Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Qualita BV met als contactadres Schoonakker 41, 9041 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025131118) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 29 oktober 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het verbouwen van een eengezinswoning
• Adres: Wellingstraat 60, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 15 sectie F nr. 1674_
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 2 december 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 februari 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De te verbouwen woning bevindt zich langs de Wellingstraat in de wijk Elisabethbegijnhof – Prinsenhof – Papegaai – Sint-Michiels. De omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen. Het pand in kwestie betreft een eengezinswoning in gesloten bouworde, bestaande uit 2 bouwlagen en een hellend dak, met de nok loodrecht op de rooilijn.
Het perceel is rechthoekig en heeft een diepte van 15,01m en een breedte van 4,06m. De kadastrale oppervlakte van het perceel bedraagt 64m2. Het perceel is in de bestaande toestand volledig volgebouwd.
Het pand is vastgesteld op de inventaris van het bouwkundig erfgoed als onderdeel van ‘Arbeiderswoningen’ met ID 167454 en wordt als volgt beschreven: “Diephuizen van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), tuitgevel met muurvlechtingen uit de tweede helft van de 17de eeuw - eerste helft van de 18de eeuw. Gelijkaardige huizen als nummer 58, doch gecementeerd en nummer 62 voorzien van spitsboogvormig zoldervenster”.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Slopen gelijkvloers aanbouwvolume + oprichten nieuwe aanbouw
Met deze aanvraag worden de gelijkvloerse aanbouwvolumes gesloopt en vervangen door een nieuwe gelijkvloerse aanbouw. De nieuwe aanbouw wordt perceelsbreed voorzien. De totale bouwdiepte na verbouwing (incl. hoofdvolume) bedraagt 11,18m. Hierbij ontstaat in de nieuwe toestand een buitenruimte met een oppervlakte van 14,14m2. Deze wordt volledig verhard.
De nieuwe aanbouw wordt afgewerkt met een plat dak. De nieuwe dakrand ligt op een hoogte van 3,01m.
Hierbij worden de zijdelingse scheidingsmuren verlaagd, en dit ter hoogte van het gedeelte van het perceel dat wordt ontpit. De linker scheidingsmuur wordt over een diepte van 3,80m verlaagd met maximaal 90cm. De rechter scheidingsmuur wordt over een diepte van 2,35m verlaagd met maximaal 54cm.
Slopen en heroprichten achtergevel hoofdgebouw
De bestaande achtergevel van het hoofdgebouw wordt binnen voorliggende aanvraag integraal gesloopt. Op het gelijkvloers worden deze muren weggelaten om een open grondplan te creëren.
Op de verdieping wordt een nieuwe achtergevel opgetrokken in houtskelet. De bouwdiepte op de verdieping bedraagt 9,09m (ten opzichte van 8,94m in de oorspronkelijke toestand). De achtergevel wordt in de nieuwe toestand afgewerkt met crepi in een witte kleur.
Interne verbouwingswerken
Voor het overige wordt het hoofdvolume intern verbouwd en heringericht. Hierbij wordt het pand intern gestript waarbij de dragende structuren integraal worden vernieuwd. Zowel de vloeren, muren alsook de trap worden vernieuwd. Het gelijkvloers wordt ingericht als een open ruimte waaraan een apart toilet is gekoppeld. Vooraan bevindt zich de zithoek, achteraan de eethoek met open keuken. Op de eerste verdieping worden een nachthal, een badkamer en 2 slaapkamers ingericht.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 27/10/2025 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor de regularisatie van verbouwingswerken. (OMV_2025127390)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'STEDELIJK WONEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 27 juni 2017). De locatie is volgens dit RUP gelegen in stedelijk woongebied.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg BINNENSTAD - DEEL ST-MICHIELS, goedgekeurd op 5 juni 2003, en is bestemd als zone A voor woningen en tuinen.
De aangevraagde handelingen zijn getoetst op hun conformiteit met de stedenbouwkundige voorschriften van de geldende plannen. De aanvraag is niet in overeenstemming met volgende stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg:
- Artikel 3.3.4.1 Bepalingen met betrekking tot de tuinen:
Tuinen van zone A, zone B en zone V voor woningen en tuinen.
Wanneer niet anders bepaald beginnen tuinen bij de achterste bouwlijn van hoofd- en bijgebouwen en lopen tot de achtergrens van het perceel.
Maximum 25% van deze zone mag bebouwd worden op voorwaarde dat minimum 30m2 onbebouwd blijft. Minimum 50% van de tuinoppervlakte moet ingericht worden als onverharde tuin. Dit aandeel wordt berekend ten opzichte van de oppervlakte van de tuinstrook van het betrokken perceel.
Toetsing: niet conform.
Het ontwerp voorziet in het ontpitten van het perceel waarbij in de nieuwe toestand een buitenruimte vrijkomt. Deze buitenruimte heeft een totale oppervlakte van 14,14m2 en wordt integraal verhard. Volgens de voorschriften zou minimaal 50%, hiervan zijnde 7,07m2, als onverharde tuin moeten aangelegd worden.
Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft de bestemming, de maximaal mogelijke vloerterreinindex en het aantal bouwlagen.
Deze afwijking op het BPA inzake de verhardingsgraad is aanvaardbaar. Gelet op de beperkte perceelsoppervlakte en beperkte oppervlakte van de buitenruimte, kan hier akkoord gegaan worden met het integraal verharden van deze buitenruimte. Dit evenwel op voorwaarde dat de verharding wordt voorzien in waterdoorlatende verharding.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, volgende punten worden besproken:
- Artikel 3.4: Gescheiden afvoerstelsels voor afval- en hemelwater;
§1 Verplichting tot aanleg van een gescheiden afvoerstelsel
Bij nieuwbouw, al dan niet na slopen, en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, is de bouwheer verplicht een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien.
Toetsing: niet conform
Het ontwerp voorziet dermate aanpassingen op de gelijkvloerse verdieping dat er kan worden geoordeeld dat de werken in die mate zijn dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan worden aangepast. Ondanks de omvang van de verbouwingswerken en de ingrijpende wijzigingen in het rioleringsstelsel van het pand, wordt in de nieuwe toestand evenwel niet voorzien in en gescheiden afvoerstelsel.
De interne riolering moet -in tegenstelling met het ontwerpplan-zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).
- Artikel 3.6: Septische put;
Dit artikel verplicht de plaatsing van een septische put bij nieuwbouw of bij verbouwingen van het gelijkvloers en/of de kelder die voor gevolg hebben dat het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan worden aangepast.
Het college van burgemeester en schepenen kan bij gemotiveerde beslissing een afwijking van bovenstaande verplichting toestaan indien het technisch niet mogelijk is om een septische put te plaatsen.
Toetsing: niet conform:
Er wordt binnen voorliggende aanvraag geen septische put voorzien. Er wordt een afwijking gevraagd op het plaatsen van een septische put.
Op voorliggend perceel is er onvoldoende plaats om een septische put te kunnen voorzien zonder de stabiliteit van de muren in gevaar te brengen. Gelet op de aard van de verbouwing en gelet op de beperkte onbebouwde ruimte op het perceel, kan een vrijstelling worden verleend voor het plaatsen van een septische put. Een eventueel bestaande septische put moet behouden blijven en geïntegreerd worden in het nieuwe rioleringsstelsel. Het weglaten van een septische put brengt een groter risico mee voor verstoppingen in het buizenstelsel zelf. We adviseren dan ook om geen geheel “onbereikbaar gesloten” stelsel uit te voeren en te voorzien in voldoende controleputjes of andere toegangsmogelijkheden.
- Artikel 3.8: Groendak;
Bij nieuwbouw, herbouw en bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) moet elke nieuwe dakoppervlakte groter dan 6m2 met een hellingsgraad tot 15 graden aangelegd worden als een groendak. Dit groendak moet een buffervolume hebben van minimaal 35 liter per m².
Deze verplichting geldt niet voor dakoppervlaktes van woongebouwen die aangesloten zijn op een hemelwaterput.
Toetsing: niet conform:
In het project is geen hemelwater voorzien. Er wordt een nieuw aanbouwvolume opgericht, afgewerkt met een plat dak met een dakoppervlakte van 7,6m2. De aanvraag voorziet hierbij niet in een groendak. Dit is niet aanvaardbaar. Het dak van de aanbouw moet aangelegd worden als groendak. Dit groendak moet een buffervolume hebben van minimaal 35 liter per m².
- Artikel 4.18 – Appartement, eengezinswoning, schakelwoning en hospitawoning;
Dit artikel stelt dat een appartement/eengezinswoning/schakelwoning/hospitawoning minstens één slaapkamer moet bezitten met een minimum vloeroppervlakte van 11m2. De minimum vloeroppervlakte van eventuele overige slaapkamers bedraagt 7m2.
Voor slaapkamers onder een hellend dak geldt dat ook die oppervlakte wordt meegerekend die een minimale vrije hoogte heeft tussen 1,80m en 2,20m (verbouwing). Minstens 4m² per slaapkamer moet een vrije hoogte hebben van 2,20m bij verbouwing.
Dit artikel stelt verder dat een appartement/eengezinswoning/schakelwoning/hospitawoning binnen de woning een individuele functionele berging moet hebben van minimum 3m2.
Indien deze berging geen afzonderlijke bergruimte is, moet gemotiveerd worden aangetoond dat toch aan deze oppervlaktenorm wordt voldaan.
Toetsing: niet conform:
Binnen voorliggende aanvraag worden er op de 1ste verdieping (deels onderdaks) 2 slaapkamers voorzien met een oppervlakte van respectievelijk ca. 10,1m2 en 9,3m2 waarbij de vrije hoogte groter is dan 1,80m. De woning beschikt bijgevolg niet over een slaapkamer met een minimale vloeroppervlakte van 11m2 . In de vergunde toestand beschikte de woning wel over voldoende ruime slaapkamers. Hieruit wordt geconcludeerd dat een van slaapkamers in de nieuwe toestand over onvoldoende woonkwaliteit beschikt en er niet voldaan wordt aan de minimale comforteisen. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
Er wordt in de nieuwe toestand ook geen berging voorzien in de woning. Er wordt een afwijking gevraagd op het plaatsen van een berging. Dit wordt als volgt gemotiveerd: ‘De technieken zoals ketel, wasmachine, zekeringskast werden ingewerkt in ingemaakte kasten. De woning is beperkt in oppervlakte en het creëren van kleine afgesloten ruimtes zou de ruimtelijkheid van de woning beperken. (…) Ook op de verdieping is de plaats beperkt en is de ruimte maximaal gevuld met 2 slaapkamers en een kleine badkamer, ook hier zijn geen m² op overschot om een afzonderlijke berging te voorzien zonder op te offeren in leefkwaliteit van de slaapkamers.’.
De aanvraag voorziet in de nieuwe toestand een gelijkvloerse leefruimte met open keuken van 38,33m2 . Op de verdieping worden 2 slaapkamers voorzien. Hierbij wordt geoordeeld dat de bewoonbare oppervlakte voldoende ruim is om bergruimte te voorzien. Dit kan bijvoorbeeld door de leefruimte beperkt te verkleinen of door te voorzien in slechts 1 slaapkamer. Hierboven wordt namelijk reeds gesteld dat de woning niet beschikt over een slaapkamer van minstens 11m2 waardoor niet voldaan wordt aan de minimale comforteisen. De indeling op de verdieping moet bijgevolg herdacht worden om te kunnen voldoen aan de minimale oppervlaktenormen voor de slaapkamer(s).
Een berging kan ook (deels) gevormd worden door het voorzien van een voldoende diepe kastenwand. Dit moet uitdrukkelijk op de plannen vermeld worden. De oppervlakte van 3m² moet hierbij gehaald worden. Er wordt in voorliggende aanvraag nergens op de plannen verduidelijkt dat de woning over een dergelijke oppervlakte aan bergruimte beschikt.
Een afwijking op het voorzien van bergruimte wordt bijgevolg ongunstig beoordeeld.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
HEMELWATERPUT
De bestaande woning wordt uitgebreid en er gebeuren werken aan de afwatering in het bestaande hoofdvolume waardoor de plaatsing van een hemelwaterput verplicht is. De volledige horizontale dakoppervlakte van de woning moet in rekening gebracht worden, deze bedraagt 45,43m². Hierdoor moet een hemelwaterput geplaatst worden met een minimale inhoud van 5.000 liter.
Binnen voorliggende aanvraag wordt geen hemelwaterput voorzien. Er wordt een afwijking gevraagd voor het plaatsen van een hemelwaterput omwille van de beperkte perceelsoppervlakte.
Uit voorliggend aanvraagdossier blijkt inderdaad dat het plaatsen van een hemelwaterput met dergelijk volume technisch moeilijk is. Het perceel is beperkt in oppervlakte en beschikt in de nieuwe toestand slechts over een beperkte gelijkvloerse buitenruimte. Bijgevolg wordt de aanvrager vrijgesteld van het plaatsen van een hemelwaterput. Deze vrijstelling impliceert evenwel de verplichting tot het inrichten van de nieuwe platte daken als groendak. Dit conform artikel 3.8 van het algemeen bouwreglement. (zie ook paragraaf 4.3).
INFILTRATIEVOORZIENING
Het perceel is kleiner dan 120m², waardoor er geen infiltratievoorziening aangelegd moet worden.
GROENDAK
Aangezien het dak van de woning niet is aangesloten op een hemelwaterput met hergebruik, moet het nieuwe plat dak als groendak worden aangelegd. (zie ook paragraaf 4.3).
VERHARDING
Met de aanvraag worden op het perceel nieuwe verharding (14,14m2) aangelegd. Deze verharding moet worden aangelegd als waterdoorlatende verharding zodat infiltratie op eigen terrein mogelijk wordt gemaakt.
GRONDWATERBEMALING
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag, mits toepassing van bovenstaande maatregelen, de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 10 december 2025 tot en met 8 januari 2026.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Slopen gelijkvloers aanbouwvolume + oprichten nieuwe aanbouw
Het afbreken van de bestaande aanbouw en het vervangen door een kleinere aanbouw zodat er meer buitenruimte vrijkomt betekent een grote meerwaarde voor deze eengezinswoning. Het voorzien van een buitenruimte voorziet in een verhoging van de woonkwaliteit op voorliggend perceel. Het groot raam in de achtergevel zorgt voor extra lichtinval en versterkt het contact met de buitenruimte. Het bijkomende volume valt binnen de gebruikelijke normen qua bouwdiepte en hoogte. De impact op de aanpalende eigendommen en bij uitbreiding de omgeving is bijgevolg beperkt.
Interne verbouwingswerken
De aanvraag voorziet niet in een kwalitatieve eengezinswoning. De minimale oppervlaktenormen worden niet gehaald waardoor wordt geoordeeld dat de woning onvoldoende woonkwaliteit biedt. De voorziene ruimtes zijn onvoldoende groot. Zo voorziet de woning niet in een slaapkamer met een minimale oppervlakte van 11m2 en is er onvoldoende bergruimte aanwezig. De voorziene inrichting van de nieuwe woning beantwoordt bijgevolg niet aan de hedendaagse comforteisen en biedt onvoldoende woonkwaliteit. (zie ook paragraaf 4.3). Omwille van deze redenen wordt voorliggende aanvraag ongunstig beoordeeld.
Erfgoedwaardering
Het pand kan niet voorafgaand bezocht worden waardoor we geen beeld hebben van de mogelijk resterende erfgoedwaarde. Het dossier bevat evenmin relevante foto’s van het interieur. De opname op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed bevestigen evenwel de architecturale en historische waarde van het pand die tot uiting komt in volgende aspecten:
- Het uitzicht van de gevels: de indeling, geleding, ritmering en materialisatie. Het buitenschrijnwerk werd eerder vervangen;
- Het uitzicht van de daken: met hun volume en dakafwerkingsmateriaal;
- De dragende structuur: dragende muren, dragende houten vloerroosteringen, dragende houten dakconstructie en de trappartijen;
- De indeling: kenmerkende en intact bewaarde plattegrond;
- De ruimtelijkheid die voortvloeit uit de dragende structuur en indeling;
- Authentieke vaste interieurelementen waaronder de schouwlichamen.
Al deze elementen bepalen mede de architectuurhistorische en artistieke waarde van het pand.
De aanvraag betreft de regularisatie van een verregaande verbouwing van het pand. Hierbij werden alle dragende structuren m.u.v. de gemene muren en de voorgevel gesloopt en door een nieuwe constructie vervangen. Bijgevolg zijn de hierboven vernoemde erfgoedwaarden verregaand en onherroepelijk aangetast. Vanuit erfgoedstandpunt worden deze ingrepen betreurd. Gezien dit indruist tegen de principes van goede erfgoedzorg, wordt voorliggende aanvraag ongunstig beoordeeld.
CONCLUSIE
Ongunstig stedenbouwkundig advies: de aanvraag is in strijd met artikel 3.4, 3.8 en 4.18 van het algemeen bouwreglement. De voorziene inrichting van de nieuwe woning beantwoordt niet aan de hedendaagse comforteisen en biedt onvoldoende woonkwaliteit. Bovendien druist de aanvraag in tegen de principes van goede erfgoedzorg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning aan Qualita bv (O.N.:0766944950) gelegen te Wellingstraat 60, 9000 Gent.