindering van het aantal dierplaatsen;
*een combinatie van beide.
De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:
*schrappen van 14 runderen: 9 runderen <1 jaar, 3 runderen 1-2 jaar, 2 andere runderen >2 jaar
Na het toepassen van deze maatregel wordt er nog 122 runderen gehouden, waarvan 81 melkkoeien >2 jaar, 21 runderen < 1jaar en 20 runderen 1-2 jaar
De emissie van ammoniak van de runderen wordt beperkt van 1 298,6 kg NH3/jaar naar 1 233,4 NH3/jaar, dit komt overeen met 5,02 %.
Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.
De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere
milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:
1. De voorwaarden van het Departement Brandweer, Afdeling Brandpreventie (bijlage 1)
2. Elke boorput moet voorzien zijn van een afzonderlijke rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steed peilmetingen uit te voeren. De diameter van deze peilbuis dient minimaal 25 millimeter te bedragen.
3. Hemelwater of recupwater dient proiritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassingen.
4. Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning dient een bewijs (foto, factuur) van het plaatsen van een vloeistofdichte ondergrond worden bezorgd aan de Dienst Milieutoezicht van de Stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
5. Tijdens het tanken moeten de nodige voorzorgen worden getroffen om morsen te voorkomen. Er moet absorptiemateriaal aanwezig zijn om eventuele morsvloeistoffen op te nemen.
CONCLUSIE
Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.
De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 4 maart 2030, zoals opgenomen in de basisvergunning.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Danny Heirbrant voor melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen, gelegen Krekelstraat 9, 9052 Gent.
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:
*schrappen van 14 runderen: 9 runderen <1 jaar, 3 runderen 1-2 jaar, 2 andere runderen >2 jaar
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.