Terug
Gepubliceerd op 13/02/2026

2026_CBS_01123 - OMV_2026012181 - melding voor de exploitatie van een garage - Zinniastraat, 9000 Gent - Aktename

college van burgemeester en schepenen
do 12/02/2026 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 12/02/2026 - 09:11
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Afwezig

Evita Willaert, schepen

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2026_CBS_01123 - OMV_2026012181 - melding voor de exploitatie van een garage - Zinniastraat, 9000 Gent - Aktename 2026_CBS_01123 - OMV_2026012181 - melding voor de exploitatie van een garage - Zinniastraat, 9000 Gent - Aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Mustafov, Aygyun met als contactadres Zinniastraat 17, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2026012181) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 29 januari 2026.

 

De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de exploitatie van een garage

• Adres: Zinniastraat 17, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 16 sectie K nr. 522Z5

 


Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 februari 2026.

 

OMSCHRIJVING MELDING

 

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

 

De melding heeft betrekking op de exploitatie van een garage voor onderhoud en herstellingen.

 

Op deze locatie werd gedurende meerdere jaren een garage uitgebaat. Na een tijdelijke onderbreking wordt de uitbating nu opnieuw aangevraagd door een nieuwe exploitant.

 

Volgende rubrieken worden gemeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | bussen , auto's en scooters | klasse 3 | Nieuw

3 voertuigen

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | onderhoud van auto's, scooters en bussen tot 3.5 ton | klasse 3 | Nieuw

2 hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | airco 4,8 kW ( geen technische fiche beschikbaar, is van vorige uitbater)

compressor 4 kW,  koelkast 1.5 kW (tweedehands gekocht, geen technische fiche beschikbaar) | klasse 3 | Nieuw

10,3 kW

 

2.  HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 25/07/2019 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een garage voor het uitvoeren van herstellingen. (OMV_2019055675)

* Op 24/12/2025 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor het exploiteren van een garage. (OMV_2025156775)

* Op 30/12/2025 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor de overdracht van de exploitatie van een garage. (OMV_2025158452)

* Op 08/01/2026 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor de exploitatie van een garage. (OMV_2026000404)

* Op 15/01/2026 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor de exploitatie van een garage. (OMV_2026003572)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 17/08/1984 werd een weigering afgeleverd voor het vernieuwen van de inrijpoort in de voorgevel en het bouwen van een magazijn. (1984/86)

* Op 14/03/1985 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een inrijpoort in de voorgevel en het slopen en heroprichten van een stapelmagazijn. (1984/1704)

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

 

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

4.  NATUURTOETS

Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Het huishoudelijk afvalwater (niet ingedeeld) wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de melding de natuurtoets doorstaat.

 

5.  OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De aanvraag betreft louter ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde omgevingsvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. Conform VLAREMA is het verplicht het gescheiden bedrijfsafval in te zamelen en gescheiden van het huishoudelijk afval te laten ophalen door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. Het is eveneens verplicht een afvalstoffenregister bij te houden.

Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Aspect afvalwater

De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.

 

Huishoudelijk afvalwater

Er is een beperkte hoeveelheid huishoudelijk afvalwater (< 600 m³) die niet ingedeeld is en in hoofdzaak afkomstig is van de sanitaire installaties. De lozing gebeurt via een septische put op de openbare riolering. De lozing dient te voldoen aan de bepalingen van afdeling 6.2.2. van Vlarem II.

 

Bedrijfsafvalwater

Er wordt volgens het dossier geen bedrijfsafvalwater geloosd. De werkplaats wordt uitsluitend droog gereinigd. Indien men niet nat zal kuisen moeten de afvoerputjes voor het water, zoals aangeduid op het uitvoeringsplan, verwijderd worden. Indien deze afvoerputjes behouden blijven, is de installatie van een KWS-afscheider verplicht.

Ter staving van deze verplichting wordt er als bijzondere voorwaarde opgelegd dat er binnen een termijn van 3 maanden na de aktename een bewijs moet bezorgd worden aan de Dienst Toezicht via toezicht@stad.gent, met vermelding van het dossiernummer, waaruit blijkt dat de afvoerputjes voor water, zoals aangegeven op het uitvoeringsplan zijn verwijderd of indien de putjes behouden blijven dat een KWS-afscheider correct is geïnstalleerd en functioneert.

 

Aspect bodem en grondwater

Werkplaats

Om bodem en grondwaterverontreiniging te voorkomen dient de vloer van de werkplaats effen en ondoordringbaar te zijn. De nodige maatregelen moeten genomen worden om het morsen van vloeibare producten en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Opslag gevaarlijke producten

De opslag van gevaarlijke en brandbare vloeistoffen (zoals oliën, ruitensproeivloeistof, koelvloeistof, …) in vaten en deze in kleine verpakkingen moeten op of in een lekbak of inkuiping geplaatst worden.

Hoewel op het uitvoeringsplan de opslag van olie is aangeduid, worden hiervoor geen rubrieken aangevraagd. Indien deze activiteit indelingsplichtig blijkt, dient dit te worden gemeld en aangevraagd via een wijziging van de aanvraag. Mogelijke indelingsrubrieken zijn 6.4.1, 17.3.2.2.1, 17.3.6.1.b, 17.3.7.1.b en 17.4. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect lucht

Koelinstallaties

Er wordt een airco-toestel met een elektrisch vermogen van 4,8 kW aangevraagd.

Het is onduidelijk wat de aard en de inhoud van het gebruikte koelmiddel is. Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

De koelinstallatie dient te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.

Deze elementen worden als opmerking opgenomen.

 

Compressor

In de werkplaats wordt een compressor gebruikt met een vermogen van 4 kW. Als aandachtspunt wordt meegegeven dat, indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) van de compressor groter is dan 3.000 bar·liter, de compressor te minste om de vijf jaar moet worden onderworpen aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline “houder van gassen of gevaarlijke stoffen”, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II. Dit onderzoek is bedoeld om een maximale beveiliging voor de omgeving te waarborgen.

 

Aspect hinder

De inrichting is gelegen in woongebied en bevindt zich in een dicht bebouwde omgeving. De garage is bereikbaar via een toegang van circa 4 meter breed. Links van de garage bevindt zich een tuin; rechts situeren zich achtergebouwen en een koer.

Er wordt gewerkt op weekdagen van 9u30 tot 18u en op zaterdagen van 9u30 tot 12u.

 

Bij de Dienst Toezicht (Afdeling Milieutoezicht) zijn in de loop der jaren meerdere geluidsklachten met betrekking tot deze locatie geregistreerd.

 

De exploitant moet steeds de nodige maatregelen treffen om hinder voor de omgeving te vermijden en te allen tijde te voldoen aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen. Volgende maatregelen worden voorgesteld als bijzondere voorwaarde:

-       De buitenunit van de airco dient te voldoen aan de geluidsbepalingen van hoofdstuk 4.5 van Vlarem II. De installatie dient zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen.

-       Alle rustverstorende activiteiten zijn verboden op zon- en feestdagen en op werkdagen tussen 19u en 7u en op zaterdag vanaf 12u.

-       Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen e.d..

-       Er moet steeds met gesloten poorten gewerkt worden.

 

Om aan tonen dat de voorziene exploitatie kan uitgevoerd worden in regel met de toepasselijk zijnde geluidsnormen dient, conform de aanmaning van de Dienst Toezicht (Afdeling Milieutoezicht), tegen 13/03/2026 een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden door een erkend milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen. Eventueel milderende maatregelen voortvloeiend uit het akoestisch onderzoek die noodzakelijk zijn om aan de toepasselijke geluidsnormen te kunnen voldoen, dienen met onmiddellijke ingang te worden geïmplementeerd. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

 

CONCLUSIE

Het gevraagde project is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.

De gevraagde melding wordt geakteerd.

 

Volgende rubrieken worden geakteerd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | bussen , auto's en scooters | Nieuw

3 voertuigen

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | onderhoud van auto's, scooters en bussen tot 3.5 ton | Nieuw

2 hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | airco 4,8 kW ( geen technische fiche beschikbaar, is van vorige uitbater)

compressor 4 kW,  koelkast 1.5 kW (tweedehands gekocht, geen technische fiche beschikbaar) | Nieuw

10,3 kW

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een garage aan Mustafov, Aygyun (O.N.:1003355132) gelegen te Zinniastraat 17, 9000 Gent.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Garage AyElss met inrichtingsnummer 20260111-0005 beslist het college als volgt:

 

Geakteerde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | bussen , auto's en scooters | Nieuw

3 voertuigen

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | onderhoud van auto's, scooters en bussen tot 3.5 ton | Nieuw

2 hefbruggen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | airco 4,8 kW ( geen technische fiche beschikbaar, is van vorige uitbater)

compressor 4 kW,  koelkast 1.5 kW (tweedehands gekocht, geen technische fiche beschikbaar) | Nieuw

10,3 kW

 

 

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Afvalwater

Binnen een termijn van 3 maanden na de aktename moet een bewijs bezorgd worden aan de Dienst Toezicht via toezicht@stad.gent, met vermelding van het dossiernummer, waaruit blijkt dat de afvoerputjes voor water, zoals aangegeven op het uitvoeringsplan zijn verwijderd of indien de putjes behouden blijven dat een KWS-afscheider correct is geïnstalleerd en functioneert.

 

Hinder

De exploitant moet steeds de nodige maatregelen treffen om hinder voor de omgeving te vermijden en te allen tijde te voldoen aan de toepasselijke Vlarem-geluidsnormen. Volgende maatregelen worden voorgesteld:

-       De buitenunit van de airco dient te voldoen aan de geluidsbepalingen van hoofdstuk 4.5 van Vlarem II. De installatie dient zodanig te worden opgesteld; uitgerust, ingesteld of aangepast/akoestisch geïsoleerd dat er zich geen overschrijdingen van geluidsnormen in de buurt voordoen.

-       Alle rustverstorende activiteiten zijn verboden op zon- en feestdagen en op werkdagen tussen 19u en 7u en op zaterdag vanaf 12u.

-       Om geluidshinder en luchtverontreiniging te voorkomen, moeten de motoren van de bedrijfsvoertuigen tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen e.d..

-       Er moet steeds met gesloten poorten gewerkt worden.

 

Om aan tonen dat de voorziene exploitatie kan uitgevoerd worden in regel met de toepasselijk zijnde geluidsnormen dient, conform de aanmaning van de Dienst Toezicht (Afdeling Milieutoezicht), tegen 13/03/2026 een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden door een erkend milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen. Eventueel milderende maatregelen voortvloeiend uit het akoestisch onderzoek die noodzakelijk zijn om aan de toepasselijke geluidsnormen te kunnen voldoen, dienen met onmiddellijke ingang te worden geïmplementeerd.

 

Brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Ruimtelijke ordening

Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.

 

Afval

Conform VLAREMA is het verplicht het gescheiden bedrijfsafval in te zamelen en gescheiden van het huishoudelijk afval te laten ophalen door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. Het is eveneens verplicht een afvalstoffenregister bij te houden.

 

Bodem en grondwater

Werkplaats

Om bodem en grondwaterverontreiniging te voorkomen dient de vloer van de werkplaats effen en ondoordringbaar te zijn. De nodige maatregelen moeten genomen worden om het morsen van vloeibare producten en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

 

Opslag gevaarlijke producten

De opslag van gevaarlijke en brandbare vloeistoffen (zoals oliën, ruitensproeivloeistof, koelvloeistof, …) in vaten en deze in kleine verpakkingen moeten op of in een lekbak of inkuiping geplaatst worden.

Hoewel op het uitvoeringsplan de opslag van olie is aangeduid, worden hiervoor geen rubrieken aangevraagd. Indien deze activiteit indelingsplichtig blijkt, dient dit te worden gemeld en aangevraagd via een wijziging van de aanvraag. Mogelijke indelingsrubrieken zijn 6.4.1, 17.3.2.2.1, 17.3.6.1.b, 17.3.7.1.b en 17.4.

 

Vlarebo

Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.

 

Lucht

Koelinstallatie

Het is onduidelijk wat de aard en de inhoud van het gebruikte koelmiddel is. Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

De koelinstallatie dient te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.

 

Compressor

Indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) van de compressor (4 kw) groter is dan 3.000 bar·liter, moet de compressor te minste om de vijf jaar onderworpen worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline “houder van gassen of gevaarlijke stoffen”, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II.