De fiets is voor veel Gentenaren een belangrijk vervoersmiddel. Studenten gaan ermee van campus naar campus en onze pendelaars gebruiken het dagelijks voor hun route richting het station. Jammer genoeg vindt niet iedereen diezelfde fiets terug wanneer ze hem opnieuw nodig hebben.
Fietsdiefstal blijft een hardnekkig probleem in Gent. Gelukkig zagen we doorheen 2025 al een positieve evolutie. We zagen een daling in het aantal fietsdiefstallen en hiervoor mag gekeken worden naar het beleid van onze Stad Gent. Naast sensibilisering en handhaving wordt ook gewerkt met lokfietsen als een preventief en opsporend middel.
Deze fietsen, met gps-trackers, bewezen sinds hun invoering duidelijk hun nut.
1. Hoe evalueren de burgemeester en politie het gebruik van de lokfietsen in het eerste volledige jaar dat ze konden ingezet worden (2025)?
2. Zien we op de gebruikte plaatsen voor plaatsing (“hotspots”) ook een algemene daling van de fietsdiefstallen? Werken de lokfietsen dus ook ontradend?
3. Zijn er plannen om hier nog verder op in te zetten in 2026?
Samenvatting:
De Gentse politie beschouwt de strijd tegen fietsdiefstal als prioriteit, waarbij de inzet van lokfietsen een belangrijk en effectief instrument is. Deze lokfietsen werken zowel preventief als repressief: ze leiden tot arrestaties én geven inzicht in het gedrag van daders. In 2025 werden tijdens 98 acties lokfietsen geplaatst op 126 locaties. Dit resulteerde in 25 vattingen, van zowel occasionele als georganiseerde daders. Twaalf daders betaalden een minnelijke schikking, dertien werden gearresteerd, vaak met bijkomende vondst van gestolen fietsen.
De aanpak werpt duidelijk vruchten af: het aantal fietsdiefstallen daalde met 30%, van ongeveer 2.954 in 2024 naar 2.068 in 2025. Exacte cijfers over gerecupereerde fietsen ontbreken, maar minstens 375 werden via politiedatabanken geregistreerd.
Gent speelt een voortrekkersrol in België op vlak van lokfietsen en blijft inzetten op innovatie, zoals betere trackers. Daarnaast blijft preventie cruciaal: via campagnes, oproep om te registreren op MyBike en acties van gemeenschapswachten wordt ingezet op bewustmaking en beveiliging.
De lokfietsen zijn dus een waardevol. Een combinatie van repressie, preventie, technologische ondersteuning en samenwerking tussen politie, stad en partners blijft noodzakelijk. In 2026 wordt deze geïntegreerde aanpak verdergezet.
zo 22/03/2026 - 21:24In 2022 heeft de federale regering officieel de MSA-knop (mobiele stalkingalarm) voorgesteld: een stalkingalarm waarmee men om een snelle interventie van de politie en de hulpdiensten kan vragen. Dit kwam er na een proefproject dat sinds 2019 in Gent liep voor slachtoffers van ernstige en/of levensbedreigende stalking.
Met een simpele druk op een knop kunnen de slachtoffers de noodcentrale verwittigen en zo een drama voorkomen. Volgens de cijfers over het gebruik van het mobiele stalkingalarm in Gent blijken de slachtoffers voornamelijk vrouwen te zijn in de leeftijdscategorie van 30 tot 40 jaar. Tijdens de voorbije vier jaar kregen 40 vrouwen een mobiel stalkingalarm, wat leidde tot een twintigtal noodoproepen waarna er een interventie plaatsvond. De agressor ziet niet dat het slachtoffer de politie verwittigt, vermits de knop verborgen is, bijvoorbeeld in een jaszak of handtas. In minder dan 10 minuten is de politie ter plaatse.
89,6 % van de vrouwen voelt zich dankzij dit alarm een stuk veiliger. Na gemiddeld zes maanden was het stalkingalarm niet meer nodig. 70 % van de slachtoffers diende ook geen klacht meer in, wat erop zou kunnen wijzen dat het stalkingalarm ontradend werkt. Het project werd door de politiezone Vlaamse Ardennen opgestart en vond weerklank in andere politiezones. Tijdens de evaluatie bleek dat dit project onmiskenbare voordelen biedt en ervoor zorgt dat drama's voorkomen worden.
Daarom stel ik graag volgende vragen:
1. Hoe gaat men hier in Gent mee verder nu de evaluatie plaatsvond? Welke rol ziet de politie voor MSA-knoppen bij toekomstige aanklachten van stalking?
2. Wordt er gekeken om dit hulpmiddel structureel te verankeren in ons beleid tegen stalking en de ondersteuning van slachtoffers van stalking?
Samenvatting:
Het Mobiel Stalkingsalarm startte in 2019 als proefproject in Gent, werd na positieve evaluatie uitgebreid en is sinds 2024 nationaal beschikbaar. Gent speelde hierin een voortrekkersrol, onder meer als nationaal aanspreekpunt, met ontwikkeling van handleidingen, opleidingen en communicatie. Sinds eind 2025 is deze rol overgenomen door de Federale Politie.
Het alarm is een belangrijk beschermingsinstrument tegen intrafamiliaal geweld: slachtoffers kunnen via een discrete knop de noodcentrale verwittigen, waarbij hun locatie wordt doorgestuurd zodat de politie snel kan ingrijpen. Binnen Politiezone Gent volgt de Dienst Maatschappelijke Zorg – Team Politionele Zorg deze dossiers op. Na een risicoanalyse en overleg beslist een magistraat of het alarm wordt toegekend. Het wordt enkel ingezet bij intrafamiliaal geweld of eergerelateerde situaties.
In Gent maakten 28 slachtoffers gebruik van het systeem in 2024, 21 in 2025 en momenteel 18. Het team volgt deze dossiers dagelijks op om de veiligheid en naleving van maatregelen te garanderen.
Het Mobiel Stalkingsalarm is intussen structureel verankerd in België, zowel via omzendbrieven als via de feminicidewet van 2023. De verdere federale investering, zoals de aankoop van 500 extra toestellen, is dan ook essentieel om slachtoffers beter te beschermen.
zo 22/03/2026 - 21:30Tijdens de dj-sets van Charlotte De Witte in Flanders Expo in het weekend van 6 tot 8 februari voerde de Gentse politie een grootschalige drugscontrole uit. Daarbij werd bij bijna de helft van de gecontroleerde bezoekers drugs aangetroffen. Het ging in totaal om 271 personen die drugs bij zich hadden.
Deze cijfers zijn wel gedaald ten opzichte van vorig jaar, maar tonen wel nog steeds aan dat drugs een duidelijke en grote invloed heeft op het uitgangsleven in onze stad. Dat vormt niet alleen een risico voor de gezondheid van de bezoekers, maar heeft ook een impact op veiligheid en overlast. Handhaving blijft een noodzakelijke pijler, naast preventie en sensibilisering.
Worden er altijd dergelijke grootschalige en zichtbare controles uitgevoerd voor dit soort evenementen?
a. Indien niet, waarom werd dit evenement dan wel goed gecontroleerd en andere niet?
b. Is het de bedoeling om gelijkaardige aanpak voortaan toe te passen op andere feesten in Gent? Zo ja, kan de burgemeester enkele voorbeelden geven?
Zal deze vorm van handhaving breder worden uitgerold naar het uitgaansleven in het algemeen?
Hoe evalueert de politie zelf deze actie?
Wat is de reactie van de burgemeester op het grote aantal betrapte personen? Beschouwt hij dit als een alarmsignaal over de drugscultuur in het Gentse uitgaansleven?
De cijfers blijken alvast zorgwekkend. Zal de stad bijkomende maatregelen nemen – zowel op vlak van handhaving als preventie?
Samenvatting:
De politie voerde tijdens het dance-event in Flanders Expo (6-8 februari), in overleg met het parket, gerichte drugscontroles uit aan de ingang en in het verkeer. Zulke controles gebeuren standaard bij grote risicovolle evenementen om druggebruik en rijden onder invloed te beperken en een duidelijk signaal te geven dat drugs niet thuishoren op festivals.
Bij de optredens van Charlotte De Witte werden zowel zichtbare als undercoveragenten ingezet, samen met drugshonden en fouilles. In totaal werden bij 271 bezoekers drugs gevonden, wat “1 op 2” betreft van de door drugshonden aangeduide personen, niet van alle aanwezigen (ongeveer 30.000 bezoekers).
Betrapte personen kregen een boete, hun drugs werden in beslag genomen en er werd een proces-verbaal opgesteld. Dit leidde tot 260 onmiddellijke minnelijke schikkingen en 11 processen-verbaal. Daarnaast werden 3 personen gearresteerd, waarvan 1 voor drugshandel en snelrecht kreeg.
Ook in het verkeer werden controles uitgevoerd: van de 1.200 gecontroleerde bestuurders verloren 39 hun rijbewijs, waaronder 20 wegens drugsgebruik. Dit onderstreept het belang van dergelijke controles voor de verkeersveiligheid.
Naast handhaving zet de stad in op preventie en harm reduction via samenwerkingen met de nightlifesector en organisaties zoals VAD. Er wordt gewerkt aan een nieuw drugbeleidsplan met een geïntegreerde aanpak rond preventie, zorg en handhaving.
zo 22/03/2026 - 21:33Controleurs van De Lijn mogen niet langer met ‘speedguns’ op de loer liggen voor te snelle bus- of tramchauffeurs. Volgens de Vlaamse minister van mobiliteit is het namelijk “raar om collega’s elkaar te laten verklikken” en behoort snelheidscontrole in de eerste plaats tot de kerntaken van de politie. De grote prioriteit voor lijncontroleurs is volgens haar namelijk de strijd tegen zwartrijden.
Heel wat burgers die in de buurt van tramlijnen wonen, worden echter geconfronteerd met geluidshinder. Een aantal Gentenaren die aan de alarmbel trokken over geluidshinder in de omgeving van de Bernard Spaelaan, lieten weten dat het probleem ook speelt in andere Gentse straten. Zo stelden zij vast dat de maximumsnelheid van 15 kilometer per uur voor trams in hun straat niet wordt gerespecteerd. Op het tramnet van De Lijn zijn op tal van locaties snelheidsbeperkingen van kracht. De Vlaamse minister van mobiliteit liet echter weten dat De Lijn de resultaten van snelheidsmetingen sinds 2025 niet langer overkoepelend bijhoudt. Vanwege de privacywetgeving zouden de resultaten enkel nog worden gerapporteerd aan de betrokken leidinggevende. Hierdoor ontstaat natuurlijk een blinde vlek in de handhaving van snelheidsbeperkingen. Er zijn meldingen van overdreven snelheid, er zijn controles, er zijn overtredingen, maar er zijn eigenlijk geen mogelijkheden tot rapportering en verdere opvolging.
De minister legt de prioriteit met betrekking tot geluidsoverlast bij de toestand van het tramspoornet. Er wordt momenteel een brede analyse gemaakt van de toestand van het spoornet. Men kijkt waar de dringendste werken moeten worden uitgevoerd. In Gent noemt de minister onder meer de Poperingestraat, Kolegem, Brielken-Zuid, de Ledebergstraat, de Korenmarkt, de bocht van de Orbanlaan en het Graaf van Vlaanderenplein.
Ik had van de burgemeester graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
Samenvatting:
De politie en het lokaal bestuur hebben geen bevoegdheid en ook geen intentie om op te treden tegen de snelheid van trams. De wegcode (KB van 01/12/1975) regelt de snelheidsbeperkingen voor weggebruikers, maar is expliciet niet van toepassing op spoorvoertuigen zoals trams. Daardoor vallen zij buiten deze regelgeving.
Het voorstel om de politie in te schakelen voor snelheidscontroles bij trams heeft geen wettelijke basis en betekent een verschuiving van verantwoordelijkheden zonder overleg of juridische onderbouwing. Enkel bij een ongeval kan een expert worden aangesteld om de omstandigheden te onderzoeken, maar ook dat behoort niet tot de politionele bevoegdheden.
De verantwoordelijkheid ligt bij De Lijn zelf, die moet toezien op haar bestuurders en erop moet toezien dat de geldende veiligheids- en snelheidsvoorschriften worden nageleefd.
zo 22/03/2026 - 21:38Het aantal meldingen van telefoonfraude – ook wel ‘vishing' genoemd, of phishing via de telefoon – stijgt sterk. Oplichters doen zich voor als politie, telecomoperator of bank en proberen mensen via de telefoon onder druk te zetten om codes of gegevens door te geven. Ze gebruiken daarbij steeds vaker artificiële intelligentie, waardoor ze geloofwaardig overkomen.
Vooral ouderen en mensen die zich minder digitaal vaardig voelen, blijken kwetsbaar. Schaamte en tijdsdruk spelen vaak een rol. Daarnaast zijn er ook gevallen waarbij na een telefoontje iemand fysiek aan de deur verschijnt.
Deze evolutie is verontrustend en tast het veiligheidsgevoel van veel inwoners aan. Daarom had ik graag duidelijkheid over wat onze stad hiertegen onderneemt.
Welke concrete maatregelen neemt de Stad Gent vandaag om inwoners te beschermen tegen telefoonfraude?
Zet de stad in op sensibiliseringscampagnes rond ‘vishing’?
Is er specifieke aandacht voor kwetsbare doelgroepen, zoals ouderen of digitaal minder vaardige inwoners?
Werkt de stad hiervoor samen met de lokale politie, banken of organisaties rond digitale inclusie?
Plant het stadsbestuur bijkomende acties nu blijkt dat telefoonfraude sterk toeneemt?
Samenvatting:
Cybercriminaliteit kent een sterke en zorgwekkende groei. In 2024 registreerde de federale politie bijna 65.000 feiten van phishing, hacking en digitale fraude, een stijging van 280% op tien jaar. Daarnaast meldden burgers in 2025 bijna 10 miljoen verdachte berichten via Safe on Web. Vooral telefonische oplichting neemt toe, waarbij daders steeds professioneler te werk gaan en soms beschikken over persoonlijke gegevens, wat hun geloofwaardigheid vergroot. De impact is groot: slachtoffers verliezen soms tienduizenden euro’s, en het kan iedereen treffen.
De aanpak vereist gezamenlijke inspanningen van verschillende actoren zoals overheid, justitie, banken, telecom en politie. Op beleidsniveau worden nieuwe maatregelen voorbereid, onder meer in samenwerking met de bankensector en in lijn met Europese regelgeving die tegen 2027 in werking treedt.
Lokaal neemt de Gentse politie verschillende initiatieven. Sinds begin 2025 wordt de Phishline-app gebruikt om phishing en informaticabedrog efficiënter te registreren en op te volgen, met onder meer automatische meldingen aan banken. Daarnaast werd beslist om twee extra medewerkers in te zetten rond cybercriminaliteit.
Preventie en sensibilisering vormen een belangrijk speerpunt. Cybercrimepreventieadviseurs (CYPA’s) geven gepersonaliseerd advies; in 2025 gebeurde dit 554 keer, gemiddeld 10 per week. Er werden ook 17 voordrachten “Veilig uit en thuis” en 26 specifieke sessies rond cybercrime georganiseerd, vooral voor senioren.
Daarnaast wordt via District09 sterk ingezet op digitale inclusie. In 36 digipunten kunnen burgers terecht met vragen, en digihelpers krijgen opleidingen rond online veiligheid. Er zijn samenwerkingen met onder meer politie, CVO Groeipunt en Ligo, dat aangepaste lesreeksen voorziet voor kwetsbare doelgroepen. Ook wijkgerichte initiatieven, workshops en campagnes – zoals tijdens de Digitale Week in 2025 in zes wijken – versterken de weerbaarheid van burgers.
Tot slot blijft preventie essentieel: wees alert voor onbekende oproepen of berichten, deel nooit persoonlijke of bankgegevens, vertrouw niet blind op wat wordt gezegd en verwittig bij problemen onmiddellijk de bank en politie. De Gentse politie blijft hier prioritair op inzetten om burgers beter te beschermen tegen cybercriminaliteit.
Sociale media zijn uitgegroeid tot een zeer belangrijke informatiebron, zeker bij jongeren. Platformen zoals TikTok, Instagram en Facebook spelen een grote rol in hoe informatie wordt gedeeld, hoe beeldvorming ontstaat en hoe snel berichten zich verspreiden.
Sociale media zijn vandaag ook een belangrijke plaats waar informatie circuleert over incidenten, overlast, en soms ook strafbare feiten. Platformen zoals TikTok, Instagram, Facebook en X worden niet alleen gebruikt om te communiceren, maar bevatten ook een grote hoeveelheid publiek toegankelijke data.
Hierdoor zie ik het ook als een belangrijke plaats om op te volgen. Zo kunnen signalen van geweld, overlast of zelfs opkomende radicalisering vroegtijdig gedetecteerd worden.
In verschillende steden worden sociale media actief gemonitord door de politiediensten. In het kader daarvan stel ik graag volgende vragen.
(tijdens de commissie is afgesproken om deze vraag schriftelijk te beantwoorden)
Geachte heer Yüksel
De politie beperkt zich niet alleen tot sociale media als bron van informatie. Zij hanteren de acroniem OSINT, wat staat voor Open Source Intelligence, waarmee ze informatie uit publiek toegankelijke bronnen verzamelen en analyseren.
Dit gaat in feite over alles wat op het internet te vinden is. Dit is heel breed, van social media zoals Facebook, Instagram, TikTok,… maar evengoed websites en internetfora, openbare databanken, ondernemingsregisters, nieuwsartikels, kaartmateriaal, satellietbeelden, enzovoort.
De politie gebruikt deze informatie voor uiteenlopende doeleinden, zoals het identificeren of lokaliseren van verdachten, het opvolgen van radicalisering of extremisme, het in kaart brengen van criminele netwerken, het ondersteunen van onderzoeken en het lokaliseren van personen of evenementen.
Belangrijk daarbij is dat OSINT altijd binnen een strikt wettelijk en reglementair kader moet gebeuren.
OSINT is dus geen vrij spel: het moet gericht, verantwoord en deskundig worden uitgevoerd.
Er is technische expertise nodig om correcte zoekopdrachten uit te voeren, maar vooral ook om informatie juist te interpreteren. Gegevens kunnen immers fout of misleidend zijn, denk maar aan fake accounts, deepfakes, ontbrekende context, enzovoort.
Het basisprincipe, en dat is heel belangrijk, is dat er niet gezocht wordt in gesloten accounts, privéprofielen of privécommunicatie.
Immers, toegang tot niet-openbare communicatie kan enkel onder strikte voorwaarden, zoals een gerechtelijke machtiging en binnen de regels van de bijzondere opsporingsmethoden (BOM).
De federale politie beschikt al jaren over een uitgebreide OSINT-expertise, maar ook binnen onze lokale politie wordt steeds meer ingezet op OSINT.
Bijvoorbeeld in het kader van bestuurlijke politie, naar aanleiding van bepaalde evenementen of betogingen gebeurt dit al jaren.
Maar ook bijvoorbeeld in het kader van gerechtelijke opdrachten is dit een belangrijk instrument.
OSINT kan eveneens waardevol zijn in het kader van noodoproepen. De ambitie is om op basis van alle beschikbare informatie de situatie zo volledig mogelijk in te schatten en de ploegen op het terrein beter aan te sturen.
Binnen Politie Gent is er veel aandacht voor het wettelijk kader en de interne regels. Medewerkers die opgeleid worden in OSINT, krijgen deze juridische basis grondig mee.
De politie is absoluut overtuigd van de meerwaarde van OSINT, meer zelfs het zou ondenkbaar zijn om dit niet te gebruiken als extra informatiebron. Er bestaan echter geen afzonderlijke statistieken van het gebruik van OSINT omdat het slechts één element is in een bredere informatieverzameling. Het is de combinatie en analyse van alle informatie samen die uiteindelijk tot een conclusie of beslissing leiden.
Mathias De Clercq
Burgemeester
di 17/03/2026 - 15:30Buurtbewoners rond het speelplein aan de Wasstraat trekken opnieuw aan de alarmbel over de aanhoudende overlast. Volgens de buurtbewoners is er sprake van vandalisme, lawaai, intimidatie en zelfs bedreigingen. Er werden ook al meermaals meldingen gedaan. Uit de cijfers van de politie blijkt dat er sinds 2024 in totaal 242 meldingen van overlast zijn binnengekomen, waarvan al 18 in de eerste twee maanden van dit jaar.
Volgens de stad zijn camera’s nog niet aan de orde. Gezien de buurtbewoners daar toch vragende partij naar zijn, heb ik volgende vragen:
Is er een structureel overleg tussen stad, politie en buurtbewoners over de problemen? Zo ja, hoe wordt dit georganiseerd?
Gezien het hoge aantal meldingen van overlast, waarom wordt cameratoezicht op deze locatie niet overwogen?
Is men bereid om, gezien het grote aantal meldingen en de bezorgdheden van de buurt, de piste van tijdelijk of permanent cameratoezicht voor deze locatie opnieuw te onderzoeken?
Welke bijkomende acties zal de stad nemen om het speelplein opnieuw een veilige plek te maken voor kinderen en buurtbewoners?
Samenvatting:
Het speelplein aan de Wasstraat is een gekende overlastlocatie waar regelmatig klachten voorkomen over vandalisme en storend gedrag. Deze worden ernstig genomen en via samenwerking tussen politie, jeugdinspecteurs, jeugdwerk en buurtpartners meestal gede-escaleerd. Maatregelen in het verleden waren onder meer extra patrouilles, huisbezoeken, buurtactiviteiten en aanpassingen in het park.
De politie registreerde 126 meldingen in 2024, 98 in 2025 en voorlopig 18 in 2026, met pieken rond de jaarwisseling. Recent veroorzaakt een groep jongeren van 10 tot 14 jaar opnieuw overlast in de buurt. De politie verhoogt daarom de aanwezigheid en onderzoekt bijkomende maatregelen.
De locatie wordt nauw opgevolgd via een geïntegreerde aanpak met verschillende partners, waarbij zowel korte- als langetermijnacties worden genomen. Politie, buurt- en jeugdinspecteurs zetten in op zichtbaarheid, contact met bewoners en jongeren, en het versterken van het veiligheidsgevoel.
De focus ligt op het positief invullen van de publieke ruimte, met extra inzet van jeugdwerk (zoals vzw OCUP) en verbindende activiteiten. Op basis van de huidige cijfers en risicoanalyse oordeelt de politie dat er geen structurele criminaliteitsproblemen zijn die cameratoezicht verantwoorden. De maatregel wordt daarom als disproportioneel beschouwd, omdat het vooral om overlast gaat. Wel wordt tijdelijk cameratoezicht voorzien tijdens oudejaarsavond, gezien de historiek van klachten en meldingen.
Tot slot blijft overleg met bewoners centraal staan, met verdere afstemming tussen stadsdiensten, politie en buurt om gepast op de signalen in te spelen.
zo 22/03/2026 - 21:47Bewoners en handelaars maken zich zorgen over de schijnbare toename van het aantal nachtwinkels in de omgeving van Sint-Jacobs. Momenteel zijn er al enkele nachtwinkels gevestigd. In een aantal andere panden lijkt de komst van nieuwe bijkomende nachtwinkels voorbereid te worden. De Politieverordening betreffende de vestiging en de openingsuren van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie bepaalt in artikel 9, §2 echter het volgende: “Er wordt geen vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of een privaat bureau voor telecommunicatie verleend indien de vestigingseenheid zich bevindt binnen een perimeter van 500 meter van een bestaande nachtwinkel of een bestaande privaat bureau voor telecommunicatie.”
Samenvatting:
Nachtwinkels zijn onderworpen aan strenge regels om overlast te beperken. In een straal van 500 meter rond Sint-Jacobs zijn er vier vergunde nachtwinkels en sinds de invoering van de vergunningsplicht zijn er geen bijgekomen. Wel is er een toename van dagbladhandels die niet vergunningsplichtig zijn en 24/7 open mogen zijn. Er ligt al sinds juli 2025 een federaal wetsvoorstel om ook voor hen sluitingsuren in te voeren, maar dit is nog niet in werking getreden.
De politie benadrukt dat de overlast in de buurt niet enkel gelinkt kan worden aan nachtwinkels of dagbladhandels. Het drukke horeca- en nachtleven zorgt onvermijdelijk voor vormen van overlast, zoals nachtlawaai, wildplassen en zwerfvuil, zowel op pleinen als in omliggende straten. Deze overlast is moeilijk toe te wijzen aan specifieke zaken en vaak lastig vast te stellen omdat het om vluchtige situaties gaat.
Leefbaarheid blijft een complex en subjectief gegeven. De stad blijft daarom inzetten op een brede aanpak, waarbij onder meer cameratoezicht rond de Vlasmarkt werd ingevoerd. De samenwerking tussen stadsdiensten, politie en uitbaters staat centraal om de overlast te beperken en de leefbaarheid te verbeteren.
zo 22/03/2026 - 21:51In de pers viel recent te lezen dat buurtbewoners aan de alarmbel trekken over aanhoudende overlast in het parkje en het bijhorende speelplein in de Wasstraat. Het park werd nochtans onlangs heringericht en één van de doelstellingen was net om via de herinrichting ervan overlastfenomenen te beperken. De plek was hier eerder immers ook al gevoelig voor.
De overlast waarvan melding wordt gemaakt is divers. Het gaat om ingegooide autoruiten, kapotte ramen van het buurthuis en in brand gestoken tuinmeubilair, plus daarbovenop ook sluikstorten, vuurwerk en brommers die door het park rijden. Daarnaast is er sprake van openlijk druggebruik en vermoedelijke drugverkoop op en rond het plein. Mensen die de betrokkenen op hun gedrag aanspreken worden uitgedaagd, bedreigd of geïntimideerd, o.a. via vandalisme aan hun woningen.
Veel buurtbewoners zien cameratoezicht als een deel van de oplossing, maar dat zou vooralsnog niet overwogen worden door de politie of het stadsbestuur. Sowieso is er ook vraag naar extra toezicht met als argumentatie: “Dit is een speelplein. Het moet een veilige plek zijn voor kinderen en bewoners.”
1. Is de burgemeester bekend met de klachten van de buurtbewoners? Welke vaststellingen zijn er voorhanden bij de politie, specifiek ook wat drugs betreft?
2. Klopt het dat cameratoezicht niet overwogen wordt en – zo ja – waarom niet? Wat met de vraag naar extra toezicht?
3. Zijn er qua inrichting nog mogelijkheden om bij te dragen aan meer veiligheid en minder overlast?
Samenvatting:
Het speelplein aan de Wasstraat is een gekende overlastlocatie waar regelmatig klachten voorkomen over vandalisme en storend gedrag. Deze worden ernstig genomen en via samenwerking tussen politie, jeugdinspecteurs, jeugdwerk en buurtpartners meestal gede-escaleerd. Maatregelen in het verleden waren onder meer extra patrouilles, huisbezoeken, buurtactiviteiten en aanpassingen in het park.
De politie registreerde 126 meldingen in 2024, 98 in 2025 en voorlopig 18 in 2026, met pieken rond de jaarwisseling. Recent veroorzaakt een groep jongeren van 10 tot 14 jaar opnieuw overlast in de buurt. De politie verhoogt daarom de aanwezigheid en onderzoekt bijkomende maatregelen.
De locatie wordt nauw opgevolgd via een geïntegreerde aanpak met verschillende partners, waarbij zowel korte- als langetermijnacties worden genomen. Politie, buurt- en jeugdinspecteurs zetten in op zichtbaarheid, contact met bewoners en jongeren, en het versterken van het veiligheidsgevoel.
De focus ligt op het positief invullen van de publieke ruimte, met extra inzet van jeugdwerk (zoals vzw OCUP) en verbindende activiteiten. Op basis van de huidige cijfers en risicoanalyse oordeelt de politie dat er geen structurele criminaliteitsproblemen zijn die cameratoezicht verantwoorden. De maatregel wordt daarom als disproportioneel beschouwd, omdat het vooral om overlast gaat. Wel wordt tijdelijk cameratoezicht voorzien tijdens oudejaarsavond, gezien de historiek van klachten en meldingen.
Tot slot blijft overleg met bewoners centraal staan, met verdere afstemming tussen stadsdiensten, politie en buurt om gepast op de signalen in te spelen.
zo 22/03/2026 - 21:47In Aalter liep in 2023-24 in samenwerking met het Vlaamse Agentschap Binnenlands Bestuur een proefproject met een automaat waar burgers documenten konden afhalen. Het project valt onder de paraplu van ‘Gemeente zonder Gemeentehuis’ en werd positief geëvalueerd. Concreet gaat het om het afhalen van (voorlopige) rijbewijzen en van internationale paspoorten. Burgers identificeren zich met de gekende Itsme-app en kunnen vervolgens een kluisje openen, een beetje vergelijkbaar met een BPost-pakjesautomaat. Sindsdien hebben verschillende gemeenten vergelijkbare initiatieven genomen. Voor burgers biedt het evident een meerwaarde om op het moment dat hen dat het beste past een documenten te kunnen ophalen, ook bvb. ’s avonds of tijdens het weekend.
Beste raadslid Cetinkaya
Het initiatief in Aalter is me inderdaad bekend. Dat proefproject, waarbij burgers documenten via een automaat kunnen afhalen na identificatie met Itsme, is de voorbije jaren ook vrij uitgebreid in de media aan bod gekomen. En onze diensten volgen nieuwe ontwikkelingen in dienstverlening uiteraard nauwgezet op.
Momenteel kies ik ervoor om dit initiatief in onze stad niet te implementeren.
De belangrijkste reden daarvoor is dat er vandaag geen duidelijk reglementair kader bestaat. Hoewel het project al enkele jaren loopt, zijn er voorlopig ook geen centrumsteden ingestapt. Voor zover wij weten is enkel Anzegem, een kleine gemeente, een gelijkaardig traject gestart. Veel heeft te maken met het feit dat zowel de FOD Binnenlandse Zaken als de FOD Mobiliteit van bij de start een eerder negatief advies gaven.
Dat heeft te maken met de strikte wettelijke regels die gelden bij de uitreiking van identiteitsdocumenten en rijbewijzen:
Ten eerste moet bij de aflevering de identiteit van de betrokkene of diens wettelijke vertegenwoordiger nauwkeurig worden gecontroleerd.
Ten tweede moet bij de uitreiking ervan dit onmiddellijk geregistreerd worden in de federale toepassingen
En tot slot, ten derde, moeten de oude documenten bij de afgifte van een nieuw exemplaar meteen fysiek worden vernietigd of ongeldig gemaakt.
Die principes zijn recent ook nog eens bevestigd door de Vlaamse overheid in de thema-audit rond reispassen en rijbewijzen.
Daarnaast zijn er ook veiligheidsaspecten.
Identiteitsdocumenten en rijbewijzen moeten volgens de regelgeving in beveiligde kluizen worden bewaard. Hier in Gent bevinden die zich in streng beveiligde ruimtes met toegangscontrole en alarmsystemen.
Tegelijk is het belangrijk om ook te kijken naar de Gentse context. In onze stad hebben we de dienstverlening bewust zeer toegankelijk en nabij georganiseerd. Onze loketten zijn elke weekdag open en ook op zaterdag, met bovendien avondopeningen. Gentenaars kunnen daarnaast zonder afspraak terecht aan de afhaalbalies.
We zorgen er ook voor dat dienstverlening dicht bij de mensen georganiseerd is. Via de verschillende dienstencentra verspreid over het grondgebied kunnen Gentenaars op meerdere plaatsen terecht, dicht bij huis.
En we zetten ook sterk in op dienstverlening op maat. Met projecten zoals de Mobio-kit brengen we de dienstverlening van Burgerzaken letterlijk tot bij mensen thuis. Alleen al in de eerste maanden van dit jaar werden er 265 huisbezoeken afgelegd of ingepland voor de aanvraag of uitreiking van een identiteitskaart.
Dat is een duidelijke toename, want daarmee zitten we vandaag al aan meer dan de helft van het totaal aantal huisbezoeken van vorig jaar, toen het er in totaal 456 waren.
Om aan die stijgende vraag tegemoet te komen, zal de dienst Burgerzaken een derde toestel aankopen, zodat we deze dienstverlening verder kunnen uitbreiden en nog toegankelijker kunnen maken voor Gentenaars die zich moeilijk kunnen verplaatsen.
We volgen innovaties zoals in Aalter dus zeker op, maar op dit moment zien we, gezien de regelgeving, de veiligheidsaspecten en de manier waarop we vandaag onze dienstverlening al laagdrempelig en toegankelijk organiseren, geen duidelijke meerwaarde om daar in Gent op in te stappen. Uiteraard blijven we de evoluties binnen dienstverlening verder van heel nabij opvolgen.
Met vriendelijke groeten,
Burak Nalli
Schepen bevoegd voor Personeelsbeleid, Burgerzaken en Dienstverlening
Collectief 8 maars voerde in 2025 verschillende keren actie in de Gentse stad en aan het Stadhuis. Collectief 8 maars strijdt sinds jaar en dag voor vrouwenrechten en gelijkheid van gender.
Eén van deze actievoerders van het Collectief kreeg nadien een brief in de bus met een schadeclaim en een uitnodiging van de politie om op verhoor te komen. De persoon in kwestie werd verdacht van allerhande zaken, waaronder vernieling en beschadiging in vereniging of bende. Concreet gaat dit om het gebruik van krijtspray.
Het is erg markant dat het bestuur hier zo zwaar aan tilt, terwijl het recht op protest toch een belangrijk recht is.
Ook vernamen we dat er geen contact was tussen de organisatie en het stadsbestuur. Dit voorval kon perfect in der minne beslecht worden, zonder verdere juridische stappen.
Ik heb daarbij volgende vragen voor de burgemeester:
-Waarom hebt u de organisatie niet rechtstreeks gecontacteerd en gevraagd of ze deze tekeningen zelf wilden verwijderen?
-De schadeclaim heeft het over twee voorvallen: in februari 2025 en november 2025. Vindt u twaalf maanden na de feiten een schadeclaim sturen nog een redelijke termijn?
Samenvatting:
Het dossier gaat over twee acties van het 8maarscollectief in 2025 waarbij met spuitkrijt cijfers en silhouetten op het openbaar domein werden aangebracht. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, verdwijnt spuitkrijt niet vanzelf: het blijft lang zichtbaar, veroorzaakt een verloederde indruk en kan anderen aanzetten tot gelijkaardig gedrag. Daarom wordt hiertegen opgetreden.
Het recht op protest wordt erkend, maar de schadeclaim heeft betrekking op de aangerichte schade, niet op het protest zelf. Bovendien konden de aangebrachte markeringen op de rijbaan ook voor verwarring en mogelijk verkeersgevaar zorgen.
De organisatie was al eerder op de hoogte van de regels: na een actie in 2023 werd gevraagd om de aangebrachte markeringen te verwijderen, wat niet gebeurde, en een eerdere kost werd niet betaald. Ook nu werden de kosten (1.456 euro en 705 euro) correct en tijdig opgevolgd via processen-verbaal en aanmaningen.
De aansprakelijkheid is duidelijk, aangezien de organisatie zelf publiek bevestigde de acties te hebben uitgevoerd. Volgens het Burgerlijk Wetboek moet wie schade veroorzaakt, deze vergoeden. Tot slot is de uitnodiging voor verhoor een beslissing van het parket, dat bevoegd is bij schade boven 500 euro, en niet van de stad.
Kortom: vrije meningsuiting blijft essentieel, maar rechtvaardigt geen beschadiging van het openbaar domein of het afwentelen van kosten op de gemeenschap, zeker niet wanneer men vooraf op de regels werd gewezen en de organisatie ook de regels kende.
zo 22/03/2026 - 22:01Het initiatief in Aalter, waar inwoners via een slimme automaat bepaalde administratieve documenten zoals paspoorten, Identiteitskaarten en rijbewijzen 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 kunnen afhalen, is een voorbeeld van hoe lokale besturen experimenteren met nieuwe vormen van dienstverlening. Collega Cetinkaya agendeerde hierover ook een vraag op deze commissie.
Ook hier in Gent wordt al geruime tijd ingezet op digitalisering. Gentenaars kunnen bijvoorbeeld digitaal aktes aanvragen en downloaden via de website of de app ‘Mijn Gent’, maar ook gebruikmaken van de Digitale Balie om via een videogesprek contact te hebben met een loketmedewerker. Wat dat laatste betreft wordt het persoonlijke van een loketgesprek gecombineerd met het gemak van digitale dienstverlening en wordt een verplaatsing naar de stadsdiensten overbodig.
Deze evolutie past binnen het bredere principe van een “gemeente zonder gemeentehuis”, waarbij steeds meer zaken digitaal, hybride of op afstand geregeld kunnen worden. Tegelijk roept die digitalisering vragen op. Niet elke Gentenaar beschikt over dezelfde digitale vaardigheden of over de nodige tools zoals een smartphone, computer of toepassingen zoals itsme.
Daarnaast duiken nieuwe vormen van dienstverlening op, zoals de slimme automaten voor het ophalen van documenten. Die kunnen voordelen bieden op vlak van flexibiliteit en bereikbaarheid, maar roepen tegelijk vragen op rond veiligheid, privacy en toegankelijkheid.
Daarom wil ik, aansluitend op de vraag van collega en het debat wat ruimer trekken en peilen naar hoe onze stadsdiensten vandaag omgaan met digitale dienstverlening, inclusief het digitaal aanvragen en downloaden van aktes, en welke aandacht er daarbij gaat naar inclusie en gegevensbescherming.
Beste raadslid Bensafia
Dankjewel voor je interessante vraag.
Gent zet inderdaad al geruime tijd sterk in op digitale dienstverlening. Dat we als Gent sterk vertegenwoordigd zijn in de subsidieoproep “Gemeente zonder gemeentehuis” illustreert dit. Binnen dit programma was stad Gent mede-initiatiefnemer van 18 projecten.
Het gaat bijvoorbeeld over initiatieven zoals de digitale overlijdensaangifte, het burgerloket, automatische toekenning van bepaalde rechten zoals leefloonadvies, en natuurlijk ook de Digitale Balie.
Het belangrijkste principe dat we daarbij vooropstellen, is dat digitale dienstverlening nooit een vervanging mag zijn van persoonlijk contact. Digitale kanalen kunnen het voor veel Gentenaars makkelijker maken om bepaalde zaken te regelen, op het moment dat hen dat het beste past. Maar tegelijk blijft het belangrijk dat wie dat nodig heeft, altijd terechtkan voor persoonlijk contact en begeleiding. Een goed voorbeeld daarvan is dat burgers sinds de lancering van de Mijn Gent-app op een laagdrempelige manier meldingen kunnen doen, terwijl dat ook kan aan de Gentinfo balie.
Een ander voorbeeld is de Digitale Balie, waar burgers via een videogesprek een adviesgesprek kunnen voeren met een medewerker van de stad. Zo combineren we het persoonlijke contact van een loketgesprek met het gemak van digitale dienstverlening, zonder dat burgers zich moeten verplaatsen.
De eerste videogesprekken vonden plaats in november 2025. Intussen zijn er 81 gesprekken gevoerd. Het is nog geen groot aantal, maar het is wel degelijk een waardevol extra kanaal, bijvoorbeeld voor mensen die zich moeilijk kunnen verplaatsen of weinig tijd hebben. De cijfers liggen bovendien in lijn met gelijkaardige initiatieven in steden zoals Rotterdam. We verwachten zeker nog verdere groei, zowel door het uitbreiden van het aanbod aan producten als door de stijgende bekendheid van deze dienstverlening.
Daarnaast zien we dat het digitaal aanvragen van attesten en akten sterk ingeburgerd geraakt.
In 2025 werden via het eGovFlow-platform van Burgerzaken ruim 71.000 attesten digitaal aangevraagd. Ter vergelijking: in 2020 ging het nog om 33.538. Meer dan een verdubbeling dus op 5 jaar tijd.
De populairste documenten zijn onder meer uittreksels uit het strafregister, geboorteakten en attesten van gezinssamenstelling.
Burgers kunnen deze documenten vandaag niet alleen via de website aanvragen, maar ook via toepassingen zoals Mijn Burgerprofiel van de Vlaamse overheid, Mijn Dossier van het Rijksregister of de Mijn Gent-app.
In de Mijn Gent-app kunnen ze trouwens afspraken maken of dienstverlening aanvragen waar en wanneer men wil. De komende jaren zal deze app ook verder worden uitgebreid.
Daarnaast zetten we in Gent sterk in op proactieve dienstverlening, waarbij bepaalde rechten automatisch worden toegekend aan burgers uit kansengroepen zonder dat zij hiervoor zelf bewijsstukken moeten aanleveren. Dat project werd zeer positief geëvalueerd en kreeg zelfs internationale erkenning via de Bloomberg Mayors Challenge, goed voor een subsidie van 1 miljoen dollar om het verder uit te bouwen. Dank aan de burgemeester voor alle inspanningen hiervoor.
Tegelijk beseffen we dat niet elke Gentenaar dezelfde digitale vaardigheden heeft. Daarom blijft digitale inclusie een belangrijke prioriteit.
Aan de Doe-het-Samen-balie in het Stadskantoor bijvoorbeeld begeleiden we burgers bij het digitaal aanvragen van documenten of het doen van aangiftes. Zo leren ze stap voor stap hoe ze dit later zelf kunnen doen.
In 2025 werden meer dan 8.000 burgers geholpen door een medewerker aan de Doe-het-Samen-balie. Naast begeleiding voor de stedelijke dienstverlening, kunnen burgers daar ook terecht voor bijvoorbeeld de installatie of vragen over Itsme.
Het is voor ons essentieel dat digitale dienstverlening nooit leidt tot uitsluiting. Daarom blijft er altijd een fysiek en laagdrempelig alternatief beschikbaar. Ik zie die nood ook in de cijfers van de nieuwste Imec Digimeter, die vorige week gepubliceerd werden.
Daaruit blijkt dat de burger geen digital only overheid wil. Bijna 60% verkiest een hybride model, zowel online als fysiek dus. Burgers kunnen daarom in Gent nog steeds een afspraak maken aan het loket, of zonder afspraak terecht aan de Doe-het-Samen-balie of de afhaalbalie.
Wat betreft de slimme automaten voor het ophalen van documenten, zoals in Aalter: dat initiatief is ons uiteraard bekend. Ik verwijs hiervoor graag naar het antwoord dat ik zonet gaf aan collega Cetinkaya.
Tot slot blijft het voor Gent cruciaal om te werken met een dienstverlening die toegankelijk is via meerdere kanalen. De Gentse bevolking is zeer divers in profiel, qua noden en digitale vaardigheden. Sommige burgers regelen alles graag via hun smartphone, terwijl anderen liever persoonlijk langskomen.
Door digitale kanalen verder uit te bouwen — denk aan de ruim 71.000 aanvragen die vandaag al digitaal verlopen — kunnen we er tegelijk voor zorgen dat er meer tijd en capaciteit vrijkomt voor burgers die fysieke of telefonische ondersteuning verkiezen. Gent blijft inzetten dus op digitale innovatie, maar altijd met aandacht voor veiligheid, privacy en digitale inclusie, en met behoud van toegankelijke fysieke dienstverlening voor iedereen.
Met vriendelijke groeten,
Burak Nalli
Schepen bevoegd voor Personeelsbeleid, Burgerzaken en Dienstverlening
In Gent vinden veel fietsdiefstallen plaats. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk nog hoger dan gedacht, want niet iedereen stapt na een diefstal naar de politie. Desondanks is er een dalende tendens in het aantal fietsdiefstallen merkbaar. Al enige tijd zet de Gentse politie hier namelijk de lokfiets tegen in.
Een lokfiets ziet eruit als een gewone fiets die op slot staat, maar bevat een verborgen tracker. Als de fiets gestolen wordt, krijgt de politie automatisch een melding via een app op de mobiele telefoon. Op basis van de GPS-gegevens kan een patrouille uitrukken en snel ter plaatse gaan om de fietsendief op heterdaad te betrappen. Ook de lokstep fungeert volgens een vergelijkbare formule.
Tijdens eerdere FABAZ-commissies gaf de korpschef reeds toelichting bij de aanpak van fietsdiefstallen in Gent en de inzet van de lokfiets of lokstep hierin. Uit die toelichting bleek toen dat fietsdiefstal een prioriteit blijft voor het Gentse politiekorps en dat verschillende diensten betrokken zijn bij de aanpak ervan.
Volgens de korpschef had de lokfiets niet alleen een repressief effect, maar ook een preventieve en ontradende werking, onder meer door gerichte communicatie en toezicht in de omgeving van hotspots zoals de stationsomgevingen. Tegelijk benadrukte hij het belang van aanvullende maatregelen, zoals het registreren van fietsen via MyBike en het correct beveiligen van fietsen door de gebruikers zelf. Ten slotte had hij het ook over het actief werken van de Gentse politie op de teruggave van de gestolen fiets aan de eigenaar.
Ik had van de burgemeester graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
Samenvatting:
De Gentse politie beschouwt de strijd tegen fietsdiefstal als prioriteit, waarbij de inzet van lokfietsen een belangrijk en effectief instrument is. Deze lokfietsen werken zowel preventief als repressief: ze leiden tot arrestaties én geven inzicht in het gedrag van daders. In 2025 werden tijdens 98 acties lokfietsen geplaatst op 126 locaties. Dit resulteerde in 25 vattingen, van zowel occasionele als georganiseerde daders. Twaalf daders betaalden een minnelijke schikking, dertien werden gearresteerd, vaak met bijkomende vondst van gestolen fietsen.
De aanpak werpt duidelijk vruchten af: het aantal fietsdiefstallen daalde met 30%, van ongeveer 2.954 in 2024 naar 2.068 in 2025. Exacte cijfers over gerecupereerde fietsen ontbreken, maar minstens 375 werden via politiedatabanken geregistreerd.
Gent speelt een voortrekkersrol in België op vlak van lokfietsen en blijft inzetten op innovatie, zoals betere trackers. Daarnaast blijft preventie cruciaal: via campagnes, oproep om te registreren op MyBike en acties van gemeenschapswachten wordt ingezet op bewustmaking en beveiliging.
De lokfietsen zijn dus een waardevol. Een combinatie van repressie, preventie, technologische ondersteuning en samenwerking tussen politie, stad en partners blijft noodzakelijk. In 2026 wordt deze geïntegreerde aanpak verdergezet.
zo 22/03/2026 - 21:25Tijdens de FABAZ-commissie van november 2025 vond een debat plaats over de mogelijke invoering van een Gentse stadsbon als alternatieve financieringsbron voor stedelijke investeringen naar aanleiding van persaandacht over ervaringen van de gemeente Etterbeek uit 2024.
Een dergelijke stadsbon kan in een context van lage spaarrentes voor burgers een interessant instrument bieden om lokale investeringen mee te financieren. De bevoegde schepen gaf tijdens de commissie echter aan dat een stadsbon in de praktijk vaak duurder kan uitvallen dan klassieke financieringsinstrumenten, onder meer door een hogere rente en bijkomende beheerskosten voor de stad. Op dat moment waren er dan ook geen middelen voor voorzien door het stadsbestuur. Bovendien zijn de bedragen die via dergelijke instrumenten kunnen worden opgehaald doorgaans relatief beperkt in verhouding tot de totale financieringsnoden van een stad. Hierdoor kan de kostprijs per opgehaalde euro relatief hoog zijn, tenzij er natuurlijk grote volumes worden gerealiseerd.
Daartegenover staat dat een stadsbon de betrokkenheid van burgers bij stedelijke investeringen kan verhogen. Zo kan bijvoorbeeld worden gewerkt met een hoger rendement voor Gentse inwoners dan voor niet-inwoners, of kan de uitgifte gekoppeld worden aan duidelijk afgebakende projecten. Tijdens de commissie werden onder meer projecten rond betaalbaar wonen, klimaat of duurzaamheid en infrastructuur met een maatschappelijke meerwaarde als mogelijke voorbeelden genoemd. Tegelijk gaf de schepen aan dat de stad Gent haar financiering vandaag voornamelijk organiseert zonder rechtstreekse koppeling aan specifieke projecten. Een dergelijke koppeling zou immers bijkomende planlast met zich meebrengen op het vlak van opvolging, rapportering en administratieve verwerking.
Ik had van de schepen graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:
In eerste instantie brengen we de financieringsbehoeften van de Stad, sogent en Modest in kaart, en bekijken we via welke vormen we deze middelen kunnen aantrekken. Dit kan via traditionele leningen, alternatieve financiering via de EIB, of privaat kapitaal.
Daarnaast verkennen we de markt, zowel bij onze huisbankier als bij crowdfunding‑ en crowdlendingplatformen, om na te gaan of een financieringsinstrument zoals een ‘stadsbon’ kan worden opgestart. De door de FSMA erkende Belgische crowdlendingplatformen kunnen tot 5 miljoen euro per jaar ophalen, waarvoor enkel essentiële beleggersinformatie moet worden verstrekt. Voor bedragen boven 5 miljoen euro gelden zowel Belgische als Europese prospectusverplichtingen, wat het proces aanzienlijk langer en duurder maakt.
Verder moeten we onderzoeken op welke manier we een overheidsopdracht kunnen lanceren waarop crowdfunding- of crowdlendingplatformen kunnen intekenen.
We denken aan een ‘stadsbon’, specifiek gericht op betaalbaar wonen. Hiermee willen we de kleine spaarder, maar ook institutionele spelers zoals pensioenfondsen (georganiseerd spaargeld), aanspreken. Het product zou een door de Stad gegarandeerd kapitaal bieden, gecombineerd met een ‘sociaal rendement’ dat hoger ligt dan dat van een klassiek spaarboekje.
Informeel horen we dat er bij Gentenaars interesse bestaat om te investeren in een dergelijk instrument, al zullen de uiteindelijke voorwaarden en de algemene geo‑economische context op het moment van uitgifte bepalend zijn voor het succes ervan.
ma 16/03/2026 - 21:48In de gemeenteraad van januari werd een door onze fractie samen met de Voor Gent fractie ingediende motie aangenomen, waarin we de federale regering oproepen om een verbod op de verkoop aan en het gebruik van vuurwerk door particulieren te reguleren voor het hele land. Eenzelfde wetgeving voor het hele land is duidelijker voor de burgers en beter te handhaven dan de verschillende lokale bepalingen die nu bestaan. Ook is een landelijk verkoopverbod op bepaalde type particulier vuurwerk een effectieve maatregel, die de gevaren, de schade en de overlast die particulier vuurwerkgebruik met zich meebrengt bij de bron aanpakt.
We kregen als gemeenteraadsleden ondertussen ook het antwoord op onze motie van de federale regering bij monde van bevoegd minister Clarinval. Het valt te betreuren dat hij daarin stelt dat een volledig verbod op de verkoop van pyrotechnische artikelen aan particulieren in België niet overwogen wordt en dat elk verbod proportioneel en naar behoren gerechtvaardigd moet zijn. Wij vragen ons hierbij af hoeveel slachtoffers, schade en overlast er nog moet bijkomen voor dit dan wel gerechtvaardigd zou zijn in de ogen van de federale regering.
De Vlaamse hulpverleningszones en de VVSG roepen ook al langer op voor meer en betere regulering op federaal niveau.
Samenvatting:
Ik ga het debat uit de gemeenteraad niet herhalen, maar de kern is eenvoudig: een uniform federaal kader rond vuurwerk is duidelijker voor burgers en beter handhaafbaar voor politie en hulpdiensten dan een lappendeken van lokale regels. Lokale verboden botsen immers op hun grenzen zolang vuurwerk vrij verkrijgbaar blijft.
Ik stel vast dat die vraag naar duidelijke federale regelgeving breed leeft. Steeds meer steden en gemeenten signaleren dezelfde problemen rond veiligheid, incidenten en moeilijke handhaving. Gent staat daarin dus niet alleen. Het thema wordt ook actief besproken in verschillende overlegfora, waar wij samen met andere centrumsteden onze ervaringen delen, zowel over veiligheid als over de inzet van hulpdiensten en handhaving.
Ook organisaties zoals VVSG en Netwerk Brandweer pleiten voor een nationaal verbod. Binnen de brandweerzones wordt dit zeer concreet ervaren als een jaarlijks terugkerend veiligheidsprobleem. In onze zoneraad is dat recent opnieuw bevestigd en werd uitgesproken om te evolueren naar een verbod op verkoop, bezit en gebruik van vuurwerk door particulieren.
Met de motie wilde de Gentse gemeenteraad vooral een duidelijk politiek signaal geven aan het federale niveau, en dat is ook gebeurd. Intussen zien we dat het debat federaal effectief loopt, met initiatieven in het parlement en adviezen vanuit onder meer de VVSG.
Het is nu aan het federale parlement om knopen door te hakken. Vanuit Gent blijven wij pleiten voor duidelijke en werkbare regels.
zo 22/03/2026 - 22:04De federale regering hervormt de Wet op de Geïntegreerde Politie, dit heeft gevolgen voor het bestuur, de organisatie en de financiering van alle lokale politiezones. Het wetsvoorstel bevat heel wat bepalingen voor meergemeentezones en financiële stimuli om fusies tussen zones te bevorderen, maar er staan ook verschillende wijzigingen voor ééngemeentezones zoals in Gent in de stijgers. Zo zal de politieraad verdwijnen als bestuursorgaan en wordt het politiecollege het enige bestuursorgaan. Ééngemeentezones zoals de onze krijgen rechtspersoonlijkheid en de gemeenteraad zal meer controle- en informatierechten krijgen.
Ook wordt met deze hervorming de nieuwe norm om te streven naar 1 wijkinspecteur per 2.000 inwoners vastgelegd. En zal het wetsontwerp voorzien in een wettelijke basis voor co-creatie initiatieven tussen de lokale politie en de federale politie.
De VVSG vraagt naast rekening te houden met hun adviezen ook om uitstel en een overgangsperiode zodat lokale besturen en politiezones zich degelijk kunnen voorbereiden op de aanpassingen.
(op de commissie is afgesproken om deze vraag schriftelijk te beantwoorden)
Geachte heer Misplon
De federale regering werkt momenteel inderdaad aan een hervorming van de Wet op de Geïntegreerde Politie. Het gaat op dit moment nog om een voorontwerp waarover advies is gevraagd aan onder meer de VVSG.
De tekst waarover onze politie beschikt dateert van begin februari en kan dus nog wijzigen. Het is daarom belangrijk om hier vandaag met de nodige voorzichtigheid over te spreken.
Veel onderdelen van de vooropgestelde hervorming richten zich in de eerste plaats op meergemeentezones. Voor Gent zijn die elementen minder relevant, omdat wij vandaag een ééngemeentezone zijn.
Voor ons ligt de belangrijkste impact dus vooral op het vlak van de bestuurlijke organisatie en een aantal juridische aanpassingen.
Een eerste belangrijk element is dat ééngemeentezones rechtspersoonlijkheid zouden krijgen. Dat betekent dat de politiezone juridisch zelfstandiger zal kunnen optreden, bijvoorbeeld om contracten te sluiten, overheidsopdrachten te beheren of in rechte op te treden. Dat kan de rechtszekerheid tegenover derden vergroten. Tegelijk betekent dit ook dat we een aantal praktische zaken grondig moeten bekijken, bijvoorbeeld rond bestaande contracten, verzekeringen, samenwerking met stadsdiensten of de afbakening van patrimonium.
Een tweede wijziging betreft de bestuursstructuur van de politiezone. De politieraad zou verdwijnen en het politiecollege wordt het centrale bestuursorgaan. Het politiecollege zal onder meer bevoegd zijn voor de begroting van de politiezone, het zonaal veiligheidsplan, personeelszaken en de aanwijzing en evaluatie van de korpschef. In de praktijk is dat voor Gent geen grote breuk met de huidige werking. Vandaag neemt het college van burgemeester en schepenen al formele beslissing aangaande de politiezone. De hervorming bevestigt dus grotendeels de praktijk die in Gent vandaag al bestaat.
Voor de gemeenteraad voorziet het ontwerp ook een versterking van de democratische controle. De gemeenteraad zal systematisch geïnformeerd worden over belangrijke beslissingen van de politiezone en raadsleden kunnen de burgemeester hierover ondervragen. Wat ook al het geval is in Gent.
Dat sluit evenwel aan bij een discussie die al langer bestaat in het politielandschap. In meergemeentezones gebeurt het vandaag regelmatig dat vragen van gemeenteraadsleden over politiebeleid worden doorverwezen naar de politieraad. Maar in zo’n politieraad zetelen slechts een beperkt aantal mandatarissen per gemeente. Daardoor wordt het debat over het politiebeleid soms verschoven naar een forum waar niet alle raadsleden vertegenwoordigd zijn.
Door de rol van de gemeenteraad explicieter te verankeren, wil de hervorming duidelijk maken dat het democratisch debat over het politiebeleid in de eerste plaats ook in de gemeenteraad moet kunnen plaatsvinden. Voor Gent verandert dat in de praktijk dus minder, omdat wij een ééngemeentezone zijn en al rechtstreeks aan de gemeenteraad verantwoording afleggen, maar het principe dat de gemeenteraad een duidelijke rol heeft in dat debat blijft uiteraard belangrijk.
Daarnaast bevat het ontwerp nog een aantal inhoudelijke bepalingen, zoals de wettelijke verankering van de norm van één wijkinspecteur per 2.000 inwoners.
De wijkwerking is voor de Gentse politie al lang een zeer belangrijke pijler. Dat is hier in de commissie ook al meermaals aan bod gekomen. Nabijheid, aanspreekbaarheid en kennis van de buurt blijven cruciaal voor het vertrouwen tussen politie en inwoners.
In het nieuwe zonaal veiligheidsplan zal daarom opnieuw sterk ingezet worden op de wijkwerking. De ambitie is een wijkwerking die nabij en zichtbaar blijft, maar tegelijk ook sterker informatiegestuurd werkt. Buurt- en jeugdinspecteurs blijven daarin centrale en herkenbare actoren in onze wijken. Op die manier sluiten we in de praktijk ook aan bij de federale norm die nu wordt voorbereid.
Het ontwerp voorziet daarnaast ook een expliciete wettelijke basis voor zogenaamde co-creatieprojecten tussen de lokale en de federale politie.
In de praktijk werken politiezones vandaag al op verschillende manieren samen met de federale politie en met andere politiezones. Ook de Gentse politie doet dat, bijvoorbeeld rond gespecialiseerde expertise, operationele ondersteuning of bepaalde projecten. Wat het wetsontwerp doet, is daar nu een duidelijker wettelijk kader voor voorzien. Dat moet het mogelijk maken om gezamenlijke projecten rond bijvoorbeeld technologie, logistiek, methodieken of personeelsbeheer gemakkelijker te ontwikkelen, eventueel ook met federale ondersteuning. Voor Gent is dat dus geen fundamentele koerswijziging, maar eerder een versterking en verduidelijking van samenwerkingen die vandaag al bestaan.
Wat de timing betreft is er vandaag voor ons nog geen definitieve duidelijkheid. Het wetsontwerp moet nog het federale wetgevingsproces doorlopen en kan nog aangepast worden. Volgens de huidige ontwerptekst zou er wel een overgangsperiode van één jaar komen voor ééngemeentezones om zich organisatorisch aan te passen, bijvoorbeeld voor de invoering van de rechtspersoonlijkheid.
Intussen volgen de politie, de algemeen directeur en de financieel directeur de ontwikkelingen uiteraard verder op en brengen zij samen in kaart welke gevolgen deze hervorming concreet kan hebben voor Gent, zodat we klaar zijn zodra de federale wet definitief wordt.
Mathias De Clercq
Burgemeester
Het Gentse Collectief 8 maars organiseerde dit weekend een succesvolle vrouwenmars in het kader van de Internationale Dag voor Strijd voor Vrouwenrechten.
Eén van hun eisen heeft betrekking op het recht op protest.
Meer specifiek zijn ze bezorgd over de ruimte voor protest in deze stad nadat één van hun leden een uitnodiging tot verhoor en een schadeclaim in de bus kreeg. Dit gebeurde na een creatieve actie waarbij de actiegroep met krijtspray vrouwenfiguren tekenden op de stoep als symbool voor de vrouwen die geraakt zullen worden door de besparingen. Tijdens de actie werd niets beschadigd: krijtspray verdwijnt vanzelf door regen.
- Is het verzenden van zo'n zware schadeclaim de gebruikelijke werkwijze?
- Waarom is er niet gekozen voor bemiddeling of een waarschuwing?
- Welke wettelijke grond heeft het verhalen van deze kosten op de actiegroep of één individu?
Samenvatting:
Het dossier gaat over twee acties van het 8maarscollectief in 2025 waarbij met spuitkrijt cijfers en silhouetten op het openbaar domein werden aangebracht. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, verdwijnt spuitkrijt niet vanzelf: het blijft lang zichtbaar, veroorzaakt een verloederde indruk en kan anderen aanzetten tot gelijkaardig gedrag. Daarom wordt hiertegen opgetreden.
Het recht op protest wordt erkend, maar de schadeclaim heeft betrekking op de aangerichte schade, niet op het protest zelf. Bovendien konden de aangebrachte markeringen op de rijbaan ook voor verwarring en mogelijk verkeersgevaar zorgen.
De organisatie was al eerder op de hoogte van de regels: na een actie in 2023 werd gevraagd om de aangebrachte markeringen te verwijderen, wat niet gebeurde, en een eerdere kost werd niet betaald. Ook nu werden de kosten (1.456 euro en 705 euro) correct en tijdig opgevolgd via processen-verbaal en aanmaningen.
De aansprakelijkheid is duidelijk, aangezien de organisatie zelf publiek bevestigde de acties te hebben uitgevoerd. Volgens het Burgerlijk Wetboek moet wie schade veroorzaakt, deze vergoeden. Tot slot is de uitnodiging voor verhoor een beslissing van het parket, dat bevoegd is bij schade boven 500 euro, en niet van de stad.
Kortom: vrije meningsuiting blijft essentieel, maar rechtvaardigt geen beschadiging van het openbaar domein of het afwentelen van kosten op de gemeenschap, zeker niet wanneer men vooraf op de regels werd gewezen en de organisatie ook de regels kende.
zo 22/03/2026 - 22:00Het onderzoeken van afvalwater is een zeer effectieve tool om de gezondheid van de bevolking te meten en op te volgen. Zo was het een sterke tool tijdens corona om COVID-19 te monitoren. Naast het opvolgen van virussen kan het ons ook een duidelijker beeld geven over het gebruik van illegale middelen. Dat is exact wat Sciensano deed voor het jaar 2025.
Voor het eerst is hun monitoringscampagne gericht op het afvalwater in heel België, dus ook Gent. Eén van de 17 geselecteerde waterzuiveringsinstallaties voor het onderzoek bevindt zich in Gent. Het onderzoek keek onder andere naar cocaïne in alle vormen, crack cocaine, MDMA, ketamine, amphetamine,…
In het kader van dit nieuwe pilootproject en het onderzoek stel ik graag volgende vragen:
1. Hoe evalueert u de verkregen cijfers van onze Stad? Welke conclusies kunnen we hier uit nemen over het Gentse drugsbeleid en/of het drugsgebruik van de Gentenaren.
2. Hoe evalueert u de cijfers van onze stad Gent tegenover andere grootsteden als Antwerpen en Brussel?
Samenvatting:
Ik ben opgetogen dat dit onderzoek op een objectieve manier druggebruik in kaart brengt en zo een waardevolle aanvulling vormt op bestaande data. Voor mij is dit essentieel om verder te bouwen aan een evidence-based drugbeleid.
Tegelijk pleit ik voor nuance: dit onderzoek focust vooral op middelen en zegt weinig over context, beginleeftijd of risicogedrag. We moeten deze cijfers dus samen met andere studies bekijken. Ze geven vooral richting, leggen hiaten bloot en helpen trends detecteren waarop we kunnen inspelen.
Als we de cijfers vergelijken, zie ik dat Gent meestal laag tot gemiddeld scoort. Opvallend is dat cocaïnegebruik hier duidelijk lager ligt dan in Antwerpen en Brussel, maar ook lager dan in sommige landelijke gebieden. Dat doorbreekt het hardnekkige beeld dat dit vooral een grootstedelijk fenomeen is. Voor crack cocaïne scoren we zelfs bijzonder laag, wat zeer positief is. Tegelijk zien we dat middelen gelinkt aan het uitgaans- en studentenleven, zoals MDMA, amfetamines en ketamine, ook in Gent hoger liggen, vooral in het weekend—al scoren ook daar verschillende andere steden slechter.
In vergelijking met Antwerpen en Brussel valt op dat quasi alle onderzochte illegale drugs daar vaker voorkomen en dat het gebruik er hoog blijft, ondanks een sterke focus op repressie en grote politiecapaciteit in het kader van de zogenaamde “war on drugs”. Dat bevestigt voor mij dat een beleid dat enkel inzet op repressie niet werkt en zelfs contraproductief kan zijn.
In Gent kiezen we daarom bewust voor een integrale aanpak. We combineren preventie, hulpverlening en schadebeperking met gerichte handhaving. De politie speelt daarin een belangrijke rol: via gerichte controles, zichtbare aanwezigheid in het uitgaansleven en het aanpakken van dealen en overlast. Tegelijk werken zij nauw samen met hulpverlening en andere partners, zodat we niet enkel bestraffen, maar ook begeleiden waar nodig.
Ik trek geen overhaaste conclusies uit één meting, maar dit lijkt wel te bevestigen dat onze aanpak effect heeft. De echte meerwaarde zal pas blijken wanneer we deze data over meerdere jaren kunnen opvolgen en trends zien evolueren.
Drugs volledig uitbannen is niet realistisch. Wat we wél kunnen doen, is kiezen voor een beleid dat werkt: dat schade beperkt, mensen ondersteunt en tegelijk de veiligheid verhoogt. En dat is de koers die we in Gent blijven aanhouden.
zo 22/03/2026 - 21:56