Terug
Gepubliceerd op 23/01/2026

2026_CBS_00401 - OMV_2026001142 - melding voor de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen - Ottergemsesteenweg-Zuid, 9000 Gent - Aktename

college van burgemeester en schepenen
do 22/01/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 22/01/2026 - 08:51
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Hafsa El-Bazioui, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_00401 - OMV_2026001142 - melding voor de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen - Ottergemsesteenweg-Zuid, 9000 Gent - Aktename 2026_CBS_00401 - OMV_2026001142 - melding voor de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen - Ottergemsesteenweg-Zuid, 9000 Gent - Aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

SMARTMAT NV met als contactadres Dok-Noord 6, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026001142) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 6 januari 2026.

 

De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen

• Adres: Ottergemsesteenweg-Zuid 719, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 8 sectie H nr. 364Z2

 


Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 14 januari 2026.

 

OMSCHRIJVING MELDING

 

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

De melding heeft betrekking op de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen.

Het betreft een nieuwe hub van Foodbag, waar maaltijdboxen tijdelijk worden opgeslagen en herverdeeld voor levering aan de klanten.

 

Volgende rubrieken worden gemeld:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van voertuigen (24 bestelwagens en 1 los-en laadplaats) | klasse 3 | Nieuw

25 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallatie: koelcellen met een vermogen van samen 34,64 kW | klasse 3 | Nieuw

34,64 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van reinigings- en onderhoudsproducten voor eigen gebruik | klasse 3 | Nieuw

100 liter

 

2.  HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen op het perceel zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 12/04/2021 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een mobiele breker. (OMV_2021052104)

* Op 04/12/2025 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen en de exploitatie van een supermarkt. (OMV_2025129810)

* Op 30/12/2025 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen. (OMV_2025152129)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 26/02/1962 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een bijgebouw als uitbreiding van blok iv. (Litt. O-1-62)

* Op 05/03/1962 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van het gebouw bestemd voor de vervaardiging van thermoplastische producten (blok vi). (Litt. O-2-62)

* Op 23/08/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de gebouwen van de drukkerij. (Litt. O-5-71)

* Op 03/11/1982 werd een vergunning afgeleverd voor het transformeren van het bestaande nijverheidsgebouw. (1982/1119)

* Op 09/04/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een stockage- en verzendingsgebouw + kantoren. (1990/708)

* Op 18/10/1994 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een electriciteitscabine. (1994/322)

* Op 28/01/1999 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van riolerings- en collectorwerken. (1998/1448)

* Op 19/04/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een loods. (2007/141)

* Op 14/09/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het herbouwen van een afgebrande industriehal. (2017/04092 Dig)

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.

 

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

4.  NATUURTOETS

Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

 

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

 

Er wordt geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater aangevraagd (niet indelingsplichtig).

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de melding de natuurtoets doorstaat.

 

5.  OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (karton en papier, plastic folies en PMD) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. Conform VLAREMA is het verplicht het gescheiden bedrijfsafval in te zamelen en te laten ophalen door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. Het is eveneens verplicht een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect lucht

Het gebruik van milieuschadelijke koelmiddelen (type HFK en HCFK) dient waar mogelijk beperkt te worden. Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

 

De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.

 

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Afhankelijk van de aard en inhoud van het gebruikte koelmiddel moeten de nodige lekdichtheidscontroles worden uitgevoerd. Een logboek moet bijgehouden worden.

 

Deze elementen worden als opmerking opgenomen.

 

Aspect bodem en grondwater

De gevaarlijke producten in kleine verpakkingen dienen opgeslagen te worden in een veiligheidskast of op lekbak.

 

Aspect geluid

Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de voertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect mobiliteit

In het document ‘Foodbag ottergemsestwg Mobiliteit 17 dec.pdf’ wordt het mobiliteitsprofiel beschreven. De activiteiten van “Foodbag” op de site bestaan uit zuivere overslag van gekoelde, verpakte maaltijdpakketten.

De activiteiten vinden plaats van vrijdag t.e.m. maandag.

De maaltijd-pakketten worden geleverd ’s nachts met trekker-opleggers, die dan max 10 uren in de gekoelde opslag gaan. Het gaat om zo’n 3 opleggers per (werk)dag.

- In de loop van de voormiddag (10u) komen de chauffeurs per 7 aan om hun bestelwagen te laden, wat binnen in het gebouw gebeurt.

- Gespreid tussen 12u en 14u vertrekken de 24 chauffeurs voor hun uitleverronde.

- Tussen 20u en 22u komen de chauffeurs terug en laten ze hun bestelwagen achter.

De bestelwagens zijn Mercedes Sprinter en Renault E-master.

De chauffeurs zijn flexwerkers (vaak gepensioneerden). Er wordt gerekend met een modal split van 70% omwille van de werkingsuren (laat einduur).

Er zijn geen permanten aanwezige werkposten en er worden ook geen bezoekers verwacht. De hoofdzetel van Foodbag blijft in Dok-Noord.

De evoluerende verkeersgeneratie/stallingsbehoefte per uur ziet er als volgt uit:

Afbeelding met tekst, nummer, Parallel, Lettertype

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Uit bovenstaand schema kan de stallingsbehoefte afgeleid worden:

- Op het piekmoment, tussen 12u en 13u kunnen er zich maximaal 35 voertuigen op de site bevinden, dit zijn 13 personenwagens en 22 bestelwagens.

- Tussen 10u en 15u en tussen 19u en 23u wordt het een dynamisch gegeven en zullen de chauffeurs ook staan aanschuiven om hun bestelwagen te laden binnen in het gebouw, en wordt een deel van de stallingsbehoefte ingelost door een plaats in de “wachtrij”.

- Met 24 parkeerplaatsen, 6 laadplekken en 5 wachtplekken kunnen zich 36 voertuigen (op het piekuur om 12u ’s middags) veilig en efficiënt op de site bevinden.

 

Onderstaand beeld toont waar (welke) voertuigen zich zullen bevinden op dat ogenblik:

Afbeelding met diagram, Plan, schets, Parallel

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Wanneer de bestelwagens na 22u op de site blijven zal er ’s morgens voldoende plaats zijn om de eerste werknemers (chauffeurs) te laten parkeren door de buffer die er is met de 6 laadplaatsen binnen in de site.

Er wordt binnen in het gebouw voorzien in een beveiligde en overdekte fietsenstalling voor 12 fietsen, ruim voldoende dus voor de naar verwachting 7 (30% van de 25) fietsen van chauffeurs.

 

PARKEREN

Aantal parkeerplaatsen

Om de aanvraag te toetsen aan de goede ruimtelijke ordening, bekijken we de voorgestelde parkeeroplossingen. De Stad beoogt de leefbaarheid en kwaliteit van de stad te bewaren en zelfs te versterken zonder de parkeeroverlast op de omgeving zonder meer te verhogen. De Stad stelde hiertoe een set van fiets- en autoparkeerrichtlijnen op, opgenomen in het Parkeerplan Gent, deel uitmakend van het Mobiliteitsplan van de Stad.  Gezien de specifieke functie van het project niet is opgenomen in de parkeerrichtlijnen maken we gebruik van maatwerk.

 

Auto

- Er zijn in totaal 24 bestelwagens/24 chauffeurs die maaltijden leveren. Voor deze 24 bestelwagens zijn 24 parkeerplaatsen op het eigen terrein.

- Er zijn 6 laadplekken binnen in het gebouw.

- Er zijn 5 wachtplaatsen voor bestelwagens, die zich kunnen opstellen in een wachtrij in afwachting van het laden.

- De bestelwagens, die niet gebruikt worden, worden geparkeerd op het eigen terrein.

- Er wordt aangegeven dat 70% van de werknemers met de wagen komt. De werknemers bestaan uit de 24 chauffeurs. Verder zijn geen werknemers aanwezig. Hiervoor zijn 17 autoparkeerplaatsen vereist. Deze dienen echter niet extra voorzien te worden, aangezien er dubbel gebruik is van de parkeerplaatsen voor bestelwagens.

- Het piekmoment is gelegen tussen 12u en 13u, en op dat moment kunnen er zich maximaal 35 voertuigen bevinden op de site bestaande uit 13 personenwagens en 22 bestelwagens. Met 24 parkeerplaatsen, 6 laadplekken en 5 wachtplekken kunnen zich 35 voertuigen op het piekuur veilig en efficiënt op de site bevinden.

- Tussen 10u en 15u en tussen 19u en 23u wordt het een dynamisch gegeven en zullen de chauffeurs ook staan aanschuiven om hun bestelwagen te laden binnen in het gebouw, en wordt een deel van de stallingsbehoefte ingelost door een plaats in de “wachtrij”.

- Wanneer de bestelwagens na 22u op de site blijven zal er ’s morgens voldoende plaats zijn om de eerste werknemers (chauffeurs) te laten parkeren door de buffer die er is met de 6 laadplaatsen binnen in de site.

- Er worden geen bezoekers verwacht, bijgevolg zijn er geen autoparkeerplaatsen nodig voor bezoekers.

 

Fiets

- Er wordt aangegeven dat 30 % van de werknemers met de fiets komt. Hiervoor zijn 7 fietsparkeerplaatsen vereist. We vragen voor de 24 werknemers minstens 9 fietsparkeerplaatsen gezien de modal split van 38% fiets (cf. verplaatsingsonderzoek Gent voor het motief werken) en gezien de steeds verder stijgende trend van het fietsgebruik zodat aan toekomstgerichte, ambitieuze modal split kan bereikt worden. Op die manier houden we ook rekening dat er worst case enkele personeelsleden meer aanwezig zijn dan het minimum. Op de plannen wordt voorzien in 12 fietsparkeerplaatsen.

- Er worden geen bezoekers verwacht, bijgevolg zijn er geen fietsparkeerplaatsen nodig voor bezoekers.

 

De Nota fiets- en autoparkeerrichtlijnen is géén op zichzelf staand, verordenend instrument maar houdt wél rekening met de decretaal vastgestelde beoordelingselementen die de goede ruimtelijke ordening mee vorm geven. In die zin is deze nota dan ook te beschouwen als ‘beleidsmatig gewenst met betrekking tot de mobiliteitsimpact’, in de zin van art. 4.3.1 §2 2° a) van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.

 

Uitvoering fietsparkeerplaatsen

De inrichting van een fietsenberging is belangrijk om het fietsgebruik aan te moedigen. Een gebruiksvriendelijke berging wordt sneller gebruikt en stimuleert fietsgebruik.

 

Over het algemeen kan de kwaliteit van een fietsenberging worden afgemeten aan de hand van 4 criteria.

1. Locatie van de fietsenberging

2. Type fietsenstalling

3. Afmetingen van de fietsenberging

4. Bijkomende comforteisen

 

De fietsparkeerplaatsen voor werknemers bevinden zich op het maaiveldniveau.

 

De fietsparkeerplaatsen zijn afgesloten en overdekt.

 

De fietsparkeerplaatsen zijn voorzien in een hoog-laag-systeem, met een as-op-as-afstand van 40 cm. Dit is niet voldoende en dient minimaal 50 cm te zijn. Eventueel kunnen minder fietsparkeerplaatsen voorzien worden, die iets verder uit elkaar staan.

 

De lengte om de fiets te stallen is 2 meter. Het gangpad achter de fietsen voldoet niet aan de vereiste 2 meter, indien er een bestelwagen staat om te laden. Echter is de bestelwagen geen permanent obstakel, en kunnen we hiermee akkoord gaan.

Afbeelding met tekst, diagram, schermopname, lijn

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

Er moeten oplaadpunten voor elektrische fietsen voorzien worden.

Van zodra de fietsenstalling over meer dan 10 fietsparkeerplaatsen beschikt, moet minimaal 10% voorbehouden worden voor buitenmaatse fietsen. Indien er 12 fietsparkeerplaatsen zijn, moet er dus 1 fietsparkeerplaats voorbehouden zijn voor buitenmaatse fietsen. De plaatsen voor buitenmaatse fietsen moeten op de grond gemarkeerd worden, zodat deze duidelijk te onderscheiden zijn van de zone voor reguliere fietsen.

De fietsenstallingen zijn bereikbaar via de poort van de bestelwagens.

 

Uitvoering autoparkeerplaatsen

Er zijn 24 parkeerplaatsen voor dubbel gebruik (bestelwagens en auto’s van werknemers).

 

De laad- en loszones voor de bestelwagens binnenin hebben een afmeting van 2 m op 6 m. Het is belangrijk dat de 24 parkeerplaatsen op eigen terrein voldoende lang zijn, zodat de bestelwagens hier effectief kunnen parkeren. Zo heeft een Mercedes Sprinter bijvoorbeeld een lengte van minimaal 5,27 meter. De parkeerplaatsen zijn nu ingetekend met een lengte van 5m wat te kort is.

Afbeelding met tekst, diagram, schermopname, lijn

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Afbeelding met tekst, kaart, diagram, schermopname

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

LOGISTIEK VERKEER

Laden en lossen

Het laden en lossen alsook het manoeuvreren moet op het eigen terrein gebeuren. We zien dat er voldoende ruimte is hiervoor, zowel voor de trekker-opleggers als voor de bestelwagens.

Er zijn +/- 3 trekker-opleggers per (werk)dag die verspreid over de nachts leveren.

Er zijn 24 bestelwagens die per 6 het gebouw inrijden om de maaltijden te laden. Er zijn 6 laadplekken in het gebouw.

 

Wachtzone

Er is een wachtzone voor 5 bestelwagens, die in afwachting zijn om binnen te rijden in het gebouw om de maaltijden te laden.

 

Er kan gunstig advies gegeven worden indien voldaan wordt aan volgende bijzondere voorwaarden:

- De fietsparkeerplaatsen zijn voorzien in een hoog-laag-systeem met een as-op-afstand van 40 cm. Dit is niet voldoende en dit dient minimaal 50 cm te zijn. Eventueel kunnen er minder dan de voorgestelde 12 fietsenparkeerplaatsen voorzien worden, zodat de fietsparkeerplaatsen verder uit elkaar kunnen staan. Het is wel belangrijk dat er minstens 9 fietsparkeerplaatsen voorzien worden voor werknemers.

- De lengte om de fiets te stallen is 2 meter. Het gangpad achter de fietsen voldoet niet aan de vereiste 2 meter, indien er een bestelwagen staat om te laden. Echter is de bestelwagen geen permanent obstakel, en kunnen we hiermee akkoord gaan.

- Van zodra de fietsenstalling over meer dan 10 fietsparkeerplaatsen beschikt, moet minimaal 10% voorbehouden worden voor buitenmaatse fietsen. Indien er bijvoorbeeld 12 fietsparkeerplaatsen zijn, moet er dus 1 fietsparkeerplaats voorbehouden zijn voor buitenmaatse fietsen.

- De plaatsen voor buitenmaatse fietsen moeten op de grond gemarkeerd worden, zodat deze duidelijk te onderscheiden zijn van de zone voor reguliere fietsen.

- Er moeten oplaadpunten voor elektrische fietsen voorzien worden.

- Er zijn 24 parkeerplaatsen voor dubbel gebruik (bestelwagens en auto’s van werknemers). De laad- en loszones voor de bestelwagens binnenin hebben een afmeting van 2 m op 6 m. Het is belangrijk dat de 24 parkeerplaatsen op eigen terrein voldoende lang zijn, zodat de bestelwagens hier effectief kunnen parkeren. Zo heeft een Mercedes Sprinter bijvoorbeeld een lengte van minimaal 5,27 meter. De parkeerplaatsen zijn nu ingetekend met een lengte van 5m wat te kort is.

 

CONCLUSIE

Het gevraagde project is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.

De gevraagde melding wordt geakteerd.

 

Volgende rubrieken worden geakteerd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van voertuigen (24 bestelwagens en 1 los-en laadplaats) | Nieuw

25 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallatie: koelcellen met een vermogen van samen 34,64 kW | Nieuw

34,64 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van reinigings- en onderhoudsproducten voor eigen gebruik | Nieuw

100 liter

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door SMARTMAT nv (O.N.:0841142626) voor de exploitatie van een opslagplaats voor maaltijdbezorgingen, gelegen Ottergemsesteenweg-Zuid 719, 9000 Gent, met inrichtingsnummer 20251027-0002, omvattende volgende rubrieken:

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

Aktename

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het stallen van voertuigen (24 bestelwagens en 1 los-en laadplaats)  (Nieuw)

25 voertuigen

16.3.2°a)

Aktename

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallatie: koelcellen met een vermogen van samen 34,64 kW  (Nieuw)

34,64 kW

17.4.

Aktename

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van reinigings- en onderhoudsproducten voor eigen gebruik  (Nieuw)

100 liter

 

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de voertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.

 

2. Mobiliteit:

- De fietsparkeerplaatsen zijn voorzien in een hoog-laag-systeem met een as-op-afstand van 40 cm. Dit is niet voldoende en dit dient minimaal 50 cm te zijn. Eventueel kunnen er minder dan de voorgestelde 12 fietsenparkeerplaatsen voorzien worden, zodat de fietsparkeerplaatsen verder uit elkaar kunnen staan. Het is wel belangrijk dat er minstens 9 fietsparkeerplaatsen voorzien worden voor werknemers.

- De lengte om de fiets te stallen is 2 meter. Het gangpad achter de fietsen voldoet niet aan de vereiste 2 meter, indien er een bestelwagen staat om te laden. Echter is de bestelwagen geen permanent obstakel, en kunnen we hiermee akkoord gaan.

- Van zodra de fietsenstalling over meer dan 10 fietsparkeerplaatsen beschikt, moet minimaal 10% voorbehouden worden voor buitenmaatse fietsen. Indien er bijvoorbeeld 12 fietsparkeerplaatsen zijn, moet er dus 1 fietsparkeerplaats voorbehouden zijn voor buitenmaatse fietsen.

- De plaatsen voor buitenmaatse fietsen moeten op de grond gemarkeerd worden, zodat deze duidelijk te onderscheiden zijn van de zone voor reguliere fietsen.

- Er moeten oplaadpunten voor elektrische fietsen voorzien worden.

- Er zijn 24 parkeerplaatsen voor dubbel gebruik (bestelwagens en auto’s van werknemers). De laad- en loszones voor de bestelwagens binnenin hebben een afmeting van 2 m op 6 m. Het is belangrijk dat de 24 parkeerplaatsen op eigen terrein voldoende lang zijn, zodat de bestelwagens hier effectief kunnen parkeren. Zo heeft een Mercedes Sprinter bijvoorbeeld een lengte van minimaal 5,27 meter. De parkeerplaatsen zijn nu ingetekend met een lengte van 5m wat te kort is.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Het is verplicht een afvalstoffenregister bij te houden.

2. Het gebruik van milieuschadelijke koelmiddelen (type HFK en HCFK) dient waar mogelijk beperkt te worden. Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Afhankelijk van de aard en inhoud van het gebruikte koelmiddel moeten de nodige lekdichtheidscontroles worden uitgevoerd. Een logboek moet bijgehouden worden.

3. Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.