Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 84, § 1.
Het vast bureau kan krachtens de uitvoeringsbevoegdheid (artikel 84, § 1 decreet over het lokaal bestuur) woon(zorg)overeenkomsten tussen de bewoner en OCMW Gent beëindigen op grond van de daarin opgenomen opzegmotieven.
Het kan nuttig zijn om in die gevallen eerst de betrokken bewoner te horen vooraleer overgegaan wordt tot de beëindiging van de overeenkomst in kwestie.
Dit is het geval indien de regelgeving of de overeenkomst in kwestie het hoorrecht verplicht voorschrijft, indien de bewoner zelf vraagt om gehoord te worden of indien de voorziening van oordeel is dat het horen van de bewoner wenselijk is.
Teneinde het horen van de bewoner zo efficiënt mogelijk te laten verlopen is het aangewezen om een werkkader te voorzien met een aantal concrete richtlijnen waarbinnen het hoorrecht georganiseerd kan worden.
Deze richtlijnen zijn van toepassing op het horen van de bewoner, voorafgaand aan het voorstel tot beëindiging van volgende overeenkomsten van de woon(zorg)voorzieningen die beheerd worden door OCMW Gent:
De richtlijnen zijn niet van toepassing op de beëindiging van: overeenkomsten inzake kortverblijf, nachtopvang, dagverzorgingscentra en de individuele dienstververleningsovereenkomsten door OCMW Gent afgesloten als vergunde zorgaanbieder (VAPH) aangezien voor deze voorzieningen reeds een afzonderlijke hoorprocedure bestaat (vergunde aanbieder VAPH) of het verblijf per definitie tijdelijk is (kortverblijf, nachtopvang, dagverzorgingscentra).
Deze richtlijnen werden opgemaakt in overleg met het departementshoofd van Gezondheid en Zorg en de directeur-Zelfstandig Wonen (departement Gezondheid en Zorg) van stad Gent.
Aan het vast bureau wordt bijgevolg goedkeuring gevraagd van de richtlijnen, zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed, de richtlijnen met betrekking tot de organisatie van het hoorrecht n.a.v. de beëindiging van woon(zorg)overeenkomsten, zoals gevoegd in bijlage.