Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
LOCATIONLUX S.A. met als contactadres Route d'Arlon 19-21, 8009 Strassen heeft een aanvraag (OMV_2025147333) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 9 december 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het verbouwen van een eengezinswoning
• Adres: Parklaan 93-95, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 8 sectie H nr. 23C3
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 december 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 30 januari 2026.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Bestaande toestand
Omgeving
Het perceel ligt langs de Parklaan in de wijk ‘Stationsbuurt-Noord’ .
De bebouwing in de omgeving is van het type gesloten bebouwing, de hoofdgebouwen tellen 3,5 tot 7 bouwlagen. De panden zijn hoofdzakelijk ingevuld met de functie wonen (zowel eengezinswoningen, alsook meergezinswoningen)
Morfologie perceel en bebouwing
* Afmetingen perceel: Oppervlakte +/-195 m², straatbreedte: 6,06 m.
* Type bebouwing: Rijbebouwing met een voortuin.
* Functie van het pand: Eengezinswoning (2 huisnummers dateren van verdwenen 2 woongelegenheden).
* Volume hoofdgebouw: Een bel-etage woning met 3,5 bouwlagen en een mansardedak, met een vooraan grote erkeruitbouw (2,5 bouwlagen hoog). Diepte: 10,12 m (gemeten vanaf het linkerdeel van de voorgevel).
* Volume aanbouwen:
Links: 3 bouwlagen met plat dak boven het maaiveld van de achtertuin en een diepte van 15,09 m. Rechts: 2 bouwlagen met licht hellend dak tot een diepte van 12,83 m.
* Oppervlakte buitenruimte: De achtertuin meet +/-78,5 m² en de voortuin +/-23,4 m². Beide tuinen zijn begroend, met wat verharding in.
Erfgoed
Het pand is gelegen binnen een op het gewestplan ingekleurd woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Binnen deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden gegrond op de wenselijkheid van behoud.
Het pand is eveneens opgenomen op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed. Het pand betreft een deel van een tweewoonst die in 1901 werd opgetrokken door en voor architect G. Vereecken. Het betreft een eclectische burgerwoning op bel- etage gekenmerkt door, onder meer, een gevel in kalksilicaatstenen, graffito afwerking, een erker en een mansarde dak.
Voor de volledige beschrijving en aanduiding, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/18575
Het pand is gelegen binnen het beschermde stadsgezicht van de ‘Parklaan met omgeving’. De Parklaan met omgeving is beschermd als stadsgezicht omwille van het algemeen belang gevormd door de architecturale, stedenbouwkundige en historische waarden. Voor de aanduiding, contour, de volledige beschrijving en het beschermingsbesluit, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/21168
Voor de Parklaan geldt een goedgekeurd beheersplan, zie: https://plannen.onroerenderfgoed.be/plannen/1187
De ligging binnen het gebied met culturele, historische en/of esthetische waarde, de opname op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed en de ligging binnen het beschermd stadsgezicht zijn aanduidingen van de intrinsieke erfgoedwaarde van het pand. Deze erfgoedwaarde wordt bepaald door verschillende aspecten:
- Het uitzicht: van de gevels met hun indeling, ritmiek, gevelafwerkingsmateriaal en buitenschrijnwerk, van het dak met volume en dakafwerkingsmateriaal.
- De dragende structuur: dragende muren, houten vloerroosteringen, houten dakconstructie en eventueel keldergewelven. Ook de trappartij behoort hiertoe.
- De indeling: kenmerkende plattegrond voor de periode van oprichting
- De ruimtelijkheid: die voortvloeit uit de dragende structuur en indeling.
- Authentieke interieurelementen: sierlijsten, sierplafonds, schouwen, …
Foto’ van het interieur hebben aangetoond dat het pand ook in het interieur nog erfgoedwaarden bezit. Zo zijn er onder meer het marmeren inkomsas, de beglaasde dubbele deur tussen inkomsas en trappenhal, een aantal te behouden binnendeuren, een te behouden marmeren schouwmantel in de voorste plaats op de bel-etage, en een houten trap die vanaf de bel-etage tot op de 2de verdieping doorloopt.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Programma
De nieuwe woonvorm is een ‘eengezinswoning in de vorm van ‘samenhuizen van de stad Gent’ https://stad.gent/sites/default/files/page/documents/Samenhuizen%20in%20Gent.pdf .
Deze woonvorm moet voldoen aan alle volgende voorwaarden:
1/ Eén huurcontract (volgens de Woninghuurwet) wordt afgesloten voor de volledige woning.
2/ Alle bewoners worden in de huurovereenkomst vermeld en elke bewoner ondertekent de huurovereenkomst.
3/ Alle bewoners nemen domicilie op het adres.
4/ De woning mag fysiek niet opgedeeld worden.
Volume
*In het dak van het hoofdgebouw wordt in het achterste dakvlak wordt een dakopbouw geplaatst: Deze constructie wordt opgericht op 0,90 m achter de kroonlijst, houdt 0,81 m afstand tot de rechter zijperceelsgrens, steekt 1,86 m uit boven het dakvlak en heeft een breedte van 2,33 m.
* De gelijkvloerse aanbouw rechts:
De huidige glazen aanbouw wordt vervangen door een nieuwe, duurzamere aanbouw met schuin glazen dak. De diepte meet opnieuw 2,67 m, de breedte 3,50 m en de dakrandhoogte 4,88 m meet boven het trottoirpeil. Tegen het hoofddak wordt een plat dak voorzien, dat deels als dakterras wordt ingericht met een vloerniveau van 5,97 m boven het trottoirpeil. Het terras houdt 1,30 m afstand tot de rechter zijperceelsgrens en er wordt een zichtscherm van 1,80 m hoog geplaatst.
* Ophoging van bestaande aanbouw (2 bouwlagen met plat dak) links:
Hierboven wordt, tegen het hoofdgebouw, nog een kleine ophoging met plat dak voorzien met een diepte van 1,25 m, een breedte van 1,25m, een extra hoogte van 1,01 m en een afstand van 1,45 m tot de linker zijperceelsgrens.
Profielen scheidingsmuren (bouwhoogten refereren naar het trottoirpeil)
Geen aanpassingen aan de profielen van de scheidingsmuren.
Gevels
* Voorgevel hoofdgebouw: Volgens de nota worden er geen werken aan de voorgevel uitgevoerd.
* Achtergevels hoofd- en aanbouwen: Er wordt nieuw schrijnwerk voorzien in gemoffeld aluminium.
Hierbij wordt het onderste raam van de 1e verdieping vervangen door een deur naar het terras.
Binnenindeling
* Souterrain: Dit wordt volledig met gemeenschappelijke functies ingericht:
Rechts: een zithoek, een eetplaats en een winterkamer.
Links: een lagere wijnkelder, een lokaal voor vuilbakken en technische aangelegenheden, een gemeenschappelijke berging/wasplaats, een toilet, een sas en een keuken.
De oude trap tussen souterrain en bel-etage wordt uitgebroken. De toegang gebeurt via de bestaande trap in de zitruimte. De achtertuin is eveneens in gemeenschappelijk gebruik.
* De bel-etage:
Rechts: een gemeenschappelijke zithoek, 1 slaapkamer gekoppeld aan de nieuwe veranda.
Links: de trappenhal en gang, een kleine berging, een toilet en een was/strijkplaats.
* De 1ste verdieping:
Rechts: een gemeenschappelijke ontspanningsruimte met werkhoek, en 1 slaapkamer verbonden aan het dakterras.
Links: Een gemeenschappelijke keuken, de trappenhal en een badkamer (inclusief toilet) die aangepast wordt om privaat bij de slaapkamer te horen.
* De 2de verdieping:
Rechts: Een gemeenschappelijke bibliotheek/werkzone, een trap naar de dakverdieping, en een 2e gemeenschappelijke werkzone.
Links: Een bestaande gemeenschappelijke badkamer, toilet en de trappenhal.
* Dakverdieping:
Vooraan 1 slaapkamer met dressing, centraal de trap en achteraan 1 slaapkamers met de nieuwe dakopbouw.
Aanpassingen buitenruimte / verharding
Er worden geen aanpassingen voorzien aan de voor- en achtertuin en de aanwezige verharding.
Aanpassingen riolering / waterhuishouding
Alle waterafvoeren worden aangesloten op het bestaande gescheiden waterafvoer.
Op de plannen wordt voor het afvalwater verwezen naar een bestaande put in de voortuin.
De bebouwde en verharde oppervlakte blijft behouden, er wordt geen hemelwaterput en/of infiltratieput voorzien.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
- Op 23/01/2025 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van een eengezinswoning (OMV_2024117306).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 22 december 2025 onder ref. 4.002/44021/32.188:
Het agentschap Onroerend Erfgoed verleent voor de gevraagde handelingen onder voorwaarden een gunstig advies (omgevingsvergunning art. 6.4.4, §2 / Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013):
Motivering
Het burgerhuis op nummer 93-95 in de Parklaan is gelegen binnen het stadsgezicht ‘Parklaan en omgeving’, beschermd bij ministerieel besluit van 25 oktober 2017 omwille van de architecturale, stedenbouwkundige en historische waarden. Het betreffende burgerhuis draagt in hoge mate bij aan de erfgoedwaarde in het stadsgezicht, dat bestaat uit een staalkaart van gangbare architectuurstijlen die de belle époque typeren, zoals eclectisch geïnspireerde bouwstijlen. Het betreffende pand is bovendien erg gaaf bewaard.
Parklaan 93-95 maakt deel uit van twee identieke burgerhuizen naar ontwerp van architect G. Vereecken in eclectische stijl. Beide burgerhuizen zijn achterin op het perceel gelegen en ze hebben een omheinde voortuin met decoratief hekwerk. Ook de oorspronkelijke tuinaanleg bleef volgens het beschermingsbesluit bewaard. Het rijhuis bestaat uit twee traveeën en drie en een halve bouwlaag onder een leien mansardedak. Het gevelparement bestaat uit een beige geglazuurde baksteen met horizontale banden en waterlijsten, op een lage hardstenen plint. Onder de kroonlijst is een (mogelijk sgraffito-) beschildering aanwezig. Ook het oorspronkelijk schrijnwerk is nog bewaard. Het burgerhuis was initieel gebouwd als een tweewoonst met twee huisnummers.
De voorliggende aanvraag volgt op de geweigerde vergunning 2024117306, die aanvraag beoogt de realisatie van een cohousing project binnen de bestaande eengezinswoning. Dit gaat gepaard met grote verbouwingswerken in het interieur, in het dakvolume en aan de achterzijde van het pand. Volgens de bijgevoegde nota zijn er geen werken aan de voorgevel en het dak (zichtbaar vanop op het openbaar domein) gepland. De nieuwe invulling gaat gepaard met het inbrengen van een lift en de realisatie van twee terrassen aan de achterzijde, waaronder een dakterras, met dakuitbouw. In de aanvraag staat ook vermeld dat de fietsen in de voortuin op het pad langsheen het hekwerk tussen beide burgerhuizen geplaatst worden.
Ons advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden.
We hernemen hieronder grotendeels de voorwaarden uit het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed d.d. 20/12/2024:
- Alle ingrepen en verbouwingswerken in het interieur mogen geen impact hebben op het uitzicht van de straatgevel (met inbegrip van het schrijnwerk) en het dak. Concreet betekent dit dat een aanpassing van de vloeropbouw niet mag resulteren in een conflict met de gevelopeningen;
- De lift moet onderdaks blijven en mag niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein;
- Ook de dakuitbouw aan de tuinzijde mag niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein. Het uitzicht van het mansardedak moet aan de straatzijde gaaf bewaard blijven, met inbegrip van alle afmetingen, materialisatie en aansluitingen;
- Het plaatsen van fietsen in de voortuin mag geen schade toebrengen aan de oorspronkelijke tuinaanleg en het decoratieve smeedijzeren hekwerk. Conform het beschermingsbesluit, art.3.1,§1, beheersdoelstelling 5 is het plaatsen van een fietsenstalling in de voortuin niet wenselijk.
Dergelijke constructies moeten tot een minimum herleid worden om het zicht op de gevels niet te ontnemen.
Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.
In de voorliggende aanvraag zijn geen wijzigingen aan het buitenschrijnwerk in de voorgevel aangevraagd (deur, ramen, kroonlijst en dakkapel), zoals bijvoorbeeld het vervangen van de beglazing in de bestaande raamkaders.
Indien de bouwheer alsnog isolerende maatregelen wil uitvoeren aan het schrijnwerk is een toelating van de Onroerenderfgoedgemeente Gent vereist. Meer informatie kan u terugvinden in het afwegingskader ‘historische schrijnwerk’ en het goedgekeurd beheersplan voor de Parklaan. Het beheersplan laat ook toe om premie aan te vragen voor het behoud en opwaardering van de erfgoedelementen- en kenmerken van de gevel, schrijnwerk, het dak en de omheinde tuin aan de straatzijde.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement.
Dit leidt tot volgende opmerkingen en/of bijzondere voorwaarden:
Artikel 3.6 – Afvalwater – septische put - individuele behandelingsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater (IBA)
De plaatsing van een septische put (voor lozing van faecaal afvalwater) is verplicht bij nieuwbouw, al dan niet na slopen, en bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden.
Ontwerp: Er wordt verwezen naar een bestaande put in de voortuin voor het afvalwater. Er wordt verondersteld dat dit een beerput of septische put is.
Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd:
Er moet een septische put op het terrein aanwezig zijn. Dit kan eventueel in de voortuin (ruimte van 4 m op 4 m). Alle toiletten moeten hierop aangesloten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6 van het algemeen bouwreglement.
Artikel 5.4 - Artikel 5.5 en Artikel 5.6 : fietsenstalling
De functie binnen het pand blijft een eengezinswoning, bijgevolg is er geen verplichting om een fietsenstalling in te richten.
Het ontwerp: Dit voorziet geen fietsenstalling binnen het pand. Volgens de nota zullen de fietsen in de voortuin worden geplaatst.
Bijzondere voorwaarden:
Mede vanuit het erfgoed-standpunt wordt gesteld dat in de voortuin geen fietsenstalling/overkapping mag worden opgericht. Verder mag het plaatsen van fietsen in de voortuin geen schade toebrengen aan de oorspronkelijke tuinaanleg en het decoratieve smeedijzeren hekwerk.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte.
Het gesplitste rioleringsstelsel blijft behouden, in de voortuin zou een septische-/beerput zijn en blijven. Intern worden enkele nieuwe aansluitingen voorzien.
-> Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag - mits toepassing van bovenstaande maatregelen - de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Ligging en biologische waarderingskaart
- Het project bevindt zich op afdoende afstand, meer dan 750 m van habitatrichtlijngebied en meer dan 1 km van vogelrichtlijngebieden.
- Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden
- De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
- Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Conclusie
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
-> Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Programma – indeling
De bouwheer kiest duidelijk voor het behoud van de functie ‘eengezinswoning’.
Dit ontwerp voorziet dat meerdere bewoners in het pand samenhuizen, dit in de vorm van ‘samenhuizen in Gent’ en dus niet meer in de vorm van co-housing met afzonderlijke woonunits (appartementen) binnen het pand.
Samenhuizen in Gent wordt gekoppeld aan alle 4 van volgende voorwaarden:
1/ Eén huurcontract (volgens de Woninghuurwet) wordt afgesloten voor de volledige woning.
2/ Alle bewoners worden in de huurovereenkomst vermeld en elke bewoner ondertekent de huurovereenkomst.
3/ Alle bewoners nemen domicilie op het adres.
4/ De woning mag fysiek niet opgedeeld worden.
Het ontwerp voorziet dat alle dagleefruimte op de verschillende bouwlagen (keukens, eetplaatsen, zithoeken, werkplaatsen, hobbyruimten en de tuin) gemeenschappelijk worden gebruikt.
Verder worden er 4 slaapkamers voorzien, al dan niet met eigen sanitair.
Erfgoedwaardering - aanpassingen gevels
De aanvraag omvat de verbouwing van het pand tot een samenhuizen project.
- Aan de achterzijde wordt een dakuitbouw en terras voorzien. De ingreep in het dak is beperkt in grootte en laat voldoende bestaand dakvlak afleesbaar. De ingreep is ook afgestemd op het bestaande spantbeen van de dakconstructie.
- Een bestaande aanbouw in glas wordt vervangen door een nieuw, duurzamer aanbouwvolume. De bestaande aanbouw heeft geen erfgoedwaarde. Hiertegen is geen bezwaar.
- De trap tussen de bel-etage en de souterrain wordt verwijderd. Gezien de positie in de kelder, kan ervan uit gegaan worden dat dit een beperkte impact op de erfgoedwaarden heeft.
- De bestaande, dwarse diensttrap naar de zolderverdieping wordt verwijderd en vervangen door een nieuwe trap die doorgetrokken wordt bovenop de bestaande hoofdtrap.
- In het interieur wordt de grote, ruimtelijke indeling die bestaat uit twee achterliggende salons met naastliggende circulatiestrook behouden. In kleine ruimtes, zoals de vroegere dienstruimtes achteraan, worden nieuwe badkamers ondergebracht.
- In de achtergevel wordt nieuw schrijnwerk voorzien in aluminium.
- De nota vermeldt dat er geen werken worden uitgevoerd aan de voorgevel.
Bovenstaande ingrepen hebben een beperkte impact op de erfgoedwaarden en worden gunstig beoordeeld. De indeling en constructie van het gebouw zorgen ervoor dat de voorgestelde functie verenigbaar is met het behoud van de erfgoedwaarden van het pand.
-> Mits het respecteren van de bijzondere voorwaarden opgelegd door het Onroerend Erfgoed (zie punt 3 ‘Externe adviezen’ kan vanuit het standpunt van de stad en Onroerend Erfgoed
het ontwerp gunstig geadviseerd worden.
Bouwvolumes en scheidingsmuren
a) De dakopbouw achteraan in het hoofdgebouw is voldoende beperkt in omvang ten aanzien van de volledige dakconstructie en is voldoende ver achter de achtergevel ingeplant. Het doel van deze constructie is de dakverdieping beter te verlichten en gaat niet gepaard met de maken van een extra bouwlaag binnen het pand.
In tegenstelling tot het vorige geweigerde ontwerp, wordt ook geen dakterras meer voorzien dat door de grote hoogte storende inkijk neemt bij de aanpalende percelen.
b) De opbouw boven de linker aanbouw (niveau 1ste verdieping) is dermate klein en houdt voldoende afstand van de 2 perceelsgrenzen, waardoor er geen hinder ontstaat voor de 2 zijdelingse buren.
c) Het slopen van de veranda en oprichten van een nieuwe veranda op dezelfde oppervlakte bij de bel-etage, op de onderliggende sokkel van het souterrain is voldoende laag en minder diep dan het aanpalende gebouw van de rechterbuur op de perceelsgrens en is bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar.
d) Het dakterras op het platte dak (1ste verdieping) bevindt zich op 1,30 m (dus minder dan 1,90 m afstand) van de rechter zijperceelsgrens, bijgevolg kan de privacy van deze buur nu en ook in de toekomst (bij eventuele later afbraak van aanbouwen) door storende zichten op hun eigendom in het gedrang komen. Bijgevolg is het behoud van dit zichtscherm een vereiste.
De profielen van de scheidingsmuren worden dus niet gewijzigd. Ook hierdoor is er geen, of weinig ruimtelijk impact op de aanpalende percelen, waardoor de aangevraagde aanpassingen ruimtelijk aanvaardbaar zijn.
Besluit:
De volumewijzigingen gebeuren in functie van een betere woonkwaliteit en hebben geen negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit en de woonkwaliteit van de omliggende percelen.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning aan LOCATIONLUX S.A. (O.N.:0847073284) gelegen te Parklaan 93-95, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Functie
Het pand moet behouden blijven als eengezinswoning. Intern mag niet worden opgedeeld naar meerdere woonunits.
Erfgoed
Het advies van Onroerend Erfgoed (advies van 22 december 2025) onder ref. 4.002/44021/32.188 moeten strikt nageleefd worden.
Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd:
Dergelijke constructies moeten tot een minimum herleid worden om het zicht op de gevels niet te ontnemen.
Fietsenstalling
In de voortuin mag geen fietsenstalling/-overkapping worden opgericht. Verder mag het plaatsen van fietsen in de voortuin geen schade toebrengen aan de oorspronkelijke tuinaanleg en het decoratieve smeedijzeren hekwerk.
Septische put
Op de plannen is geen septische put/beerput getekend, wel een verwijzing naar een put aan de straatzijde.
Er moet een septische put op het terrein aanwezig zijn (hetzij door het plaatsen van een nieuwe septische put, hetzij door hergebruik van de bestaande). Dit kan eventueel in de voortuin (ruimte van 4 m op 4 m).
Alle toiletten moeten hierop aangesloten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6 van het algemeen bouwreglement.
Riolering
Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.
Wettelijke bepaling rioolaansluiting
De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.
Op www.farys.be/nl/rioolaansluiting vindt u meer info over:
- de specificaties en prijzen van de rioolaansluiting;
- de belangrijkste aspecten voor de aanleg van de privéwaterafvoer (onder “Mijn privéwaterafvoer”).
Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.
Je dient het ontwerp en de aanleg van de privéwaterafvoer -op privéterrein- hierop af te stemmen.
Hoe je nagaat of er al een rioolaansluiting aanwezig is, vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting.
De aansluiting van afvalwater (DWA) op het rioleringsnet is verplicht als een riolering aanwezig is. De aansluiting van het regenwater (RWA) op het rioleringsnet is niet verplicht.
Privéwaterafvoer
De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting. Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.
Om geurhinder als gevolg van de eigen privéwaterafvoer te voorkomen werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je kan terugvinden op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Mijn privéwaterafvoer”).
De openbare riolering kan onder druk komen te staan. Dit betekent dat het waterpeil in de buizen en aansluitingen kan stijgen tot het maaiveld niveau. Houd hier rekening mee bij de aanleg van de privéwaterafvoer.
Je bent verplicht om een septische put te plaatsen:
* enkel voor zwart/fecaal afvalwater
* van minimaal 2000 liter tot 5 IE (IE = inwoner equivalent)
* +300 l/ IE tem 10 IE
* +225 l/IE vanaf de 11e IE
Een hulpmiddel om het aantal IE van gebouwen te bepalen is terug te vinden op de technische toelichting van deel 4 van de code van goede praktijk https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/publicaties/code-goede-praktijk-rioleringssystemen/Deel4_DWAsystemen_07_2014.pdf
De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).
Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater in de gracht te lozen is de RWA-leidingen naar de straat is te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van ofwel 60 cm hart op hart of 40 cm tussen de buizen. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.
Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen.
(U maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).