Ieder jaar vanaf midden november tot eind maart start het winterplan voor daklozen.
Gezien de druk op de reguliere nachtopvang te groot werd, werd er, net als eerdere jaren, hotelkamers ingeschakeld. Hotelopvang is weliswaar nog altijd opvang, maar toch iets minder stresserend en iets menselijker dan de reguliere nachtopvang.
Dit biedt ook het voordeel dat de mensen er langer kunnen blijven, ook overdag. Ze moeten niet telkens de straat weer op. Dit biedt hen rust.
Hierbij heb ik volgende vragen :
Collega Baert,
Bedankt voor uw vraag. Voor ik op de evaluatie van de hotelopvang in ga, wil ik hier – misschien tot vervelenstoe 😊 - nog eens dit benadrukken:
Ik wil een beleid voeren waarbij ik ga naar structurele oplossingen. Nachtopvang of hotelopvang aanbieden, doen we omdat het nodig is. Om als tussenstap te fungeren of om snel te kunnen schakelen – zoals afgelopen winter het geval was. We zagen een grote instroom van erkend vluchtelingen, mensen met een verblijfsstatuut, die klaar staan om deel te nemen aan de samenleving, maar dit onmogelijk kunnen doen vanuit dakloosheid.
Dan nemen wij onze verantwoordelijkheid.
Afgelopen winter hebben we een versterkt winterplan opgemaakt. Samen met andere maatregelen zoals de heroriëntering van een inloopcentrum en het inzetten van doorgangswoningen, hebben we opnieuw hotelopvang voorzien.
Dat is opvang die er komt boven op de reguliere nachtopvang, die het hele jaar door ter beschikking is.
De resultaten van die hotelopvang zijn opvallend. We hebben iets meer dan vier wintermaanden opvang voorzien voor 30 mensen in een hotel. Het verschil met de klassieke nachtopvang is groot: mensen konden er twee weken blijven, dag en nacht. Ze moesten dus niet elke ochtend opnieuw de straat op.
Die opvang richtte zich bewust op de veelgebruikers van de nachtopvang. Dit zijn mensen in een zeer kwetsbare situatie, vaak al lange tijd dakloos. Door hen even uit die constante overlevingsmodus te halen, kregen ze de kans om op adem te komen. Tegelijk zorgde dit ervoor dat de reguliere nachtopvang ontlast werd en beschikbaar bleef voor wie die slechts af en toe nodig heeft.
Die langere en stabielere opvang maakte echt een verschil. We zien dat mensen tot rust komen en opnieuw stappen zetten. Normaal is het bijzonder moeilijk om vanuit nachtopvang een traject richting duurzame huisvesting op te bouwen, omdat een stabiele basis ontbreekt. Hier zagen we dat net die extra stabiliteit wél beweging mogelijk maakt.
De cijfers tonen dat ook. We hebben twee evaluaties georganiseerd: als de hotelopvang een maand bezig was en één op het einde. [eind januari en eind maart]
Er zijn stappen gezet op het vlak van wonen.
Twee van de dertig mensen vonden intussen een structurele woonoplossing. Dat lijkt misschien niet veel, maar voor deze doelgroep — mensen die vaak al jaren dakloos zijn — zijn dat echt opmerkelijke resultaten. Daarnaast stroomde een gezin door naar langdurige opvang met begeleiding, en konden twee mensen terecht bij familie.
Maar misschien nog belangrijker: iederéén zette stappen vooruit.
Mensen hadden opnieuw meer vertrouwen, zochten vaker contact met hulpverlening en kwamen weer naar afspraken. Velen werden aangemeld voor vervolgtrajecten zoals CAW-opvang, sociale woningen of doorgangswoningen.
We zagen ook vooruitgang op andere domeinen. Sommigen gingen actief op zoek naar werk, en één persoon vond zelfs een job. Administratie en financiën werden opnieuw opgenomen. En ook op vlak van gezondheid werden stappen gezet. Er werden meer doktersbezoeken ingepland en medische onderzoeken.
We merken ook dat mensen minder verdovende middelen gebruiken, minder frustratie en stress ervaren, en meer ruimte voelen om vooruit te kijken. Voor mij, als schepen die ook bevoegd is voor gezondheid, is dat een bijzonder belangrijke vaststelling.
Ook voor de hulpverleners is dit een sterk verhaal.
De stabielere context zorgt voor betere samenwerking, meer diepgang in gesprekken en een grotere betrokkenheid van cliënten. Tegelijk blijft hun autonomie behouden: er zijn minder regels, ze hebben minder het gevoel in “hulpverlening” te zitten. En ze ervaren meer privacy. Dat zorgt dat hun eigenwaarde versterkt. Van daaruit zetten ze opnieuw stappen vooruit — en daar mogen we echt trots op zijn.
Dat alles bevestigt voor mij één ding: we moeten blijven inzetten op structurele oplossingen. Maar zolang opvang nodig is, moeten we die zo kwalitatief mogelijk organiseren. De hotelopvang toont dat meer rust, privacy en tijd leiden tot echte vooruitgang
wo 22/04/2026 - 15:25Hier in Gent loopt het proefproject "Eén van ons", een initiatief van Pleegzorg Vlaanderen waarbij ouders uit Gentse scholen zich engageren om tijdelijk opvang te bieden aan kinderen in een moeilijke thuissituatie.
Wij worden hierin als pionier naar voren geschoven. Zo ook op woensdag 25 februari in het Vlaams Parlement tijdens de voorstelling van het jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat. Daar werd expliciet naar het initiatief verwezen als een interessant lokaal voorbeeld, een “good practice”.
Het project vertrekt vanuit een sterk lokaal netwerk rond scholen, zodat kinderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. We creëren een lokaal vangnet voor kinderen met zorgen thuis. Dit is zo waardevol omdat het ervoor zorgt dat de geholpen kinderen op dezelfde school kunnen blijven zitten, zijn zelfde hobby’s kan behouden en zo zijn eigen omgeving kan behouden. Een enorme boost voor de sociale ontwikkeling van deze jongeren.
Na het compliment van Kinderrechtencommissariaat stel ik graag volgende vragen:
1. Kan u een stand van zaken geven van het project in Gent? Hoeveel gezinnen zijn er vandaag betrokken? Hoeveel kinderen worden er momenteel geholpen?
2. Hoeveel scholen zijn er betrokken? Zijn dit nog altijd de 11 scholen uit het pilootproject? Is er al interesse van andere scholen om mee te stappen in het project?
3. Hoe evalueert u het project? Welke eerste inzichten zijn er?
4. Hoe ziet het vervolgtraject er uit?
Beste collega Sioen
In februari 2025 werd in Gent het pilootproject Eén van ons opgestart. Het gaat om een initiatief dat kinderen tijdelijk een veilige plek biedt wanneer het thuis even moeilijk loopt. In plaats van een crisissituatie te laten escaleren, kunnen kinderen voor korte tijd terecht bij een pleeggezin binnen dezelfde scholengroep. Zo blijven ze in hun vertrouwde omgeving: dezelfde school, dezelfde hobby’s, dezelfde vrienden. Dat is een enorme meerwaarde voor hun stabiliteit en ontwikkeling. Ik ben blij dat ook de minister dit als een good practice ziet.
Voor de opstart is een intensief traject doorlopen. Pleegzorg Oost‑Vlaanderen, het Crisismeldpunt, Agentschap Opgroeien, Vrij CLB Gent, Scholengroep Connected en ook het Onderwijscentrum Gent zaten mee aan tafel. Het Onderwijscentrum volgt het project mee op in de stuurgroep en bewaakt de aansluiting met de Regiegroep Onderwijs Gent waar alle onderwijspartners in de stad bijeenkomen. In die Regiegroep is het project ook afgetoetst, inclusief de keuze om de proefopstart binnen Scholengroep Connected te situeren.
Het project startte bewust kleinschalig in elf scholen en internaten. In de eerste maanden werden vijf trajecten opgestart. Bij de Universiteit Gent loopt momenteel een onderzoek naar de impact van deze kortdurende opvang. De eerste signalen zijn positief, en daarom wordt het project vanaf eind april uitgebreid naar alle 28 scholen en internaten van Scholengroep Connected, samen goed voor meer dan 12.000 leerlingen. De huidige pool van ongeveer tien pleeggezinnen volstaat voorlopig, al kan een nieuwe oproep volgen wanneer de vraag stijgt.
Een netoverschrijdende uitrol is op dit moment niet vanzelfsprekend. De noden rond ambulante opvang reiken verder dan Gent en verder dan één scholengroep, en raken aan bijzondere jeugdzorg — een Vlaamse bevoegdheid. Verdere opschaling zou dus ook Vlaamse beleidsvisie en middelen vergen. Conform afspraak wordt op middellange termijn teruggekoppeld in de Regiegroep Onderwijs Gent, zodra de proeffase voldoende inzichten oplevert.
Ik wil alle partners en in het bijzonder ook de pleeggezinnen bedanken. Dit project toont alvast dat nabijheid, samenwerking en preventie écht het verschil kunnen maken voor kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties.
di 21/04/2026 - 19:20
Op de gemeenteraad van 2 september 2025 keurde Gent een motie goed rond het nemen van maatregelen betreffende de oorlog in Gaza. Daarbij besliste de gemeenteraad onder meer om erover te waken en sensibiliseren dat toekomstige leveranciers van Stad en Groep Gent geen producten aanbieden van Israëlische bedrijven die winst halen uit de illegale bezetting en blokkades van Palestijnse gebieden. Dit conform de werkwijze die het college reeds op 7 maart 2024 goedkeurde, waarbij mensenrechtenschendingen expliciet worden meegewogen in aankoopprocedures.
Beste raadslid Schuyesmans,
Dank voor je vraag. In navolging van een Gemeenteraadsbesluit van november 2023, werkte de Stad in 2024, als aanvulling op de bestaande mensenrechtenclausule, een werkbare aanpak uit voor haar aankopen om producten te weren van Israëlische bedrijven die verdienen aan de illegale bezetting en blokkades van de Palestijnse gebieden.
In september 2025 gaf de gemeenteraad met een motie het bestuur de opdracht om de clausule verder operationeel te maken bij Groep Gent.
De situatie in het Midden-Oosten – of, correcter, West-Azië – blijft schrijnend. Er blijven illegale kolonies bijkomen en Israël gaat nog verder in zijn bezetting door delen van Libanon te bombarderen en af te breken, om het dan later zelf in te nemen. Ook de doodstraf voor Palestijnen werd ingevoerd. Het zal niet stoppen. Wanneer het overgrote deel van de wereldleiders zwijgt, wanneer onze bovenlokale regeringen geen actie ondernemen, wanneer het internationaal recht niet gerespecteerd wordt, dan is het onze plicht als lokaal bestuur om samen het wereldwijde burgerprotest te steunen en druk te zetten op elke mogelijke manier.
Daarom beslissen we nu om de oorspronkelijke clausule, die een goede eerste stap was, robuuster te maken, rekening houdend met de meest recente juridische inzichten. Als stad willen we geen samenwerking aangaan met ondernemingen, direct of indirect, die inkomsten genereren uit economische activiteiten die verband houden met de illegale bezetting en blokkades van de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. We breiden het aantal bronnen uit dat de aankopers kunnen raadplegen, en we identificeren risicosectoren waar er extra aandacht moet voor zijn. De bepaling dat het gaat om bedrijven "gevestigd in Israël" wordt geschrapt. Ook geven we aan wat aankopers kunnen doen als we ons inschrijven in raamovereenkomsten van hogere overheden en aankoopcentrales.
Het doel van deze herwerking is dat de clausule nog diepgaander wordt toegepast binnen Groep Gent. We maken het net waarmee we op deze bedrijven 'vissen' nog fijnmaziger.
Op basis van de ervaringen van de aankopers en de vragen die er kwamen, worden de clausule en het stappenplan herwerkt door de Dienst Aankoop en Logistiek, de Juridische Dienst en Kennisbeheer en het team Mondiale Solidariteit. We willen zo komen tot een duidelijkere formulering van de clausule en een werkbaar stappenplan.
Een bron van feedback was de infossessie op 19 januari die de drie betrokken diensten als try-out organiseerden voor de aankopers van FM. Het doel was hier enerzijds het inhoudelijk toelichten van de clausule en anderzijds het overlopen van het stappenplan. Door de aankopers te betrekken komen we tot een gedragen en werkbare aanpak. Dat stappenplan is een essentiële tool voor aankopers binnen de stad om te weten wat de risicosectoren zijn, wanneer en hoe ze producten moeten screenen.
Onze aankopers trachten de beleidskeuze naar best vermogen in de praktijk te brengen rekening houdend met de regelgeving inzake overheidsopdrachten. De Stad verwacht van opdrachtnemers in risicosectoren dat zij tijdens de uitvoering van de opdracht waakzaam zijn en blijvend actief op zoek gaan naar alternatieven wanneer die bij het afsluiten van de overeenkomst nog niet beschikbaar zijn.
Aankopers of dossierbeheerders zullen voor vragen rond risicosectoren, inhoudelijke ondersteuning bij het onderzoek, de evaluatie van ondernemingen of hun aanbod steeds terecht kunnen bij de collega’s van het team Mondiale Solidariteit dat binnen onze stadsorganisatie werd aangeduid als SPOC.
We voorzien de vernieuwde clausule en het stappenplan na goedkeuring op het college in mei 2026 te implementeren. Er zal dan een communicatie op MIA volgen en een infosessie voor aankopers van OCMW, Stad Gent en de verbonden rechtspersonen. Team Mondiale Solidariteit is hierbij de initiatiefnemer maar dit zal in nauwe samenwerking gebeuren met de Juridische Dienst en Kennisbeheer.
We zullen de effecten systematisch monitoren. De aankopers zullen daarom ook jaarlijks rapporteren aan het team Mondiale Solidariteit over de contacten met de leveranciers, de getroffen maatregelen en de geleverde inspanningen.
Met deze aanpak willen we ons engagement om mensenrechten consequent te integreren in ons aankoopbeleid opnieuw bevestigen.
do 23/04/2026 - 14:26Financiële geletterdheid is een essentiële basiscompetentie. Jongeren worden vandaag steeds vroeger geconfronteerd met complexe financiële keuzes: online aankopen, abonnementsmodellen, “koop nu, betaal later”-systemen en digitale betaalmiddelen. Zonder voldoende inzicht en vaardigheden verhoogt het risico op problematische schulden en financieel kwetsbaar gedrag op latere leeftijd.
Tegen die achtergrond ontwikkelen verschillende actoren initiatieven om budgetvaardigheden op een toegankelijke manier aan te leren. Wikifin lanceerde recent het educatief spel “Budget Pret”, dat op een laagdrempelige en interactieve manier jongeren leert omgaan met inkomsten, uitgaven en prioriteiten stellen binnen een budget.
Gelet op de rol van het onderwijs als hefboom voor gelijke kansen en basisvaardigheden, is het relevant om na te gaan in welke mate dergelijke instrumenten structureel kunnen worden ingezet binnen het stedelijk onderwijs.
Is de schepen op de hoogte van het educatief spel “Budget Pret” van Wikifin?
Wordt dit instrument vandaag reeds ingezet binnen het stedelijk onderwijs, en zo ja, in welke scholen en onder welke vorm?
Zo niet, is de schepen bereid om de inzet van dit spel te onderzoeken en te faciliteren binnen het stedelijk onderwijs, bijvoorbeeld in het kader van financiële educatie of vakoverschrijdende eindtermen?
Op welke manier wordt vandaag binnen het stedelijk onderwijs structureel gewerkt aan financiële geletterdheid bij leerlingen?
Beste collega D’Hose
Bedankt voor uw vraag. De vraag om onze leerlingen te versterken in hun financiële geletterdheid is niet nieuw. We horen dat trouwens ook van leerlingen zelf. Het is ook een terechte verwachting. U schetst zelf het belang ervan.
Het Stedelijk Onderwijs zet hier al langer op in.
Binnen het gewoon secundair onderwijs van het Stedelijk Onderwijs Gent
In het buitengewoon secundair onderwijs wordt hieraan gewerkt
In het basisonderwijs
Het spel Budget Pret, waar u naar vraagt, is een spel gericht op leerlingen van het derde en vierde leerjaar basisonderwijs. In de stedelijke scholen wordt het niet specifiek gebruikt. Scholen geven aan dat ze meer inzetten op functionele, ervaringsgerichte activiteiten, zoals zelf een uitstap organiseren met een echt budget.
wo 22/04/2026 - 09:49Het belang van OKAN en de volledige begeleiding errond kan nauwelijks overschat worden. Voor veel anderstalige leerlingen vormt dit traject een onmisbare basis om überhaupt volwaardig en duurzaam onderwijs te kunnen volgen, Nederlands te leren en de leerplandoelstellingen te halen van het secundair onderwijs.
Toch bereiken ons opnieuw verontrustende berichten: er zal zwaar bespaard worden op de cruciale ondersteuning die OKAN-leerlingen en scholen krijgen bij de overstap naar het regulier secundair onderwijs. Twee derde van de uren voor vervolgschoolcoaches (vsc's) dreigt te verdwijnen. Dat is een bijzonder pijnlijke ingreep, met grote gevolgen voor leerlingen die vaak al in kwetsbare omstandigheden leven, maar ook voor de scholen die deze leerlingen ontvangen en geconfronteerd worden met een grote diversiteit in taalvaardigheid, achtergrondkennis en schoolse vaardigheden.
Daarom wil ik dringend enkele vragen stellen, én iedereen oproepen om zich tegen deze besparing te verzetten.
Hoe ziet de situatie rond de uren voor vervolgcoaches er momenteel uit in Gent? Hebben we daar een duidelijk overzicht van?
Wat zouden deze besparingen concreet betekenen voor de Gentse scholen en hun leerlingen?
Kan er overleg worden georganiseerd met het Gentse Onderwijscentrum? Misschien zijn er pistes, door het delen van hun expertise en good practices rond meertaligheid in het onderwijs, om leerkrachten te versterken en zo het verlies van de vsc's te verzachten?
Bestaat er nog de mogelijkheid tot overleg met de bevoegde minister om deze beslissing te herzien?
Antwoord samen met IR7 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: begeleiding van anderstalige nieuwkomers
Beste collega’s Van Onckelen en D’Hose
Dank u wel voor deze vragen. Ze sluiten volledig aan bij de bezorgdheden die wij als stad delen over de aangekondigde Vlaamse besparing op de vervolgschoolcoaching in OKAN. Het gaat om een bijzonder pijnlijke maatregel, omdat ze net dié leerlingen treft die onze ondersteuning het hardst nodig hebben. Het hele onderwijsveld zal dit trouwens voelen en er zijn ook financiële en andere gevolgen voor de maatschappij.
De inzet van vervolgschoolcoaches is essentieel voor een succesvolle doorstroom en integratie van nieuwkomers. Op korte termijn levert deze maatregel een besparing op, maar de maatschappelijke en budgettaire kost op langere termijn dreigt veel hoger te liggen.
Waarover gaat het: in een OKAN‑klas krijgen nieuwkomers een taalbad van gemiddeld één jaar. De vervolgschoolcoaches zorgen daarna voor een vlotte overgang naar het regulier onderwijs of naar een volwassenentraject. Hun rol is essentieel: ze begeleiden leerlingen individueel, ondersteunen ouders, en versterken leerkrachten en schoolteams in het omgaan met meertaligheid, taalverwerving en studiekeuzes.
Deze vervolgschoolcoaching is een belangrijk instrument dat de integratie bevordert, schooluitval tegengaat en de schoolloopbaan van nieuwkomers versterkt. Dat loopt samen met de aandacht die er is voor het psychosociaal welzijn van deze leerlingen. Laat ons niet vergeten dat de vervolgschoolcoaches ooit zijn opgericht om de hoge schooluitval bij OKAN’ers tegen te gaan.
Vandaag genereert elke OKAN‑leerling 0,9 uur vervolgschoolcoaching. Vanaf deze september al wordt dat 0,3 uur. Dat is een vermindering met factor 3.
Eén coach begeleidt vandaag al snel 50 tot 60 leerlingen, naast de ondersteuning van schoolteams. Met de aangekondigde besparing zal één coach ruwweg drie keer zoveel leerlingen moeten opvolgen.
De impact daarvan is groot op verschillende betrokkenen.
Deze besparing staat bovendien haaks op adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad en de Taalunie, die net pleiten voor versterking van de begeleiding tijdens de overgang van OKAN naar het regulier onderwijs. Zoals gezegd: dit is een kortetermijnmaatregel, maar de maatschappelijke en budgettaire kost op langere termijn dreigt veel hoger te liggen.
In Gent coördineert Onderwijscentrum Gent een intensieve samenwerking tussen zes Gentse OKAN‑scholen en vier scholen uit de regio. Uit een interne bevraging blijkt dat de Gentse OKAN‑werkingen samen ongeveer 27 voltijdsequivalenten inzetten. Hoe kunnen zij de begeleiding van al die leerlingen die uitstromen naar ruim 90 scholen kwalitatief vorm geven als er 18 van hen verdwijnen?
Wat kan Stad Gent doen? We kunnen de besparing niet compenseren — het Onderwijscentrum Gent werkt niet rechtstreeks met leerlingen en kan geen structurele uren vervangen. Maar we blijven maximaal ondersteunen waar mogelijk. Het Onderwijscentrum blijft het voorzitterschap opnemen van de Focusgroep OKAN en het Vervolgteam Gent, waar directies, coördinatoren en coaches expertise delen en afstemmen. De jaarlijkse inspiratiedag voor vervolgscholen blijft behouden. We blijven scholen versterken rond taalbeleid, meertaligheid en taalontwikkelend lesgeven. En we gaan in overleg met partners zoals CLB’s en pedagogische begeleidingsdiensten om te bekijken welke taken zij eventueel kunnen opnemen.
Tot slot: we houden de vinger aan de pols bij het Vlaamse beleid. Vandaag (21/04) zaten de onderwijskoepels, waaronder OVSG, samen met de minister om hierover verder te onderhandelen. We kijken uit naar het resultaat, maar we zullen blijvend de Gentse bezorgdheden doorgeven.
Onze conclusie is duidelijk: dit is een heel pijnlijke besparing. De minister knipt hier mensen op de klasvloer, maar de werklast en de noden zijn natuurlijk niet weg. De opdrachten worden gewoon bij anderen geduwd en de nieuwkomers zullen het kind van de rekening zijn.
di 21/04/2026 - 20:28In de commissie WWOPP van vorig jaar werd een vraag gesteld over het ‘actieplan Nederlands’, zoals opgenomen in het bestuursakkoord. De schepen gaf toen terecht aan dat Nederlands, in een stad waar veel inwoners meertalig zijn, een belangrijke verbindende rol speelt. Daarnaast werd gesteld dat het de intentie was om nog datzelfde jaar (2025) werk te maken van een actieplan Nederlands dat gestructureerd, omvattend en gedragen is door verschillende partners. Er werd ook verwezen naar de opmaak van het meerjarenplan in functie van de budgetten.
We zijn ondertussen een jaar verder en, gezien het grote belang van het Nederlands, willen we hierover graag wat vragen stellen:
Kan de schepen toelichten waarom er tot op vandaag nog geen actieplan Nederlands werd voorgesteld?
Hoever staat de schepen momenteel met de opmaak van het plan en tegen wanneer mogen we de definitieve oplevering verwachten?
Welke actoren werden meegenomen in de besprekingen en wat waren hun opmerkingen?
Meneer Naeyaert,
In maart vorig jaar waren we zoals u weet nog in volle opstart, met de opmaak van het meerjarenplan als grootste uitdaging. Ik zei toen al dat het tot het meerjarenplan er ligt niet verstandig zou zijn om uitspraken te doen over actieplannen en de daarmee gepaard gaande budgetten. Ondertussen ligt het meerjarenplan er, samen met de beleidsverklaring, en u zal opgemerkt hebben dat de ambitie die al in het bestuursakkoord staat ook gehandhaafd is, uiteraard.
Ik citeer: We erkennen dat kennis van het Nederlands een hefboom is. Het mag echter geen voorwaarde zijn om te krijgen waar je recht op hebt. We zorgen voor een omvattend actieplan Nederlands als toegankelijke en verbindende taal. Dit bevat een ruim aanbod aan leermogelijkheden en oefenkansen Nederlands voor nieuwkomers en anderstaligen, zowel voor kinderen, jongeren als voor volwassenen. Daarnaast ondersteunen we organisaties in hun beleid omtrent diversiteit, Nederlands en toegankelijke taal. Nederlands is immers de taal die ons allemaal verbindt.
Er is naast de politieke oefening in functie van het meerjarenplan al veel voorbereidend werk gebeurd. Ik ben naast schepen van gelijke kansen ook voorzitter van Amal, en Amal heeft naast de regie over het NT2-aanbod in Gent sinds vorig jaar ook de regierol over het aanbod Oefenkansen. Zo zetten we op formele en informele manier in op een breed aanbod om Nederlands te leren. Daarnaast focussen we – conform bestuursakkoord - ook op het ondersteunen van organisaties in hun beleid over diversiteit, Nederlands en toegankelijke taal.
We zijn in dialoog om de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Amal te finaliseren én tegelijk ook aan de slag met een Actieplan Inclusie. Het is onder die chapeau (om dat op z’n Nederlands te zeggen) dat we een speerpunt van het leren van Nederlands met concrete acties. De timing voor de SWO van Amal is Gemeenteraad juni, voor het Actieplan Inclusie Gemeenteraad november. De acties rond Nederlands zullen daar deel van uitmaken
Eén actie licht ik er gezien de actualiteit graag uit: Project Oefenkansen.
Binnen dit project lanceerde Amal begin dit jaar een subsidieoproep voor Gentse organisaties. Acht projecten werden geselecteerd en krijgen financiële ondersteuning De projecten starten nu en lopen tot juni 2028. Uniek aan het project is de breedte qua doelgroep en sector. Bij de gekozen organisaties zijn linken met het onderwijsveld, natuurorganisaties, sport, kunst, … Overal wordt erkend: als je op een aangename, creatieve manier met Nederlands aan de slag gaat, is Nederlands leren nog zo fijn.
Er wordt nauw samengewerkt met partners die financiële en inhoudelijke ondersteuning krijgen voor hun nieuwe oefenkans.
Ook binnen Amal zelf breiden we het aanbod verder uit. Naast bestaande conversatietafels en specifieke oefenkansen voor beginners (A0-niveau), starten we dit jaar vier nieuwe, laagdrempelige initiatieven op. Deze oefenkansen beogen de hiaten te vullen die uit de nodenbevraging blijken.
Daarnaast wordt er ook afgestemd met de formele NT2-aanbieders zoals de CVO’s, Ligo en het UCT en binnenkort ook Gentse ontmoetingsplekken (zoals handelaars, restaurants en cafés), VDAB, Dienst Lokaal Sociaal Beleid en het OCMW om de brug te slaan tussen formeel, non-formeel en informeel leren.
Het Actieplan Inclusie is een stadsbreed plan, waarbij wordt samengewerkt met diensten binnen Groep Gent voor inhoudelijke afstemming. Het plan zal ook voorgelegd worden aan de Jeugdraad, de SAPH, ADREM en de Ouderenraad voor formeel advies.
U merkt het: er wordt met man en macht dagdagelijks gewerkt aan Nederlands als verbindende en toegankelijke taal. Niemand spreekt namelijk tegen dat een belangrijk element is in het kader van integratie, en een toegangspoort kan zijn tot de arbeidsmarkt, tot onderwijs, tot sociale netwerken. Het verschil in politieke realiteit zit hem eerder in wie het faciliteren van Nederlands écht mogelijk maakt.
Maar ongetwijfeld gaan we daar later dieper op in wanneer het actieplan inclusie geconcretiseerd zal voorgelegd worden.
Het Gentse onderwijs waarschuwt voor zware gevolgen van aangekondigde besparingen op de begeleiding van anderstalige nieuwkomers. Vooral de zogenoemde vervolgschoolcoaching, die leerlingen ondersteunt na hun overstap uit OKAN, zou sterk worden afgebouwd.
Die intensieve begeleiding is zeer waardevol voor de integratie van deze leerlingen. Het gaat over ondersteuning bij taal, maar ook bij studiekeuzes en hun integratie in het onderwijs. De begeleiders zijn er bovendien ook voor ouders en leerkrachten. Met het wegvallen van deze expertise zou alle druk bij de scholen zelf komen te liggen, die aangeven daar onvoldoende capaciteit voor te hebben.
Ik heb hierover volgende vragen aan de schepen:
Antwoord samen met IR 5 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Besparing vervolgschoolcoaching
Beste collega’s Van Onckelen en D’Hose
Dank u wel voor deze vragen. Ze sluiten volledig aan bij de bezorgdheden die wij als stad delen over de aangekondigde Vlaamse besparing op de vervolgschoolcoaching in OKAN. Het gaat om een bijzonder pijnlijke maatregel, omdat ze net dié leerlingen treft die onze ondersteuning het hardst nodig hebben. Het hele onderwijsveld zal dit trouwens voelen en er zijn ook financiële en andere gevolgen voor de maatschappij.
De inzet van vervolgschoolcoaches is essentieel voor een succesvolle doorstroom en integratie van nieuwkomers. Op korte termijn levert deze maatregel een besparing op, maar de maatschappelijke en budgettaire kost op langere termijn dreigt veel hoger te liggen.
Waarover gaat het: in een OKAN‑klas krijgen nieuwkomers een taalbad van gemiddeld één jaar. De vervolgschoolcoaches zorgen daarna voor een vlotte overgang naar het regulier onderwijs of naar een volwassenentraject. Hun rol is essentieel: ze begeleiden leerlingen individueel, ondersteunen ouders, en versterken leerkrachten en schoolteams in het omgaan met meertaligheid, taalverwerving en studiekeuzes.
Deze vervolgschoolcoaching is een belangrijk instrument dat de integratie bevordert, schooluitval tegengaat en de schoolloopbaan van nieuwkomers versterkt. Dat loopt samen met de aandacht die er is voor het psychosociaal welzijn van deze leerlingen. Laat ons niet vergeten dat de vervolgschoolcoaches ooit zijn opgericht om de hoge schooluitval bij OKAN’ers tegen te gaan.
Vandaag genereert elke OKAN‑leerling 0,9 uur vervolgschoolcoaching. Vanaf deze september al wordt dat 0,3 uur. Dat is een vermindering met factor 3.
Eén coach begeleidt vandaag al snel 50 tot 60 leerlingen, naast de ondersteuning van schoolteams. Met de aangekondigde besparing zal één coach ruwweg drie keer zoveel leerlingen moeten opvolgen.
De impact daarvan is groot op verschillende betrokkenen.
Deze besparing staat bovendien haaks op adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad en de Taalunie, die net pleiten voor versterking van de begeleiding tijdens de overgang van OKAN naar het regulier onderwijs. Zoals gezegd: dit is een kortetermijnmaatregel, maar de maatschappelijke en budgettaire kost op langere termijn dreigt veel hoger te liggen.
In Gent coördineert Onderwijscentrum Gent een intensieve samenwerking tussen zes Gentse OKAN‑scholen en vier scholen uit de regio. Uit een interne bevraging blijkt dat de Gentse OKAN‑werkingen samen ongeveer 27 voltijdsequivalenten inzetten. Hoe kunnen zij de begeleiding van al die leerlingen die uitstromen naar ruim 90 scholen kwalitatief vorm geven als er 18 van hen verdwijnen?
Wat kan Stad Gent doen? We kunnen de besparing niet compenseren — het Onderwijscentrum Gent werkt niet rechtstreeks met leerlingen en kan geen structurele uren vervangen. Maar we blijven maximaal ondersteunen waar mogelijk. Het Onderwijscentrum blijft het voorzitterschap opnemen van de Focusgroep OKAN en het Vervolgteam Gent, waar directies, coördinatoren en coaches expertise delen en afstemmen. De jaarlijkse inspiratiedag voor vervolgscholen blijft behouden. We blijven scholen versterken rond taalbeleid, meertaligheid en taalontwikkelend lesgeven. En we gaan in overleg met partners zoals CLB’s en pedagogische begeleidingsdiensten om te bekijken welke taken zij eventueel kunnen opnemen.
Tot slot: we houden de vinger aan de pols bij het Vlaamse beleid. Vandaag (21/04) zaten de onderwijskoepels, waaronder OVSG, samen met de minister om hierover verder te onderhandelen. We kijken uit naar het resultaat, maar we zullen blijvend de Gentse bezorgdheden doorgeven.
Onze conclusie is duidelijk: dit is een heel pijnlijke besparing. De minister knipt hier mensen op de klasvloer, maar de werklast en de noden zijn natuurlijk niet weg. De opdrachten worden gewoon bij anderen geduwd en de nieuwkomers zullen het kind van de rekening zijn.
di 21/04/2026 - 20:29In het kader van de besparingsoefening van de stad werd eerder aangegeven dat er in de deze legislatuur ongeveer 400 VTE’s zouden verdwijnen. De voorrangsregeling werd opgezet als een belangrijk instrument om deze afbouw sociaal op te vangen.
Uit de eerste stand van zaken via het MIA-portaal blijkt dat inmiddels ongeveer één derde van de betrokken medewerkers een oplossing heeft gevonden. Dit betekent echter ook dat twee derde van de eerste groep nog op zoek is naar een nieuwe invulling.
In dit kader heb ik volgende vragen:
Hoe evalueert de schepen de eerste resultaten van de voorrangsregeling, gelet op het feit dat nog twee derde van de betrokken medewerkers geen oplossing heeft gevonden?
a. Wat zijn de meest populaire oplossingen?
Hoe zal de procedure verder verlopen voor de overige twee derde van de medewerkers waarvoor nog geen oplossing werd gevonden?
Welke bijkomende maatregelen of bijsturingen worden overwogen om zo snel mogelijk duidelijkheid en perspectief te bieden aan de medewerkers waarvoor momenteel nog geen oplossing is?
Dank u wel voor de vragen, collega’s.
In december werd een meerjarenplan goedgekeurd met een stevige impact op onze medewerkers. Toen hebben we een aanpak voorgesteld om zo veel mogelijk oplossingen te zoeken voor de medewerkers van wie de functie verdwijnt. Die medewerkers ondersteunen we om een nieuwe, passende rol binnen de organisatie te vinden.
Die aanpak bestaat uit intensieve begeleiding, voorrang op alle interne vacatures gedurende een jaar, de mogelijkheid tot omscholing naar een knelpuntberoep en het aanbieden van een vertrekpremie.
We zijn hier nu een kleine 3 maanden mee bezig en u vraagt terecht naar tussentijdse resultaten. Ik geef graag een stand van zaken.
Laat me beginnen met een verduidelijking.
Er wordt vaak gesproken over “400 VTE die verdwijnen”. Dat gaat níét over 400 medewerkers die stuk voor stuk moeten vertrekken. Het gaat om 400 functies die verdwijnen.
Eerste resultaten: duidelijke vooruitgang op korte termijn
Wat de eerste resultaten van die voorrangsregeling betreft:
64 medewerkers zijn in januari in de voorrangsregeling terechtgekomen
De stand van zaken op 3 april 2026 is als volgt:
38 medewerkers hebben een definitieve oplossing gevonden
29 medewerkers konden binnen de Stad Gent een nieuwe functie opnemen
9 medewerkers kozen voor een vertrek met vertrekpremie
Van deze 38 medewerkers zijn er 24 contractueel en 14 statutair
Daarnaast volgen 8 medewerkers momenteel een omscholingstraject richting een knelpuntberoep. Voornamelijk naar onderwijs, maar ook bijvoorbeeld Textiel en HR.
De meest voorkomende oplossing is dus duidelijk interne tewerkstelling. Dat is ook waar we maximaal op inzetten.
Op dit moment hebben al 46 medewerkers van de 64 minstens perspectief op een oplossing. Dat is 72% op slechts 3 maanden tijd.
Dat zijn geen eindresultaten, maar wel duidelijke tussentijdse signalen dat de gekozen aanpak en beleid werkt en dat de inspanningen effect hebben. Bovendien hebben we nog 9 maanden om ook voor de 18 andere medewerkers een passende job te vinden.
We zetten dit werk dus onverminderd verder. Tegelijk blijven we ons bewust van de gevoeligheid van dit traject en van het werk dat nog voor ons ligt.
Begeleiding op maat blijft centraal
We willen duurzame keuzes maken en zoeken samen met elke medewerker naar een geschikte functie.
Voor sommige profielen neemt het wat meer tijd om een geschikte vacature te vinden.
Soms is bijkomende opleiding nodig.
Soms vraagt het gewoon wat meer tijd om de juiste plek te vinden.
Belangrijk is dat elke medewerker in de voorrangsregeling actief wordt opgevolgd door de leidinggevende en een expert van de personeelsdienst.
De personeelsdienst organiseert bijvoorbeeld met elke medewerker gesprekken wanneer die nog in de voorrangsregeling zitten na 3 maanden, na 6 maanden en na 9 maanden.
Die gesprekken zijn er om te luisteren, te ondersteunen en samen te kijken naar de volgende stappen.
Voor medewerkers die daar nood aan hebben, zetten we bijkomend in op persoonlijke begeleiding via een interne loopbaancoach.
Antwoord op specifieke vragen
Collega De Meester – stages en omscholing
Wanneer een medewerker via de voorrangsregeling solliciteert op een interne vacature en er een mogelijke match is, voorzien we een stagemaand.
Dat is een proefperiode waarin zowel de medewerker als de leidinggevende kunnen aanvoelen of de functie effectief past.
Na die maand wordt de medewerker defintief aangesteld in die functie.
Collega Rysermans – overlap tussen eerste en tweede golf
Voor de eerste golf loopt de voorrangsregeling van 1 januari 2026 tot 31 december 2026.
De tweede golf start op 1 juli 2026 en loopt tot 30 juni 2027.
Er is dus een overlap van 6 maanden.
Vanaf 1 juli zullen vacatures met voorrang inderdaad worden opengesteld voor beide groepen.
We beseffen dat dit een bijkomende dynamiek met zich meebrengt.
Daarom blijven we inzetten op een ruim aanbod aan interne vacatures en op begeleiding op maat.
Vraag over het aantal medewerkers zonder oplossing
Dan rest me nog de vraag of het aantal medewerkers zonder oplossing zal toenemen.
Dat is moeilijk op voorhand te voorspellen. Elke medewerker is anders. Mensen maken verschillende keuzes.
Wat we wel doen, is dit traject continu opvolgen.
We zetten in op:
een ruim aanbod aan interne vacatures
actieve begeleiding van elke medewerker die in de voorrangsregeling terecht komt
ondersteuning op maat
En we sturen bij waar nodig.
Slot
Tot slot wil ik nog dit benadrukken, en dat is misschien het belangrijkste,
Voor ons is dit geen louter cijfermatige oefening.
Geen Excel.
Het gaat over mensen.
Over collega’s die zich elke dag inzetten voor deze stad en voor de Gentenaars.
Daarom kiezen we bewust voor een aanpak die niet alleen correct is,
maar ook zorgzaam, respectvol en toekomstgericht.
We begeleiden mensen.
We bieden kansen.
We doen er alles aan om hen aan boord te houden.
wo 22/04/2026 - 09:59De stad Gent beschikt over de website ‘Toegankelijk Gent’, die burgers en bezoekers moet informeren over de toegankelijkheid van handelszaken en publieke plaatsen.
Uit signalen blijkt nu alleen dat de bekendheid van deze website zeer beperkt is, zelfs bij de doelgroep. Het lijkt me toch belangrijk dat een goed initiatief als het deze ook de mensen bereikt die ermee geholpen kunnen worden. Daarom heb ik enkele vragen voor u.
1. Welke concrete acties onderneemt de stad om de website ‘Toegankelijk Gent’ actief bekend te maken bij personen met een beperking, ouderen en andere gebruikers?
Beste raadslid, bedankt voor uw vraag. De website ‘Toegankelijk Gent’ is een project dat ik met veel plezier extra toelicht. Toegankelijkheid is een topprioriteit deze legislatuur, want we weten dat we nog werk hebben! De vernieuwde website Toegankelijk Gent moet uiteraard nog aan bekendheid winnen, en moet vooral nog worden uitgebreid met handelszaken die hopelijk ook de nodige inspanningen zullen leveren.
Ik licht even toe welke stappen al gezet werden:
In maart deden we een geslaagd persmoment, samen met collega Bracke, in Knol&Kool.
Er verscheen ook een interview in het stadsmagazine, verschenen eind februari, en er was aandacht voor in de nieuwsbrief van de stad, de nieuwsbrief van Lokaal Sociaal Beleid en op de socials van de stad. Het project werd ook vermeld in een diepte-interview in De Morgen met de toegankelijkheidsexperts van de stad.
2. Naar doelgroep ondernemers, ifv advies toegankelijk maken handelspanden:
Er is ook communicatie op maat van ondernemers:
Hoe worden handelaars en horeca-uitbaters geïnformeerd/gemotiveerd om zich aan te sluiten?
Communicatie naar personen met een handicap zelf gebeurde al via de Klankbordgroep Integrale Toegankelijkheid en de stedelijke adviesraad voor personen met een handicap (SAPH).
Beschikt de stad over cijfers van de website (aantal raadplegingen, bezoekers,…)?
Ik koos er eens een dag uit, en zie dan dat op een maand tijd de pagina ongeveer 484 keer bezocht werd, door in totaal 357 gebruikers. Ook mij bereiken signalen van mensen die de pagina nog niet kennen, verspreid dus gerust mee de boodschap. Het spreekt voor zich dat elk duwtje in de rug welkom is.
Hoe worden nieuwe handelaars toegevoegd aan de website? Hoe blijft de website up to date?
Een mooie samenwerking dus, waarvoor ik graag ook collega Bracke en INTER, het Vlaams expetisecentrum voor toegankelijkheid, uitdrukkelijk wil bedanken.
do 23/04/2026 - 14:26Om de financiële situatie van de stadskas te verbeteren heeft dit stadsbestuur beslist om ongeveer 400 bestaande functies te schrappen. Daarmee komen uiteraard ook circa 400 personeelsleden overeen die hun bestaande job zien verdwijnen. Naar aanleiding van de gemeenteraden van juli en december heeft de schepen toelichting gegeven over het plan van aanpak ter zake, met name ook over de mogelijkheden voor en begeleiding van de personeelsleden ter zake.
De functies in kwestie worden uitgefaseerd over een periode van drie jaren en in drie opéénvolgende golven: 2026, 2027 en 2028. De medewerkers van elke golf hebben verschillende opties. Zo kan men solliciteren voor een andere job binnen de organisatie, waarbij er gedurende een bepaalde periode een voorrangsregeling geldt. Een andere mogelijkheid is de stadsorganisatie verlaten, waarbij er recht is op een vertrekpremie en eventueel op ondersteuning bij een omscholingstraject.
De tweede golf is net gestart, waarbij betrokken medewerkers in principe ten laatste begin april het nieuws vernamen over het verdwijnen van hun functie. De eerste golf loopt al verschillende maanden en hierover werden via het Mia-platform een aantal resultaten meegedeeld: a) één derde vond een oplossing via hetzij een andere stadsinterne job of via de vertrekpremieregeling, b) een andere groep volgt momenteel een stage of een omscholingstraject, en c) één derde zoekt nog een oplossing.
Dank u wel voor de vragen, collega’s.
In december werd een meerjarenplan goedgekeurd met een stevige impact op onze medewerkers. Toen hebben we een aanpak voorgesteld om zo veel mogelijk oplossingen te zoeken voor de medewerkers van wie de functie verdwijnt. Die medewerkers ondersteunen we om een nieuwe, passende rol binnen de organisatie te vinden.
Die aanpak bestaat uit intensieve begeleiding, voorrang op alle interne vacatures gedurende een jaar, de mogelijkheid tot omscholing naar een knelpuntberoep en het aanbieden van een vertrekpremie.
We zijn hier nu een kleine 3 maanden mee bezig en u vraagt terecht naar tussentijdse resultaten. Ik geef graag een stand van zaken.
Laat me beginnen met een verduidelijking.
Er wordt vaak gesproken over “400 VTE die verdwijnen”. Dat gaat níét over 400 medewerkers die stuk voor stuk moeten vertrekken. Het gaat om 400 functies die verdwijnen.
Eerste resultaten: duidelijke vooruitgang op korte termijn
Wat de eerste resultaten van die voorrangsregeling betreft:
64 medewerkers zijn in januari in de voorrangsregeling terechtgekomen
De stand van zaken op 3 april 2026 is als volgt:
38 medewerkers hebben een definitieve oplossing gevonden
29 medewerkers konden binnen de Stad Gent een nieuwe functie opnemen
9 medewerkers kozen voor een vertrek met vertrekpremie
Van deze 38 medewerkers zijn er 24 contractueel en 14 statutair
Daarnaast volgen 8 medewerkers momenteel een omscholingstraject richting een knelpuntberoep. Voornamelijk naar onderwijs, maar ook bijvoorbeeld Textiel en HR.
De meest voorkomende oplossing is dus duidelijk interne tewerkstelling. Dat is ook waar we maximaal op inzetten.
Op dit moment hebben al 46 medewerkers van de 64 minstens perspectief op een oplossing. Dat is 72% op slechts 3 maanden tijd.
Dat zijn geen eindresultaten, maar wel duidelijke tussentijdse signalen dat de gekozen aanpak en beleid werkt en dat de inspanningen effect hebben. Bovendien hebben we nog 9 maanden om ook voor de 18 andere medewerkers een passende job te vinden.
We zetten dit werk dus onverminderd verder. Tegelijk blijven we ons bewust van de gevoeligheid van dit traject en van het werk dat nog voor ons ligt.
Begeleiding op maat blijft centraal
We willen duurzame keuzes maken en zoeken samen met elke medewerker naar een geschikte functie.
Voor sommige profielen neemt het wat meer tijd om een geschikte vacature te vinden.
Soms is bijkomende opleiding nodig.
Soms vraagt het gewoon wat meer tijd om de juiste plek te vinden.
Belangrijk is dat elke medewerker in de voorrangsregeling actief wordt opgevolgd door de leidinggevende en een expert van de personeelsdienst.
De personeelsdienst organiseert bijvoorbeeld met elke medewerker gesprekken wanneer die nog in de voorrangsregeling zitten na 3 maanden, na 6 maanden en na 9 maanden.
Die gesprekken zijn er om te luisteren, te ondersteunen en samen te kijken naar de volgende stappen.
Voor medewerkers die daar nood aan hebben, zetten we bijkomend in op persoonlijke begeleiding via een interne loopbaancoach.
Antwoord op specifieke vragen
Collega De Meester – stages en omscholing
Wanneer een medewerker via de voorrangsregeling solliciteert op een interne vacature en er een mogelijke match is, voorzien we een stagemaand.
Dat is een proefperiode waarin zowel de medewerker als de leidinggevende kunnen aanvoelen of de functie effectief past.
Na die maand wordt de medewerker defintief aangesteld in die functie.
Collega Rysermans – overlap tussen eerste en tweede golf
Voor de eerste golf loopt de voorrangsregeling van 1 januari 2026 tot 31 december 2026.
De tweede golf start op 1 juli 2026 en loopt tot 30 juni 2027.
Er is dus een overlap van 6 maanden.
Vanaf 1 juli zullen vacatures met voorrang inderdaad worden opengesteld voor beide groepen.
We beseffen dat dit een bijkomende dynamiek met zich meebrengt.
Daarom blijven we inzetten op een ruim aanbod aan interne vacatures en op begeleiding op maat.
Vraag over het aantal medewerkers zonder oplossing
Dan rest me nog de vraag of het aantal medewerkers zonder oplossing zal toenemen.
Dat is moeilijk op voorhand te voorspellen. Elke medewerker is anders. Mensen maken verschillende keuzes.
Wat we wel doen, is dit traject continu opvolgen.
We zetten in op:
een ruim aanbod aan interne vacatures
actieve begeleiding van elke medewerker die in de voorrangsregeling terecht komt
ondersteuning op maat
En we sturen bij waar nodig.
Slot
Tot slot wil ik nog dit benadrukken, en dat is misschien het belangrijkste,
Voor ons is dit geen louter cijfermatige oefening.
Geen Excel.
Het gaat over mensen.
Over collega’s die zich elke dag inzetten voor deze stad en voor de Gentenaars.
Daarom kiezen we bewust voor een aanpak die niet alleen correct is,
maar ook zorgzaam, respectvol en toekomstgericht.
We begeleiden mensen.
We bieden kansen.
We doen er alles aan om hen aan boord te houden.
wo 22/04/2026 - 09:58In 2022, keurde de gemeenteraad het ROOF-actieplan goed, het geïntegreerd plan om dakloosheid tegen 2040 te beëindigen. Dit gebeurde na de rapportering van de eerste dak- en thuislozentelling in onze stad. Bij de rapportering van een tweede telling uit 2023, waarbij het aantal dak- en thuislozen duidelijk was gestegen, beloofde het stadsbestuur om het ROOF-plan bij te sturen en te concretiseren.
Tot op heden werd nog geen uitvoering en/of update van het ROOF-plan gerapporteerd aan de gemeenteraad.
Aangezien de nood aan structurele oplossingen voor dak- en thuislozen in onze stad groot is, het bestuursakkoord spreekt over de uitvoering van het ROOF-plan en dit wordt herbevestigd in het meerjarenplan, heeft de PVDA-fractie de volgende vragen:
Wat is de stand van zaken van het ROOF-actieplan?
Welke stappen heeft het stadsbestuur al gezet in de uitvoering van het ROOF-plan?
Werd het ROOF-actieplan al bijgestuurd?
Zo ja: welke bijsturingen zijn er reeds gebeurd?
Zo nee, welke bijsturingen overweegt het stadsbestuur en wanneer kan de gemeenteraad een update van het ROOF-plan verwachten?
Wanneer zal er een nieuwe dak- en thuislozentelling plaatsvinden in onze stad?
TOELICHTING DOOR SCHEPEN ASTRID DE BRUYCKER
Collega De Meester,
Bedankt voor uw vraag. Zoals u weet is de strijd tegen dak- en thuisloosheid een van mijn prioriteiten. Het is de meest extreme vorm van armoede. Zonder dak boven het hoofd, sta je nergens. Het tast de fysieke en mentale gezondheid aan. Zekerheden vallen weg. Het is onmogelijk iets te plannen, vooruit te kijken. Wonen is essentieel om iets van het leven te maken. Niet kunnen wonen is onmenselijk.
Dat de aanpak van dakloosheid voor mij essentieel is, hebt u al kunnen zien. Ik heb het reeds bestaande beleid integraal voortgezet. En ik heb er nog flinke bouwstenen ondergestoken.
Ik heb ervoor gezorgd dat er jaarlijks, recurrent dus, een miljoen euro bij komt voor de strijd tegen dak- en thuisloosheid
En als we snel moeten schakelen, zoals afgelopen winter, dan doen we dat ook. Samen met collega Burak Nalli heb ik er alles aan gedaan om zoveel mogelijk mensen te helpen. Via doorgangswoningen, extra noodopvang en heel veel begeleiding richting duurzame oplossingen.
Het Roof-plan, waar u naar verwijst, is onze gids in dit beleid. Het zet de lijnen uit voor de lange termijn, maar het is ook een levend document, dat we continu monitoren en bijsturen.
Want, collega’s, dak- en thuisloosheid is geen statisch gegeven. Het is ook, en ik kan dit niet genoeg benadrukken, geen lokaal gegeven. Onze bovenlokale overheden hebben ook een grote verantwoordelijkheid. We hebben het er hier al vaak over gehad: de enige middelen die minister Van Bossuyt (althans, haar voorgangers) had gereserveerd voor de strijd tegen dakloosheid, zijn gewoonweg geschrapt. Dat is echt een zorgwekkend signaal.
Wij zetten hier in Gent alles in het werk om ervoor te zorgen dat mensen een menswaardig bestaan kunnen leven.
Maar we kunnen dit niet alleen. Zolang er geen echte overkoepelende aanpak komt, federaal en vlaams, dan komen we er niet.
Maar goed, ondertussen blijven we wel strijden. Samen met mijn collega, schepen Watteeuw, proberen we zoveel mogelijk een antwoord te bieden op dak- en thuisloosheid.
Wat het ROOF-plan betreft, blijven de uitgangspunten hetzelfde:
In eerste instantie willen we zoveel mogelijk voorkomen dat mensen dak- en thuisloos worden
En zij die dak- of thuisloos worden, willen we toeleiden naar duurzame woonoplossingen, ev. gekoppeld aan aangepaste begeleiding
Het Roof-plan is nu net geen vier jaar oud.
Ik overloop graag met jullie wat er de voorbije vier jaar gerealiseerd is binnen mijn beleidsdomein. Straks licht collega Filip Watteeuw de acties binnen wonen toe:
In 2023 hebben we, als eerste lokale bestuur, een twééde dak- en thuislozentelling georganiseerd. Meten is weten.
We hebben een eerste site robuuste woningen voorzien. Momenteel zijn we bezig met de voorbereiding van een tweede site.
We werken aan een zorghostel voor chronisch daklozen met een complexe (zorg)problematiek die niet meer autonoom kunnen wonen. Medefinanciering door bovenlokale overheden is hierbij essentieel.
Vanaf het najaar zullen we met middelen voor nieuw beleid preventie van dakloosheid verder opschalen
We starten met de gefaseerde inzet van 50 extra Housing-First wooneenheden tussen 2026-2031.
We hebben een herstelverblijf uitgebouwd voor dakloze personen met een acute medische zorgnood in samenwerking met het RIZIV en Presbyterium Ganda vzw
Er werd een project goedgekeurd (subsidiëring via RIZIV) waardoor een straatverpleegkundige aangeworven werd bij Presbyterium Ganda vzw.
En samen met collega Watteeuw hebben we het project leegstand verder uitgebreid
We hebben ook extra middelen voorzien om vanaf 2029, na de grote renovatiegolf bij de woonmaatschappij Thuispunt Gent, extra sociale woonbegeleiders in te zetten om kwetsbare sociale huurders te begeleiden.
Zoals gezegd, gebeuren bijsturingen constant. Maar ik lijst graag nog even op wat er op korte termijn staat te gebeuren
In het najaar 2025 voerde LUCAS KU Leuven een onderzoek uit naar de toegankelijkheid van de nachtopvang en de plaats ervan in de aanpak van dak- en thuisloosheid. Op de commissie van 12 mei worden de aanbevelingen en de acties die daaruit volgen.
We zijn ook nog bezig aan de laatste fase van ons versterkt winterplan. In 2025 zagen we een grote instroom van een nieuwe groep dakloze personen. Om in te spelen op deze acute situatie werd onder meer de werking van het inloopcentrum Pannestraat geheroriënteerd en wordt ingezet op tijdelijke extra inzet van doorgangswoningen in leegstaande sociale wooneenheden. De noodopvang in hotels is ondertussen stopgezet, bij het einde van de winter. Daar vertel ik later in deze commissie meer over. De doorgangswoningen en de Pannestraat lopen verder.
En we zullen ook opnieuw een dak- en thuislozentelling aan te vragen bij Vlaanderen. We hopen echt voor een derde keer hier in Gent een meting te kunnen doen.
Dit zijn enkele highlights van wat er binnen mijn beleidsdomein de laatste jaren bewogen is. Maar dakloosheid los je uiteraard nog altijd best op door, naast preventie, opvang en begeleiding, ook keihard in te zetten op structureel wonen.
Collega Watteeuw licht jullie daarom de acties binnen het Roof-actieplan toe die onder zijn beleidsdomein vallen.
TOELICHTING DOOR SCHEPEN FILIP WATTEEUW
Vanuit wonen benaderen we wonen ook zowel vanuit het preventieve luik als vanuit het curatieve. Elke extra betaalbare woning vermindert mee het risico op dak- en thuisloosheid.
Het meerjarenplan van ThuisPunt Gent is goedgekeurd om patrimonium te renoveren en leegstand terug te dringen. Een totaal investeringsbedrag van 2,7 miljard wordt daarvoor uitgetrokken. 120 projecten zijn lopende goed: voor meer dan 8.000 renovaties, vervangingen en nieuwbouw.
Er is een programmanota sociaal wonen goedgekeurd om tegen 2050 te voorzien in 20% sociale huisvesting (11,7% op 31/12/2025).
We investeren 30 mio in Thuispunt om hun meerjarenplan te kunnen realiseren.
Daarnaast besteden we nog eens 5 mio aan werkingsmiddelen voor de private inhuringen en de werking van de flatwachters.
Om dakloosheid aan te pakken steunen we het plan op 3 types van woonoplossingen: Snelle herhuisvesting, Housing First en Wonen met zorg en ondersteuning. De grens tussen deze systemen en doelgroepen is niet altijd even scherp. Soms lopen de types door elkaar.
Snelle herhuisvesting richt zich op huishoudens die recent dakloos werden of dreigen te worden en lichte problemen hebben tot herhuisvesting. De woonoplossing bestaat uit een betaalbare en kwaliteitsvolle (sociale of private) huurwoning met tijdelijke herhuisvestingsbegeleiding. Dit valt voor de sociale huurwoningen in belangrijke mate samen met het nieuwe systeem van versnelde toewijs (pijler 2) dat sinds 2024 van kracht is. Dat is 20% van de toewijzingen per jaar, nu goed voor ongeveer 100 gezinnen of alleenstaanden per jaar. Vanaf 2028 moet dat fors toenemen.
Dienst Wonen beheert op dit moment 43 transitwoningen, eind dit jaar komen er nog 9 bij. Transitwoningen zijn woningen voor Gentenaars die plots geen dak meer boven het hoofd hebben, bijvoorbeeld na een brand of omdat hun woning onbewoonbaar is verklaard. Het is ook een manier om te vermijden dat de kwetsbaarste mensen op straat terecht komen.
Uiteraard is er ook de eerste site met elf robuuste woningen, zoals collega De Bruycker al vermeldde.
De afgelopen drie jaren gaf de Dienst Wonen subsidies aan Een Hart voor Vluchtelingen om twee Woonzoekers tewerk te stellen: zij zoeken mee met hun doelgroep naar huurwoningen in Gent.
Dienst Wonen deed recent een bevraging bij de Gentse woon- en welzijnsactoren rond woonnoden bij hun doelgroep. Deze input zal meegenomen worden in de verdere uitwerking van het ROOFplan.
Verder is het zeker ook belangrijk dat de inspanningen van Dienst Wonen rond het inschrijven van mensen in het Centraal InschrijvingsRegister (CIR) te vermelden. Bij de actualisatie in 2024 heeft de dienst met vereende krachten mensen op de wachtlijst in dat nieuwe systeem ingeschreven zodat ze hun plek op de wachtlijst konden behouden.
Ook vandaag zijn de Woonwijzerconsulenten van de Dienst Wonen in de weer:
> Ondersteuning op afspraak: We blijven burgers zo goed mogelijk ondersteunen om de inschrijving in het CIR volledig in orde te maken/houden bij gekende dossiers en nieuwe contactopnames.
> Specifieke zitdagen: Er is momenteel twee keer in de week een specifieke zitdag om mensen te helpen met hun inschrijving in het CIR
> Proactieve screening: Bij elk bezoek aan de Woonwijzer, of huisbezoek, polsen we naar de inschrijving in het CIR. Ook het OCMW, TPG en andere diensten weten ons hiervoor te vinden en sturen burgers hiervoor naar ons door. Door een samenwerking met Wonen In Vlaanderen rond niet uitgeputte rechten van Huurpremie, komen we ook extra kandidaat-huurders tegen waar er CIR-dossiers moeten (her)bekeken worden.
Voila meneer De Meester, als u het mij vraagt is dit toch wel een serieuze waslijst aan maatregelen en inspanningen die collega De Bruycker en ikzelf doen om te voorkomen dat mensen dakloos worden én als ze dakloos zijn of worden: om hen te begeleiden naar woonoplossingen.
wo 22/04/2026 - 16:11In het kader van de besparingen besliste het Gentse stadsbestuur om meer dan 400VTE’s te schrappen bij het eigen personeel. Geïmpacteerde werknemers worden in verschillende fasen op de hoogte gebracht dat hun functie zal verdwijnen. Nadien treedt de voorrangsregeling in, waarover het stadsbestuur beloofde om zoveel mogelijk personeelsleden aan boord van de stadsorganisatie te houden.
Op mia werd een eerste stand van zaken gedeeld met het personeel over het verloop van deze voorrangsregeling. Volgens die communicatie blijkt dat nog niet alle personeelsleden van de eerste fase werden verder geholpen. Voor één derde zou er bijvoorbeeld nog geen oplossing zijn. Ook werd er gesteld dat er voor meer dan een derde een oplossing is: “Ze vonden een nieuwe functie via de dienst zelf, via interne mobiliteit, via een vacature met voorrang of gingen uit dienst met een vertrekpremie.”
Hierover de volgende vragen:
Hoe evalueert de schepen de voorrangsregeling bij de personeelsbesparingen?
Kan de schepen toelichting geven bij de communicatie en cijfers die werden gedeeld op mia? Wat is bijvoorbeeld de verdeling bij het personeel dat een oplossing vond? Hoeveel personeelsleden bleven definitief aan boord van de stad via tewerkstelling?
Graag ook nog verdere toelichting over volgende zaken:
Welke stages biedt de stad precies aan?
Welke omscholingen biedt de stad aan? Hoeveel personeelsleden hebben voor een omscholing gekozen?
Waarom is er voor een derde van het personeel nog geen oplossing?
Dank u wel voor de vragen, collega’s.
In december werd een meerjarenplan goedgekeurd met een stevige impact op onze medewerkers. Toen hebben we een aanpak voorgesteld om zo veel mogelijk oplossingen te zoeken voor de medewerkers van wie de functie verdwijnt. Die medewerkers ondersteunen we om een nieuwe, passende rol binnen de organisatie te vinden.
Die aanpak bestaat uit intensieve begeleiding, voorrang op alle interne vacatures gedurende een jaar, de mogelijkheid tot omscholing naar een knelpuntberoep en het aanbieden van een vertrekpremie.
We zijn hier nu een kleine 3 maanden mee bezig en u vraagt terecht naar tussentijdse resultaten. Ik geef graag een stand van zaken.
Laat me beginnen met een verduidelijking.
Er wordt vaak gesproken over “400 VTE die verdwijnen”. Dat gaat níét over 400 medewerkers die stuk voor stuk moeten vertrekken. Het gaat om 400 functies die verdwijnen.
Eerste resultaten: duidelijke vooruitgang op korte termijn
Wat de eerste resultaten van die voorrangsregeling betreft:
64 medewerkers zijn in januari in de voorrangsregeling terechtgekomen
De stand van zaken op 3 april 2026 is als volgt:
38 medewerkers hebben een definitieve oplossing gevonden
29 medewerkers konden binnen de Stad Gent een nieuwe functie opnemen
9 medewerkers kozen voor een vertrek met vertrekpremie
Van deze 38 medewerkers zijn er 24 contractueel en 14 statutair
Daarnaast volgen 8 medewerkers momenteel een omscholingstraject richting een knelpuntberoep. Voornamelijk naar onderwijs, maar ook bijvoorbeeld Textiel en HR.
De meest voorkomende oplossing is dus duidelijk interne tewerkstelling. Dat is ook waar we maximaal op inzetten.
Op dit moment hebben al 46 medewerkers van de 64 minstens perspectief op een oplossing. Dat is 72% op slechts 3 maanden tijd.
Dat zijn geen eindresultaten, maar wel duidelijke tussentijdse signalen dat de gekozen aanpak en beleid werkt en dat de inspanningen effect hebben. Bovendien hebben we nog 9 maanden om ook voor de 18 andere medewerkers een passende job te vinden.
We zetten dit werk dus onverminderd verder. Tegelijk blijven we ons bewust van de gevoeligheid van dit traject en van het werk dat nog voor ons ligt.
Begeleiding op maat blijft centraal
We willen duurzame keuzes maken en zoeken samen met elke medewerker naar een geschikte functie.
Voor sommige profielen neemt het wat meer tijd om een geschikte vacature te vinden.
Soms is bijkomende opleiding nodig.
Soms vraagt het gewoon wat meer tijd om de juiste plek te vinden.
Belangrijk is dat elke medewerker in de voorrangsregeling actief wordt opgevolgd door de leidinggevende en een expert van de personeelsdienst.
De personeelsdienst organiseert bijvoorbeeld met elke medewerker gesprekken wanneer die nog in de voorrangsregeling zitten na 3 maanden, na 6 maanden en na 9 maanden.
Die gesprekken zijn er om te luisteren, te ondersteunen en samen te kijken naar de volgende stappen.
Voor medewerkers die daar nood aan hebben, zetten we bijkomend in op persoonlijke begeleiding via een interne loopbaancoach.
Antwoord op specifieke vragen
Collega De Meester – stages en omscholing
Wanneer een medewerker via de voorrangsregeling solliciteert op een interne vacature en er een mogelijke match is, voorzien we een stagemaand.
Dat is een proefperiode waarin zowel de medewerker als de leidinggevende kunnen aanvoelen of de functie effectief past.
Na die maand wordt de medewerker defintief aangesteld in die functie.
Collega Rysermans – overlap tussen eerste en tweede golf
Voor de eerste golf loopt de voorrangsregeling van 1 januari 2026 tot 31 december 2026.
De tweede golf start op 1 juli 2026 en loopt tot 30 juni 2027.
Er is dus een overlap van 6 maanden.
Vanaf 1 juli zullen vacatures met voorrang inderdaad worden opengesteld voor beide groepen.
We beseffen dat dit een bijkomende dynamiek met zich meebrengt.
Daarom blijven we inzetten op een ruim aanbod aan interne vacatures en op begeleiding op maat.
Vraag over het aantal medewerkers zonder oplossing
Dan rest me nog de vraag of het aantal medewerkers zonder oplossing zal toenemen.
Dat is moeilijk op voorhand te voorspellen. Elke medewerker is anders. Mensen maken verschillende keuzes.
Wat we wel doen, is dit traject continu opvolgen.
We zetten in op:
een ruim aanbod aan interne vacatures
actieve begeleiding van elke medewerker die in de voorrangsregeling terecht komt
ondersteuning op maat
En we sturen bij waar nodig.
Slot
Tot slot wil ik nog dit benadrukken, en dat is misschien het belangrijkste,
Voor ons is dit geen louter cijfermatige oefening.
Geen Excel.
Het gaat over mensen.
Over collega’s die zich elke dag inzetten voor deze stad en voor de Gentenaars.
Daarom kiezen we bewust voor een aanpak die niet alleen correct is,
maar ook zorgzaam, respectvol en toekomstgericht.
We begeleiden mensen.
We bieden kansen.
We doen er alles aan om hen aan boord te houden.
wo 22/04/2026 - 09:58Tijdens de gemeenteraad van maart stelde de schepen dat er 18 BOA-clusterondersteuners komen. De vacatures ter zake werden al opengesteld. Over de rol van clusterondersteuners stelde de schepen het volgende: “Die gaat scholen ondersteunen bij het realiseren van de erkennings- en subsidievoorwaarden, bij de organisatie van de voor- en naschoolse opvang, en de coördinatie van het aanbod bij administratie en planning.”
De bezorgdheid blijft echter leven bij (niet-stedelijke) schoolteams dat de clusterondersteuners in de praktijk een tussenechelon zullen vormen dat bij de dagdagelijkse organisatie van de opvang weinig zullen bijdragen aan de effectieve ontzorging van directies en schoolteams.
Graag stel ik hierover volgende vragen:
Gecombineerd antwoord op vraag 347-348
Wat levert het BOA-decreet op voor Gentse kinderen en scholen? BOA betekent meer kwalitatieve buitenschoolse opvang, op maat van kinderen en scholen. Kinderen krijgen een kwalitatief aanbod met aandacht voor spel en ontwikkeling. Scholen krijgen extra middelen en ondersteuning om dat allemaal te realiseren.
Door opvang, activiteiten, budgetten en partners met elkaar te verbinden, verhogen we kwaliteit en bereik en verlagen we de drempels voor kinderen, ook met inclusieve werkingen voor bv kinderen in het buitengewoon onderwijs.
1/ Ik begin met de ondersteuners. Ik herneem even de vooruitblik omdat daar veel verheldering in zit:
Vanaf september 26 krijgen scholen met een erkenning BOA-subsidies om hun buitenschoolse opvang te verrijken. Die BOA-subsidies zijn een aanvulling op de huidige inzet van de scholen
Vanaf september 26 gebeurt er ook heel wat bij de stadsdiensten:
Vanaf september 28
Wat is de rol van de clusterondersteuners hierin:
De clusterondersteuner wordt dus niet de leidinggevende van alle opvang-medewerkers op de scholen van de cluster. Die rol blijft bij de scholen, zowel in de niet-stedelijke als de stedelijke scholen. Je kan wettelijk gezien geen leidinggevende zijn van iemand die werkt bij een andere werkgever.
2/ U vroeg ook naar de stadsorganisatie voor de BOA-aansturing en de eventueel gecentraliseerde BOA-organisatie.
Er was geen formeel afzonderlijk onderzoek naar een gecentraliseerde BOA‑organisatie. De BOA‑voorbereidingen lopen al sinds 2016, op basis van analyse van vraag en aanbod, en ze evolueerden mee met de Vlaamse regelgeving en de afstemming met de stakeholders.
Aangezien BOA beleidsmatig verankerd is binnen het Agentschap Opgroeien en hoofdzakelijk gaat over opvang en de herverdeling van opvangbudget, werden regie en uitwerking bij de stedelijke Dienst Kinderopvang gelegd.
Er werd van bij de start natuurlijk wel ingezet op een ambtelijke samenwerking binnen het Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd, met structurele betrokkenheid van onder meer het Onderwijscentrum Gent en de Jeugddienst en andere stedelijke diensten.
DIKO nam daarbij de lead, maar BOA werd nooit door één dienst geïsoleerd opgevolgd. Het combineren van regie‑ en actorrol binnen de Stad is bovendien niet ongebruikelijk en laat toe om beleidskeuzes te enten op praktijkexpertise.
U doet het voorstel om nieuw orgaan op te richten waarin de BOA-partners participeren. Echter, dat strookt niet met de bedoeling van de Vlaamse overheid: die legt de regierol expliciet bij de Stad. Partners hebben wel zeker een adviserende rol via het Samenwerkingsverband.
De Vlaamse regelgeving vereist functie-scheiding, geen organisatorische opsplitsing. De Dienst Kinderopvang zal zich hierop correct organiseren. De rol van regisseur en organisator wordt functioneel gescheiden via duidelijke teamafbakening, objectieve procedures en aparte boekhoudkundige opvolging. We blijven inzetten op afstemming met en advies van het Samenwerkingsverband met alle partners.
Centraal staat voor ons de ouder en voor die ouder speelt het organogram binnen de Stad geen rol; enkel de kwaliteit van de dienstverlening. En daar willen we volop op inzetten.
di 21/04/2026 - 22:45Tijdens de voorbije gemeenteraad van maart lichtte de schepen toe hoe ze de door Vlaanderen gevraagde functionele scheiding tussen de stad als BOA-regisseur en de stad als BOA-organisator zal vorm geven. De schepen gaf enerzijds mee dat momenteel één dienst (= de dienst kinderopvang/DIKO) het BOA-dossier opvolgt, en dat er anderzijds gewerkt wordt richting een scheiding op juridisch, organisatorisch en operationeel vlak.
Dat de DIKO vooralsnog beide rollen opneemt – zij het met interne scheidingen – blijft tot bezorgdheid leiden bij de andere BOA-spelers, met name ook omdat de dienst finaal toch onder één leidinggevende staat die dan beide aspecten dient op te volgen. In het recente verleden is bijvoorbeeld ook de idee naar voor geschoven – als een te onderzoeken piste – om het hele BOA-verhaal integraal en gecentraliseerd (regie én organisatie) onder de stad te brengen. Daarnaast wordt de vraag gesteld of niet beter een andere instantie de BOA-regie zou kunnen opnemen, bijvoorbeeld het Onderwijscentrum of een nieuw vehikel waarin de BOA-partners participeren.
Graag stel ik hierover volgende vragen:
Gecombineerd antwoord op vraag 347-348
Wat levert het BOA-decreet op voor Gentse kinderen en scholen? BOA betekent meer kwalitatieve buitenschoolse opvang, op maat van kinderen en scholen. Kinderen krijgen een kwalitatief aanbod met aandacht voor spel en ontwikkeling. Scholen krijgen extra middelen en ondersteuning om dat allemaal te realiseren.
Door opvang, activiteiten, budgetten en partners met elkaar te verbinden, verhogen we kwaliteit en bereik en verlagen we de drempels voor kinderen, ook met inclusieve werkingen voor bv kinderen in het buitengewoon onderwijs.
1/ Ik begin met de ondersteuners. Ik herneem even de vooruitblik omdat daar veel verheldering in zit:
Vanaf september 26 krijgen scholen met een erkenning BOA-subsidies om hun buitenschoolse opvang te verrijken. Die BOA-subsidies zijn een aanvulling op de huidige inzet van de scholen
Vanaf september 26 gebeurt er ook heel wat bij de stadsdiensten:
Vanaf september 28
Wat is de rol van de clusterondersteuners hierin:
De clusterondersteuner wordt dus niet de leidinggevende van alle opvang-medewerkers op de scholen van de cluster. Die rol blijft bij de scholen, zowel in de niet-stedelijke als de stedelijke scholen. Je kan wettelijk gezien geen leidinggevende zijn van iemand die werkt bij een andere werkgever.
2/ U vroeg ook naar de stadsorganisatie voor de BOA-aansturing en de eventueel gecentraliseerde BOA-organisatie.
Er was geen formeel afzonderlijk onderzoek naar een gecentraliseerde BOA‑organisatie. De BOA‑voorbereidingen lopen al sinds 2016, op basis van analyse van vraag en aanbod, en ze evolueerden mee met de Vlaamse regelgeving en de afstemming met de stakeholders.
Aangezien BOA beleidsmatig verankerd is binnen het Agentschap Opgroeien en hoofdzakelijk gaat over opvang en de herverdeling van opvangbudget, werden regie en uitwerking bij de stedelijke Dienst Kinderopvang gelegd.
Er werd van bij de start natuurlijk wel ingezet op een ambtelijke samenwerking binnen het Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd, met structurele betrokkenheid van onder meer het Onderwijscentrum Gent en de Jeugddienst en andere stedelijke diensten.
DIKO nam daarbij de lead, maar BOA werd nooit door één dienst geïsoleerd opgevolgd. Het combineren van regie‑ en actorrol binnen de Stad is bovendien niet ongebruikelijk en laat toe om beleidskeuzes te enten op praktijkexpertise.
U doet het voorstel om nieuw orgaan op te richten waarin de BOA-partners participeren. Echter, dat strookt niet met de bedoeling van de Vlaamse overheid: die legt de regierol expliciet bij de Stad. Partners hebben wel zeker een adviserende rol via het Samenwerkingsverband.
De Vlaamse regelgeving vereist functie-scheiding, geen organisatorische opsplitsing. De Dienst Kinderopvang zal zich hierop correct organiseren. De rol van regisseur en organisator wordt functioneel gescheiden via duidelijke teamafbakening, objectieve procedures en aparte boekhoudkundige opvolging. We blijven inzetten op afstemming met en advies van het Samenwerkingsverband met alle partners.
Centraal staat voor ons de ouder en voor die ouder speelt het organogram binnen de Stad geen rol; enkel de kwaliteit van de dienstverlening. En daar willen we volop op inzetten.
di 21/04/2026 - 22:45In het kader van het Gentse gezondheidsbeleid vormt mondgezondheid een belangrijke pijler. Het project Generatie Gaatjesvrij heeft als doel om preventieve mondzorg bij jonge kinderen te stimuleren, onder meer via screening van het gebit bij kinderen tussen 2 en 4 jaar. Volgens de doelstellingen zou jaarlijks een 500-tal kinderen bereikt worden.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Mondgezondheid is inderdaad een belangrijke pijler van ons gezondheidsbeleid, omdat een slechte mondgezondheid echt een grote impact kan hebben op je algemene gezondheid. Uit cijfers weten we ook dat vele kinderen te weinig poetsen en de weg naar de tandarts niet goed vinden. We weten bijvoorbeeld dat maar 60,2% van de Gentenaars jaarlijks naar de tandarts gaat (2024).
Generatie gaatjesvrij zet daarop in en bestaat uit verschillende pijlers:
de communicatiecampagne “DJ Tuub” in maart, de maand van de tand
het leren poetsen in de kinderdagverblijven
aandacht voor mondzorg in het kleuterconsult door CLB
de tandscreeningen in de consultatiebureaus van Kind & Gezin
Sinds het voorjaar 2025 wordt in 4 Gentse kinderdagverblijven ingezet op het dagelijks poetsen van de tandjes. Dit gebeurt i.s.m. de vakgroep kindertandheelkunde van de UGent. Het wordt momenteel geëvalueerd en nadien uitgerold in meer kinderdagverblijven.
De tandscreeningen in de consultatiebureaus van Kind & Gezin worden uitgevoerd door 3 gepensioneerde vrijwillige tandartsen. Zij screenen de tandjes van kinderen tussen 2 en 4 jaar. Het aantal screeningsmomenten groeit gestaag, van 6 per jaar bij opstart, naar 44 in 2025. Zo groeit ook het aantal kinderen dat we bereiken. Van 73 in 2021, 367 in 2022, 476 in 2023, 345 in 2024 (een lichte terugval tgv de bevallingsrust van de coördinator) en 542 in 2025.
We focussen hierbij op de socio-economisch meest kwetsbare kinderen. Bij de opstart legden we de focus op de consultatiebureaus van Kind & Gezin in de wijken die het slechtst scoren op tandartsbezoek. Dit zijn vaak de 19e-eeuwse gordel wijken. Bijvoorbeeld: in de wijk Rabot gaat 44,8% jaarlijks naar de tandarts t.o.v. 73,1% in de Sint-Denijs-Westrem. Ondertussen is de actie verbreed en organiseren we tandscreeningen in 10 van de 11 consultatiebureaus van Kind & Gezin, waaronder de 3 inloopteams. De wijken Rabot en Muide-Meulestede scoren heel laag op tandartsbezoek, maar hebben geen consultatiebureau in de wijk. In de wijk Muide-Meulestede werd daarom samengewerkt met het WGC ’t Vlot en de school Victor Carpentier om toch tandscreeningen te kunnen organiseren voor kinderen tussen 2 en 6 jaar. In de wijk Rabot wordt momenteel verkend of ook daar in samenwerking met WGC Rabot tandscreeningen georganiseerd kunnen worden.
De toeleiding van de kinderen gebeurt voor een groot deel via het consultatiebureau van Kind & Gezin via de vrijwilligers, verpleegkundigen en artsen die ouders aanspreken tijdens het 24- en 30-maandenconsult. Ook andere partners, zoals de wijkgezondheidscentra en de inloopteams leiden ouders toe naar de screeningen. Afspraken gebeuren via www.stad.gent/tandcontrole of via de Kind & Gezin-Lijn. De opkomst schommelt tussen de 72 en 87 % de afgelopen jaren.
Als er tandcariës wordt vastgesteld, worden de ouders gemotiveerd om een afspraak te maken bij de tandarts. Ze krijgen een infobrief mee voor de tandarts. We bellen ouders ook achteraf op met de vraag of zij naar de tandarts gingen of nog verdere informatie of ondersteuning hierbij nodig hebben.
Zo zien we duidelijk dat de tandscreeningen ervoor zorgen dat tandcariës vaker wordt vastgesteld en de drempels naar de tandarts worden verlaagd.
wo 22/04/2026 - 15:33Vlamingen zitten te veel stil en bewegen te weinig. Daarom lanceren VRT, Gezond Leven, het Departement Zorg en Sport Vlaanderen samen de actie ‘Kom van dat gat af’.
Een volledig overzicht van alle Gentse beweeginitiatieven zou ons te ver leiden. Maar ik had graag de aandacht gevestigd op het wandelvoetbalproject van de Kaa Gent Foundation.
Wandelvoetbal brengt 55-plussers samen en doorbreekt sociaal isolement.
Beste raadslid Baert,
Bedankt voor je vraag en ook om op die manier dit zeer mooi initiatief in de verf te zetten. Want bewegen is gezond, houdt ons fit, zowel fysiek als mentaal en zorgt voor versterking van netwerken.
Het wandelvoetbalproject van de KAA Gent Foundation richt zich in de eerste plaats op 55-plussers, met bijzondere aandacht voor laagdrempelig bewegen, sociale ontmoeting en inclusie. Vooral volgende doelgroepen worden bereikt:
Actieve en semi-actieve senioren, vaak met (beginnende) fysieke beperkingen die traditioneel voetbal niet meer toelaten.
Ouderen die via lokale dienstencentra, buurtwerkingen of welzijnspartners worden toegeleid.
Mannen, wat coherent is met het voetbalprofiel, maar waarbij ook vrouwen deelnemen.
In bepaalde werkingen (zoals Wondelgem) ook personen met (beginnende) dementie, wat wijst op een goede afstemming met zorg- en welzijnspartners.
Tegelijk blijven enkele groepen ondervertegenwoordigd:
Kwetsbare ouderen in armoede of met een beperkt sociaal netwerk die niet automatisch aansluiting vinden bij sport- of clubwerkingen.
Ouderen met een migratieachtergrond, voor wie de drempel naar een voetbalcontext soms hoger ligt.
Vrouwen, ondanks aanwezigheid, blijven zij in verhouding minder vertegenwoordigd.
Zeer geïsoleerde of zorgafhankelijke ouderen, die bijkomende begeleiding of aangepaste toeleiding nodig hebben.
De wandelvoetbalploegen zijn over het algemeen divers samengesteld. Die diversiteit draagt bij aan een inclusieve en open groepsdynamiek. Wandelvoetbal is bovendien een laagdrempelige sport, die ook toegankelijk is voor mensen met dementie. Zo werden bijvoorbeeld in Wondelgem al meerdere personen met dementie succesvol toegeleid en geïntegreerd in de ploeg.
Daarnaast worden er verbindingen gelegd met pleintjesvoetbalinitiatieven en Elk Talent Telt-clubs, waardoor bewust wordt ingezet op intergenerationele ontmoeting en uitwisseling.
Nieuwe wandelvoetbalwerkingen worden gedurende een jaar intensief begeleid door de KAA Gent Foundation. Deze begeleiding focust op verbinding, teamgeest en de ondersteuning van zowel de trainer als de voltallige ploeg.
Elke werking wordt bovendien gekoppeld aan een lokaal dienstencentrum. Van daaruit worden deelnemers toegeleid en krijgt de ploeg extra ondersteuning. Bij vragen of moeilijkheden fungeert het dienstencentrum als brug naar het bredere dienstverleningsaanbod van het LDC en andere partners.
Ook de samenhorigheid binnen het netwerk van wandelvoetbalploegen krijgt veel aandacht. Om dit te versterken werden in 2025 maandelijks uitwisselingen tussen twee werkingen georganiseerd, wat zorgde voor regelmatige ontmoeting en kennisdeling. Er worden ook verschillende netwerkversterkende activiteiten opgezet, zoals een familiedag, herfstwandelingen en EHBO-vormingen.
Twee tot drie keer per jaar worden er wandelvoetbalhappenings georganiseerd. Deze initiatieven versterken de sociale verbondenheid, zowel binnen de teams als tussen de verschillende ploegen. Vanuit het wandelvoetbal zijn dan ook al heel wat hechte vriendschappen ontstaan. Dit alles heeft een positieve impact op het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale netwerken.
Momenteel zijn er acht wandelvoetbalkernen actief in de wijken Nieuw-Gent, Binnenstad (Zuidpark), Watersportbaan, Rabot, Sint-Denijs-Westrem, Sint-Amandsberg, Sint-Kruis-Winkel en Wondelgem. In de loop van dit jaar start een bijkomende ploeg in Nieuw-Gent. Vervolgens wordt gekeken naar Gentbrugge/Ledeberg om daar eveneens een nieuwe kern op te richten.
wo 22/04/2026 - 15:35Schepen Willaert bezorgde ons berekeningen met de impact van de nieuwe tarieven voor de buitenschoolse opvang voor 8 verschillende casussen die de PVDA voorop had gesteld. Bijkomend berekende schepen Willaert de nieuwe tarieven voor nog 8 andere casussen. Daarover volgende vragen:
1. Waarom berekende schepen Willaert nog 8 bijkomende casussen die niet gevraagd waren?
2. Bevestigt schepen Willaert dat de berekeningen methodologisch en feitelijk correct zijn, conform de tariefreglementen, en dat met name de berekening van het bedrag per maand (1 maand = 4,3 weken), de verrekening van de begonnen halfuurtjes in de ochtendopvang, het wegvallen van de gezinskorting, het forfaitair resp halfuurtjestarief voor de woensdagnamiddagopvang en andere specificiteiten van de tariefreglementen in kwestie consequent in alle casussen zijn toegepast?
3. Hoe evalueert schepen Willaert, op basis van de berekende casussen, haar communicatie in de pers dat het "volgens de berekeningen van de schepen, die 2025 met 2027 vergelijkt, om een prijsstijging van 9 procent gaat" (HLN, 25 maart 2026) en "Volgens schepen van onderwijs Evita Willaert (Groen) gaat het grotendeels om een indexering. Maar zo doen we dat met alles. Als de lonen en de uitkeringen omhoog gaan, volgen de prijzen van de kinderopvang." (HN, 13 maart 2026)
Het is altijd goed om even terug te gaan naar de basis in dit thema, zodat iedereen mee is.
Dit gaat hier over de tarieven voor buitenschoolse opvang, vakantieopvang, busgebruik, maaltijden en dergelijke in stadsscholen.
Over de maaltijden en de vakanties horen we niets meer. Ik ga ervan uit dat je daar dus akkoord gaat
Het gesprek vanavond gaat over de hervorming van de facturatie van de buitenschoolse opvang. We gaan naar een systeem van halve uurtjes, met €1.01 per begonnen half uur.
Ik zal beginnen met de conclusie, hier is de kern:
Je keert je hier niet tegen een nieuw idee van Stad Gent, maar tegen een praktijk die 30 jaar geleden werd opgestart door Kind en Gezin. Dit wordt al decennialang toegepast op een heel groot deel van de Vlaamse scholen. Ook in Gent hanteren tal van katholieke, GO of onafhankelijke scholen deze facturatiemethode en tarieven. We doen het zelfs al op enkele van onze eigen stedelijke locaties. Je vecht dus tegen iets wat zeer gebruikelijk is in deze sector.
Ik plaats dat even in een Gents perspectief met enkele voorbeelden uit het katholieke onderwijs en uit het GO in Gent.
En laten we buiten de stadsgrenzen kijken:
Deze tarieven zijn momenteel een thema in heel Vlaanderen door de uitrol van het BOA-decreet. Een doelstelling van BOA is om de kwaliteit en het aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten tussen scholen af te stemmen en te verrijken. Dat gaat over de inhoud, maar de tarieven gaan daar ook in mee. Net zoals in Gent zijn ook andere steden en gemeenten daar volop mee bezig. De benchmark die ik daarnet meegaf uit andere centrumsteden, komen -vers van de pers- van het laatste BOA-Centrumstedenoverleg. Je merkt dat de meeste geciteerde steden een hoger tarief aanrekenen dan in Gent. En allemaal hanteren ze het systeem van de begonnen halve uurtjes.
Dat systeem is dus geen Gentse uitvinding. Het is al in voege. We gaan dat systeem nu doortrekken naar alle stedelijke locaties zodat al onze eigen locaties op dezelfde manier factureren. Onze diensten schatten door de halve uurtjes-facturatie een potentiële meer-ontvangst in van €200.000. Dat is €20.000 per schoolmaand, verdeeld over al onze locaties. Dat gaat over ruim 40 locaties: dat is €500/locatie/maand. Voor vakantie en woensdagen gaat het ook over €200.000. Opnieuw verdeeld over al die locaties. Dat is iets helemaal anders dan de miljoenen die u in de pers liet zetten.
We schikken ons dus naar de sector, maar we hanteren daarbij sociale correcties voor de meest kwetsbaren! De kortingen die we hadden, hebben we opgetrokken. We hadden kortingen van 25-50-100% en we trokken die op naar 30-60-100%. De vroegere gezinskorting van 25% valt weg. Die hogere kortingstarieven vangen dat grotendeels op. Daar zijn 2 financiële verwachtingen aan gekoppeld:
En de benchmark mag je doen: in dat sociaal beleid met kortingen verschillen wij van zo goed als alle anderen.
Over de cijfers: je vroeg de cijfers op uit de boekhouding, maar die vertalen zeker niet 1 op 1 de beleidscijfers. In de boekhouding heb je technische verschuivingen en impact die zichtbaar zijn in de cijfers maar die totaal andere oorzaken hebben. De opbrengstverwachtingen die ik noemde, zijn daar niet 1 op 1 uit te halen.
De kern is: de hervorming gaat voor de meeste ouders niet de verschillen geven die u hier rondstrooit. Vroeger werkten we met forfaits die gebaseerd waren op de gemiddelde afname van ouders.
U vroeg 8 simulaties op en je zoekt daarbij de extremen op: in meerdere gevallen van uw cases komen kinderen ’s morgens op school toe om klokslag 7 uur en gaan ze naar huis om 17.30 uur of 18 uur. Dat is gelukkig niet de realiteit van onze gezinnen. De opvang staat ten dienste voor ouders met allerlei werkschema’s en ouders maken er gebruik van wanneer zij het nodig hebben.
Dit zijn de werkelijke gebruikscijfers van de opvang op onze stedelijke scholen:
Je vraagt waarom we meer simulaties geven dan de 8 die u opvroeg: wel daarom: omdat ze niet representatief zijn. Als je simulaties doet, moet je ze doen volgens het gebruik. Je verzint theoretische simulaties, alsof alle kinderen van 7u ’s morgens tot 18u ’s avonds in de opvang zitten. Buitenschoolse opvang is een aanbod waaruit ouders de onderdelen opnemen die ze nodig hebben. Er zijn ouders die nood hebben aan opvang ’s ochtends. En er zijn ouders die opvang nodig hebben ’s avonds. We merken dat er heel heel weinig ouders -gelukkig voor de kinderen- nood hebben aan het hele pakket.
Over de opmaak van de simulaties: het klopt dat daar een fout inzat. Er was verkeerde info aangeleverd. Maar de ouders krijgen geen facturen van de oppositie noch vanuit het stadhuis. Dat verloopt via facturatieprogramma’s die heel secuur en correct zijn. Dat is wat telt. Je maakt ook een punt van het aantal maanden. Je aannames zijn daar fout: je telt met standaard kalendermaanden. We zitten hier in een onderwijscontext. Tel met me mee: Een jaar telt 52 weken. Daarvan 8-9 weken zomervakantie + 2 weken kerst, 2 weken paas, 1 week herfst en 1 week krokus = 52 - 15 = 37. En dan zijn er nog de facultatieve dagen, de feestdagen, etc. Onderwijs rekent dus heel specifiek met 36 à 37 lesweken. Of gaat de pvda ouders een factuur sturen op Kerstmis en Pasen misschien?
Ik herhaal mijn conclusie:
Op haar website roept VVSG de steden en gemeenten op zich voor te bereiden op de veranderingen mbt OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen.
De plannen zijn een uitvoering van het regeerakkoord en ogen heel erg ingrijpend: er is sprake van
Er zijn nog geen definitieve wetteksten, maar duidelijk is wel dat de OCMW-dienstverlening ingrijpend zal veranderen.
De vrees die we hier en daar horen dat we maatschappelijk de armoede en dakloosheid aan het organiseren zijn, en dat het recht op 'menselijke waardigheid' in het gedrang is, lijken niet uit de lucht gegrepen.
Is er al zicht op wat de gevolgen van dit alles in Gent kunnen zijn?
Hoe kijken onze diensten naar deze aangekondigde veranderingen?
Het is duidelijk dat er heel veel veranderingen op til zijn rond de rechten van nieuwkomers. Het voorbereidend proces is inderdaad nog lopende en de nieuwe wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd. We gaven wel al input vanuit OCMW Gent aan VVSG over deze voorgestelde wetswijzigingen, omdat Minister Van Bossuyt een advies gevraagd heeft aan de federaties van de OCMW’s. Daarin gaven we heel wat bezorgheden door, zowel inhoudelijk als qua werkbelasting voor de ocmw’s. Daar kom ik later nog even op terug.
We maakten een ruwe inschatting van de mogelijke impact van de voorlopige wetteksten:
Een aantal nieuwkomers zal uitgesloten worden van steun bij aankomst.
Tijdens aanvraagprocedure enkel nog recht hebben op dringend medische hulp (DMH)
De eerste 5 jaar van hun verblijf zouden zij geen recht hebben op (financiële) steun maar zouden ze wel nog recht hebben op “socio-professionele hulp” en bij dakloosheid een referentie-adres. Dit laatste is erg belangrijk om bijvoorbeeld de aansluiting bij een ziekenfonds in orde te kunnen brengen. Wat de socio-professionele ondersteuning zou inhouden, is op dit moment nog erg onduidelijk.
Een aantal familieleden van gezinsherenigers zal de eerste 5 jaar geen recht meer hebben op steun. Dat houdt het risico in dat het gezinsinkomen daalt onder het leefloonbedrag.
Een aantal erkend vluchtelingen zal, als ze hun versterkt integratietraject niet kunnen bewijzen, een malus krijgen van 15% of 30% van het leefloonbedrag en dus moeten rondkomen met een inkomen onder het leefloonbedrag.
Een aantal tijdelijk of subsidiair beschermden zal starten met een equivalent leefloon van 70% van het leefloonbedrag. Pas als ze kunnen bewijzen dat ze voldoen aan het versterkt integratietraject, kunnen ze een bonus krijgen om naar 85% of 100% van het leefloonbedrag te geraken.
Dit zal een enorme impact hebben op meer dan 1/3 van de (equivalent) leefloners in Gent op basis van onze huidige ramingen.
Dit zal een impact hebben op de nieuwkomers:
Zij zullen niet allemaal een job kunnen vinden en dus zonder of met te laag inkomen moeten rondkomen. Bij deze groep zien we grote risico’s: nauwelijks een huurcontract kunnen krijgen, makkelijker slachtoffer worden van misbruik op bv de arbeidsmarkt, schulden die zullen stijgen, bv van schoolfacturen.
Maar ook op de maatschappelijk werkers:
De ontwerpteksten van de wetgeving rond nieuwkomers lijken weer heel wat complex administratief werk aan te kondigen. Zo lijkt het er momenteel op dat ze heel complexe verblijfsinformatie zullen moeten verwerken terwijl die informatie niet altijd beschikbaar is. Bovendien zullen zij met 3 verschillende soorten integratiecontracten moeten werken met allemaal verschillende opvolgmomenten. Zij zijn ook degenen die opnieuw slecht nieuws zullen moeten brengen over niet toekennen, stopzetten of verminderen van steun; terwijl ze dit nu ook al moeten doen bij de wetswijzigingen rond het aanrekenen van bestaansmiddelen. We vrezen ook voor meer agressie.
Bovendien kiest iemand om maatschappelijk werk te doen om mensen te ondersteunen in hun rechten en te ondersteunen richting een menswaardige levenskwaliteit. Dat maakt dat we zeer bezorgd zijn om de draagkracht van onze maatschappelijk werkers.
Naast de maatschappelijk werkers zijn we ook bezorgd over de draagkracht van onze backoffice diensten, die verandering na verandering op korte tijd technisch moeten uitvoeren.
Onze diensten kijken dus met bezorgdheid naar deze aangekondigde veranderingen. Ik hoop samen met onze diensten dat de minister oor zal hebben naar de impact op sommige gezinnen voor wie er geen andere oplossingen zijn, en dat zij oor zal hebben naar de vraag naar administratieve eenvoud en voldoende voorbereidingstijd om de maatregelen uit te voeren.
Het is belangrijk om deze nieuwe uitdaging te kaderen binnen de bredere context momenteel voor de OCMW’s. Het is pompen of verzuipen momenteel in OCMW Gent. Niet alleen moeten zij de instroom van mensen uit werkloosheid verwerken. De wijzigingen rond het aanrekenen van inkomsten van samenwonende personen in het gezin zijn een heel zware dobber. Ook OCMW Gent kreunt echt onder deze druk. Op dit moment kunnen we de wetswijzigingen rond vreemdelingen daar niet meer bij nemen.
We hebben dit signaal gisteren ook duidelijk gebracht aan Minister van Bossuyt samen met 5 grote OCMW’s in België. Hoewel men aangeeft dat de nieuwe wetgeving vermoedelijk ten vroegste zal ingaan in januari 2027, blijft er ongerustheid over de benodigde voorbereidingstijd die nodig is tussen de bekendmaking van de details van de gewijzigde wetgeving (mogelijks in het najaar) en de uitvoering van de wetgeving. Wij willen vanuit het Gentse OCMW kwalitatieve hulpverlening blijven bieden.
do 23/04/2026 - 16:52Tijdens de commissie en gemeenteraad van november ‘25 werd het burgervoorstel ‘Schoolhoeve De Campagne moet openblijven’ behandeld. Daaruit bleek dat het stadsbestuur niet bereid was om de huidige werking van De Campagne verder te zetten, ondanks het brede protest tegen deze besparingsmaatregel. Ook werd door schepen Willaert gesteld dat het college een marktbevraging zal organiseren om de oproep voor een concessie voor een (private) partner te kunnen vormgeven.
Hierover de volgende vragen:
Wat is de stavaza bij de marktbevraging m.b.t. de private overname van Schoolhoeve De Campagne?
Welke actoren werden reeds bevraagd en wat zijn de (voorlopige) resultaten van de bevraging?
Welke elementen van de huidige werking zullen niet onderhandelbaar zijn?
Welke stappen zal het stadsbestuur hierrond nog ondernemen?
Overweegt het stadsbestuur om de huidige werking van Schoolhoeve De Campagne alsnog verder te zetten en terug te komen op die besparingsmaatregel?
In samenspraak met de auteur werd deze mondelinge vraag opnieuw ingediend voor de gemeenteraad april 2026 welke je kan raadplegen via onderstaande link.
do 23/04/2026 - 16:01