Terug
Gepubliceerd op 27/02/2026

2026_CBS_01454 - OMV_2026020464 - een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen - Pijkestraat 41, 9041 Gent - aktename

college van burgemeester en schepenen
do 26/02/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 26/02/2026 - 08:47
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur
2026_CBS_01454 - OMV_2026020464 - een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen - Pijkestraat 41, 9041 Gent - aktename 2026_CBS_01454 - OMV_2026020464 - een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen - Pijkestraat 41, 9041 Gent - aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Herman De Bock met als contactadres Pijkestraat 41, 9041 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026020464) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 februari 2026.

 

De melding handelt over:

Onderwerp: een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen

• Adres: Pijkestraat 41, 9041 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 17 sectie C nrs. 524D, 524N en 524M

 

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 16/02/2026.

 

OMSCHRIJVING MELDING

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding heeft betrekking op melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.

 

De inrichting (internnummer: 477/ inrichtingsnummer: 20260214-0012) is vergund tot 29/07/2030.

 

2.  HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 25/02/1964 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veestal. (1964 OO 010)

* Op 23/11/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veestal (gewijzigde plannen). (1964 OO 007)

* Op 25/01/1966 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veestal (gewijzigde plannen). (1964 OO 007 bis)

* Op 15/03/1966 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veestal. (1965 OO 082)

* Op 13/06/1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een berging aan een veestal. (1967 OO 030)

* Op 04/08/1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een kweekvarkensstal. (1967 OO 053)

* Op 31/01/1985 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een ééngezinswoning. ((1984/172 SA) 1984/1821)

* Op 03/12/1998 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een varkensstal en het bouwen van een ondergrondse mestkelder. (1998/60197)

* Op 13/01/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het aanbouwen van een machineberging aan een stallencomplex. (1999/60233)

* Op 10/08/2010 werd een weigering afgeleverd voor het regulariseren van twee opslagplaatsen. (2010/60017)

 

Milieuvergunningen

* Op 01/12/1992 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor regulariseren van een landbouwbedrijf met twee bovengrondse mazouttanks : 1 van 1.000 liter en 1 van 1.200 liter (rubriek 17.3.6.1.), opslag van 520 m3 groenvoeder (rubriek 45.14.1.b.) en het lozen van normaal huisafvalwater in de gracht (rubriek 3.2.). (477/E/1)

* Op 12/05/1999 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de dierlijke mestopslag tot 800 m³. (477/E/2)

* Op 29/07/2010 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een melkveebedrijf. (477/E/3)

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

TOEPASSINGSGROND

Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET

Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.

 

Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.

 

De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 5,4 %.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in woongebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent en Artikel 1: Stedelijk woongebied (uit : Verordenend grafisch plan 6 ; Deelproject Achtendries 2 (1G) ).

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

4.  OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Bestaande rundveehouderijen dienen tegen de uiterste indiendatum van de mestbankaangifte (van productiejaar 2025) een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.

De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:

              *een ammoniakemissiereducerende maatregel;

              *een vermindering van het aantal dierplaatsen;

              *een combinatie van beide.

 

De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:

 *Schrappen 4 fokstieren en overige rundvee > 2 jaar uit de vergunning

Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.

 

De inrichting is na de aanpassing vergund tot 29 juli 2030 voor het houden van 97 runderen: 62 vrouwelijk jongvee <2j, 28 zoogkoeien >2j en 7 fokstieren en overige rundvee > 2 j.

 

Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook op in de Mestbankaangifte dient aan te geven.

 

De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere

milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:

12 Aanleg van groenvoedersilo’s

a) De groenvoedersilo dient gebouwd te worden uit een waterdicht materiaal zodat de inhoud droog bewaard blijft.

b) De groenvoedersilo dient goed afgedekt en steeds volledig gesloten om uitloging, geurhinder en hinder door ongedierte te voorkomen.

c) De lozing van silosap in de bodem en in oppervlaktewater is verboden.

13 Tankplaats

Tijdens het tanken moeten de nodige voorzorgen worden getroffen om morsen te voorkomen waarbij de nodige absorptiemiddelen voorradig moeten zijn om gemorste vloeistoffen te neutraliseren zodat bodem- en grondwaterverontreiniging wordt vermeden.

14 Hemelwater

Het opgevangen hemelwater wordt maximaal gebruikt voor o.a. in de sanitaire installaties, voor de reiniging van de stallen en voertuigen, als sproeiwater voor gewasbehandeling en andere laagwaardige toepassingen.

15 Brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.

16 Stationair draaien van motoren

Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.

17 Grondwaterwinning

a) In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van VLAREM II dient elke winningsput te worden uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het eerste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput; voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.

b) In afwijking van artikel 5.53.2.2 moet in de winningsput een rechte peilbuis worden voorzien, met een diameter van minstens 25 mm, waarin een peilvlotter of logger kan neergelaten worden voor het meten van het grondwaterpeil.

c)In afwijking van artikel 5.53.4.6 – ook al is het debiet < 30.000 m³/j – dient in de winningsput minstens maandelijks het peil “in werking” en “in rust” te worden opgemeten en genoteerd in een register.

Bij het peil in werking wordt ook het ogenblikkelijk debiet genoteerd en bij het peil in rust de duur van de voorafgaande rustperiode. De peilmetingen van het voorbije kalenderjaar worden ook jaarlijks vóór 15 maart overgemaakt aan VMM afdeling Operationeel Waterbeheer. Dit kan rechtstreeks gericht aan VMM AOW (VMM AOW Elfjujistraat 43, 9000 Gent) of via het Integraal Milieujaarverslag.

d)In afwijking van artikel 5.53.4.3 – ook al is het debiet < 30.000 m³/j – mag het grondwaterpeil in de winningsput in geen geval dalen onder het dak van de laag. Het maximaal toelaatbaar afpompsingsniveau in de winningsput bedraagt 50,5 m-mv (= 50,5 m onder het maaiveld of –43 mTAW); er dient vermeden te worden dat het peil in de put onder dit niveau daalt; daarvoor zijn er 3 mogelijkheden, nl.:

  a) de pomp wordt boven voormeld niveau opgehangen;

  b) er wordt een afslagsmechanisme voorzien dat de pomp stillegt wanneer voormeld niveau bereikt wordt;

  c) het debiet van de pomp wordt zo geregeld dat het peil in werking boven voormeld niveau blijft.

 

CONCLUSIE

Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.

 

De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 29 juli 2030, zoals opgenomen in de basisvergunning.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Herman De Bock voor een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen, gelegen Pijkestraat 41, 9041 Gent.

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:

*Schrappen 4 fokstieren en overige rundvee > 2 jaar uit de vergunning

 

Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. Aanleg van groenvoedersilo’s

a) De groenvoedersilo dient gebouwd te worden uit een waterdicht materiaal zodat de inhoud droog bewaard blijft.

b) De groenvoedersilo dient goed afgedekt en steeds volledig gesloten om uitloging, geurhinder en hinder door ongedierte te voorkomen.

c) De lozing van silosap in de bodem en in oppervlaktewater is verboden.

2. Tankplaats

Tijdens het tanken moeten de nodige voorzorgen worden getroffen om morsen te voorkomen waarbij de nodige absorptiemiddelen voorradig moeten zijn om gemorste vloeistoffen te neutraliseren zodat bodem- en grondwaterverontreiniging wordt vermeden.

3. Hemelwater

Het opgevangen hemelwater wordt maximaal gebruikt voor o.a. in de sanitaire installaties, voor de reiniging van de stallen en voertuigen, als sproeiwater voor gewasbehandeling en andere laagwaardige toepassingen.

4. Brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.

5. Stationair draaien van motoren

Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.

6. Grondwaterwinning

a) In afwijking van de artikels 5.53.3.1 en 5.53.3.3 van VLAREM II dient elke winningsput te worden uitgerust met een debietmeter, geplaatst voor het eerste aftappunt van het gewonnen grondwater. Voor winningsputten voorzien van een dompelpomp wordt de debietmeter geplaatst in de toezichtskamer van de pompput; voor winningsputten met een bovengrondse pomp onmiddellijk na de pomp. Maandelijks dient de tellerstand van elke debietmeter genoteerd te worden in een register.

b) In afwijking van artikel 5.53.2.2 moet in de winningsput een rechte peilbuis worden voorzien, met een diameter van minstens 25 mm, waarin een peilvlotter of logger kan neergelaten worden voor het meten van het grondwaterpeil.

c)In afwijking van artikel 5.53.4.6 – ook al is het debiet < 30.000 m³/j – dient in de winningsput minstens maandelijks het peil “in werking” en “in rust” te worden opgemeten en genoteerd in een register.

Bij het peil in werking wordt ook het ogenblikkelijk debiet genoteerd en bij het peil in rust de duur van de voorafgaande rustperiode. De peilmetingen van het voorbije kalenderjaar worden ook jaarlijks vóór 15 maart overgemaakt aan VMM afdeling Operationeel Waterbeheer. Dit kan rechtstreeks gericht aan VMM AOW (VMM AOW Elfjujistraat 43, 9000 Gent) of via het Integraal Milieujaarverslag.

d)In afwijking van artikel 5.53.4.3 – ook al is het debiet < 30.000 m³/j – mag het grondwaterpeil in de winningsput in geen geval dalen onder het dak van de laag. Het maximaal toelaatbaar afpompsingsniveau in de winningsput bedraagt 50,5 m-mv (= 50,5 m onder het maaiveld of –43 mTAW); er dient vermeden te worden dat het peil in de put onder dit niveau daalt; daarvoor zijn er 3 mogelijkheden, nl.:

  a) de pomp wordt boven voormeld niveau opgehangen;

  b) er wordt een afslagsmechanisme voorzien dat de pomp stillegt wanneer voormeld niveau bereikt wordt;

  c) het debiet van de pomp wordt zo geregeld dat het peil in werking boven voormeld niveau blijft.

7. Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:

*Schrappen 4 fokstieren en overige rundvee > 2 jaar uit de vergunning

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

De exploitant dient de PAS maatregelen ook op in de Mestbankaangifte aan te geven.