Recent werd ons een dossier gesignaleerd waarbij de Stad Gent een kostprijs van ongeveer 165 euro per vierkante meter aanrekent voor het rechtleggen van een beperkt stuk voetpad ter hoogte van een woonhuis. Voor een oppervlakte van slechts enkele vierkante meters loopt de factuur zo snel op tot bedragen die voor veel Gentenaars en zelfstandigen moeilijk te verantwoorden zijn.Die prijs roept vragen op omdat ze beduidend hoger ligt dan wat gangbaar is bij private aannemers voor vergelijkbare werken.
In tijden waarin van burgers én van het stadsbestuur budgettaire discipline wordt gevraagd, lijkt het moeilijk uit te leggen waarom dergelijke beperkte werken niet marktconform kunnen worden georganiseerd, of waarom dit niet via raamcontracten of andere efficiënte samenwerkingsvormen met de private sector gebeurt. Vandaag wekt dit eerder de indruk van een inefficiënt systeem dat kosten doorschuift naar de burger, zonder duidelijke meerwaarde.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Voor de duidelijkheid: het onderhoud van voetpaden wordt gedaan door de stad en op kosten van de stad. Ik weet niet waarop de door u gesignaleerde context van een voetpad dat ‘rechtgelegd’ moet worden precies slaat, maar dat gaat dus normaal niét over regulier onderhoud.
De retributie wordt enkel aangerekend “aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitdrukkelijk om de dienstverlening verzoekt, of in voorkomend geval van degene die aan de oorzaak ligt van de uitvoering van de werken (Art. 3 van het retributiereglement).”
Voor trottoirs (en opritten) is dit in de meeste gevallen naar aanleiding van:
Schade veroorzaakt door een burger (bijv. na werken)
Een omgevingsvergunning (bijv. nieuwe oprit, verleggen oprit)
Waarop zijn deze tarieven gebaseerd?
Voor de prijsbepaling in het aangepaste retributiereglement waar burgers wél moeten tussenkomen, wordt voor de aanleg van een m² voetpad/oprit gekeken naar de prijzen van het bestek van de relevante onderhoudscontracten die onze wegendienst heeft bij verschillende aannemers. Dit is het meest correcte omdat deze aannemers met dezelfde materialen, dezelfde wegopbouw en dezelfde kwaliteitsnormen werken. We hebben het gemiddelde van die twee genomen en dat bedrag verminderd met 20%. Het tarief in het retributiereglement ligt dus onder het gemiddelde van marktconforme prijzen.
Maar we moeten dus wel opletten van geen appels met citroenen te vergelijken: als we prijzen vergelijken moet het gaan om dezelfde materialen, wegopbouw, kwaliteitsnormen.
Vindt de schepen deze tarieven redelijk wetende dat burgers geen andere optie hebben? Men mag het immers niet zelf doen of via een aannemer laten uitvoeren.
Kan onderzocht worden hoe dit soort kleine infrastructuurwerken in de toekomst kostenefficiënter, transparanter en billijker kan worden georganiseerd voor de Gentenaar?
Het is de burger (of zijn aannemer) inderdaad niet toegelaten werken uit te voeren in of aan het openbaar domein– zodat we als overheid controle houden over de kwaliteit die we verwachten. Maar de retributie die hiervoor aangerekend wordt ligt helemaal in lijn met de marktprijzen.
do 12/03/2026 - 17:23