Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 59 en 60.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
BEDRIJVENCENTRUM DE PUNT NV met als contactadres Kerkstraat 108, 9050 Gent en Piet Lietaer met als contactadres Posthoornlaan 19, 9080 Lochristi hebben een aanvraag (OMV_2023148196) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 11 juni 2025.
De aanvraag werd op 20 november 2025 in eerste aanleg door college van burgemeester en schepenen voorwaardelijk vergund.
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen werd in beroep gegaan door derde, persoon. Op 14 januari 2026 werd het beroep volledig en ontvankelijk verklaard.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het uitbreiden en de exploitatie van bedrijvencentrum De Punt met loodsen en ateliers voor creatieve, sociale, circulaire en ambachtelijke sectoren
• Adres: Dulle-Grietlaan en Oude Scheldeweg , 9050 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 21 sectie A nrs. 111B en afdeling 22 sectie B nrs. 14F3
Op 16 oktober 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Op 17 oktober 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 14 januari 2026.
ADVIES
Overeenkomstig artikel 34 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het omgevingsvergunningen-decreet bevat het advies van het college van burgemeester en schepenen, minstens volgende gegevens:
1° de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op de percelen waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft;
2° de beschrijving van de bestemming die aan de omgeving in een straal van 500 meter rond het project is gegeven conform de plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een gemotiveerde beoordeling van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening;
4° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu;
5° in voorkomend geval, de voorwaarden die het college nuttig acht;
6° in voorkomend geval, een gemotiveerde beoordeling van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Deze gegevens zijn reeds opgenomen in de collegebeslissing van 20 november 2025 in eerste aanleg. Deze beslissing is bijgevoegd als bijlage en maakt integraal deel uit van het huidige advies.
Aangezien in de beroepschriften nieuwe elementen en nieuwe argumenten worden toegevoegd, voegt het huidige advies volgende aanvullingen toe op de argumentatie in de collegebeslissing in eerste aanleg die in het huidige advies integraal bevestigd en hernomen wordt:
1. BESCHRIJVING VAN DE ELEMENTEN/ARGUMENTEN VAN HET BEROEP EN/OF AANGEPAST VOORSTEL
1. Onregelmatige aanplakking van de beslissing
De beroepsschrijver stelt dat de aanplakking van de beslissing niet correct gebeurde omdat de datum van aanplakking ontbrak.
2. Saucissonering en onvolledige milieubeoordeling
3. Negatieve impact op natuur en onvoldoende natuurtoets
* lokale koeling
* waterbuffering
* habitatfunctie
4. Gebrekkige watertoets
De beroepsschrijver stelt dat er geen expliciete pluviale overstromingsanalyse werd gemaakt, maar enkel verwezen wordt naar riolering en afvoer.
Een uitgewerkt ontwerp voor regenwaterbuffering ontbreekt.
Daarnaast houdt de watertoets naar hun oordeel geen rekening met vergunde of geplande projecten in de omgeving.
5. Onvoldoende mobiliteitstoets
6. Niet-verenigbaarheid met Goede Ruimtelijke Ordening en BPA
Afwijkingen BPA
7. Geluidshinder
8. Geurhinder
9. Gebrekkige maatschappelijke relevantie
Uit een rondvraag blijkt volgens de beroepsschrijver dat vergelijkbare bedrijfsruimten in de buurt al jaren leegstaan, zelfs aan marktconforme prijzen. Daarom betwijfelt hij de noodzaak en maatschappelijke meerwaarde van het project.
2. BEHANDELING VAN DE ELEMENTEN/ARGUMENTEN VAN HET BEROEP EN/OF AANGEPAST VOORSTEL
1. Onregelmatige aanplakking van de beslissing
Het klopt dat de datum op de affiche niet werd ingevuld. Echter wordt geoordeeld dat het geen probleem is dat de datum ontbreekt, aangezien dit gebrek de buren niet weerhouden heeft van het tijdig indienen van de hun beroep.
2. Saucissonering en onvolledige milieubeoordeling
De opsplitsing van de aanvragen heeft niet tot doel een project‑MER of MOBER te omzeilen. Het gaat om twee afzonderlijke projecten met een eigen aanvrager, functie en uitvoeringslogica. Dat beide projecten op naast elkaar gelegen percelen liggen, maakt ze niet automatisch onlosmakelijk verbonden. De Vlaamse regelgeving vereist in dat geval geen gezamenlijke aanvraag.
Omdat elk project op zichzelf staat én de individuele én gezamenlijke effecten afdoende zijn beoordeeld, is er geen bijkomende argumentatie nodig om te verantwoorden waarom beide projecten als afzonderlijk worden beschouwd.
3. Negatieve impact op natuur en onvoldoende natuurtoets
4. Gebrekkige watertoets
De Waterhuishoudingsstudie van Trevi (tb-P-1014651-002/JSC/006) bevat wél een volledige pluviale overstromingsanalyse: in het onderdeel “Compensatie voor overstromingsgevoelig gebied” worden het overstromingsniveau, het compensatievolume, de afwateringsrichting, de afstroming vanuit omliggende zones en de impact van het project uitgebreid berekend en toegelicht. Ook de regenwaterbuffering is uitgewerkt, zowel onder de “Hemelwaterverordening” als onder “Compensatie voor overstromingsgevoelig gebied”. Daarnaast houdt de watertoets wel degelijk rekening met de omgeving: de studie bespreekt expliciet de situatie rond de parking van Sogent, de wegenis, het Arbepark en het bedrijvencentrum De Punt, en onderzoekt de invloed van het project op de waterhuishouding van deze omliggende ontwikkelingen.
5. Onvoldoende mobiliteitstoets
6. Niet-verenigbaarheid met Goede Ruimtelijke Ordening en BPA
Afwijkingen BPA
De maximale bouwhoogte uit het BPA wordt niet overschreden. De afwijking betreft enkel de oppervlakte die in deze hoogte mag worden ingevuld. Ook bij een BPA‑conform bouwvolume kan op dezelfde breedte een gelijkaardig massief effect ontstaan, met dezelfde visuele impact op de skyline.
Er wordt gekozen voor een compactere en dichtere bouwwijze, wat eigen is aan een stedelijke context en toegelicht is in de vergunningsbeslissing. De vermeende waardedaling van omliggende eigendommen is geen ruimtelijk relevant argument.
De stelling dat het gebouw een “massieve muur” vormt, houdt geen rekening met het feit dat een BPA-conform volume een vergelijkbare impact zou hebben.
Tot slot bevindt het perceel zich niet in agrarisch gebied, maar in de zone voor bedrijvigheid. Binnen deze zone zijn afwijkingen op basis van artikel 4.4.9/1 VCRO wél mogelijk wanneer ze ruimtelijk inpasbaar zijn, wat hier het geval is.
Verder wensen we ook nog mee te geven dat het BPA Arbed relevant blijft als juridisch kader voor wat op het betrokken perceel mogelijk wordt geacht. Bij de opmaak in 2003 werd expliciet ruimte voorzien voor het Arbedpark, dat toen werd aanschouwd als een voldoende groenzone voor de omgeving. Het voorliggende perceel werd binnen dit BPA bestemd als bedrijfszone, met een bebouwingsgraad van minimaal 70% en is zelfs 100% bebouwbaar volgens de geldende voorschriften. Het huidige ontwerp voorziet slechts in een bebouwing van 50%, waarmee aanzienlijk minder wordt gebouwd dan toegestaan.
Hoewel het perceel tot op heden onbebouwd bleef, kan het niet onrechtmatig worden toegeëigend als deel van de parkzone. Het behoudt zijn bestemming als bedrijfszone (BPA), zoals ook vastgelegd in het gewestplan (industriegebied). Binnen de stedelijke context moet er ruimte blijven voor economische activiteiten.
7. Geluidshinder
De bezorgdheid over mogelijke geluidshinder door de situering van het gebouw en de circulatiezone aan de parkzijde werd reeds beoordeeld in het kader van de vergunningsaanvraag. Op basis van de omvang van de ateliers, de aard van de activiteiten en de ligging binnen een stedelijke context wordt de geluidshinder als aanvaardbaar beschouwd.
De vrees voor bijkomende hinder door vrachtverkeer buiten de spitsuren verandert deze beoordeling niet. De activiteit genereert een beperkte verkeersintensiteit, en de verwachte bewegingen blijven binnen wat ruimtelijk aanvaardbaar is op deze locatie.
Tot slot is enige mate van geluidshinder eigen aan wonen in een stedelijke omgeving, waar een mix van functies — waaronder bedrijvigheid — gebruikelijk en planologisch voorzien is.
8. Geurhinder
Het advies van Farys bevat enkele technische voorwaarden om geurhinder vanuit de privéwaterafvoer te vermijden. Deze voorwaarden worden integraal opgenomen in de vergunning en zijn een verplichte uitvoeringsplicht voor de aanvrager.
Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze voorwaarden niet correct zouden kunnen worden toegepast.
9. Gebrekkige maatschappelijke relevantie
Volgens de databanken van Stad Gent raken alle bedrijfsruimten, regio Gentbrugge, ingevuld.
CONCLUSIE
Huidig advies herneemt integraal de inhoud en de motieven van de collegebeslissing in eerste aanleg, met dien verstande dat op de nieuwe elementen in het beroepschrift aanvullend advies is gegeven in dit advies.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over de omgevingsvergunningsaanvraag in beroep die bij de college van burgemeester en schepenen werd ingediend.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het uitbreiden en de exploitatie van bedrijvencentrum De Punt met loodsen en ateliers voor creatieve, sociale, circulaire en ambachtelijke sectoren van BEDRIJVENCENTRUM DE PUNT nv en Piet Lietaer, gelegen te Dulle-Grietlaan en Oude Scheldeweg , 9050 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
De voorwaarden en de opmerkingen uit het collegebesluit van 20 november 2025 worden hernomen.