Terug
Gepubliceerd op 08/05/2026

2026_CBS_03746 - OMV_2026015690 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van steigerdoekreclame - zonder openbaar onderzoek - Kouter, 9000 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 07/05/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 07/05/2026 - 08:51
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_03746 - OMV_2026015690 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van steigerdoekreclame - zonder openbaar onderzoek - Kouter, 9000 Gent - Weigering 2026_CBS_03746 - OMV_2026015690 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van steigerdoekreclame - zonder openbaar onderzoek - Kouter, 9000 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

BlowUP media Belgium BVBA met als contactadres Leopold de Waelplaats 6, 2000 Antwerpen heeft een aanvraag (OMV_2026015690) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 10 februari 2026.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het plaatsen van steigerdoekreclame

• Adres: Kouter 172, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 3 sectie C nr. 831E

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 maart 2026.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 april 2026.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het project is gelegen aan de Kouter, in de Gentse binnenstad. De omgeving wordt gekenmerkt door een aaneengesloten historisch straatbeeld met voornamelijk meergezinswoningen, vaak gecombineerd met een nevenfunctie op het gelijkvloers.

 

Het pand in kwestie betreft een meergezinswoning met nevenfunctie op het gelijkvloers, opgebouwd uit zes bouwlagen en afgewerkt met een plat dak. Het gebouw is beschermd als monument (beschermingsbesluit d.d. 26/03/1990) en staat bekend als het ‘Herenhuis Hotel Falligan’.

 

Voor de restauratie van de gevel werd door het college een toelating met voorwaarden verleend op 26/02/2026. In functie van deze werken wordt een gevelstelling geplaatst.

 

De aanvraag betreft het aanbrengen van een publicitair zeildoek op deze gevelstelling. Het zeildoek wordt voorzien van externe verlichting door middel van LED-spots. De publiciteit heeft een breedte van 9,20 m en een hoogte van 11,50 m en wordt geplaatst vanaf een hoogte van circa 5 m ten opzichte van het trottoirpeil, wat resulteert in een totale oppervlakte van
105,8 m².

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 02/08/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel en het inrichten van garages (KW U-2-65).
  • Op 12/05/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van BKCP gevelreclames door Beobank gevelreclames (2016/08015).

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 8 april 2026 met kenmerk (4.002/44021/32.221), indien niet aan de voorwaarden voldaan kan worden dan Ongunstig (zie bijlage op het Omgevingsloket).
 

Toetsing : zie 9. Omgevingstoets

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023). 

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met deze verordening.

 

De aanvraag omvat niet-zaakgebonden publiciteit op steigerdoeken met een oppervlakte van meer dan 100 m².

Overeenkomstig artikel 13 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteit bedraagt de maximale oppervlakte voor niet-zaakgebonden publiciteitsinrichtingen 40 m² per gevel.

De gevraagde publiciteit overschrijdt deze maximale oppervlakte aanzienlijk en is daardoor niet in overeenstemming met artikel 13 §1, 5° van de verordening.

Hoewel niet-zaakgebonden publiciteit op steigers onder bepaalde voorwaarden kan worden toegestaan, doet dit geen afbreuk aan de vereiste dat de publiciteitsinrichting in verhouding moet blijven tot de aanwezige gebouwen en hun omgeving.
De voorgestelde omvang is niet proportioneel en ruimtelijk niet aanvaardbaar.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- aan de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- aan de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- aan de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de wegenis. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht

Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Omgeving

De aanvraag betreft het plaatsen van een verlicht publicitair zeildoek met een oppervlakte van ca. 105,8 m² (9,2 m x 11,5 m), bevestigd aan een gevelstelling die wordt opgericht in functie van de restauratie van het beschermd monument Hotel Falligan gelegen aan de Kouter.

Het betrokken gebouw is beschermd als monument (MB 26/03/1990) en maakt deel uit van de bijzonder waardevolle en beeldbepalende omgeving van de Kouter, gekenmerkt door een homogeen en hoogwaardig historisch stadsbeeld.

De aanvraag omvat niet-zaakgebonden publiciteit, waarbij de voorgestelde reclame geen enkele inhoudelijke link heeft met het gebouw, de functie of de uitgevoerde werken.

Toetsing aan de erfgoedcontext en ruimtelijke kwaliteit

Bij de beoordeling van publiciteit op werfdoeken aan beschermd erfgoed geldt als uitgangspunt dat deze het erfgoed en zijn context niet mogen ontsieren of domineren.

Het door het Agentschap Onroerend Erfgoed gehanteerde afwegingskader “Publiciteit in en aan beschermd erfgoed” stelt duidelijk dat:

  • Niet-zaakgebonden publiciteit moet worden vermeden in of aan beschermd erfgoed, teneinde aantasting van de erfgoedwaarden te voorkomen (passief behoudsbeginsel).
  • Enkel zaak- en werfgebonden publiciteit in beperkte mate aanvaardbaar is, en dit:
    • beperkt tot de gelijkvloerse verdieping;
    • en tot maximaal 30% van de oppervlakte van het werfdoek;
    • met een beperkt kleurgebruik en een ingetogen vormgeving. 

De voorliggende aanvraag wijkt fundamenteel af van deze principes:

  • Het betreft volledig niet-zaakgebonden publiciteit;
  • De publiciteit beslaat nagenoeg het volledige doek (± 105,8 m²) en overstijgt daarmee ruimschoots de aanvaardbare schaal;
  • De publiciteit situeert zich over de volledige hoogte van de gevel en niet enkel ter hoogte van het gelijkvloers;
  • De visuele impact wordt bijkomend versterkt door de voorziene indirecte LED-verlichting.

Hierdoor wordt het werfdoek niet langer ondergeschikt aan het gebouw, maar evolueert het tot een dominant visueel element in het straatbeeld.

Impact op de omgeving (Kouter)

De Kouter vormt één van de meest waardevolle stedelijke ruimtes van Gent, met een uitgesproken cultuurhistorisch karakter en representatieve beeldkwaliteit.

De plaatsing van een grootschalig, verlicht publicitair doek:

  • doorbreekt het evenwicht en de samenhang van het historisch gevelbeeld;
  • leidt tot een visuele verstoring van het plein en zijn perspectieven;
  • introduceert een commercieel beeld dat niet verenigbaar is met de erfgoedwaarde van de omgeving.

Zelfs indien tijdelijk (max. 6 maanden), is de impact te groot en te ingrijpend voor deze locatie.

Dergelijke ingrepen zijn niet verenigbaar met het streven naar behoud en versterking van de beeldkwaliteit in waardevolle stedelijke ruimtes zoals de Kouter.

Verlichting

De voorziene verlichting (’s morgens en ’s avonds) vergroot de visuele impact aanzienlijk en zorgt ervoor dat de publiciteit ook buiten de dagcontext prominent aanwezig blijft.

Binnen een historisch plein als de Kouter, waar de avondbeleving en architecturale verlichting een belangrijke rol spelen, is dergelijke extra lichtimpact niet aanvaardbaar.

Motivatie (financieel argument)

Als motivatie wordt aangehaald dat de publiciteit dient ter financiering van de restauratiewerken.

Hoewel wordt erkend dat restauraties van beschermd erfgoed aanzienlijke kosten met zich meebrengen, kan dit argument niet primeren op het behoud van de erfgoedwaarden en de ruimtelijke kwaliteit.

Bovendien wordt vastgesteld dat de restauratiewerken voor 40% worden gesubsidieerd, waardoor het financiële argument bijkomend wordt gerelativeerd.

Het toelaten van dergelijke publiciteit om financiële redenen zou bovendien een ongewenst precedent scheppen voor gelijkaardige aanvragen op andere beschermde sites.

Conclusie

Gelet op het voorgaande wordt vastgesteld dat de aanvraag niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening.

De voorgestelde publiciteit betreft niet-zaakgebonden reclame van uitzonderlijke omvang, die zich uitstrekt over de volledige hoogte van de gevel en bijkomend wordt versterkt door verlichting. Hierdoor ontstaat een dominant en beeldbepalend element dat niet ondergeschikt is aan het beschermd monument, maar er visueel de aandacht van afleidt.

Daarnaast is de aanvraag strijdig met de principes uit het afwegingskader “Publiciteit in en aan beschermd erfgoed”, waarin expliciet wordt gesteld dat niet-zaakgebonden publiciteit aan beschermd erfgoed moet worden vermeden en dat publiciteit op werfdoeken slechts in zeer beperkte en ondergeschikte mate aanvaardbaar is.

De ligging van het pand aan de Kouter, een stedelijke ruimte met een uitzonderlijk hoge cultuurhistorische en beeldbepalende waarde, maakt dat de visuele impact van de aanvraag als bijzonder storend en niet aanvaardbaar moet worden beschouwd, zelfs indien deze tijdelijk van aard is.

De aanvraag voldoet bovendien niet aan de voorwaarden zoals geformuleerd in het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Het aangehaalde financiële motief kan hieraan geen afbreuk doen, aangezien het behoud van erfgoedwaarden en ruimtelijke kwaliteit primeren en bovendien reeds gedeeltelijke subsidiëring van de restauratiewerken is voorzien.

Het toelaten van de gevraagde publiciteit zou bovendien een ongewenst precedent scheppen voor gelijkaardige ingrepen op beschermd erfgoed binnen de stad.

De aanvraag wordt dan ook ongunstig beoordeeld.


CONCLUSIE

De aanvraag wordt ongunstig beoordeeld, aangezien zij niet verenigbaar is met de goede plaatselijke aanleg en de cultuurhistorische context, en strijdig is met artikel 13 §1, 5° van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake publiciteit.

       

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het plaatsen van steigerdoekreclame aan blowUP media Belgium bvba (O.N.:0544450211) gelegen te
Kouter 172, 9000 Gent.