Ieder jaar vanaf midden november tot eind maart start het winterplan voor daklozen.
Gezien de druk op de reguliere nachtopvang te groot werd, werd er, net als eerdere jaren, hotelkamers ingeschakeld. Hotelopvang is weliswaar nog altijd opvang, maar toch iets minder stresserend en iets menselijker dan de reguliere nachtopvang.
Dit biedt ook het voordeel dat de mensen er langer kunnen blijven, ook overdag. Ze moeten niet telkens de straat weer op. Dit biedt hen rust.
Hierbij heb ik volgende vragen :
Collega Baert,
Bedankt voor uw vraag. Voor ik op de evaluatie van de hotelopvang in ga, wil ik hier – misschien tot vervelenstoe 😊 - nog eens dit benadrukken:
Ik wil een beleid voeren waarbij ik ga naar structurele oplossingen. Nachtopvang of hotelopvang aanbieden, doen we omdat het nodig is. Om als tussenstap te fungeren of om snel te kunnen schakelen – zoals afgelopen winter het geval was. We zagen een grote instroom van erkend vluchtelingen, mensen met een verblijfsstatuut, die klaar staan om deel te nemen aan de samenleving, maar dit onmogelijk kunnen doen vanuit dakloosheid.
Dan nemen wij onze verantwoordelijkheid.
Afgelopen winter hebben we een versterkt winterplan opgemaakt. Samen met andere maatregelen zoals de heroriëntering van een inloopcentrum en het inzetten van doorgangswoningen, hebben we opnieuw hotelopvang voorzien.
Dat is opvang die er komt boven op de reguliere nachtopvang, die het hele jaar door ter beschikking is.
De resultaten van die hotelopvang zijn opvallend. We hebben iets meer dan vier wintermaanden opvang voorzien voor 30 mensen in een hotel. Het verschil met de klassieke nachtopvang is groot: mensen konden er twee weken blijven, dag en nacht. Ze moesten dus niet elke ochtend opnieuw de straat op.
Die opvang richtte zich bewust op de veelgebruikers van de nachtopvang. Dit zijn mensen in een zeer kwetsbare situatie, vaak al lange tijd dakloos. Door hen even uit die constante overlevingsmodus te halen, kregen ze de kans om op adem te komen. Tegelijk zorgde dit ervoor dat de reguliere nachtopvang ontlast werd en beschikbaar bleef voor wie die slechts af en toe nodig heeft.
Die langere en stabielere opvang maakte echt een verschil. We zien dat mensen tot rust komen en opnieuw stappen zetten. Normaal is het bijzonder moeilijk om vanuit nachtopvang een traject richting duurzame huisvesting op te bouwen, omdat een stabiele basis ontbreekt. Hier zagen we dat net die extra stabiliteit wél beweging mogelijk maakt.
De cijfers tonen dat ook. We hebben twee evaluaties georganiseerd: als de hotelopvang een maand bezig was en één op het einde. [eind januari en eind maart]
Er zijn stappen gezet op het vlak van wonen.
Twee van de dertig mensen vonden intussen een structurele woonoplossing. Dat lijkt misschien niet veel, maar voor deze doelgroep — mensen die vaak al jaren dakloos zijn — zijn dat echt opmerkelijke resultaten. Daarnaast stroomde een gezin door naar langdurige opvang met begeleiding, en konden twee mensen terecht bij familie.
Maar misschien nog belangrijker: iederéén zette stappen vooruit.
Mensen hadden opnieuw meer vertrouwen, zochten vaker contact met hulpverlening en kwamen weer naar afspraken. Velen werden aangemeld voor vervolgtrajecten zoals CAW-opvang, sociale woningen of doorgangswoningen.
We zagen ook vooruitgang op andere domeinen. Sommigen gingen actief op zoek naar werk, en één persoon vond zelfs een job. Administratie en financiën werden opnieuw opgenomen. En ook op vlak van gezondheid werden stappen gezet. Er werden meer doktersbezoeken ingepland en medische onderzoeken.
We merken ook dat mensen minder verdovende middelen gebruiken, minder frustratie en stress ervaren, en meer ruimte voelen om vooruit te kijken. Voor mij, als schepen die ook bevoegd is voor gezondheid, is dat een bijzonder belangrijke vaststelling.
Ook voor de hulpverleners is dit een sterk verhaal.
De stabielere context zorgt voor betere samenwerking, meer diepgang in gesprekken en een grotere betrokkenheid van cliënten. Tegelijk blijft hun autonomie behouden: er zijn minder regels, ze hebben minder het gevoel in “hulpverlening” te zitten. En ze ervaren meer privacy. Dat zorgt dat hun eigenwaarde versterkt. Van daaruit zetten ze opnieuw stappen vooruit — en daar mogen we echt trots op zijn.
Dat alles bevestigt voor mij één ding: we moeten blijven inzetten op structurele oplossingen. Maar zolang opvang nodig is, moeten we die zo kwalitatief mogelijk organiseren. De hotelopvang toont dat meer rust, privacy en tijd leiden tot echte vooruitgang
wo 22/04/2026 - 15:25