Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Franky Broché met als contactadres Krekelstraat 17, 9052 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026001262) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 18 januari 2026.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het hernieuwen van de exploitatie van een carwash
• Adres: Deinsesteenweg 92, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nr. 586G
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 februari 2026.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 16 april 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het hernieuwen van de exploitatie van een carwash (self-carwash met 5 wasboxen).
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.1°b) |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | -2,06 m³ / uur | klasse 2 | Verandering |
-2,06 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | klasse 2 | Hernieuwing |
120 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | 4 x 25 kg = 100 kg Bubble gun foam 3 x 25 kg = 75 kg Caiman 3 x 25 kg = 75 kg Piranha | klasse 3 | Verandering |
250 kg |
Volgende rubriek is niet meer van toepassing:
17.3.3.1 | Opslag oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen (van 200 kg tot en met 1.000 kg) | 300 kg
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Openingsuren volgens art. 5.15.0.6 § 1 van het Vlarem II
Omschrijving:
'Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5 zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.'
Motivatie:
De stofzuigers zijn driefasig en daardoor geluidsarm. De hogedrukpompen in de technische ruimte staan op silentblokken om trillingen te voorkomen. Aan de klanten die langskomen voor een wasbeurt, zal gevraagd worden om wagens niet nodeloos te laten draaien en geluid van radio's te beperken. Sinds 2009 is er op het terrein een volledige geluidswand aan de zij - en achterzijde.
Voorstel:
Wij vragen om de self carwash te kunnen openen 7/7, van 7 tot 22 uur. Wij begrijpen dat nachtrust moet gerespecteerd worden. Daarom zorgen wij er ook voor dat er tussen 22.00 uur en 7 uur 's ochtends niet kan gewassen worden. De carwash zal dan automatisch uitschakelen.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunning
* Op 16/07/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een self-car-wash. (2007/10047)
Milieuvergunning
* Op 18/01/2007 werd door Stad Gent een vergunning verleend voor het exploiteren van een carwash (11267/E/1)
* Op 12/07/2007 werd door de deputatie, in beroep een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een carwash voor een termijn eindigend op 17/01/2027 (11267/E/1). In afwijking van artikel 5.15.0.6 van Vlarem II mag de inrichting geëxploiteerd worden op weekdagen van 7u tot 22u, op zaterdagen van 8u tot 19u en zon- en feestdagen van 9u tot 13u.
Afwijking
* Op 27/08/2009 werd een verzoek goedgekeurd tot wijzigen van de exploitatie-uren van een vergunde self-carwash (art. 45 van Vlarem I) om geopend te zijn op zon- en feestdagen van 8u tot 19u i.p.v. tot 13u.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 18 februari 2026
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 16 februari 2026:
BESLUIT GUNSTIG ADVIES, mits naleving van de vermelde maatregelen
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebieden met landelijk karakter en agrarische gebieden volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Herinrichting Complex E40 - Drongen' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op ). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Gebied voor wegeninfrastructuur.
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. De carwash is vergund op 16 juli 2008 (Dossier 2007/10047) door de Vlaamse Regereing.
Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden.
De aanvraag betreft geen verbouwing. Het project dient niet getoetst te worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater/bodem en grondwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd.
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.
Het bedrijfsafvalwater wordt geloosd in de riolering.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 18 februari 2026 tot en met 19 maart 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen (restafval) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect bodem en grondwater
Het wassen van de voertuigen gebeurt op een vloeistofdichte vloer met afwatering naar een slibvang en koolwaterstofafscheider.
Alle vaten en bussen met gevaarlijke producten moeten ingekuipt zijn. De gevaarlijke producten in kleine verpakkingen, die gebruikt worden in de carwash, worden op een lekbak opgeslagen.
Aspect afvalwater
De inrichting is gelegen in centraal gebied, de ontvangende riolering is aangesloten op de RWZI van Nevele. Het betreft een gemengd stelsel.
Hemelwater
Het hemelwater van het dak (160 m²) wordt opgevangen in 2 hemelwaterputten van elk 10 m³ en hergerbruikt voor het wassen van de voertuigen. De overloop van de putten is aangesloten op een gracht.
Bedrijfsafvalwater
Het debiet van het bedrijfsafvalwater bedraagt 0,44 m³/uur - 6,60 m³/dag - 1.545 m³/jaar en bestaat uit het waswater van de voertuigen. Het wordt via een slibvang en een KWS-afscheider met coalescentiefilter geloosd op de openbare riolering.
Het bedrijf vraagt bijzondere voorwaarden aan en stelt het volgende:
‘Aangezien we uit ervaring erkennen dat sommige waarden kunnen overschreden worden bij drukke momenten, vragen we enkele uitzonderingen aan.
Volgende bijzondere voorwaarden dienen van toepassing gesteld:
- Cu : 0.5 mg/l
- Pb : 0.5 mg/l
- Zn : 2 mg/l
- Ni: 0.3 mg/l
- Fosfor Totaal 2,5 mg/l.
- De gebruikte detergenten voldoen aan de Verordening EG Nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de raad. In dit dossier zijn de nodige MSDS-fiches toegevoegd waarbij aangetoond wordt dat de detergenten biologisch afbreekbaar zijn.’
Conform het advies van de VMM kan akkoord gaan met de aangevraagde normen.
Volgende lozingsnormen zijn bijgevolg van toepassing en worden als bijzondere voorwaarde opgenomen:
Cu : 0,5 mg/l
Pb : 0,5 mg/l
Zn : 2 mg/l
Ni: 0,3 mg/l
Ptot: 2,5 mg/l
De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
De KWS-afscheider dient conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
De KWS-afscheider dient voorzien te zijn met een automatisch sluitende vlotter, voorzien van een akoestisch en optisch alarm als de laagdikte van de bovendrijvende olielaag de normale werking van de afscheider verhindert. De KWS-afscheider dient periodiek geledigd te worden. De attesten hiervan dienen bewaard te worden. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Aspect geluid
Mogelijke geluidshinder is afkomstig van de stofzuigers, de hogedrukpompen in de technische ruimte en de wagens die langskomen voor een wasbeurt. De stofzuigers zijn driefasig en daardoor geluidsarm. De hogedrukpompen in de technische ruimte staan op silentblokken om trillingen te voorkomen. Aan de klanten die langskomen voor een wasbeurt, zal gevraagd worden om wagens niet nodeloos te laten draaien en geluid van radio's te beperken. Op weekdagen worden er 60 wagens per dag verwacht en in het weekend 120 wagens per dag. Er is een aparte op - en afrit waardoor verkeer vlot kan bewegen op het terrein ook.
Er dienen waarschuwingsborden (niet claxonneren, radio uit, motor stilleggen,...) voorzien te zijn. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Sinds 2009 is er op het terrein een volledige geluidswand aan de zij - en achterzijde waardoor er geen geen geluidsklachten meer gekend zijn. Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II. Dit wordt als opmerking opgenomen.
In de huidige vergunning is het toegestaan om de inrichting te exploiteren op weekdagen van 7u tot 22u, op zaterdagen van 8u tot 19u en op zon- en feestdagen van 8u tot 19u. In deze aanvraag wordt gevraagd om de self carwash te kunnen openen 7/7 van 7 uur tot 22 uur. De carwash zal om 22 uur automatisch uitgeschakeld worden.
In het aanvraagdossier van 2009 was een geluidstudie bijgevoegd waarbij geluidsmetingen werden uitgevoerd en saneringsmaatregelen werden opgenomen. De meetpunten zijn gelegen in een gebied op minder dan 500 meter van kleine en middelgrote ondernemingen waarbij de richtwaarden van Vlarem II 50, 45 en 40 dB(A) bedragen, resp. in de dag-, avond- en nachtperiode. Het omgevingsgeluid (LA95) bedraagt 50,9 dB(A), vermoedelijk door het verkeerslawaai van de nabijgelegen Deinzesteenweg. Bij het volgen van het beslissingsschema in bijlage 4.5.6.1 van Vlarem II mag het specifiek geluid van de inrichting de LA95 -5, zijnde 45,9 dB(A) niet overschrijden. Ook de richtwaarde voor de avondperiode mag hierbij niet overschreden worden. De avondperiode is de bepalende factor, namelijk 45 dB(A). Uit de meetgegevens blijkt dat het specifiek geluid bij de dichtste buren maximum 42,8 dB(A) bedraagt. Hieruit blijkt dat de geluidsnormen voor zowel de dag als avondperiode kunnen gehaald worden. Er kan bijgevolg akkoord gegaan worden met de vraag om te exploiteren 7/7 van 7 uur tot 22 uur.
Aspect mobiliteit
Er worden geen wijzigingen aangevraagd die een significante impact op de mobiliteit van de site of omgeving tot gevolg zouden hebben.
Aspect brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 041364-002/MN/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.1°b) |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | -2,06 m³ / uur | Verandering |
-2,06 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Hernieuwing |
120 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | 4 x 25 kg = 100 kg Bubble gun foam 3 x 25 kg = 75 kg Caiman 3 x 25 kg = 75 kg Piranha | Verandering |
250 kg |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20260106-0030) is:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.1°b) |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | 0,44 m³ / uur 6,60 m³ / dag 29,70 m³ / week 1.545 m³ / jaar | klasse 2 |
0,44 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | 60 wagens per dag op weekdagen
120 wagens per dag op weekend dagen | klasse 2 |
120 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | 6 x 25 kg = 150 kg Bubble gun foam 2 x 25 kg = 50 kg Bubble gun Wax 6 x 25 kg = 150 kg Caiman 2 x 25 kg = 50 kg Protect shine 6 x 25 kg = 150 kg Piranha | klasse 3 |
550 kg |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
TERMIJN
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor onbepaalde duur.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het hernieuwen van de exploitatie van een carwash aan Franky Broché gelegen te Deinsesteenweg 92, 9031 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Drongense Self carwash met inrichtingsnummer 20260106-0030 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.1°b) |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | -2,06 m³ / uur | Verandering |
-2,06 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Hernieuwing |
120 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | 4 x 25 kg = 100 kg Bubble gun foam 3 x 25 kg = 75 kg Caiman 3 x 25 kg = 75 kg Piranha | Verandering |
250 kg |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20260106-0030) is:
|
Rubriek |
Omschrijving |
Hoeveelheid |
|
3.4.1°b) |
lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | 0,44 m³ / uur 6,60 m³ / dag 29,70 m³ / week 1.545 m³ / jaar | klasse 2 |
0,44 m³/uur |
|
15.4.2°b) |
niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | 60 wagens per dag op weekdagen
120 wagens per dag op weekend dagen | klasse 2 |
120 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag |
|
17.4. |
opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | 6 x 25 kg = 150 kg Bubble gun foam 2 x 25 kg = 50 kg Bubble gun Wax 6 x 25 kg = 150 kg Caiman 2 x 25 kg = 50 kg Protect shine 6 x 25 kg = 150 kg Piranha | klasse 3 |
550 kg |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
Verleent de vergunning voor onbepaalde duur.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. Volgende lozingsnormen zijn van toepassing:
Cu : 0,5 mg/l
Pb : 0,5 mg/l
Zn : 2 mg/l
Ni: 0,3 mg/l
Ptot: 2,5 mg/l
2. De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.
3. De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid.
4. Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.
5. De KWS-afscheider dient conform Vlarem II afdeling 4.2.3.bis onderhouden en geëxploiteerd te worden.
6. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 041364-002/MN/2026) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
7. Er dienen waarschuwingsborden (niet claxonneren, radio uit, motor stilleggen,...) voorzien te zijn.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: 5.15.0.6 § 1: GUNSTIG
De self carwash mag geëxploiteerd worden 7/7, van 7 uur tot 22 uur.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
1. Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
2. Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
3. De KWS-afscheider dient voorzien te zijn met een automatisch sluitende vlotter, voorzien van een akoestisch en optisch alarm als de laagdikte van de bovendrijvende olielaag de normale werking van de afscheider verhindert. De KWS-afscheider dient periodiek geledigd te worden. De attesten hiervan dienen bewaard te worden.