Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ENECO WIND BELGIUM NV met als contactadres Chaussée de Huy 120 bus A, 1300 Wavre heeft een aanvraag (OMV_2025094553) ingediend bij de Vlaamse overheid op 24 november 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: Windproject Volvo Trucks met de exploitatie van een bronbemaling en een windturbine
• Adres: Smalleheerweg 29 en 31, 9041 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 17 sectie B nrs. 766H, 766E, 801K, 828M, 828N, 853C2, 853D2, 853S, 853Y, 853X, 887A, 891C, 895D, 907_, 909B, 912A, 916H, 961R, 961S, 1692B, 1692C, 1730A, 1734A en 1736A
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 februari 2026.
De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 19 februari 2026.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 april 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op de repowering van de windturbines op de site van Volvo Truck in Gent. De terreinen van Volvo Trucks zijn gelegen aan de Smalleheerweg in Oostakker.
De ruimtelijke begrenzing van deze site kenmerkt zich door zijn liggen ten noorden van de R4, bijna grenzend aan de Antwerpsesteenweg in het zuiden en het Oude Vliegveld van Lochristi in het Oosten. In het noorden bevinden zich de woonkernen van Oostakker.
Het project zelf houdt in dat de 3 bestaande windturbines met een tiphoogte van 139 m en een rotordiameter van 82 m (vergund en opgericht in 2006) worden afgebroken en vervangen door 2 nieuwe turbines met een tiphoogte van 225 m en een rotordiameter van 175 m op gewijzigde locatie. De zuidelijke nieuwe turbine WTN1 wordt geplaatst op de zuidelijk gelegen parking van Volvo Trucks, de noordelijke nieuwe turbine WTN2 komt ter hoogte van de noordelijke stockageruimte.
Naast de afbraak van de bestaande windturbines en de bouw van 2 nieuwe windturbines worden verder nog volgende handelingen aangevraagd:
- Plaatsing van een middenspanningscabine bij elke turbine
- Plaatsing van middenspanningskabels om de turbines te koppelen aan het electriciteitsnet
- Inrichting van een kraanopstelvlak voor de plaatsing van WTN1, aangelegd in een waterdoorlatende verharding
- Reliefwijzigingen in functie van de noodzakelijke infiltratievoorzieningen
- Rooien van 2 vergunningsplichtige bomen en beplanting in functie van bereikbaarheid, toelevering en transport
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft de exploitatie van 2 nieuwe windturbines van Eneco (WTN1 & WTN2) samen met de bijhorende middenspanningscabines en kabels op de terreinen van Volvo trucks te Gent ter vervanging van de 3 bestaande windturbines van ENGIE (VT WT1, VT WT2 & VT WT3). De nieuwe windturbines hebben een vermogen van elk maximaal 9 MW, een tiphoogte van 225 m en een rotordiameter van 175 m.
Om de ontgravingswerken voor de funderingen van de geplande windturbines (WTN1 en WTN2) in droge omstandigheden te kunnen uitvoeren, zal een bemaling noodzakelijk zijn
De windturbines WTN1 & WTN2 met bijhorende middenspanningscabines en de bemaling worden met verschillende inrichtingsnummers aangevraagd.
Het project betreft de exploitatie van twee nieuwe windturbines van Eneco (WTN1 en WTN2), samen met de bijhorende middenspanningscabines en kabels, op de terreinen van Volvo Trucks in Gent. Deze installaties vervangen drie bestaande windturbines van ENGIE (VT WT1, VT WT2 en VT WT3). De nieuwe windturbines hebben elk een maximaal vermogen van 9 MW, een tiphoogte van 225 m en een rotordiameter van 175 m.
Voor de realisatie van de funderingen van de geplande windturbines (WTN1 en WTN2) zijn ontgravingswerken vereist. Om deze werken in droge omstandigheden te kunnen uitvoeren, zal een tijdelijke bemaling noodzakelijk zijn.
De windturbines WTN1 en WTN2 met bijhorende middenspanningscabines enerzijds, en de bemaling anderzijds, worden aangevraagd onder verschillende inrichtingsnummers.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
L
Inrichtingsnummer 20250805-0044: repowering windturbines Volvo Trucks - Eneco
12.2.2° |transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA |2 transformatoren met elk een vermogen van max. 10 000 kVA |klasse 2 |Nieuw |20000 kVA
20.1.6.1°c) |opwekken van elektriciteit door middel van windenergie meer dan 1500 kW |2 windturbines met elk een vermogen van maximaal 9 MW |klasse 1 |Nieuw |18000 kW
Inrichtingsnummer 20251024-0008: Bemaling windturbines Volvo Trucks - Eneco
53.2.1° |Bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³ |Twee bemalingen voor de funderingen van windturbines met een geschat debiet van respectievelijk 14.480 m³ (WTN1) en 5.956 m³ (WTN2). Het totale geschatte debiet is 20.436 m³. We wensen echter het maximale debiet voorzien in deze rubriek aan te vragen, zijnde 30.000 m³ |klasse 3 |Nieuw |30000 m³
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 22/02/2018 werd een vergunning afgeleverd voor te slopen kantoorgebouw. (OMV_2017009409)
* Op 12/04/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bouwen van nieuwe lockerrooms. (OMV_2017008286)
* Op 28/06/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het rooien en uitboren van hoogstammige bomen. (OMV_2018002630)
* Op 28/02/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van 3 fietsenbergplaatsen. (OMV_2018084496)
* Op 28/03/2019 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een inrichting voor een tijdelijke bronbemaling op de terreinen van volvo group belgium nv. (OMV_2019028047)
* Op 25/04/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van een bestaande productiehal, het bouwen van een aanbouwluifel aan het btq gebouw en het wijzigen van de bestaande infrastructuur (circulatie-eiland verharden) binnen de site volvo trucks. (OMV_2018134890)
* Op 27/06/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuwe luifel. (OMV_2019024220)
* Op 27/06/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van bureelcontainers. (OMV_2018152232)
* Op 18/07/2019 werd een aktename afgeleverd voor het tijdelijk plaatsen van bouwwerfgerelateerde installaties en producten voor een dakrenovatie. (OMV_2019066327)
* Op 18/07/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een nieuwe verbindingsweg oostakker-noord fase 1. (OMV_2018158735)
* Op 19/09/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen en herbouwen van blok 6: kantoor, rustruimte, sanitair. (OMV_2019063114)
* Op 09/01/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een vrachtwagenfabriek + het plaatsen van een gastank. (OMV_2019025998)
* Op 16/07/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een vrachtwagenfabriek + de bouw van een nieuwe installatie voor de opslag en de distributie van het nieuwe koelmiddel. (OMV_2020049077)
* Op 07/01/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een mobiele vul-unit voor waterstof. (OMV_2020105305)
* Op 18/02/2021 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het exploiteren van een bronbemaling voor de aanleg van de riolering. (OMV_2021028736)
* Op 04/03/2021 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling voor de aanleg van de riolering. (OMV_2021029804)
* Op 29/04/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een portiersloge / bewakingslokaal. (OMV_2021033697)
* Op 01/07/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van een opslagloods. (OMV_2021068059)
* Op 19/07/2021 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het exploiteren van een bronbemaling nav het saneren van een gascabine. (OMV_2021122307)
* Op 19/08/2021 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het exploiteren van een bronbemaling voor het uitvoeren van rioleringswerken en het aanpassen van een ondergronds hydrantennet (voorbereiding voor de latere bouw van een batterijfabriek). (OMV_2021130246)
* Op 26/08/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanbouwen van een shelter. (OMV_2021084878)
* Op 02/09/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een parking en site expansion. (OMV_2021113197)
* Op 23/09/2021 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling voor het uitvoeren van rioleringswerken en het aanpassen van een ondergronds hydrantennet (voorbereiding voor de latere bouw van een batterijfabriek). (OMV_2021140418)
* Op 03/02/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitbreiden en verbouwen van een bedrijfsgebouw en het aanleggen van een wadi. (OMV_2021167430)
* Op 23/06/2022 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling voor de aanleg van riolering en aanpassing van ondergronds hydratennet. (OMV_2022079747)
* Op 11/08/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het inrichten van een tijdelijke werfzone met tijdelijke opslag van uitgegraven bodem. (OMV_2022064698)
* Op 22/12/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een uitbreiding voor het bta gebouw (fietsenstallingen, terras, parking, aanmeldkiosk, paviljoen). (OMV_2022115953)
* Op 12/01/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bouwen luifel, verplaatsen sanitaire unit en aanleggen wadi. (OMV_2022129212)
* Op 26/01/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van tijdelijke tentconstructies. (OMV_2022143659)
* Op 27/04/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verbreden van een bestaand fietspad gelegen tegen de omheining van de site. (OMV_2022169494)
* Op 31/08/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van betonverharding, het aanpassen van een open bufferbekken, plaatsen van een bijkomend bufferbekken en het aanleggen van een wadi. (OMV_2023024856)
* Op 14/09/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een warehouse en verbindingssas. (OMV_2023079260)
* Op 19/10/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bouwen nieuw toegangsgebouw (gate 9) en buitenaanleg. (OMV_2023099581)
* Op 21/12/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een vrachtwagenfabriek (iioa + sh). (OMV_2023092285)
* Op 11/04/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een bestaand containergebouw. (OMV_2024022743)
* Op 18/04/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een vrachtwagenfabriek (iioa + sh). (OMV_2023152107)
* Op 30/05/2024 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling nodig voor het plaatsen van een bufferput. (OMV_2024070297)
* Op 18/07/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een fietsenberging en het aanleggen van verharding. (OMV_2024054702)
* Op 25/07/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het inrichten van een tijdelijke werfzone met tijdelijke opslag van uitgegraven bodem. (OMV_2024065991)
* Op 28/08/2024 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van de plaatsing van septische, kuis- en pompputten. (OMV_2024111975)
* Op 12/09/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een verdeelstation voor h2 en een elektrisch laadstation voor vrachtwagens (iioa + sh). (OMV_2023166972)
* Op 19/09/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een transfogebouw. (OMV_2024098101)
* Op 26/09/2024 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van de plaatsing van septische, kuis- en pompputten. (OMV_2024122763)
* Op 07/11/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en veranderen van een fabriek voor de productie/assemblage van vrachtwagens (iioa) + bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden. (OMV_2023066630)
* Op 07/11/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van publiciteitsinrichtingen verdeelstation waterstof en ev. (OMV_2024068928)
* Op 27/02/2025 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling nodig voor het bouwen van putten bij volvo trucks gent. (OMV_2025017859)
* Op 20/03/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het vervangen van een containergebouw bestaande uit 4 modules door een nieuw containergebouw bestaande uit 4 modules op begane grond en 4 modules op verdieping. (OMV_2025009984)
* Op 17/04/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het inrichten van een tijdelijke werfzone met tijdelijke opslag van uitgegraven bodem. (OMV_2025009775)
* Op 09/10/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een shelter. (OMV_2025076389)
* Op 16/10/2025 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van de aanleg van een laadkade. (OMV_2025120383)
* Op 13/11/2025 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bemaling ikv installatie van een aantal betonputten en van een keerwand. (OMV_2025130528)
* Op 24/12/2025 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van funderingswerken. (OMV_2025151557)
* Op 05/03/2026 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het omleggen van de drieselstraat en de aanleg van de 2de fase van de ontsluitingsweg en fietspad voor het gemengd regionaal bedrijventerrein r4 oostakker noord + het exploiteren van een tijdelijke bronbemaling + top voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel. (OMV_2025051884)
Milieuvergunningen
Op 25/01/2007 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een windpark met 3 windturbines op de site van Volvo Europa Truck. (11229/E/1)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
Geen tijdig advies van urba@belgocontrol.be. De adviesvraag is verstuurd op 20 februari 2026. Op 26 maart 2026 is nog géén advies ontvangen. Aan urba@belgocontrol.be werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
Geen tijdig advies van stedenbouwkundig advies. De adviesvraag is verstuurd op 19 februari 2026. Op 26 maart 2026 is nog géén advies ontvangen. Aan stedenbouwkundig advies werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
Geen tijdig advies van Departement Omgeving - milieu advies (betekening derden). De adviesvraag is verstuurd op 19 februari 2026. Op 26 maart 2026 is nog géén advies ontvangen. Aan Departement Omgeving - milieu advies (betekening derden) werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
Ongunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 5 maart 2026:
De Gentse haven- en kanaalzone is een belangrijk slaap- en pleistergebied voor meeuwen. Een belangrijke (cumulatieve) effectgroep is de mortaliteit door aanvaring. Dit werd onderzocht door het uitvoeren van tellingen en een berekening van de mortaliteit met het Band-model cf. De INBO leidraad. Behoudens vergissing konden de telrapporten niet in het dossier worden teruggevonden.
Ook de berekeningen via het SNH model van Band worden niet duidelijk weergegeven. Dit dient nog te worden aangevuld om het dossier ten volle te kunnen beoordelen.
In afwachting van de telrapporten en de details van de berekeningen betreffende mortaliteit van vogels door aanvaringen, beschikt het ANB over onvoldoende info om het dossier te kunnen beoordelen, en dient er vanuit het voorzorgsprincipe een ongunstig advies te worden gegeven.
Geen tijdig advies van DGLV - Airfields. De adviesvraag is verstuurd op 19 februari 2026. Op 26 maart 2026 is nog géén advies ontvangen. Aan DGLV - Airfields werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
Gunstig advies van indoor.astrid@ibz.fgov.be afgeleverd op 10 maart 2026:
Er is geen verplichting tot indoordekking.
Geen tijdig advies van Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA). De adviesvraag is verstuurd op 19 februari 2026. Op 26 maart 2026 is nog géén advies ontvangen. Aan Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
Geen tijdig advies van Polder Moervaart en Zuidlede. De adviesvraag is verstuurd op 19 februari 2026. Op 26 maart 2026 is nog géén advies ontvangen. Aan Polder Moervaart en Zuidlede werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
Voorwaardelijk gunstig advies van Elia Asset afgeleverd op 9 maart 2026.
Elia heeft, onder meer gebaseerd op de afstandsregels die in bepaalde van de ons omringende landen worden toegepast en rekening houdend met de huidige ontwikkelingen in het domein van de windenergie, haar regelgeving op 1 februari 2024 geoptimaliseerd en de daaraan verbonden basisprincipes gedefinieerd en waarvan u de toelichting in de bijlage “advies door Elia bij het oprichten van windturbines in de nabijheid van hoogspanningsinstallaties” kan raadplegen.
Gezien de constructie- en kraanwerken met betrekking tot het oprichten van deze windturbines zich in de nabijheid van de hoogspanningsinstallaties (kunnen) situeren, vraagt Elia, teneinde de veiligheid van mensen, de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening en de vrijwaring van alle betrokken installaties te garanderen, rekening te houden met de veiligheidsvoorschriften ter zake die Elia in een beknopte weergave als bijlage zenden. De opdrachtgever wordt geacht deze richtlijnen mee te delen aan iedereen die in zijn (directe of indirecte) opdracht werken uitvoert.
Voorwaardelijk gunstig advies van Defensie afgeleverd op 18 maart 2026. De aanvrager moet de voorwaarden uit het advies strikt volgen en toepassen.
Geen advies advies van Dienst VR - Team Externe Veiligheid afgeleverd op 11 maart 2026:
Het Team Omgevingseffecten geeft geen advies op deze stedenbouwkundige handeling. Binnen de maximale effectzones van de geplande windturbines liggen immers geen Seveso-inrichtingen.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
De inplanting van WTN2, op het perceel van Volvo Trucks is volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977) volledig gelegen in ‘industriegebieden’. In de omzendbrief OMG/2025/01 worden industriegebieden en bedrijventerreinen aangeduid als prioritair in te vullen zones voor de oprichting van grootschalige windturbines.
WTN1 ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Volvo Trucks Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 19 december 2014). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Lokaal bedrijventerrein met openbaar karakter.
Gebieden met bestemming lokaal bedrijventerrein met openbaar karakter sorteren onder industriegebieden die krachtens de overeenkomstige bepalingen van artikel 7.4.13 van de VCRO vergelijkbaar zijn met de categorie bedrijvigheid. Zoals aangegeven in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen is voor de categorie bedrijvigheid en al zijn gekende subcategorieën opgenomen dat de productie van energie of energierecuperatie toegelaten is. Hierdoor kan men voor vergunningsaanvragen die betrekking hebben op windturbines en windturbineparken, alsook voor andere installaties voor de productie van energie ofenergierecuperatie in een gebied dat sorteert onder de voorschriften van een gewestplan, afwijkenvan de bestemmingsvoorschriften na toepassing van art. 4.4.9 VCRO. In toepassing van deze fwijkingsmodaliteiten concluderen we dat ook WTN1 in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften.
De beperkte uitbreiding van de bestaande wadi in het noorden van de site ligt volgens het gewestplan gedeeltelijk in bufferzone en gedeeltelijk in agrarisch gebied.
In agrarisch gebied is het verbeteren van de waterhuishouding niet uitdrukkelijk verboden. Een goede waterhuishouding is essentieel voor een vruchtbare bodem en de landbouw. Daarnaast kan dit perceel zijn huidige functie blijven uitvoeren. Er worden geen gebouwen of constructies geplaatst in deze zone. De uitbreiding van de wadi valt bijgevolg binnen het begrip ‘landbouw in de ruime zin’ en is dus bestemmingsconform.
Vervolgens valt er ook een deel van de uitbreiding wat op het gewestplan aangeduid staat als bufferzone. De algemene bestemming van het gebied wordt dan ook niet in het gedrang gebracht. De bufferzone blijft in zijn staat bewaard. Het projectgebied wordt als groene ruimte ingericht en dient nog steeds als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn. De bufferende werking t.o.v. het industriegebied blijft behouden.
Rekening houdende met bovenstaande concluderen we dat de aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg. De site van Volvo Trucks sluit op verschillende manieren aan op het wegennet, via het knooppunt Schansakker op de R4 en ook ter hoogte van de Drieselstraat.
4.5. Archeologienota
Op basis van het geoportaal van de Vlaamse Overheid is de projectlocatie niet gelegen in een beschermde archeologische site, maar wel deels in een gebied waar geen archeologische waarden te verwachten zijn. Voor de bodemingreep wordt rekening gehouden met een worstcasescenario, namelijk dat de fundering volledig ondergronds komt en een bodemingreep ter hoogte van het permanent kraanplatform.
Op basis van de beslissingsboom is er een archeologienota vereist voor deze vergunningsaanvraag aangezien de vergunningsplichtige bodemingreep de grens van 5.000 m² kan overschrijden.
De archeologienota met ID 34945 werd aangemeld bij onroerend erfgoed op 14/11/2025 en werd door onroerend erfgoed akte genomen op 27/11/2025.
Op basis van de uitgevoerde bureaustudie wordt door INDAR BV in eerste instantie een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Dit proefsleuvenonderzoek heeft tot doel om de bodemopbouw te achterhalen, de diepte van het archeologisch vlak vast te stellen en te onderzoeken of er een archeologisch relevante site aanwezig is binnen de contouren van het plangebied.
In totaal dient 4.753 m² onderzocht te worden. De zone voor verder vervolgonderzoek beperkt zich tot de zones waarbij er bodemingrepen gepland staan ter hoogte van de nieuwe windturbines en de uit te breiden wadi. In de zone ter hoogte van de geplande wadi dient in eerste instantie landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden om de intactheid van de bodem en het verdere steentijdpotentieel te onderzoeken eventueel gevolgd door verdere (voor)onderzoeken. Door de bestaande verhardingen en verstoringen dient er in de zones ter hoogte van de geplande windturbines overgegaan te worden op een proefsleuvenonderzoek.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf.
Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Het project betreft de repowering van twee windturbines en de bijhorende transformatorcabines op de site van Volvo Trucks te Gent. Het gaat om de zuidelijke windturbine WTN1 (fundering circa 616 m²), de noordelijke windturbine WTN2 (fundering circa 616 m²), de zuidelijke transformatorcabine C01 (21 m²) en de noordelijke transformatorcabine C02 (21 m²). Een deel van de fundering van WTN1 ligt in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied.
Voor alle bijkomende verhardingen worden infiltratievoorzieningen voorzien.:
Voor de zuidelijke transformatorcabine C01 wordt infiltratie voorzien door middel van grindstroken rondom de cabine. De oppervlakte van de infiltratiezone bedraagt circa 24 m², waardoor het opgevangen regenwater lokaal kan infiltreren.
De zuidelijke windturbine WTN1 wordt voorzien van een infiltratiezone rondom de fundering, waarbij de zone circa 2 cm verlaagd wordt. De infiltratiezone beslaat ongeveer 637 m², wat groter is dan de funderingsoppervlakte van 616 m², waardoor het hemelwater volledig ter plaatse kan infiltreren. Dit voorziet een buffervolume van ongeveer 12 m³.
De noordelijke transformatorcabine C02 wordt geplaatst in een bestaande groenzone van 21 m². Daar is geen bijkomende verharding voorzien en het regenwater infiltreert volledig ter plaatse in het bestaande groen.
De noordelijke windturbine WTN2 staat op een reeds verhard gebied, maar er worden infiltratiemogelijkheden voorzien door uitbreiding van de bestaande wadi, zodat het hemelwater van de fundering en de nabijgelegen transformatorcabine (totale verharding circa 616 m²) kan infiltreren in een aangrenzende infiltratiezone van circa 637 m².
In totaal bedraagt de bijkomende verharding circa 1.274 m², terwijl de infiltratie- en groenzones circa 1.316 m² beslaan. Hierdoor kan al het hemelwater ter plaatse infiltreren.
Installaties worden beschermd tegen overstromingen door drempels en waterdichte deuren, zonder significante wijzigingen aan het terreinreliëf.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Voor de werftransportzone wordt de kapping gevraagd van 14 niet‑vergunningsplichtige bomen en 2 meerstammige bomen (stamomtrek 56–77 cm). Deze bomen zullen na afloop van de werken opnieuw worden aangeplant op hun oorspronkelijke locatie of in de onmiddellijke omgeving van de turbine. Binnen de invloedzone van de bemaling liggen biologisch waardevolle zones die volgens de biologische waarderingskaart en de droogtekaart van de Stad Gent matig kwetsbaar zijn voor verdroging.
Er wordt een gunstig advies verleend voor de kapping van de twee bomen en voor de bemaling, op voorwaarde dat met de werftoegang rekening wordt gehouden en mits naleving van de volgende voorwaarden:
- Heraanplanting van minstens twee hoogstammige bomen (HS 10/12) tijdens het eerstvolgende plantseizoen na de bouw.
- Droogtemaatregelen: tussen 15 maart en 15 oktober moet, wanneer een droogteperiode van 10 opeenvolgende dagen optreedt (op basis van neerslagstation Vinderhoute – www.waterinfo.be), bevloeiing of infiltratie voorzien worden waar nodig.
- Hiervoor moeten vooraf afspraken worden gemaakt met de Groendienst (groendienst@stad.gent) of met een European Tree Worker/boomexpert.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 2 maart 2026 tot en met 31 maart 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 454 bezwaarschriften ingediend.
In overleg met de GOA zal een aanvullend advies worden opgesteld, waarin de ingediende bezwaren en opmerkingen worden beoordeeld. Dit advies zal vervolgens worden nagestuurd.
De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.
8. OMGEVINGSTOETS
Het aangevraagde moet, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld worden aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO. Het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch kan ook de beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1°, in rekening brengen, evenals de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement, voor zover de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving en de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is.
De oprichting van windturbines kadert in de doelstellingen van de Europese richtlijn en van de Vlaamse Regering inzake de uitbouw van hernieuwbare energiebronnen in Vlaanderen Windenergie kan hierin een belangrijke bijdrage leveren. De elektriciteitsopwekking via windenergie vermijdt het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van voor het milieuschadelijke gassen. De Vlaamse Regering wil conform het Vlaams Energie- en klimaatplan 2021-2030 de energieproductie fors verhogen onder meer met het verder verhogen van de geïnstalleerde capaciteit aan windturbines op land. In het Vlaams Regeerakkoord wordt een ambitie vastgelegd van 2,8 GW tegen 2030 Bijgevolg is het positief benaderen van windturbines en het kaderen van de lange termijnvisie op duurzame ruimtelijke ontwikkeling een cruciaal element in het behalen van deze Vlaamse doelstelling.
De strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen vertaald in omzendbrief OMG/2025/01 op 14/07/2025 door de Vlaamse Regering is goedgekeurd stelt expliciet dat voor hernieuwbare energie voldoende (verweven) ruimte moet worden voorzien om de volledige energietransitie tegen 2050 te realiseren. Als ruimtelijk ontwikkelingsprincipe voor hernieuwbare energieprojecten schuift de strategische visie de drietrapsladder naar voor Grootschalig windturbines leveren een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen inzake hernieuwbare energie Het is dan ook van belang om voldoende ruimte te blijven voorzien voor dergelijke installaties Grootschalige windturbines kunnen een ruimtelijk effect hebben op een site en de ruime omgeving Daarom is een uitgewerkt kader voor de inplanting van grootschalige windturbines met ruimtelijke randvoorwaarden cruciaal Voor grootschalige windturbines wordt daarom de vooropgestelde drietrapsladder als volgt geconcretiseerd.
- Trap 1. Grote windturbines kunnen voorzien worden binnen het bestaande ruimtebeslag.
- Havengebieden, grootschalige bedrijventerreinen, logistieke knooppunten en ontginningsgebieden bieden door hun schaal en hun functie een groot potentieel voor de oprichting van grote windturbines Solitaire windturbines zijn daarbij toegestaan Binnen het bestaande ruimtebeslag wordt de ruimtelijke impact van grote windturbines als beperkt beschouwd,
- Trap 2’ Grote windturbines kunnen gebundeld aan grote infrastructuren worden ingeplant, zoals haventerreinen, industriegebieden, bestaande windturbineparken of grootschalige lijninfrastructuren in het landschap. In deze trap kan het gaan om geclusterde of solitaire windturbines;
- Trap 3’ Grote windturbines in de open ruimte (buiten ruimtebeslag en niet gekoppeld aan grote infrastructuren), worden alleen toegelaten als geclusterde windturbines in een windturbinepark met een totaal vermogen van 20 MW
Gelet op de uitdagingen met betrekking tot de energietransitie en hernieuwbare energie moet het potentieel van deze drie trappen van de drietrapsladder niet opeenvolgend ingevuld worden maar kan er tegelijkertijd ingezet worden op alle drie de trappen.
Omdat potentiële inplantingslocaties in Vlaanderen schaars zijn is het, vanuit het principe van een duurzaam ruimtegebruik, bovendien van belang dat dergelijke locaties zo energetisch optimaal ingevuld geraken.
Zoals in de lokalisatie ook aangegeven voldoet dit project alvast aan trap 1 en trap 2 van de omzendbrief.
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De voorgestelde windturbines met bijhorende kabelwerken en installaties zijn eigen aan het gebied waarin ze gelegen zijn en worden vergunbaar geacht. De voorgestelde turbines worden op die wijze ingepast dat ze op heden of in de toekomst de werking van het omliggende industriegebied of daarmee gelijkgesteld gebied niet hypothekeert.
De Stad Gent heeft geen bezwaar tegen het oprichten van de windturbine en acht deze functioneel inpasbaar.
Schaal, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen
De zichtbaarheid en visuele impact van windturbines wordt beïnvloed door tal van factoren, zoals de afstand van de windturbineopstelling tot de waarnemer, de atmosferische condities en de mate van afscherming door andere landschapselementen, zoals bebouwing en beplanting De manier waarop een bepaald landschap wordt ervaren hangt af van perceptieve kenmerken, deze zijn onder meer:
- schermwerking en compartimentering van het landschap (aanwezigheid van hagen/bomenrijen,..) geeft een indicatie van de open- en geslotenheid van het landschap,
- schaal van het landschap (klem- of grootschalig),
- aanwezigheid van verticale beelddragers;
- rust/onrust, afwisseling en samenhang in het landschap,
- zichtassen.
De bestaande, en af te breken 3 turbines hielden bij de oprichting rekening met de lijninfrastructuur R4. De bestaande 3 turbines werden destijds in die zin ingepland dat ze een evenwijdige lijn maakten met de R4. De nieuw in te passen windturbines met hun tiphoogte van 225m en een rotordiameter van 175m liet niet meer toe om opnieuw een opstelling te maken in die zin. De inpassing van dergelijke turbines binnen een werkende site als Volvo Truck is een evenwichtsoefening inzake plaats, afstand en bereikbaarheid. De nieuwe turbines zullen binnen dit bestaande industrielandschap uitkomen als bakens in het landschap. In de lokalisatienota wordt voldoende aangetoond dat voor dit repoweringsproject rekening gehouden werd met de afstandsregels tot de nabijgelegen woonclusters en kwetsbare locaties.
De turbines worden bovendien ingepland meer in het midden van het industriegebied en dus niet aan de randen. Bovendien is er een duidelijke koppeling met de aanwezige infrastructuren zoals de R4 en de nabijgelegen hoogspanningsleiding.
Er kan geconcludeerd worden dat deze nieuwe op te richten windturbines geen significatie impact zullen hebben op de nabijgelegen woonkwaliteit, de visuele impact beperkt blijft ten aanzien van de bestaande situatie en daarom ruimtelijk inpasbaar zijn.
Mobiliteitsimpact
De voorgestelde nieuwe windturbine met bijhorende installaties zal een beperkte permanente mobiliteitsimpact hebben.
Eventuele mobiliteitshinder zal tijdelijk en beperkt zijn tijdens de aanlegfase, in exploitatiefase wordt geen bijkomende mobiliteitshinder verwacht.
De afbraak van de 3 windturbines en het plaatsen van 2 nieuwe windturbines hebben wel impact op het parkeren. Eén van de te verwijderen windturbines staat in een parkeerzone, waardoor er parkeerruimte vrij komt. De 2 nieuwe windturbines komen in een bestaande parking te staan, waardoor er parkeerplaatsen verdwijnen. Er wordt niet vermeld in het dossier hoeveel parkeerplaatsen voor (afgewerkte) voertuigen er verdwijnen of waar deze gecompenseerd worden. Deze informatie zou eigenlijk in het dossier moeten opgenomen worden. Het is aan Volvo Trucks om hun eigen parkeerbehoefte te reorganiseren op eigen terrein. Het is altijd aangewezen om ook voor de woon-werkverplaatsingen te kijken met welke maatregelen de nodige parkeerruimte kan geoptimaliseerd/verkleind worden.
De aanvraag is aanvaardbaar voor wat het onderdeel mobiliteit betreft.
Cultuurhistorische aspecten
Gezien de ruime afstand tussen de geplande windturbines en het aanwezige onroerend erfgoed, wordt geen rechtstreekse impact verwacht De contextwaarde van veel erfgoedelementen in de omgeving is bovendien al eerder gewijzigd door de ontwikkeling van het omliggende industriële landschap
Bodemrelief
De kabels worden ondergronds aangelegd. De aanvraag gaat met gepaard met aanmerkelijke reliëfwijzigingen.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
AANLEG- EN AFBRAAKFASE
Inrichtingsnummer 20251024-0008: Bemaling windturbines Volvo Trucks - Eneco
Bronbemaling
Voor de afbraak en bouw van de windturbines is een tijdelijke bronbemaling nodig.
Een bemalingsnota is aan het aanvraagdossier toegevoegd.
Algemeen
De exploitatie van de bemaling moet gebeuren volgens de voorwaarden van Vlarem II en de richtlijnen ‘bemalingen ter bescherming van het milieu’ (VMM, 2021).
Bodem en grondwater
Geplande toestand
De maximale diepte van de bemaling bedraagt 7 meter onder het maaiveld. Het grondwaterpeil zal daarbij naar verwachting met circa 4 meter worden verlaagd. Het grondwater wordt onttrokken aan een maximaal debiet van 430 m³ per dag voor WTN1 en 203 m³ per dag voor WTN2, gedurende een periode van 120 dagen.
Het totale cumulatieve onttrekkingsvolume wordt geraamd op ongeveer 20.436 m³. Conform de aanvraag zal het onttrokken grondwater worden geloosd in oppervlaktewater, met name in de Westledebeek.
Bemalingscascade (info: https://www.vmm.be/water/grondwater/bemaling)
In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden (beperken duur, peilgestuurd, waterremmende constructies). Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone (retourbemaling, herinfiltratie). Voor het netto debiet dat overblijft dient onderzocht of nuttig hergebruik mogelijk is.
Indien dit niet mogelijk is of aangewezen mag het grondwater geloosd worden op oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In laatste instantie mag het bemalingswater in de riolering geloosd worden.
Stap 1 beperken en retourneren
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
- het merk en serienummer
- het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Evalueer permanent of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt (verlof, juridisch geschil …). Stuur bij indien mogelijk.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Om het debiet en de impact van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, moet de bemaling gestuurd worden op basis van het peil. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.
Stap 2 hergebruik
Er wordt verwezen naar art. 5.53.6.1.3.§ 3 van Vlarem II. Gezien de bemaling gelegen is op of nabij een risicogrond van het bodemdecreet is er een verhoogd risico op verontreiniging in het bemalingswater waardoor het bemalingswater niet geschikt is om ter beschikking te stellen voor gebruik in nuttige toepassingen. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Stap 3 lozen op waterloop
Op minder dan 200 meter van de plek waar de bemalingspomp wordt opgesteld ligt de Westledebeek. Het bemalingswater moet in eerste instantie op deze waterloop of op een gracht die hierop uitkomt worden geloosd, waarvoor vooraf contact moet worden opgenomen met de waterloopbeheerder van deze waterloop.
Wateroverlast
De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Bodem/grondwaterverontreiniging
De bemaling is niet gelegen in een PFAS no regret zone.
De decretale bodemonderzoeken binnen de stationaire invloedzone van de bemaling werden gescreend. Er wordt geconcludeerd dat de bemaling geen onaanvaardbare verspreiding van (rest)verontreiniging in de omgeving tot gevolg heeft.
Bij bemalingen die gelegen zijn op of nabij (20 m) een perceel dat een risicogrond is, waarvoor een decretaal bodemonderzoek is uitgevoerd, waarvoor een schadegeval gekend is, of waarvoor beperkende maatregelen gelden voor het gebruik van grondwater (bijv. PFAS no regret zone), moet de kwaliteit van het bemalingswater geanalyseerd worden na de aanleg en het schoonpompen van de bemalingsfilters, of in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de aanleg van de bemaling (art. 5.53.6.1.6 van Vlarem II). De bemaling mag pas opgestart worden indien de resultaten beschikbaar zijn en afgetoetst werden aan de geldende norm. De analyseresultaten van het geloosde bemalingswater moeten voor de opstart van de bemaling samen met de beoordeling ten opzichte van de geldende normen bezorgd worden aan de dienst Toezicht van stad Gent via toezicht@stad.gent, met vermelding van het dossiernummer. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Zettingen
De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen). Dit wordt als opmerking opgenomen.
Lozen bemalingswater
Volgens de aanvraag zal het bemalingswater dat geloosd wordt geen gevaarlijke stoffen bevatten in concentraties die hoger zijn dan 10 x de toetsingswaarden vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° van Vlarem II, het lozingsdebiet zal maximaal 1000 m³ per dag bedragen en de lozing zal maximaal zes maanden duren (uitzondering b)
De lozing moet voldoen aan de milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde lozingen van bemalingswater opgenomen in hoofdstuk 6.2 van Vlarem II en aan de sectorale voorwaarden van hoofdstuk 5.53 van Vlarem II.
Geluid
De pomp zal continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Fauna en flora
Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor aanwezige bomen.
Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
EXPLOITATIEFASE
Inrichtingsnummer 20250805-0044: repowering windturbines Volvo Trucks - Eneco
Geluid
Het aanvraagdossier bevat een geluidsstudie die werd opgesteld door een erkende milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen van het studiebureau dB(A)Plan bv. Deze studie heeft als doel de geluidsimpact van het geplande windpark van Eneco te berekenen ter hoogte van een aantal relevante geluidsgevoelige locaties.
Momenteel zijn op de site van Volvo Trucks drie windturbines van Engie operationeel. Deze zullen in de toekomst worden afgebroken en vervangen door twee grotere windturbines van Eneco.
In de geluidsstudie wordt nagegaan of er cumulatieve geluidseffecten kunnen optreden met andere bestaande, vergunde of in ontwikkeling zijnde windturbines in de omgeving. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van de 29-39 dB(A)-contourmethodiek, waarbij onderzocht wordt of de 29 dB(A)-contour van andere windturbines de 39 dB(A)-contour van het project raakt.
Op basis van deze toets wordt geconcludeerd dat de andere windturbines zich op voldoende afstand bevinden en akoestisch niet relevant zijn. Bijgevolg werden deze windturbines niet opgenomen in de verdere geluidsberekeningen.
Er werden 21 beoordelingspunten geselecteerd die representatief zijn voor de woningen of woongebieden die het dichtst bij het geplande windpark gelegen zijn. Deze beoordelingspunten bevinden zich in agrarisch gebied op minder van 500 m van industriegebieden, in bosgebied op minder van 500 m van industriegebieden, in woongebied, in woongebieden op minder van 500 m van industriegebieden of in buffergebied.
Er werden geen geluidsmetingen uitgevoerd van het oorspronkelijk omgevingsgeluid. Daarom gelden de richtwaarden uit bijlage 5.20.6.1 van Vlarem II als grenswaarden.
De berekeningen werden uitgevoerd conform ISO 9613:2-1996, op basis van de geluidsemissiegegevens en uitgaande van een brongeluid van 95% van het normale vermogen van de windturbines. De berekeningen en resultaten zijn geldig voor een situatie met een wind van bron naar ontvanger.
Het type windturbine dat zal worden geplaatst is nog niet gekend. Voor de overdrachtsberekening wordt daarom uitgegaan van een worst-case situatie. De ashoogte bedraagt minimaal 112 meter. De maximale geluidsemissie bij 95% van het volvermogen bedraagt 107,8 dB(A).
Op basis van de overdrachtsberekeningen kan worden vastgesteld dat:
- Het Lsp geproduceerd door het geplande windpark de richtwaarden voor de dagperiode respecteert bij een maximale geluidsemissie van 107,8 dB(A)
- Ook tijdens de avondperiode (19 uur tot 22 uur) en de nachtperiode (22 uur tot 7 uur) aan de opgelegde richtwaarden kan voldaan worden mits er milderende maatregelen worden toegepast in de vorm van reduced noise modes.
De nieuwe windturbines (voorliggende aanvraag) kunnen voldoen aan de sectorale voorwaarden uit Vlarem II, in het bijzonder de richtwaarden voor geluid, door het brongeluid van de windturbines van tijdens de avond- en nachtperiode (van 19 uur tot 7 uur) te beperken.
De geluidsnormen worden hierbij als volgt begrensd voor de avond- en nachtperiode:
- WTN1: 103 dB(A)
- WTN2: 104 dB(A)
Aangezien een validatie van het gebruikte model en een correcte bepaling van het geluidsdrukniveau op immissieniveau van belang zijn om na te gaan of aan de voorwaarden van Vlarem II (in bijzonder de richtwaarden voor windturbinegeluid) of aan eventuele specifieke normen opgelegd in de omgevingsvergunning wordt voldaan, wordt de volgende bijzondere voorwaarde voorgesteld:
De exploitant dient binnen de 6 maanden na ingebruikname van de turbine een controlemeting te laten uitvoeren van het door de fabrikant opgegeven geluidsbronvermogen in combinatie met een immissiemeting bij de meest kritische woningen (te bepalen in samenspraak met de vergunningverlenende overheid). In het meetverslag dienen de gemeten waarden (geluidsbronvermogen in situ + immissiemetingen) ter validatie van het gebruikte model vergeleken worden met de gemodelleerde overdrachtsberekening gebruikt in het dossier. De metingen en overdrachtsberekeningen dienen uitgevoerd te worden door een erkend Vlarem-deskundige in de discipline geluid en trillingen. Een meetvoorstel (cfr. bijlage 4.5.1§2 van Vlarem II) dient 14 kalenderdagen voorafgaand aan de metingen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de vergunningverlenende overheid.
Gezien het relatief grote aantal potentiële gehinderde wordt voorgesteld om ook de gebrideerde normen toe te passen in het weekend en op wettelijke feestdagen, zodat het aantal gehinderde verder kan worden beperkt.
Daarnaast dient er in de bijzondere voorwaarden te worden opgenomen dat de exploitant een meldpunt organiseert waar omwonenden klachten met betrekking tot windturbines kunnen melden. De klachten worden geregistreerd met vermelding van datum, klager, aard van de klacht en de genomen maatregelen. Dit register wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
Slagschaduw
Als gevolg van de draaiende rotor veroorzaken windturbines een bewegende schaduw, de zogenaamde slagschaduw. Op bepaalde plaatsen en onder specifieke omstandigheden kan deze slagschaduw op een raam van een ruimte vallen en daar een hinderlijke wisseling van lichtintensiteit veroorzaken.
De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie waarmee de schaduw passeert, de duur van de blootstelling en de intensiteit van de lichtwisselingen. Daarnaast spelen ook de opstelling en het type windturbine een rol, evenals de kans op hinder (kans op zon en de kans dat de turbine in werking is). De slagschaduw is het meest uitgesproken bij zonsopgang en zonsondergang, wanneer de zon laag aan de horizon staat. In de winter reikt de schaduw bovendien verder dan in de zomer, omdat de zon dan lager staat.
Overeenkomstig de bepalingen van art. 5.20.6.2.3 van Vlarem II geldt voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in industriegebied, met uitzondering van woningen, een maximum van dertig uur effectieve slagschaduw per jaar met een maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag. Voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in alle andere gebieden, en voor woningen in industriegebied, geldt een maximum van acht uur effectieve slagschaduw per jaar, met een maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag.
Een slagschaduwgevoelig object wordt in Vlarem II gedefinieerd als een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken.
Bij de aanvraag is een slagschaduwstudie gevoegd. In deze studie werd een modellering uitgevoerd om na te gaan of de wettelijk vastgelegde slagschaduwnormen voor de representatieve slagschaduwgevoelige objecten worden gerespecteerd. Daarbij werd een toetsing aan de Vlarem-normen uitgevoerd voor 53 kritische, relevante slagschaduwgevoelige objecten.
In de studie werd rekening gehouden met alle reeds vergunde en geplande windturbines in de omgeving. Overeenkomstig Vlarem dient immers een cumulatieve beoordeling te gebeuren met de reeds vergunde en operationele windturbines. Het studiebureau heeft, conform de Handleiding Windturbines van Team Omgevingseffecten, de windturbines geïdentificeerd waarmee relevante cumulatieve effecten kunnen optreden. In totaal werden 11 (9 + 2) windturbines in de omgeving geselecteerd waarmee cumulatief rekening moet worden gehouden.
Uit de studie blijkt dat het geplande windproject, samen met de referentiesituatie en exclusief de drie bestaande windturbines op de Volvo-site, de Vlarem-normen (8 uur per jaar en maximaal 30 minuten per dag) overschrijdt bij 50 geselecteerde representatieve woningen, indien geen milderende maatregelen worden toegepast.
Om te voldoen aan de geldende normen dienen de windturbines te worden uitgerust met een automatische stilstandregeling. Gelet op het grote aantal bewoners in de omgeving van het project, dient bovendien als bijzondere voorwaarde in de vergunning te worden opgenomen dat de exploitant op aanvraag (binnen 72 uur) de informatie over de effectieve slagschaduw per dag ter beschikking stelt.
Gezien de mogelijke impact van slagschaduw op verschillende woningen is een adequate beheersing en controle van de werking volgens de geldende normen essentieel. Het controleverslag dat volgens Vlarem II enkel gedurende de eerste twee jaar moet worden opgemaakt, dient in dit geval blijvend te worden opgesteld en ter beschikking gesteld. Ook dit dient als bijzondere voorwaarde in de vergunning te worden opgenomen.
De exploitant stelt jaarlijks een controlerapport op waar minstens de volgende gegevens terug te vinden zijn:
- aanduiding van de slagschaduwgevoelige objecten en hun lambert coördinaten
- overzicht van effectieve slagschaduw per slagschaduwgevoelig object (binnen contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar)
- overzicht van eventueel genomen remediërende maatregelen
- periodes dat de turbine stilgestaan heeft in kader van slagschaduwbeheersing.
Biodiversiteit
De impact van de windturbines op Natuur en Natura 2000-gebieden, avifauna en vleermuizen is in een natuurstudie bestudeerd door deskundige Mieco-effect.
In de ruime omgeving van het projectgebied zijn er enkele belangrijke leefgebieden voor verschillende vogelsoorten.
Zo is er de Gentse Kanaalzone, die van internationaal belang is voor een aantal vogelsoorten. Deze zone ligt echter op meer dan 2 km van de projectlocatie. Daarnaast bevindt zich binnen een straal van 1 km rond het projectgebied de groenpool het Wonderwoud met de voormalige zandwinningsputten rond Lochristi. Dit gebied wordt onder meer beschouwd als belangrijk voor overwinterende futen. De afstanden tot deze gebieden zijn echter aanzienlijk groter dan de gekende worstcasescenario’s voor verstoringsafstanden bij pleisterende en broedende vogels.
Volgens de risicoatlas zijn er geen belangrijke vogeltrekroutes over het projectgebied. Dit wordt grotendeels bevestigd door de projectspecifieke wintertellingen die werden uitgevoerd in de winter van 2024-2025. Het projectgebied ligt wel binnen een bufferzone van een slaapplaats voor kokmeeuwen en zilvermeeuwen (Sifferdok), maar beide soorten werden tijdens de wintertellingen slechts in zeer beperkte mate waargenomen. Ten noorden van het projectgebied werden wel overvliegende stormmeeuwen.
Uit het vleermuizenonderzoek blijkt dat vleermuizen hoofdzakelijk lokaal voorkomen aan de zuidelijke en oostelijke rand van het industriegebied. De vliegroutes blijven daarbij grotendeels beperkt tot de aanwezige bosstructuren en houtkanten. Zeldzame of voor windturbines gevoelige soorten werden niet, of slechts in zeer beperkte aantallen, waargenomen.
Beide windturbines worden bovendien ingeplant in industriegebied, waardoor geen waardevolle vegetatie of belangrijk leefgebied van soorten wordt ingenomen.
Op basis van de uitgevoerde natuurstudie kan worden geconcludeerd dat de plaatsing van de windturbines op de projectlocatie ter hoogte van Volvo Trucks niet zal leiden tot een significant negatieve impact op biodiversiteit. Milderende maatregelen worden in dit kader niet noodzakelijk geacht.
Voor de verdere beoordeling van het aspect biodiversiteit wordt verwezen naar het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos.
Veiligheid
Er is door het studiebureau Embridge een veiligheidsstudie uitgevoerd om de mogelijke veiligheidsrisico’s van de inplanting van de windturbines op de omgeving te bepalen. De veiligheidsstudie bestudeert de externe mensrisico’s ten gevolge van directe en indirecte risico’s.
Er wordt besloten dat het plaatsgebonden mensrisico en groepsrisico van de windturbines voldoet aan de in Vlaanderen gehanteerde risicocriteria.
De indirecte risico’s ten gevolge van de exploitatie van de windturbines houden verband met de aanwezigheid van Sevesostoffen in installaties in de omgeving van de windturbines. Er zijn geen relevante installaties met Sevesostoffen aanwezig in de omgeving van de windturbines
Aanvullend aan de veiligheidsstudie zullen volgende beveiligingsinrichtingen worden voorzien:
- Een ijsdetectiesysteem dat de windturbine automatisch stillegt bij ijsvorming;
- Een bliksembeveiligingssysteem;
- Een redundant remsysteem;
- Een online-controlesysteem, waarbij onregelmatigheden onmiddellijk worden gedetecteerd en doorgegeven aan een turbine-eigen controle-eenheid.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor Windproject Volvo Trucks met de exploitatie van een bronbemaling en een windturbine van ENECO WIND BELGIUM nv, gelegen te Smalleheerweg 29 en 31, 9041 Gent.
Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:
Geluid
De gebrideerde normen:
WTN1: 103 dB(A)
WTN2: 104 dB(A)
dienen toegepast worden in de avond, nacht en ook tijdens de dag in het weekend en op wettelijke feestdagen.
De exploitant dient binnen de 6 maanden na ingebruikname van de turbine een controlemeting te laten uitvoeren van het door de fabrikant opgegeven geluidsbronvermogen in combinatie met een immissiemeting bij de meest kritische woningen (te bepalen in samenspraak met de vergunningverlenende overheid). In het meetverslag dienen de gemeten waarden (geluidsbronvermogen in situ + immissiemetingen) ter validatie van het gebruikte model vergeleken worden met de gemodelleerde overdrachtsberekening gebruikt in het dossier. De metingen en overdrachtsberekeningen dienen uitgevoerd te worden door een erkend Vlarem-deskundige in de discipline geluid en trillingen. Een meetvoorstel (cfr. bijlage 4.5.1§2 van Vlarem II) dient 14 kalenderdagen voorafgaand aan de metingen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de vergunningverlenende overheid.
De exploitant dient een meldpunt te organiseren waar omwonenden klachten met betrekking tot windturbines kunnen melden. De klachten worden geregistreerd met vermelding van datum, klager, aard van de klacht en de genomen maatregelen. Dit register wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.
Slagschaduw
De windturbines dienen te worden uitgerust met een automatische stilstandregeling
De exploitant dient op aanvraag (binnen de 72 uur) de informatie over de effectieve slagschaduw per dag beschikbaar te stellen
De exploitant stelt jaarlijks en per turbine een controlerapport op waar minstens de volgende gegevens terug te vinden zijn:
- aanduiding van de slagschaduwgevoelige objecten en hun lambert coördinaten
- overzicht van effectieve slagschaduw per slagschaduwgevoelig object (binnen contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar)
- overzicht van eventueel genomen remediërende maatregelen
- periodes dat de turbine stilgestaan heeft in kader van slagschaduwbeheersing.
Wateroverlast
De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
Bemonstering en analyse bemalingswater
De kwaliteit van het bemalingswater moet worden bemonsterd en geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie). De bemaling mag pas in gebruik genomen worden indien de resultaten beschikbaar zijn en afgetoetst werden aan de geldende norm. De analyseresultaten van het geloosde bemalingswater moeten voor de opstart van de bemaling samen met de beoordeling ten opzichte van de geldende normen bezorgd worden aan de dienst Toezicht van stad Gent via toezicht@stad.gent, met vermelding van het dossiernummer.
Fauna en flora
Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor aanwezige bomen.
Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.
Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Heraanplant bomen
- Heraanplanting van minstens twee hoogstammige bomen (HS 10/12) tijdens het eerstvolgende plantseizoen na de bouw.
- Droogtemaatregelen: tussen 15 maart en 15 oktober moet, wanneer een droogteperiode van 10 opeenvolgende dagen optreedt (op basis van neerslagstation Vinderhoute – www.waterinfo.be), bevloeiing of infiltratie voorzien worden waar nodig.
- Hiervoor moeten vooraf afspraken worden gemaakt met de Groendienst (groendienst@stad.gent) of met een European Tree Worker/boomexpert.
Verzoekt de Vlaamse regering om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Inrichtingsnummer 20251024-0008: Bemaling windturbines Volvo Trucks - Eneco
Webapplicatie DOV
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”
Peilsturing
Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken dient een peilsturing van de bemaling te gebeuren. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.
Hergebruik
Er wordt verwezen naar art. 5.53.6.1.3.§ 3 van Vlarem II. Gezien de bemaling gelegen is op of nabij een risicogrond van het bodemdecreet is er een verhoogd risico op verontreiniging in het bemalingswater waardoor het bemalingswater niet geschikt is om ter beschikking te stellen voor gebruik in nuttige toepassingen.
Zettingen
De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen).
Geluid
Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.