Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
VAN HOOREBEKE TIMBER NV met als contactadres Vasco da Gamalaan 1, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023003868) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 april 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen en hernieuwen van een bedrijf voor houtopslag
• Adres: Vasco da Gamalaan 1, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie G nrs. 391B en 404A
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 19 september 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 februari 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen en hernieuwen van een bedrijf voor houtopslag.
Deze aanvraag behelst de vernieuwing van de bestaande milieuvergunning en omzetting naar een omgevingsvergunning, inclusief uitbreiding met:
* Voorzien van compressoren en koelunits, thans vergund voor Van Hoorebeke Panels.
* Vergunnen van een houtbewerkingsatelier, thans vergund voor Van Hoorebeke Panels
* Uitbreiding van de opslag van mazout.
* Voorzien van 2 verdeelinrichtingen voor brandstoffen.
* Opslag van olie, thans vergund onder Van Hoorebeke Panels
* Opslag van drenkingsmiddel, thans vergund onder Van Hoorebeke Panels.
* Vergunnen van een gasketel, thans vergund onder Van Hoorebeke Panels.
De nog lopende milieuvergunning van Van Hoorebeke Panels werd stopgezet (dossier OMV_2025153073), daar dit bedrijf ook niet meer bestaat. De activiteiten van Van Hoorebeke Panels zijn nu onderdeel van Van Hoorebeke Timber.
De activiteiten van het toenmalige Van Hoorebeke Panels zijn nu opgenomen in deze vergunningsaanvraag, waardoor deze rubrieken als nieuw aangevraagd worden. In regel betreft het echter bestaande activiteiten.
Van Hoorebeke Timber is een groothandelaar van hout. Het hout wordt vooral via de kade aan het kanaal Gent-Terneuzen aangevoerd in het bedrijf aangeleverd. Het aangeleverde hout wordt tijdelijk opslagen in overdekte loodsen in afwachting van de verkoop. Van Hoorebeke Timber beschikt ook over een drenkbak voor het chemisch behandelen van het hout.
Al dan niet chemisch behandeld hout kan ook via diverse houtbewerkingsmachines bewerkt worden door Van Hoorebeke Timber op vraag van de klant. Dit gebeurt in het houtbewerkingsatelier.
De hernieuwing werd laattijdig aangevraagd.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslag van 2.000 liter motorolie | klasse 3 | Nieuw | 2000 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallaties met 3 slangen voor het voeden van de vorkheftrucks, horende bij de opslagtank van mazout | klasse 2 | Nieuw | 3 Verdeelslangen |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | klasse 2 | Hernieuwing | 1250 kVA |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Verhoging van het stallen van voertuigen van 15 naar 75 voertuigen andere dan autovoertuigen | klasse 2 | Verandering | + 60 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 97,47 kW | klasse 3 | Nieuw | 97,47 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Verhoging van de opslag van mazout van 4.500 l (hetzij 3,75 ton) naar 20.000 liter (hetzij 16,667 ton) diesel en 2 x 4950l (hetzij 8,25 ton mazout) - verhoging met 21,167 ton | klasse 2 | Verandering | +21,167 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | Nieuw | 10 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | Nieuw | 10 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | Nieuw | 10 ton |
17.3.8.2° | voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 2 | Nieuw | 10 ton |
19.3.2°a) | andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Houtbewerkingsmachines met een totaal geïnstalleerd vermogen van 993.38 kW | klasse 2 | Nieuw | 993,38 kW |
19.4.2° | andere inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8: andere installaties voor houtverduurzaming | Installatie voor het chemisch behandelen van hout met een maximale productiecapaciteit van 49 m³/dag. | klasse 2 | Nieuw | 49 m³/dag |
19.6.1°c) | opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | klasse 2 | Hernieuwing | 75000 m³ |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1411 kW | klasse 3 | Nieuw | 1411 kW |
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
3.6.1. | Afvalwaterzuiveringsinstallatie (+ lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor behandeling van huishoudelijk afvalwater | 2 m³/u
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd: Art. 5.17.4.2.7
Omschrijving: Er wordt een afwijking gevraagd om geen KWS afscheider te moeten plaatsen, daar de tankpiste volledig inpanding is opgesteld.
Motivatie: Er wordt een bijstelling gevraagd omdat de tankpiste volledig inpandig is opgesteld, en dus geen afrekening mogelijk is. De tankpiste staat wel op een ondoordringbare vloer.
Voorstel: Er wordt een bijstelling gevraagd omdat de tankpiste volledig inpandig is opgesteld, en dus geen afrekening mogelijk is. De tankpiste staat wel op een ondoordringbare vloer.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 16/02/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de sloop van 3 windturbines en de bouw en exploitatie van 4 nieuwe windturbines door luminus – repowering kluizendok (gentse zeehaven). (OMV_2023106504)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 18/06/1987 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een tijdelijk slibstort "geuzenhoek". (1986/1484)
* Op 17/09/1997 werd een vergunning afgeleverd voor het baggeren van de zone voor de in aanbouw zijnde kaaimuren en het ophogen van de achterliggende terreinen. (1997/90052)
* Op 23/08/2000 werd een vergunning afgeleverd voor aanleggen van de spoorwegzate in voorbereiding van omlegging vd spoorlijn 55 wondelgem-zelzate, lo tussen km 13,722 en km 22,862 op het grondgebied van de gemeenten evergem en gent en het aanleggen van en spoorwegzate. (1999/40294)
* Op 09/01/2004 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van wegen - tweede fase kluizendok. (2002/40322)
* Op 22/09/2005 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van loodsen (herlocalisatie loodsen momenteel gebruikt voor houtopslag) - fase 1. (2005/40113)
* Op 26/01/2006 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van loodsen en een administratief gebouw (herlocalisatie loodsen gebruikt voor houtopslag) - fase 2. (2005/40250)
* Op 06/07/2006 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van asfaltverharding ten behoeve van de kaaiconcessie en de plaatsing van twee lichtmasten. (2006/40040)
* Op 17/08/2006 werd een vergunning afgeleverd voor de inrichting van een schaverij in een vergunde loods. (2006/40186)
* Op 07/09/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het heraanvragen van 4 loodsen, nieuwbouw kantoorgebouw en terreinwerken (verharding + brug). (2006/40092)
* Op 16/03/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een kantoorgebouw en loods 5, verbouwing loods 3. (2016/07252)
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 14 december 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Op 15 december 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard en er werd beslist dat er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd moest worden. De uiterste beslissingsdatum werd hierdoor verlengd met 60 dagen.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 14 oktober 2025
Geen bezwaar advies van North Sea Port afgeleverd op 1 oktober 2025
Voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Burggravenstroom afgeleverd op 23 oktober 2025
Geen bezwaar advies van Departement Mobiliteit en Openbare Werken - Maritieme Toegang afgeleverd op 5 november 2025
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
6. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project situeert zich in het afstroomgebied van een waterloop in beheer van Havenbedrijf Gent GAB.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- deels gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal - (middelgrote kans op overstromingen).
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
De aanvraag paalt aan de onbevaarbare wateringsgracht nr. OGEN02. Deze openbare waterloop behoort tot het openbaar domein van de Watering de Burggravenstroom en is bezwaard met een wettelijke erfdienstbaarheids- en onderhoudszone ernaast van 5 m breed langs beide zijden van de waterloop.
5 m-voorwaarden wettelijke erfdienstbaarheids- en onderhoudszone beide zijden van de waterloop ‘OGEN02’:
- Geen enkele bebouwing, beplanting en/of constructie zoals omheiningen, tuinhuisjes e.d. zal gedoogd worden binnen een zone van 5 m vanaf de uiterste rand van de waterloop zonder machtiging van het bestuur van de Watering de Burggravenstroom;
- De zone van 5 m naast de uiterste rand van de waterloop dient steeds vrij te blijven om het onderhoud van de waterloop te verzekeren. De ruim- en maaispecie wordt binnen deze zone gedeponeerd (art. 17 wet op de onbevaarbare waterlopen);
- Bij de inplanting van een buffer of infiltratievoorziening dient er voldoende afstand te worden voorzien ten overstaande van de waterloop. De plaatsing is verboden in de zone van 5 m langs de kruin van een onbevaarbare waterloop of wateringsgracht.
Dit wordt opgenomen als opmerking.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
De activiteit of inrichting is deels gelegen in een gebied met een middelgrote overstromingskans onder het huidige klimaat.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen bijkomende wateroverlast zal voordoen.
Waterkwaliteit
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen(indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
7. NATUURTOETS
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
8. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
9. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 29 september 2025 tot en met 28 oktober 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
Een tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigingslus van 23 december 2025 tot en met 21 januari 2026. Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
10. OMGEVINGSTOETS
Ruimtelijke ordening
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De afvalstoffen die binnen Van Hoorebeke Timber gegenereerd worden zijn: zaagresten hout, houtstof, papier en karton, PMD, batterijen, folie, glas en restafval.
Deze afvalstoffen worden selectief ingezameld, en opgehaald door erkende verwerkers. Het hout stof en de zaagresten hout worden hergebruikt voor onder andere de productie van houtpellets.
Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect afvalwater
Er wordt jaarlijks 490 m³ leidingwater en 180 m³ hemelwater verbruikt.
Het leidingwater wordt gebruikt voor het vullen van de drenkbakken en om de vochtigheid in de droogoven te regelen. Een klein deeltje wordt aangewend voor het bereiden van warme dranken en douches. Het hemelwater wordt gebruikt voor het reinigen van de gebouwen, toiletspoeling en sanitair.
Aspect bodem en grondwater
Algemeen
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Opslag gevaarlijke producten
De vorkheftrucks worden aangedreven met mazout. Om deze te kunnen voeden wordt de opslag van 8,25 ton mazout aangevraagd, net als 3 verdeelslangen voor brandstoffen. Er wordt ook een vergunning aangevraagd voor het stockeren van 16,667 ton diesel.
Opslag van mazout gebeurt in een 2 bovengrondse dubbelwandige houders, opgesteld onder een afdak. De houders hebben elk een inhoud van 4950 liter (~4125 kg) en beschikken over een groen keuringsattest d.d. 20.02.2025.
Opslag van diesel (20 000 liter) gebeurt in een nieuwe bovengrondse dubbelwandige houder, opgesteld onder een afdak. Er is een overvulbeveiliging en lekdetectie aanwezig.
Conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II dient na plaatsing van de vaste tank (diesel – 20 000 liter) een keuringsattest vóór de ingebruikname voorgelegd te kunnen worden. Ter staving van de naleving wordt een bijzondere voorwaarde opgenomen. Het keuringsattest vóór de ingebruikname van de dieseltank van 20 000 liter (conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II) dient, binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit, bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.
Het systeem tegen overvulling moet voldoen aan de bepalingen van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). De goede werking van het systeem dient jaarlijks getest te worden door de exploitant of zijn aangestelde. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Het algemeen onderzoek van de houder dient te gebeuren volgens de huidige geldende periodiciteiten of ten minste om de periode die de helft of 75% van de berekende of verwachte levensduur overeenkomstig bijlage 5.17.2 bedraagt. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Bij de verlaadactiviteiten van en naar de houder van 20 000 liter diesel dienen steeds de nodige maatregelen genomen te worden voor voldoende bescherming van bodem en het grond- en/of oppervlaktewater. Naast een vaste vloeistofdichte zone, voorzien van hellingen en eventueel opstaande randen al dan niet gekoppeld aan een calamiteitenopvang, kan een vloeistofdichte vul- en lospuntlekbak of verplaatsbare vloeistofdichte lekbak/vloer toegepast worden om lekken op te vangen. Gezien het occasionele karakter kan akkoord gegaan worden om geen vaste vloeistofdichte zone te voorzien, mits het naleven van de voorzorgsmaatregelen (visuele controle bij verlading, aanwezigheid toezichthoudend personeel, systeem tegen overvulling, gebruik van verplaatsbare vloeistofdichte vloer of lekbak). Deze maatregelen dienen nageleefd te worden om het risico op bodemverontreiniging door lekken bij levering van de gevaarlijke stof te beperken. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Tankpiste
Het tanken van mazout/diesel gebeurt in overdekte loods op een water ondoordringbare betonnen vloer.
De verlaadoperaties (vullen van de houder en bevoorrading bij de verdeelpomp) moet plaatsvinden op een vloeistofdichte standplaats (kunststoffolie, een kleilaag of een evenwaardige afdichting onder de rijvloer voorzien of door voegen tussen de tegels van de rijvloer vloeistofdicht maken of door gebruik te maken van vloeistofdichte beton, vloeistofdichte asfalt of vloeistofdichte resistente coating). De tankplaats dient duidelijk gemarkeerd te zijn.
Er is geen rechtstreekse verbinding met de openbare riolering of oppervlaktewateren.
De verlaadprocedure dient gekend te zijn bij zowel de exploitant/toezichter als de bestuurder van de tankwagen. De aanwezige beschermings- en preventieve maatregelen moeten gekend zijn bij de gebruikers van de zone. Voldoende absorptiematerialen dienen aanwezig te zijn om in geval van lekken snel te kunnen ingrijpen of te beperken dat de stoffen zich verspreiden naar de omgeving. Dit wordt als opmerking opgenomen.
Chemisch behandelen hout
Van Hoorebeke Timber beschikt ook over een drenkbak voor het chemisch behandelen van het hout. Hiervoor wordt de opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus aangevraagd. Deze was vroeger vergund onder Van Hoorebeke Panels, maar de activiteiten van dit bedrijf zijn stopgezet, en zijn nu onderdeel van Van Hoorebeke Timber.
De opslag van de drenkingsmiddel voor het chemisch behandelen van het hout gebeurt in IBC's die opgeslagen worden op opvangbakken, waarbij minimaal de inhoud van 1 IBC (~1000 liter) kan worden opgevangen.
De opslag van olie gebeurt op opvangbakken waarbij minimaal 10% van de totale hoeveelheid, of de inhoud van het grootste recipiënt kan opgevangen worden, in een overdekte loods, zoals bepaald in VLAREM II.
Transformatoren
In de inrichting is een bestaande transformator, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 1 250 kVA, aanwezig.
De transformator is oliehoudend (minerale olie). Op de plaats van de transformator is een uitfrezing voorzien die in geval van lekkage niet kan overlopen. Onder te transformator is een geul voorzien met onderaan een opvangruimte waar alle olie in kan lopen zodat dit niet over kan lopen.
Aspect lucht
Koelinstallaties
Binnen de exploitatie zijn er verschillende koelinstallaties aanwezig. De gebruikte koelmiddelen zijn R32 en R410A.
De warmtepompen/airconditioninginstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.
Enkele warmtepompen/airconditioninginstallaties bevatten een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥5 ton/≥50 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden/zesmaandelijks moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus. Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.
De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.
Deze elementen worden als opmerking opgenomen.
Compressor
Binnen de exploitatie zijn twee compressoren aanwezig:
* AF Belgium RS 15
- 15 kW / 500 liter / 11 bar
De luchtcompressor wordt periodiek onderworpen aan een onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen. Het attest d.d. 26.01.2024 (OCB ref. 6096495) is conform.
* AF Belgium RSF 11
- 11 kW / 270 liter / 11 bar
Het product van de toelaatbare druk en het volume van de luchtcompressor is niet groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II, niet onderworpen te worden aan een onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen.
Stookinstallaties
De exploitatie beschikt over stook installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 1411 kW:
* gasbrander droogoven: 1100 kW (verbrandings- en reinigingsattest conform)
Op de installatie werden emissiemetingen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de stookinstallatie voldoet aan de emissiegrenswaarden, conform hoofdstuk 5.43 van VLAREM II.
* gasbrander schaverij: 350 kW (onderhoudsattest conform)
In de aanvraag is deze opgenomen met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 250 kW. Aangezien het onderhoudsattest melding maakt van 350 kW werd dit geverifieerd. Het kentekenplaatje van de installatie bevestigt een vermogen van 350 kW. Het totale vermogen van de aangevraagde rubriek wordt bijgevolg ambtshalve verhoogd tot 1511 kW.
De correctie van het vermogen heeft ook als gevolg dat op deze installatie emissiemetingen uitgevoerd moeten worden. Derhalve wordt een bijzondere voorwaarde opgenomen:
Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning moet het meetverslag van de emissiemetingen van de stookinstallatie ‘gasbrander schaverij’ conform artikel 5.43 van VLAREM II aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent bezorgd worden (toezicht@stad.gent - met vermelding van het dossiernummer).
* gasbrander kantoren: 40 kW (onderhoudsattest conform)
* gasbrander kantoren schaverij: 21 kW (onderhoudsattest conform)
Voor de stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 300 kW zijn geen emissiegrenswaarden van toepassing.
Stof
Er is een collectieve stofafzuiging voorzien op de behandelingsinstallaties van hout, met luchtreiniging via cycloon en filters.
Aspect geluid
Al dan niet chemisch behandeld hout kan ook via diverse houtbewerkingsmachines bewerkt worden door Van Hoorebeke Timber op vraag van de klant. Dit gebeurt in het houtbewerkingsatelier. Dit atelier beschikt over tal van houtbewerkingsmachines, met een totaalvermogen van 993,38 kW. Deze waren vroeger ook vergund onder het bedrijf Van Hoorebeke Panels, waarvan de activiteiten zijn overgedragen naar Van Hoorebeke Timber.
De houtbehandelingsmachines zijn volledig gelegen in gebouwen en de stofafzuigmotoren staan binnen opgesteld.
Gelet op de gunstige ligging en het ontbreken van klachten, wordt er geen geluidshinder verwacht.
Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
Aspect mobiliteit
In het dossier wordt de volgende verkeersgeneratie beschreven: 76 personenwagenbewegingen door het personeel per dag en 60 vrachtwagenbewegingen per dag. Het bedrijf streeft er naar om 50% van het hout te laten verhandelen via vaartuigen, zodat op deze wijze het vrachtverkeer gehalveerd is. Door het inzetten op het verhandelen van hout per vaartuig, wordt het aantal voertuigbewegingen beperkt wat positief is.
Het project is via de N474 (Vasco da Gamalaan) en het ovaal van Wippelgem zeer goed ontsloten richting het hogere weggennet (R4) waarbij er niet door bewoonde gebieden dient gereden te worden. Alle afvoeren gebeuren via deze weg, waardoor er hierdoor geen problemen te verwachten zijn.
Voor het interne verhandelen van de diverse houtsoorten beschikt Van Hoorebeke Timber over tal van vorkheftrucks. Tevens blijven opleggers van vrachtwagens soms overnight in wacht staan op de site, waardoor het stallen van voertuigen wordt aangevraagd.
Aspect brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 064784-002/PVH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Aspect bijstelling voorwaarden
Er wordt een afwijking gevraagd van artikel 5.17.4.2.7 van VLAREM II met als doel om geen KWS afscheider te moeten plaatsen, daar de tankpiste volledig inpanding is opgesteld.
Er wordt geen KWS-afscheider voorzien. Er kan geen hemelwater op de vloeistofdichte piste komen. Aangezien er geen rechtstreekse verbinding is met de openbare riolering of oppervlaktewateren kan akkoord gegaan worden om geen KWS-afscheider te voorzien.
In afwijking van artikel 5.17.4.2.7 van VLAREM II dient er geen KWS-afscheider voorzien te worden bij de inpandige tankpiste.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubriek wordt ongunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1411 kW | Nieuw | 1411 kW |
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslag van 2.000 liter motorolie | Nieuw | 2000 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallaties met 3 slangen voor het voeden van de vorkheftrucks, horende bij de opslagtank van mazout | Nieuw | 3 Verdeelslangen |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Hernieuwing | 1250 kVA |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Verhoging van het stallen van voertuigen van 15 naar 75 voertuigen andere dan autovoertuigen | Verandering | 60 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 97,47 kW | Nieuw | 97,47 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Verhoging van de opslag van mazout van 4.500 l (hetzij 3,75 ton) naar 20.000 liter (hetzij 16,667 ton) diesel en 2 x 4950l (hetzij 8,25 ton mazout) - verhoging met 21,167 ton | Verandering | 21,167 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
17.3.8.2° | voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
19.3.2°a) | andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Houtbewerkingsmachines met een totaal geïnstalleerd vermogen van 993.38 kW | Nieuw | 993,38 kW |
19.4.2° | andere inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8: andere installaties voor houtverduurzaming | Installatie voor het chemisch behandelen van hout met een maximale productiecapaciteit van 49 m³/dag. | Nieuw | 49 m³/dag |
19.6.1°c) | opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Hernieuwing | 75000 m³ |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1511 kW | Nieuw | 1511 kW |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20230111-0056) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslag van 2.000 liter motorolie | klasse 3 | 2000 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallaties met 3 slangen voor het voeden van de vorkheftrucks, horende bij de opslagtank van mazout | vlarebo : B | klasse 2 | 3 Verdeelslangen |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Transfo's, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 1.250 kVA | klasse 2 | 1250 kVA |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Stallen van 75 voertuigen andere dan autovoertuigen | klasse 2 | 75 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 97,47 kW | klasse 3 | 97,47 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Opslag van 16,667 ton diesel en 8,25 ton mazout in 3 dubbelwandige bovengrondse VLAREM gekeurde houders | vlarebo : A* | klasse 2 | 24,917 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | 10 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | 10 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | 10 ton |
17.3.8.2° | voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | vlarebo : A | klasse 2 | 10 ton |
19.3.2°a) | andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Houtbewerkingsmachines met een totaal geïnstalleerd vermogen van 993.38 kW | klasse 2 | 993,38 kW |
19.4.2° | andere inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8: andere installaties voor houtverduurzaming | Installatie voor het chemisch behandelen van hout met een maximale productiecapaciteit van 49 m³/dag. | vlarebo : A | klasse 2 | 49 m³/dag |
19.6.1°c) | opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Opslag van 75.000 m³ in overdekte loodsen. | klasse 2 | 75000 m³ |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1511 kW | klasse 3 | 1511 kW |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
TERMIJN
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor onbepaalde duur.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen en hernieuwen van een bedrijf voor houtopslag aan VAN HOOREBEKE TIMBER nv (O.N.:0400114805) gelegen te Vasco da Gamalaan 1, 9042 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Van Hoorebeke Timber met inrichtingsnummer 20230111-0056 beslist het college als volgt:
Geweigerde rubriek:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1411 kW | Nieuw | 1411 kW |
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslag van 2.000 liter motorolie | Nieuw | 2000 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallaties met 3 slangen voor het voeden van de vorkheftrucks, horende bij de opslagtank van mazout | Nieuw | 3 Verdeelslangen |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Hernieuwing | 1250 kVA |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Verhoging van het stallen van voertuigen van 15 naar 75 voertuigen andere dan autovoertuigen | Verandering | 60 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 97,47 kW | Nieuw | 97,47 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Verhoging van de opslag van mazout van 4.500 l (hetzij 3,75 ton) naar 20.000 liter (hetzij 16,667 ton) diesel en 2 x 4950l (hetzij 8,25 ton mazout) - verhoging met 21,167 ton | Verandering | 21,167 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
17.3.8.2° | voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | Nieuw | 10 ton |
19.3.2°a) | andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Houtbewerkingsmachines met een totaal geïnstalleerd vermogen van 993.38 kW | Nieuw | 993,38 kW |
19.4.2° | andere inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8: andere installaties voor houtverduurzaming | Installatie voor het chemisch behandelen van hout met een maximale productiecapaciteit van 49 m³/dag. | Nieuw | 49 m³/dag |
19.6.1°c) | opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Hernieuwing | 75000 m³ |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1511 kW | Nieuw | 1511 kW |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20230111-0056) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | Opslag van 2.000 liter motorolie | klasse 3 | 2000 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen: overige inrichtingen | Brandstofverdeelinstallaties met 3 slangen voor het voeden van de vorkheftrucks, horende bij de opslagtank van mazout | vlarebo : B | klasse 2 | 3 Verdeelslangen |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Transfo's, met een totaal geïnstalleerd vermogen van 1.250 kVA | klasse 2 | 1250 kVA |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | Stallen van 75 voertuigen andere dan autovoertuigen | klasse 2 | 75 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Compressoren en koelinstallaties met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 97,47 kW | klasse 3 | 97,47 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | Opslag van 16,667 ton diesel en 8,25 ton mazout in 3 dubbelwandige bovengrondse VLAREM gekeurde houders | vlarebo : A* | klasse 2 | 24,917 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | 10 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | 10 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | klasse 3 | 10 ton |
17.3.8.2° | voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Opslag van 10 ton drenkingsmiddel Sarpeco 9-plus | vlarebo : A | klasse 2 | 10 ton |
19.3.2°a) | andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | Houtbewerkingsmachines met een totaal geïnstalleerd vermogen van 993.38 kW | klasse 2 | 993,38 kW |
19.4.2° | andere inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8: andere installaties voor houtverduurzaming | Installatie voor het chemisch behandelen van hout met een maximale productiecapaciteit van 49 m³/dag. | vlarebo : A | klasse 2 | 49 m³/dag |
19.6.1°c) | opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer dan 400 m3 in een lokaal) | Opslag van 75.000 m³ in overdekte loodsen. | klasse 2 | 75000 m³ |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1511 kW | klasse 3 | 1511 kW |
43.1.1°a) | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) | Gasgestookte ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1411 kW | klasse 3 | 1411 kW |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor onbepaalde duur.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. Het keuringsattest vóór de ingebruikname van de dieseltank van 20 000 liter (conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II) dient, binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit, bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.
2. Bij de verlaadactiviteiten van en naar de houder van 20 000 liter diesel dienen steeds de nodige maatregelen genomen te worden voor voldoende bescherming van bodem en het grond- en/of oppervlaktewater. Naast een vaste vloeistofdichte zone, voorzien van hellingen en eventueel opstaande randen al dan niet gekoppeld aan een calamiteitenopvang, kan een vloeistofdichte vul- en lospuntlekbak of verplaatsbare vloeistofdichte lekbak/vloer toegepast worden om lekken op te vangen. Gezien het occasionele karakter kan akkoord gegaan worden om geen vaste vloeistofdichte zone te voorzien, mits het naleven van de voorzorgsmaatregelen (visuele controle bij verlading, aanwezigheid toezichthoudend personeel, systeem tegen overvulling, gebruik van verplaatsbare vloeistofdichte vloer of lekbak). Deze maatregelen dienen nageleefd te worden om het risico op bodemverontreiniging door lekken bij levering van de gevaarlijke stof te beperken.
3. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning moet het meetverslag van de emissiemetingen van de stookinstallatie ‘gasbrander schaverij’ conform artikel 5.43 van VLAREM II aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent bezorgd worden (toezicht@stad.gent - met vermelding van het dossiernummer).
4. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 064784-002/PVH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: Art. 5.17.4.2.7: In afwijking van artikel 5.17.4.2.7 van VLAREM II dient er geen KWS-afscheider voorzien te worden bij de inpandige tankpiste.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Water
* 5 m-voorwaarden wettelijke erfdienstbaarheids- en onderhoudszone beide zijden van de waterloop ‘OGEN02’:
- Geen enkele bebouwing, beplanting en/of constructie zoals omheiningen, tuinhuisjes e.d. zal gedoogd worden binnen een zone van 5 m vanaf de uiterste rand van de waterloop zonder machtiging van het bestuur van de Watering de Burggravenstroom;
- De zone van 5 m naast de uiterste rand van de waterloop dient steeds vrij te blijven om het onderhoud van de waterloop te verzekeren. De ruim- en maaispecie wordt binnen deze zone gedeponeerd (art. 17 wet op de onbevaarbare waterlopen);
- Bij de inplanting van een buffer of infiltratievoorziening dient er voldoende afstand te worden voorzien ten overstaande van de waterloop. De plaatsing is verboden in de zone van 5 m langs de kruin van een onbevaarbare waterloop of wateringsgracht.
Afval
* Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
Bodem en grondwater
* Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 10 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.
* Het systeem tegen overvulling moet voldoen aan de bepalingen van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). De goede werking van het systeem dient jaarlijks getest te worden door de exploitant of zijn aangestelde.
* Het algemeen onderzoek van de houder dient te gebeuren volgens de huidige geldende periodiciteiten of ten minste om de periode die de helft of 75% van de berekende of verwachte levensduur overeenkomstig bijlage 5.17.2 bedraagt.
* De verlaadprocedure dient gekend te zijn bij zowel de exploitant/toezichter als de bestuurder van de tankwagen. De aanwezige beschermings- en preventieve maatregelen moeten gekend zijn bij de gebruikers van de zone. Voldoende absorptiematerialen dienen aanwezig te zijn om in geval van lekken snel te kunnen ingrijpen of te beperken dat de stoffen zich verspreiden naar de omgeving.
Lucht
* De warmtepompen/airconditioninginstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. Voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW houdt dit onder meer in dat ze regelmatig moeten worden gekeurd door een erkende airco-energiedeskundige overeenkomstig VLAREL.
* Enkele warmtepompen/airconditioninginstallaties bevatten een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥5 ton/≥50 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden/zesmaandelijks moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus. Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.
* De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.